Corruptie en uitzichtloosheid doen Iraakse volkswoede ontbranden

Ondanks een uitgangsverbod bleven de Irakezen donderdag op straat komen. ©AFP

Twee jaar na de val van de terreurgroep Islamitische Staat hebben de Irakezen er genoeg van. Het land ligt nog steeds in puin en de corruptie is sinds Saddam Hoessein alom aanwezig. 'We willen gewoon een land om in te leven.'

In Irak zijn ook donderdag duizenden demonstranten op straat gekomen ondanks het uitgangsverbod dat de regering had ingesteld. Wat begon met een aantal vreedzame, kleine protesten in de hoofdstad Bagdad, werd als snel een grotere en gewelddadiger opstand die oversloeg naar andere steden. De Irakezen protesteren tegen de corruptie, de hoge werkloosheid en het gebrek aan openbare dienstverlening in het land.

Geef ons gewoon een land. We willen een land om in te leven.
Iraakse demonstrant

De protesten zijn de grootste uiting van volkswoede sinds de regering van premier Adil Abdul Mahdi bijna een jaar geleden aan de macht kwam. 'Er is corruptie en we hebben al 14 jaar geen elektriciteit, water of diensten', zei een betoger tegen The New York Times. 'We willen geen politieke partijen en we verwachten niets van hen. Geef ons gewoon een land. We willen een land om in te leven.'

De regering reageerde hard op de oproer. De politie joeg de betogers met waterkanonnen en traangas uiteen en schoot met scherp. Zeker 19 mensen stierven, bijna 1.000 anderen raakten gewond.

Gebroken hart

In een poging het protest het hoofd te bieden kondigde premier Mahdi een uitgangsverbod af. Voorts legde hij het internet en de sociale media plat, die de betogers gebruiken om af te spreken. Maar de premier probeerde de betogers ook te sussen. 'Mijn hart breekt als ik de wonden bij de demonstranten en de veiligheidsdiensten zie', zei hij. Hij beloofde de 'decennialang opgebouwde problemen' zo snel mogelijk aan te pakken.

Anders dan in het verleden lijken de protesten spontaan te ontstaan en grote groepen Irakezen te verenigen, los van hun politieke of religieuze voorkeur. In 2012 en 2013  was dat anders. Toen laaiden grote protesten op omdat de soennitische minderheid zich gemarginaliseerd voelde onder het sjiitische regime, dat na de val van Saddam Hoessein aan de macht kwam. De terreurgroep Islamitische Staat (IS) gebruikte die soennitische onvrede om steun te verwerven voor haar kalifaat. 

De jarenlange strijd tegen IS deed de andere problemen een tijd op de achtergrond verdwijnen. Maar twee jaar nadat de groep haar laatste bastion in het land heeft verloren, is het geduld van de Irakezen op. Ze keren zich niet tegen een religieuze groepering, maar tegen een politieke klasse die volgens hen niets doet om het land weer op de sporen te krijgen.

Geen beterschap

De uitdagingen zijn talrijk. Na decennia van (burger)oorlogen, buitenlandse invasies en VN-sancties ligt Irak in puin. Jobs zijn schaars, ook voor wie gestudeerd heeft of meevocht tegen IS. Volgens de Wereldbank is 25 procent van de jongeren werkloos.

Hoewel de veiligheidssituatie sterk verbeterd is, lijkt economisch weinig beterschap in zicht, ondanks de vele olierijkdommen van het land. De demonstranten wijzen naar de corruptie, die sinds Saddam Hoessein alom aanwezig is.

Volgens Transparency International, een ngo die jaarlijks een corruptie-index publiceert, was Irak in 2018 het 13de meest corrupte land ter wereld, na onder meer Syrië, Zuid-Soedan, Venezuela en Noord-Korea. Het stelt dat de corruptie in Irak 'in alle delen van de overheid en in alle sectoren' doorgedrongen is.

Dat de Irakezen op straat komen, is niet verwonderlijk. De voorbije jaren protesteerden ze meermaals tegen de algemene malaise in het land. Die protesten vonden meestal in de zomer plaats, wanneer elektriciteitspannes de zomerhitte ondragelijk maakten. Dat ze nu ook bij koelere temperaturen oplaaien, kan erop wijzen dat Irak het jongste land is dat aangestoken wordt door een Arabische herfst, na Egypte, Soedan en Algerije eerder dit jaar.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud