reportage

‘Dit toont het lelijke gezicht van de bezetting'

©Monique Van Hoogstraten

Elke vrijdag staan Palestijnse demonstranten aan de grens van de Gazastrook tegenover het Israëlische leger. De balans na vier weken: meer dan 30 doden. Toch staan ze er morgen weer. ‘We sterven hier een langzame dood. De wereld mag ons niet vergeten.’

Op een zanddijkje tuurt een groep vrouwen in de verte. Het landschap verderop is heuvelachtig, weids en groen. Ze maken selfies met hun telefoontjes. Tussen hen en de vruchtbare landbouwvelden in de ver te slingert een hek. Iemand is erin geslaagd er een Palestijnse vlag in te hangen, ongetwijfeld een jonge Palestijn die zegt geen angst te kennen. De Israëlische militairen hebben het symbool van het Palestijnse verzet nog niet weggehaald. Ze hebben zich opgesteld achter zandwallen die grote gele buldozers verder perfectioneren.

KORT

Voor de vierde vrijdag op rij staan Palestijnse demonstranten morgen aan de grens van de Gazastrook tegenover het Israëlische leger.

De Mars voor Terugkeer ontstond uit een Facebook-post van de activist Abu Rtema. Die riep op om een massaal maar vreedzaam signaal te geven.

Dat leidde snel tot geweld. Meer dan dertig Palestijnen werden door Israëlische kogels gedood. Het protest moet culmineren in een demonstratie op 15 mei, de dag dat de Nakba wordt herdacht.

Op die dag in 1948 werden 700.000 Palestijnen verjaagd of gingen ze op de vlucht voor de Joodse milities.

Naar wat kijken de vrouwen? ‘Soldaten die zich achter heuveltjes verschuilen als honden,’ zegt Mouma Al Najar (51). Ze komt sinds het begin van het protest, nu bijna vier weken geleden, zowat elke dag. De eerste vrijdag was het meteen raak. Een zoon van haar zus, dertig jaar oud, werd doodgeschoten. Het klinkt bijna bizar, in deze omgeving. In de vijf tentenkampen die de Palestijnen vlakbij de grens met Israël hebben gebouwd, heerst op een doordeweekse dag een heel andere sfeer dan op vrijdag.

Nu lijkt het een zomerkamp. Jongens spelen een potje voetbal, de avondzon schijnt, een groep oudere mannen luistert in een kring op plastic stoeltjes naar opzwepende verzen uit de Koran, over sterke mensen die strijden tot het eind. Jongeren steken een rij Israëlische vlaggen in brand en kinderen laten ballonen op in de kleuren van de Palestijnse vlag.

‘We moeten onze kinderen vertellen over het recht om naar ons land terug te keren, ze weten daar niets meer van’, zegt Maysa Awaja (29), jongerenwerkster. Haar grootouders vluchtten uit een dorpje in de buurt van Lod, nu Israël. Families keuvelen bij de witte tenten die volgeschreven staan met namen van families en van de dorpen waar ze oorspronkelijk vandaan komen: Ashkelon, Beer Sheeva, Barbara. Allemaal plaatsen die - soms maar net over de grens - onbereikbaar zijn. De meeste huizen waar ze woonden, heeft Israël al lang met de grond gelijk gemaakt. Toch bewaren veel families nog altijd de sleutel van hun huis. Het is opmerkelijk hoe vasthoudend ze zijn in hun geloof dat ze zullen terugkeren. In de politieke realiteit is die kans op terugkeer nihil gebleken.

Vrij

De oudere generatie heeft de fout gemaakt hun land meteen te verlaten. Wij kennen onze rechten beter.
maysa awaya
palestijns jongerenwerkster

Maysa Awaja: ‘De oudere generatie heeft de grote fout gemaakt hun land destijds meteen te verlaten. Ze waren niet genoeg geschoold. Wij kennen onze rechten beter.’ Ze komt graag in het tentenkamp omdat ze zich hier vrij voelt. ‘Er is frisse lucht. Het is hier puur. Heel anders dan in het Jabalykamp waar ik woon.’

Jabalya is een van de acht vluchtelingenkampen die in de Gazastrook ontstonden na de Nakba van 1948 (letterlijk: catastrophe). Zo’n 700.000 Palestijnen werden verjaagd of gingen op de vlucht voor de joodse milipalties. Jabalya is lang geen ‘kamp’ meer: de tenten werden optrekjes en daarna overbevolkte grauwe woonblokken. Maar de naam bleef. De leefomstandigheden zijn er triest: er zijn te veel lawaai, vuil en armoede, er zijn te weinig schoon water, ruimte en werk. Meer dan 60 procent van de jongeren in de Gazastrook is werkloos.

‘Bij het protest zie je veel jonge activisten die niets te verliezen hebben’, zegt politiek analiste Reham Owda (39). ‘Ze hebben geen benul van het politieke spel, maar willen gewoon hun frustratie kwijt in wat zich ook aandient. Een kleiner deel zijn kritische activisten, die zich ook tegen Hamas richten.’ Een van hen is Ahmed Abu Rtema (34), DE initiator van de Mars van de Terugkeer, zoals het protest heet. Die moet culmineren in een grote demonstratie op 15 mei, als de Nakba wordt herdacht.

Facebook

Ahmed Abu Rtema: 'Ik zat op een avond aan de grens met een paar vrienden te dromen over teruggaan naar ons land. Ik zag vogels vrijelijk heen en weer vliegen. Thuis schreef ik daar een Facebookpost over. Een paar weken later fantaseerde ik verder: wat als we met honderdduizenden vluchtelingen vreedzaam naar de grens zouden gaan? Daar kampen zouden bouwen?' Hij ging slapen, de volgende ochtend was zijn post viraal gegaan.

Er werd een comité gevormd waarin alle politieke facties meedoen. Afspraak was: geen geweld en geen concurrerende vlaggen. Bij dit protest wappert alleen de Palestijnse vlag. Abu Rtema: ‘Het recht op terugkeer voelen alle Palestijnen als het meest heilige aan. Het protest op een vreedzame manier voeren maakt ons psterk, tegelijk laat het het lelijke gezicht van de bezetting zien.’ Hij noemt de Mars van de Terugkeer een schreeuw om leven. ‘Wij sterven hier een langzame dood. We roepen tegen de wereld ons niet te vergeten.’

In de Palestijnse samenleving is het uitzonderlijk dat de strijdende facties en families samenwerken. In Gaza gaat Hamas met de eer lopen. Die partij is er keizer, generaal én mediamagnaat. Nog maar kort geleden was iedereen in Gaza kwaad over de weer mislukte verzoening tussen Hamas en die andere Palestijnse beweging Fatah. Reham Owda: ‘Iedereen was zo teleurgesteld. Maar het is Hamas gelukt die negatieve emoties een andere wending te geven. Alle frustraties en woede zijn weer tegen Israël gericht. En het succes voor Hamas is nog groter omdat Israël met zoveel geweld reageert. Iedereen praat daarover, en niet meer over Hamas.’

Hoe Hamas het protest probeert te kapen, bleek als cameraman Yaser Murtaja (31) door een Israëlische scherpschutter werd vermoord. Binnen de kortste keren was hij een held in Gaza, gestorven voor het vrije woord. Dan ontfermt ook Hamas zich over hem. Bij een herdenkingsbijeenkomst hangen metershoge portretten van Murtaja met zijn camera in de aanslag als was het een raket. ‘Ga allemaal staan’, zegt Salama Maroof, hoofd van het ministerie van Media, ‘en zeg mij na: We zweren bij God’. Ze herhalen als in een gebed. ‘Dat we doorgaan op de weg van Yaser, onze martelaar.’ Maroof maakt bekend dat een conferentiezaal op het ministerie vernoemd wordt naar de gedode journalist. De ironie: Hamas is geen voorvechter van vrije nieuwsgaring. Integendeel, journalisten die kritisch over Hamas schrijven worden zonder pardon opgepakt.

Alweer Hamas

De geestelijke vader van het protest, Abu Rtema, is het niet ontgaan dat Hamas zich het protest wil toe-eigenen. Hij heeft als criticus zelf zijn problemen met Hamas gehad, en is geen fan van hen. Hij vindt het zichtbaar vervelend dat de buitenwereld zich alweer met Hamas bezighoudt.

‘Iedere fractie profiteert van het succes. Ik wil bij de kern van ons probleem blijven: de Israëlische bezetting. Jongeren hier hebben een horizon nodig, een toekomst. De blokkade ontneemt hen alle hoop. Dat is wat de wereld moet zien.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect