Sociale onrust in Ecuador beroert oliemarkt

Ecuador staat al een paar dagen in rep en roer. Boze burgers trekken de straat op om te protesteren tegen de stijgende brandstofprijzen. ©REUTERS

Ecuador is in de ban van een politieke en sociale crisis. Protesten tegen stijgende brandstofprijzen verlammen het land deels. Ook olie-installaties zijn getroffen.

Ecuador staat in rep en roer. Voor de zesde opeenvolgende dag voerden boze inwoners dinsdag actie. Duizenden leden van de inheemse gemeenschap stroomden toe in de hoofdstad Quito voor een antiregeringsmars.

Het protest barstte vorige donderdag los. Honderden taxi-, bus- en vrachtwagenbestuurders blokkeerden met hun voertuigen toen verschillende wegen in Quito en Guayaquil, de tweede stad van het land. 

Met hun actie uitten ze hun ongenoegen over de plotselinge stijging van de brandstofprijzen in het land. In enkele uren verdubbelde de prijs voor een liter diesel, benzine werd een kwart duurder.

Brandstofsubsidies

De prijsopstoot was een gevolg van de afschaffing van vier decennia oude brandstofsubsidies in het land. 'Die subsidies hebben het land de voorbije 40 jaar niet alleen 60 miljard dollar gekost, ze hebben de economie ook helemaal ontwricht', zei president Lenín Moreno. Hij betoogde dat de ingreep zich opdrong om de economie een flinke duw in de rug te geven en de smokkel van brandstof een halt toe te roepen.

Om de veiligheid van alle burgers te verzekeren en chaos te vermijden wordt de noodtoestand voor twee maanden van kracht.
Lenín Moreno
President Ecuador

Aan die argumenten had de bevolking geen boodschap. Al snel sloten boze studenten, vakbondsleden en leden van de inheemse gemeenschap zich bij de protestacties van de transportsector aan. Ook zij wierpen op belangrijke verkeersaders blokkades op.

Het protest verliep de voorbije dagen niet altijd vreedzaam. Betogers bekogelden de ordediensten met stenen en brandbommen, staken militaire voertuigen in brand en plunderden overheidsgebouwen en bedrijven. De politie antwoordde met traangas en gepantserde voertuigen verschenen in het straatbeeld.

Noodtoestand

De gewelddadige confrontaties zetten Moreno er eind vorige week toe aan de noodtoestand in zijn land uit te roepen. 'Om de veiligheid van alle burgers te verzekeren en chaos te vermijden wordt de noodtoestand voor twee maanden van kracht', klonk het.

x2
prijs voor liter diesel
In enkele uren verdubbelde de prijs voor een liter diesel, benzine werd een kwart duurder.

Maar de maatregel deed het protest niet uitdoven. 'We zijn een actie van onbepaalde duur begonnen. We heffen die pas op als de regering de afschaffing van de brandstofsubsidies ongedaan maakt. In afwachting leggen we het land lam', verzekerde Abel Gómez, een van de leiders van de protestbeweging. Voor woensdag staat een nationale staking gepland.

Dinsdag deed de sociale onrust de productie op drie oliesites al stilvallen. Normaal pompt Ecuador zo'n 550.000 vaten olie per dag op. Door de protesten zou die productie met 70.000 vaten teruggevallen zijn. De gebeurtenissen in Ecuador en de onrust van de voorbije dagen in Irak stuwden de olieprijs dinsdag alvast even hoger.

Couppoging

Vlak voor aanvang van de grote mars van de inheemse bevolking in Quito besliste Moreno dinsdag met zijn regering tijdelijk te verhuizen naar Guayaquil. Hij beschuldigde zijn vroegere mentor, Rafael Correa, ervan achter de onlusten te zitten.

30 procent
populariteit Moreno
Vandaag geniet Moreno de steun van minder dan 30 procent van de bevolking. Twee jaar geleden kreeg hij bij de presidentsverkiezingen nog de steun van 70 procent van de Ecuadoranen.

'Medestanders van Correa zijn geïnfiltreerd in de protestbeweging in een poging de regering ten val te brengen. Mijn politieke tegenstanders hebben een coup op touw gezet', stelde hij in een tv-toespraak. Bewijzen voor zijn aantijgingen leverde hij niet.

De relaties tussen Moreno en Correa zijn de afgelopen tijd fel verslechterd. In 2017 steunde de linkse Correa nog Moreno's gooi naar het presidentschap. Maar sinds die de linkse recepten inruilde voor een rechtser beleid en bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) aanklopte voor een lening van ruim 4 miljard dollar, zijn de twee uit elkaar gegroeid.

Populariteit

De stap naar het IMF dreef ook een wig tussen de president en zijn bevolking. In Latijns-Amerika heeft de instelling met hoofdzetel in Washington een erg slechte naam. Ze wordt gezien als de verantwoordelijke voor heel wat economische malaise in de regio.

Vandaag geniet Moreno de steun van minder dan 30 procent van de bevolking. Twee jaar geleden kreeg hij bij de presidentsverkiezingen nog de steun van 70 procent van de Ecuadoranen.

Die evolutie baart de president wellicht stilaan zorgen. Ecuador heeft een lange geschiedenis van politieke instabiliteit. Voor Correa het in 2007 tot staatshoofd schopte, moesten liefst drie presidenten in een decennium opstappen onder druk van straatprotesten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect