analyse

De catastrofe te veel voor Libanon

Nadat ze de afgelopen decennia vijftien jaar burgeroorlog, politieke spanningen met Syrië, oorlogen met Israël en een ineenstorting van de openbare dienstverlening overleefd hebben, wordt de veerkracht van de Libanezen nog maar eens zwaar op de proef gesteld. ©AFP

Libanon verkeert in shock na de verwoestende explosies in Beiroet. Het drama is de catastrofe te veel voor het land in de Levant. Dat stond al aan de rand van de afgrond door een economische en financiële crisis, politieke chaos en corona. ‘Libanon hengelt naar het statuut van failed state.’

Heel wat Libanezen waanden zich woensdagmorgen mogelijk enkele decennia teruggekatapulteerd in de tijd. Net zoals op het hoogtepunt van de burgeroorlog, die tussen 1975 en 1990 zowat 120.000 mensen het leven kostte, bood een deel van de hoofdstad Beiroet een apocalyptische aanblik.

Geruïneerde gebouwencomplexen. Uitgebrande autowrakken. Containers herleid tot verwrongen conservenblikken. Straten bezaaid met zwaar beschadigd meubilair, glas, papier en andere nog smeulende puinresten. In tegenstelling tot in die duistere jaren van de vorige eeuw was de
ravage deze keer niet veroorzaakt door wapengekletter tussen ’s lands verschillende sektarische groepen. Wel hadden twee krachtige explosies het havengebied dinsdagavond schijnbaar in een oorlogsgebied herschapen.

300.000
Zowat 300.000 inwoners waren in een fractie het dak boven hun hoofd kwijt.

De impact was enorm. Het USGS, een wetenschappelijk agentschap van de Amerikaanse overheid, trok de parallel met een aardbeving met een kracht van 3,3. Zelfs op Cyprus, ruim 200 kilometer van de Libanese kust, werden trillingen gevoeld. Volgens het Libanese Rode Kruis kostte de ramp meer dan honderd mensen het leven, onder wie zeker een Belg. Op zijn minst 4.000 anderen - havenarbeiders, buurtbewoners, werknemers van omliggende kantoren of toevallige passanten - raakten gewond. Tientallen mensen zijn nog altijd vermist. Zowat 300.000 inwoners waren in een fractie het dak boven hun hoofd kwijt.

Definitief uitsluitsel over de oorzaak van de explosies is er nog niet. Maar de Libanese regering gaat vooralsnog uit van een ongeluk. ‘Het heeft er alle schijn van dat 2.750 ton ammoniumnitraat ontploft is’, zei premier Hassan Diab. Dat ontvlambare goedje - vaak gebruikt in kunstmest, maar ook in explosieven - lag al zes jaar opgeslagen in een loods in de haven nadat het in beslag genomen was op een schip dat op volle zee pech gekregen had en in Beiroet aangemeerd lag.

Huisarrest

‘Door nalatigheid kon deze ramp gebeuren. De verantwoordelijken zullen rekenschap moeten afleggen’, verzekerde premier Diab zijn landgenoten. Hij liet de havenbonzen onder huisarrest plaatsen nadat gebleken was dat waarschuwingen over de risico’s van de ammoniumnitraatopslag genegeerd waren.

De Libanese bevolking reageert onthutst en wijst met een beschuldigende
vinger naar het politieke milieu. De overheid is de exploitant van de haven van Beiroet. Die heeft geen al te beste reputatie. Jarenlang gesjoemel bij de in- en uitvoer van goederen leverde de haven de bijnaam ‘de grot van Ali Baba en de 40 rovers’ op.

Maar de onvrede onder de bevolking zit veel dieper. De ramp in het havengebied is voor de Libanezen de catastrofe te veel. Nadat ze de afgelopen decennia vijftien jaar burgeroorlog, politieke spanningen met Syrië, oorlogen met Israël en een ineenstorting van de openbare dienstverlening overleefd hebben, wordt hun veerkracht nog maar eens zwaar op de proef gesteld.

Wanbeleid

Het land in de Levant beleeft zijn ergste crisis sinds in 1990 een einde kwam aan het interne gewapende conflict. Libanon betaalt de rekening voor jarenlang wanbeleid door opeenvolgende regeringen, door banken en door de centrale bank. Hun mismanagement deed ’s lands buitenlandse reserves in sneltreinvaart slinken. Met een depreciatie van de Libanese munt, de pond, tot gevolg. (lees verder onder de grafiek)

©Mediafin

Officieel is die vastgeklikt aan de Amerikaanse dollar, maar op de zwarte markt verloor hij meer dan 80 procent van zijn waarde sinds de Libanezen in oktober dagenlang in groten getale de straat op trokken om te protesteren tegen hun steeds lamentabelere levensomstandigheden, de voortdurende stroomonderbrekingen, de ophoping van het afval in de straten, belastingverhogingen en de ‘corrupte heersende elite’.

Voor veel Libanezen was de maat helemaal vol toen banken van de ene dag op de andere strikte kapitaalcontroles invoerden. Daardoor kan de gewone man of vrouw in de straat nog amper aan zijn of haar spaarcenten. Terwijl de financiële instellingen de afgelopen jaren miljarden dollars wegsluisden uit Libanon, mogen burgers vaak maximaal 50 dollar per week afhalen. En alleen aan het loket. Bankautomaten spuien geen biljetten meer.

Intussen schieten de prijzen van basisproducten en voedsel steeds sneller de hoogte in. Bedroeg de inflatie in februari nog 11,4 procent, dan was die in juni al opgelopen tot net geen 90 procent. De
Amerikaanse econoom Steve Hanke vermoedt dat intussen sprake is van een cijfer van ruim 430 procent. De enkeling die nog geen loonsverlaging te slikken kreeg, boette alsnog aan koopkracht in.

Wanbetaling

Nadat het massaprotest eind 2019 tot de val van de regering van Saad Hariri - die door de bevolking verguisd werd - geleid had, vestigden de Libanezen hun hoop op de nieuwe bestuursploeg van Diab. Maar die blijkt voorlopig evenmin de broodnodige ommekeer te kunnen bewerkstelligen. Nu de geldstroom van Libanezen in het buitenland naar de heimat grotendeels opgedroogd is, zit de overheid in Beiroet ook krap bij kas.

Het land in de Levant beleeft zijn ergste crisis sinds in 1990 een einde kwam aan het interne gewapende conflict.

Dat werd begin maart pijnlijk duidelijk toen het land in wanbetaling ging. Zelfs in de donkerste dagen van de burgeroorlog was het dat nooit overkomen. ‘Hoe kunnen we onze schuldeisers betalen als hier mensen op straat leven die zelfs geen brood kunnen kopen?’, wierp Diab ter verdediging op. Het dieptepunt leek bereikt.

De afgelopen maanden is zelfs een groot deel van de middenklasse, die zowat 65 procent van de bevolking uitmaakt, in armoede weggegleden en in een gevecht tegen de honger verzeild geraakt

Tot het coronavirus zich enkele dagen later ook een weg naar Libanon baande. In een poging de verspreiding van Sars-CoV-2 in te dammen, gooide de regering de samenleving op slot. Met alle gevolgen van dien voor de al nooddruftige Libanezen. Andermaal gingen duizenden jobs verloren en kwam veel bedrijven, restaurants en winkels het water nog meer aan de lippen te staan. De afgelopen maanden is zelfs een groot deel van de middenklasse, die zowat 65 procent van de bevolking uitmaakt, in armoede weggegleden en in een gevecht tegen de honger verzeild geraakt.

Humanitaire organisaties die zich in normale omstandigheden bekommeren om het lot van de zowat 2 miljoen Syrische en Palestijnse vluchtelingen op Libanees grondgebied krijgen vandaag steeds vaker noodkreten uit de autochtone gemeenschap. Ook de Wereldbank trok onlangs aan de alarmbel. De instelling vreest dat binnen afzienbare tijd de helft van de Libanese bevolking onder armoede lijdt, bijna een verdubbeling in één decennium.

Failed state

Eensgezindheid over broodnodige steunmaatregelen voor de lijdende Libanezen bleef de afgelopen maanden evenwel ver te zoeken bij de bestuursploeg in Beiroet. Tot wanhoop van de minister van Buitenlandse Zaken. Helemaal gedesillusioneerd trok Nassif Hitti begin deze week de deur van zijn ministerie voorgoed achter zich dicht. ‘In deze regering ontbreekt de wil om de diepgaande hervormingen door te voeren waar de bevolking en de internationale gemeenschap om vragen, hervormingen die ook nodig zijn om de weg naar internationale hulp te effenen’, zei de diplomaat. Hij gooide er nog een weinig diplomatische waarschuwing achteraan. ‘Libanon hengelt naar het statuut van failed state.’

Het gebrek aan slagkracht vloeit volgens Hitti voort uit de samenstelling van de Libanese regering. Daarin is bij wet plek gereserveerd voor alle sektarische groepen in het land. Maar die hebben elk hun eigen agenda. ‘Als de belangen van de verschillende kapiteins niet met elkaar stroken en niet samenvallen met de belangen van het Libanese volk, zal het schip met al zijn opvarenden zinken’, verwittigde Hitti.

Een industriële grootmacht zal het land nooit worden. Maar als hub voor hightechbedrijven heeft het met zijn degelijk opgeleide, meertalige bevolking mogelijk wel een toekomst.

Na het inferno in het havengebied van Beiroet is de behoefte aan krachtdadig optreden nochtans groter dan ooit als het land in de Levant hongersnood wil vermijden. Libanon is voor zijn voedselbevoorrading voor 80 procent afhankelijk van import. Geen haven is zo belangrijk als toegangsroute als die van de hoofdstad. Bovendien herbergde hij ook ’s lands belangrijkste graansilo. Maar door de enorme explosies blijft daar alleen een hoop schroot van over. In één tel zijn de reserves voor enkele maanden zo goed als vernietigd.

De haven is compleet vernield, inclusief de belangrijkste graansilo van het land. ©EPA

Als Libanon de rug weer wil rechten, heeft het behoefte aan een nieuw economisch model. Dat beseft ook premier Diab. ‘Libanon is vandaag een rentenierseconomie. Het leunt te sterk op de financiële
sector en geldstromen van de diaspora. Wij hebben echt geen banksector nodig die vier keer groter is dan onze economie.’

Een industriële grootmacht zal het land nooit worden. Maar als hub voor hightechbedrijven heeft het met zijn degelijk opgeleide, meertalige bevolking mogelijk wel een toekomst. Op voorwaarde dat de overheid eerst fors investeert in infrastructuur zodat de stroom niet langer om de haverklap uitvalt, het internet het moderne tijdperk kan betreden en wegen vlot berijdbaar zijn. Dat lijkt voorlopig evenwel een illusie met een lege schatkist. Een schuldherschikking kan een uitweg bieden. Net als deugdelijk bestuur.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud