Erdogan: 'We hebben de poorten naar Europa opengezet'

Er vonden zaterdag onder meer opstoten plaats aan de grenspost tussen het Turkse Pazarkule en het Griekse Kastanies. ©AFP

Turkije houdt migranten die naar Europa willen niet meer tegen. Volgens de Turkse president Recep Tayyip Erdogan staken al 18.000 vluchtelingen de grens met de EU over. De Griekse politie zet traangas en rubberen kogels in om de migranten tegen te houden.

Turkije had vrijdag aangekondigd niet langer migranten tegen te houden die naar Europa willen. De grens- en kustwacht kreeg de opdracht te laten betijen. Het land komt daarmee zijn akkoord met de Europese Unie niet langer na. Europa betaalt Turkije sinds de vluchtelingendeal in 2016 6 miljard euro om in eigen land vluchtelingen op te vangen.

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan stelt dat er in één dag tijd zeker 18.000 migranten de grens tussen Turkije en Europa overgestoken zijn.  'Wat deden we gisteren? We hebben de poorten opengezet. We zullen ze niet sluiten...Waarom? Omdat de Europese Unie haar beloften moet nakomen', verklaarde hij zaterdagochtend. Hij vindt dat de EU Ankara te weinig helpt de lasten van de vluchtelingenstroom te dragen. Erdogan zei te verwachten dat tot en met zondag tussen de 25.000 en 30.000 vluchtelingen Europa zullen binnentrekken.

Opstoten

Duizenden migranten brachten de nacht door aan de grens. Zaterdagvoormiddag gooiden sommige migranten gooiden stenen naar de ordediensten. De politie repliceerde met traangas. De opstootjes vonden plaats aan de Turkse grenspost Pazarkule (Kastanies aan de Griekse zijde).

Griekenland zei in 24 uur tijd 4000 mensen te hebben tegengehouden die het land binnen wilden komen. 'In de nacht hebben veiligheidsdiensten illegale grensoverschrijdingen vermeden', zei de Griekse minister van Defensie, Nikos Panagiotopoulos.

Athene stuurt versterkingen naar de grenzen op het land en gaat ook de zeegrenzen beter bewaken. 'De regering zal doen wat nodig is om de grenzen te beschermen', maakte een regeringswoordvoerder bekend.

Vergelding

De vluchtelingenkwestie volgt nadat donderdag bij een luchtaanval in de Syrische provincie Idlib zeker 33 Turkse militairen zijn omgekomen. De aanval zou volgens Ankara zijn uitgevoerd door het Syrische regeringsleger of Rusland, dat militaire steun geeft aan het Syrische regime van president Bashar al-Assad.

Turkije reageerde vrijdag met artilleriebombardementen op stellingen van het Syrische regeringsleger. In de nacht van vrijdag op zaterdag vernielde Ankara naar eigen zeggen een 'installatie van chemische wapens' van de Syrische overheid in het noordwesten van het land. Ook andere doelwitten werden gebombardeerd.

Damascus is al meermaals beschuldigd van het gebruik van chemische wapens sinds het conflict in Syrië in 2011 uitbrak. De Syrische regering ontkent dat en stelt zich te hebben ontdaan van chemische wapens. Maar veel waarnemers twijfelen daar aan.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud