Hoe kunnen ze?

©REUTERS

Het gebied in het Midden-Oosten tussen de Tigris en de Eufraat, het Tweestromenland waar de wieg van de beschaving staat, lijkt teruggekatapulteerd naar de middeleeuwen. De strijders van IS spreiden op hun veroveringstocht hallucinante terreur en bloeddorstigheid tentoon. Deze week gingen de beelden de wereld rond van de duizenden jezidi’s, een Iraakse religieuze minderheid, die door IS klemgezet zijn op een berg in Noord-Irak. Met de keuze: omkomen op de berg of afdalen en gedood worden door IS-strijders, die hen voor duivelaanbidders aanzien.

Wat evenzeer choqueerde, was een foto van een tafereel in de Syrische stad Raqqa. Daarop houdt een jongetje, naar verluidt de zoon van de Australische IS-strijder Khaled Sharrouf, het afgehakte hoofd van een man omhoog. Hij poseert trots, lijkt het. Lacht zijn melktanden half bloot, de kinderhandjes ondertussen wit samengeknepen rond enkele plukken haar op het dode hoofd dat hij aan de camera toont. ‘Een van de meest verstorende, misselijkmakende, groteske beelden die ik ooit gezien heb’, zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry. Op een ander beeld van een tijdje geleden is te zien hoe IS-strijders voetbal spelen met het hoofd van een gedode tegenstander. Het was op Twitter gezet met de WK-hashtag (#WorldCup2014).

Op het internet is de voorraad gruwelijke filmpjes en foto’s onderhand schier eindeloos. IS heeft ze meestal zelf verspreid, de filmpjes komen soms in gelikte hogedefinitiekwaliteit. Alsof ze gemaakt zijn door morbide cineasten die mikken op een massapubliek dat ‘kwaliteit’ gewend is. Ze doen duizelen. En vooral, vragen stellen. De meest voor de hand liggende eerst. Hoe is het mogelijk? Hoe bestaat het? En, waar stopt het? IS ontstond uit de Iraakse tak van de terreurgroep Al Qaeda, maar een substantieel deel van de naar verluidt meer dan 10.000 IS-strijders komt niet uit het Midden-Oosten, maar uit allerlei andere hoeken van de wereld. Van Noord-Afrika tot Zuid-Amerika en van Australië tot Scandinavië. En ook uit ons land. Vaak zijn het jonge mensen die nog nooit een wapen vastgehad hebben, laat staan een oorlog van dichtbij meegemaakt of iemand gedood.

Vlucht vooruit

KORT

IS of de Islamitische Staat ontstond uit Al Qaeda in Irak, de terreurtak van de Jordaniër Abu Mosab al-Zarqawi die in 2006 door de Amerikanen gedood werd. 

De soennitische terreurbeweging, vandaag geleid door de Irakees Abu Bakr al-Baghdadi, maakte van het machtsvacuüm in Syrië gebruik om zich op te werpen als staat. Ze controleert volgens experts een derde van Syrië en een kwart van Irak, een gebied groter dan Groot-Brittannië dat bewoond wordt door 6 miljoen mensen. 

 Het is onduidelijk hoeveel IS-strijders er zijn. Ramingen lopen uiteen van 10.000 tot ettelijke tienduizenden.Een substantieel deel van hen komt niet uit het Midden-Oosten.Er zou ook een aantal Belgische moslims meestrijden metIS.

IS is atypisch, niet alleen omdat ze zich profileert als staat, maar ook door het gruwelijke geweld dat ze tegen ‘ongelovigen’, vaak sjiitische moslims, gebruikt. Al Qaeda distantieerde zich onder meer daarom eerder dit jaar van IS.

Met haar drieste geweld jaagt IShaar tegenstanders schrik aan, maar probeert ze ook almaar meer mensen mee te sleuren in de oorlog.Net zoals beschreven staat in haar ideologische bijbel ‘The Management of Savagery’, het werk van een of meerdere Al Qaeda-ideologen.Voorts is het een propagandamiddel om gefrustreerde moslims wereldwijd te ronselen.

 

Als we Pieter Van Ostaeyen, een burgerjournalist die internationaal aanzien verwierf met zijn opvolging van de oorlog in Syrië en Irak, polsen over het extreme IS-geweld houdt hij het kort. ‘‘The Management of Savagery’, op dat werk gaat het allemaal terug. Google het, lees mijn Twitter-berichten, je vindt het wel.’ ‘The Management of Savagery’, een pdf’je van enkele tientallen pagina’s dat vrij te downloaden is op het internet, is het ideologische draaiboek waarop IS zich baseert. Het werd afgewerkt in 2004 door Abu Bakr Naji, een naam waarachter wellicht een of meerdere Al Qaeda-ideologen schuilgaan. Het boek stamt uit een periode waarin een deel van Al Qaeda al gedesillusioneerd in de touwen lag. De oorlog tegen het Westen leverde weinig tastbaars op, laat staan dat hij veel steun bij moslims genoot.

‘The Management of Savagery’ betekende een radicale vlucht vooruit. Een vlucht in een barbaarse strijd op het thuisfront om tot een soennitisch kalifaat te komen in de Arabische wereld. Het stelt een terugkeer naar de zuivere islam voorop, met de sharia als leidraad. Vijanden van dat plan moeten worden ‘afgeslacht en bang gemaakt’. ‘Ruw geweld’ is belangrijk omdat het ‘effectief is in tijden van nood’, staat er. ‘Het doet de vijand duizend keer nadenken vooraleer hij durft aan te vallen.’

En het werkt polariserend. ‘Het sleurt meer mensen in de oorlog. De oppositie moet worden opgepookt, zodat elk individu kant moet kiezen. De strijd moet zeer gewelddadig worden, zodat de dood maar een hartslag ver weg is. Iedereen moet zich realiseren dat de strijd geregeld tot de dood leidt. Dat zal een krachtig motief zijn om zich aan te sluiten bij het waarachtige kamp. Beter waarachtig te sterven in deze wereld dan in valsheid, en zowel deze wereld als die erop volgt te verliezen.’

De leer vond aftrek bij de volgelingen van Abu Mosab al-Zarqawi, het bijzonder gewelddadige Jordaanse Al Qaeda-kopstuk dat in 2006 in Irak gedood werd door de Amerikanen. Uit zijn ‘Al Qaeda in Irak’ ontpopte zich vele jaren later IS, gevoed door de onderdrukking van soennieten die volgde op de val van de Iraakse dictator Saddam Hoessein, het wegvallen van een welomlijnde staatsstructuur in Syrië, en kort daarop, in Irak.

‘Daar komt bij dat IS zich als staat opstelt’, zegt Joas Wagemakers, islamoloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen die al jaren onderzoek verricht naar moslimextremisme. ‘Dat betekent dat ze de wet wil afdwingen, mensen wil bestraffen, en vindt dat ze daarvoor aan niemand verantwoording hoeft af te leggen. Omdat ze zich op de sharia beroept, geniet dat grote legitimiteit en bovendien komt daar soms geweld bij kijken. Denk aan handen afhakken bij diefstal.’

‘Maar’, gaat hij voort, ‘IS interpreteert de bronnen van de islam ook in haar voordeel, om de strijd te faciliteren. In de islamitische juridische traditie is ook sprake van kruisigingen en onthoofdingen, maar die vinden in een andere context plaats. Zo zegt de Koran dat je in oorlogssituaties met zwaarden mag inhakken op de nek van ongelovigen, maar IS doet het ook in situaties die niet als oorlogssituaties kunnen worden beschouwd. Volgens sommige islamitische critici van IS mogen lijfstraffen enkel als er een echte islamitische staat is, en die biedt IS volgens hen niet. Ze straft wel mensen, maar ze garandeert geen bescherming. Nog volgens sommige critici druist het geweld tegen vrouwen en kinderen al helemaal in tegen de islam. Volgens uitspraken die aan de profeet Mohammed worden toegeschreven is dat enkel toegestaan bij een nachtelijke aanval als de vijand niet goed zichtbaar is. Het is duidelijk dat IS ook geweld gebruikt als een militaire strategie om zijn expansie te dienen.’ Net als in ‘The Management of Savagery’ beschreven staat.

Door zijn brutaliteit kon IS in relatief korte tijd zoveel terrein veroveren, stellen experts. De procedés zijn vaak dezelfde. In Irak werden basissen van het makke leger overrompeld met zelfmoordaanslagen, waarop ze omsingeld werden door een indrukwekkende troepenmacht in lichte, snelle voertuigen. Veel soldaten gaven zich over voor het tot een echt treffen kwam. Als grotere gebieden worden geviseerd, zaait IS zoveel terreur met aanslagen tot de complete chaos ontstaat. Als het zwakke, suf getergde centrale gezag zijn troepen terugtrekt uit het gebied, stormen die van IS binnen. De ontredderde bevolking die ze op hun pad kruisen, wordt vervolgens overdonderd: niet-soennitische heiligdommen worden vernietigd, achtergebleven veiligheidstroepen gevangen en weggevoerd, de zwarte IS-vlag gehesen. Daarna installeert IS zijn eigen politiemacht, islamrechtbanken en voorziet het in voedsel en medische zorg.

Draaiende centrifuge

Rest de vraag hoe IS haar strijders overtuigt om mee te stappen in haar drieste terreur. Met het kalifaat, een monolithisch moslimrijk dat de koloniale grenzen overstijgt, voor ogen? Dat kan maar een deel van de verklaring zijn. Want is het dan maar zo’n kleine stap om iemand de keel over te snijden, te kruisigen, te verkrachten als er plots een hoger doel bij komt kijken? Islamoloog Wagemakers: ‘Een deel van de strijders is ter plekke geradicaliseerd. Ze hebben bijvoorbeeld in Syrië de gifgasaanvallen van het regime van dichtbij meegemaakt, vinden steun in de islam en komen in een klimaat van almaar groter wantrouwen terecht. Een overheid, zoals in Syrië, die een opstand neerslaat, creëert een context waarin die radicalisering nog aan geweld wint en waarin alle partijen naar uiterste standpunten worden gedreven. ‘Centrifugal tendencies’ heet dat in de literatuur. Die centrifuge draait nu op volle kracht, en wint nog aan sterkte.’

En de strijders die uit het buitenland komen? ‘Daar zijn avonturiers bij, maar onderschat niet dat IS voor velen van hen een verhaal van idealisme en hoop biedt, ondanks de lugubere modus operandi’, stelt Bilal Benyaich, politicoloog en migratie- en integratie-expert bij de denktank Itinera. ‘Ze zijn gefrustreerd, omdat ze vinden dat de moslimwereld onder de knoet wordt gehouden door het Westen en zijn zogenaamde ongelovige Arabische lakeien waardoor die ‘pure islamstaat’ uitblijft. Sommige Belgische Syriëstrijders keerden ontgoocheld terug, maar van een harde kern van enkele tientallen is geweten dat ze zich aangesloten hebben bij IS en consorten. Ze zijn getuige van oorlogsmisdaden of ze begaan ze zelf. Groepsdruk speelt daarbij een rol, maar onderschat niet dat sommigen al jaren een toenemend klimaat van haat tegenover andersgelovigen absorberen via reactionair-islamitische tv-zenders en op sommige islamfora op het internet. Als ze vertrekken en in islamitische milities terechtkomen, zijn ze in principe al in staat om te verkrachten en hoofden af te hakken in naam van dat hogere doel, die ‘zuivere moslimstaat’.’

Montasser Al-De’emeh, die als doctoraatsstudent aan Universiteit Antwerpen onder meer onderzoekt waarom Belgische moslims gaan vechten in Syrië, beaamt dat. ‘Vaak hebben de jongeren die vanuit België naar daar trekken weinig kritisch vermogen en weinig basiskennis over de islam. Ze voelen zich niet goed in eigen land en voor een deel zijn ze al beïnvloed door propaganda op sociale media, door beelden over de oorlog in Syrië of Gaza. IS biedt hun een project dat uitzicht geeft op eerherstel. Op de internetsites die die jongeren bezoeken, zie je dat de tegenstanders van dat project systematisch worden ontmenselijkt. Ze worden weggezet als andersdenkenden, vijanden van het kalifaat, ongelovigen, stoorzenders die tegenwerken waardoor het gerechtvaardigd is om hen te doden of te bestrijden. Veel jongeren kicken nog voor hun afreis al op het geweld dat daarbij nodig zal zijn.’

Die ontmenselijking is een rode draad door de IS-propaganda. In verschillende filmpjes worden gevangenen eerst vernederd en beschimpt vooraleer ze worden geëxecuteerd. In Dabiq, het magazine van IS dat in verschillende talen op het internet circuleert, staan foto’s van verschroeide lichamen van Iraakse soldaten met ‘rafidi’ erboven, een scheldnaam voor sjiieten, letterlijk: ‘zij die verwerpen’. ‘In wezen doet IS hetzelfde als de nazi’s voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Joden. Je beeldt de vijand af als niet-menselijk. Als insecten, ratten, luizen. Als een wezen dat lager in de hiërarchie staat’, zegt David Livingstone Smith, professor filosofie aan de Universiteit van New England. Hij schreef twee jaar geleden ‘Less than Human’, een bekroond boek over hoe ontmenselijking werkt in oorlogstijd, en zo de deur openzet voor de grootste gruwel.

‘Mensen doden elkaar niet in normale omstandigheden. Van nature zijn we afkerig van andermans bloed. We zijn een soort die in grote groepen samenleeft en drijft op samenwerking. We hebben mentale barrières die ons ervan weerhouden iemand anders een kogel door het hoofd te jagen. Maar die grenzen kunnen worden gesloopt. Evolutionair houdt dat steek, omdat geweld ook vaak vooruitgang betekent. Kijk naar de geschiedenis: het levert land op, grondstoffen, macht. Je kunt die grenzen slopen door drugs, rituelen zoals ritmische gezangen, maar ook door afstand te creëren. Fysieke, zoals bij de militair die vanachter een bureau in Arizona met een drone een trouwpartij aan het andere eind van de wereld bombardeert. Hij hoort het geroep niet, hij ruikt het verbrande vlees niet. Maar ook psychologische afstand. Door te denken: ik ben een mens, mijn vijand niet.’

‘Propaganda kan voor zo’n state of mind zorgen: de nazi’s geloofden echt dat Joden Untermenschen waren, net als de IS-strijders geloven dat hun geloof hen boven de zogenaamde ‘ongelovigen’ verheft. De stap naar zo’n toestand is klein. Jij kunt iemands hoofd afhakken, ik evenzeer. Zelfs als je bent opgegroeid in België, ja. Het waren toch de Belgen die niet zo lang geleden in Congo tekeergingen? Wat is België een geciviliseerd land, hè.’

‘Elke mens kan extreem wrede dingen doen als hij zijn slachtoffers niet meer als mensen ziet. Dan begint dezelfde creativiteit te werken als die waarmee Michelangelo de Sixtijnse Kapel schilderde. Dan kunnen mensen voetbal spelen met het hoofd van hun vijand, zoals de IS-strijders doen. Het toont hoe triviaal ze het leven van hun tegenstander vinden. Dat is niet beestachtig en niet onmenselijk. Het klinkt paradoxaal, maar het is net erg menselijk. Dieren doen dat niet, dieren plegen geen genocides. Het is een unieke menselijke eigenschap. De IS-terreur toont hoe de mindset van die strijders in elkaar zit. Ze zijn zeer overtuigd en toegewijd, net als de nazi’s indertijd. Ze zijn immuun voor jouw en mijn logica. They’re out of touch. Dat maakt hen geweldig sterk, maar ook geweldig kwetsbaar, zou je kunnen zeggen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud