Internationale inspecteurs wacht zware taak in Douma

Er is geen garantie dat de inspecteurs de echte slachtoffers van de gifgasaanval te zien krijgen. ©EPA

Inspecteurs zijn in het Syrische Douma gearriveerd om te onderzoeken of er sprake was van een gifgasaanval. Het Westen vreest dat de bewijzen zijn weggewerkt.

Na vier dagen wachten kreeg een inspectieteam van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) vandaag de toelating om naar Douma te trekken, meldde de Syrische staatstelevisie. In die voorstad van Damascus vond op 7 april vermoedelijk een gifgasaanval plaats waarbij volgens lokale hulporganisaties tientallen doden vielen.

De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk beschuldigden het regime van Bashar al-Assad ervan achter de aanval te zitten, maar die ontkent dat. 

Een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei dinsdagavond dat de VS over inlichtingen  beschikken die aantonen dat zowel chloorgas als het zenuwgas sarin zijn gebruikt. 

Inspectie

Onder internationale druk stemde Syrië in met een inspectie door de OPCW. Maar de experts van onafhankelijke organisatie werden na hun aankomst in Damascus zaterdag aan het lijntje gehouden. Volgens Syrië en zijn bondgenoot Rusland was de situatie in Douma te onveilig om de OPCW-missie naar Douma te sturen. Zij verwezen naar de raketaanvallen die de Amerikanen, Fransen en Britten zaterdag hebben uitgevoerd als vergelding voor de gifgasaanval.

Het is zeer waarschijnlijk dat bewijzen en essentieel materiaal zijn verdwenen.
Frans Ministerie van Buitenlandse Zaken

Volgens het Westen maakten de Syriërs en de Russen van het uitstel gebruik om alle sporen van de gifgasaanval uit te wissen. Na de aanval viel Douma weer in handen van het Syrische regime. Dat gebeurde nadat de strijders van de islamistische militie Jaish al-Islam vorige week hadden ingestemd met een evacuatie naar rebellengebied in het noorden van Syrië. Daardoor kreeg het regime-Assad vrij spel in de gewezen rebellenenclave.

‘Het is zeer waarschijnlijk dat bewijzen en essentieel materiaal zijn verdwenen van de site’, poneerde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken gisteren in een mededeling. Eerder hadden de Verenigde Staten al een soortgelijke beschuldiging geuit. ‘We hebben begrepen dat de Russen de plaats van de aanval hebben bezocht’, zei Kenneth Ward, de Amerikaanse ambassadeur bij de OPCW, maandag. Zij zouden volgens hem het onderzoek door de OPCW willen saboteren.

Volgens de Amerikanen was het inspectieteam dinsdagavond nog altijd niet aangekomen in het verdachte gebied.

Poetin

Syrië en Rusland ontkennen de beschuldigingen met klem. ‘Ik kan garanderen dat Rusland niet met de site heeft geknoeid’, zei de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov. De woordvoerder van president Vladimir Poetin beweerde dat zijn baas vanaf het begin vragende partij is geweest voor een ‘onafhankelijk onderzoek’ door de OPCW. ‘Daarom zijn de beschuldigingen tegen Rusland helemaal ongegrond’, zei hij.

Net zoals het Syrische regime betwist Rusland ook de westerse berichten over de gifgasaanval, al verspreidde het wel verschillende versies. Lavrov beweerde onlangs dat de Withelmen, een Syrische hulporganisatie van vrijwilligers, de aanval in scène hebben gezet met de hulp van hun westerse bondgenoten. Maar Moskou ontkende ook dat er sprake was van een gifgasaanval. Russische experts vonden in Douma naar verluidt geen aanwijzingen.

Het is verre van zeker dat de OPCW-experts klaarheid kunnen scheppen. Het is niet hun opdracht om de verantwoordelijken voor de vermoedelijke aanval aan te wijzen. Ze moeten enkel uitmaken of er een gifgasaanval heeft plaatsgevonden. Het is de bedoeling dat ze daarvoor bodemstalen verzamelen, gewonden en doden onderzoeken en ooggetuigen ondervragen. Maar na de Syrische machtsovername in Douma kan niemand garanderen dat de inspecteurs ook de echte slachtoffers te zien krijgen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud