Advertentie

Jaar na explosie hoopt Libanon op gerechtigheid

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir legt samen met Nazih El-Adm, de vader van een van de twee Belgische slachtoffers van de explosie in Beiroet, een krans neer aan het monument voor de slachtoffers. ©BELGA

Met de explosie in de haven van Beiroet vorig jaar leek voor Libanon het dieptepunt bereikt. Sindsdien ging het alleen maar verder bergaf. Het gerechtelijk onderzoek botst op een onwillige politieke elite en de Libanezen zijn op. ‘Hoelang kan dit nog doorgaan?’

‘De graansilo’s zijn gebouwd toen ik acht jaar was. Het gewapend beton had zelfs de burgeroorlog overleefd. Voor ik mijn dochter zag sterven, zochten mijn ogen de silo’s. Toen ik zag hoe erg ze eraan toe waren, wist ik dat het een uitzonderlijke explosie was geweest.’ De loden hitte die als een deken boven de haven van Beiroet hangt, lijkt Nazih El-Adm niet te deren. In een piekfijn blauw pak, met een pin van een foto van zijn dochters op zijn borst gespeld, vertelt de cardioloog over wat allemaal gebeurd is sinds 4 augustus 2020, ‘de dag waarna er alleen nog maar nacht was’.

Die avond werd Beiroet getroffen door een van de zwaarste niet-nucleaire explosies uit de geschiedenis. In de haven ontplofte een grote hoeveelheid ammoniumnitraat, met een knal die zelfs in Cyprus 260 kilometer verderop gevoeld werd. De ontploffing verwoestte hele wijken, goed voor 4,6 miljard dollar schade. 218 mensen kwamen om, meer dan 7.000 raakten gewond en 300.000 inwoners van Beiroet raakten hun huis kwijt.

De dochter van El-Adm, Krystel, was een van de twee Belgen die bij de explosie omkwam. Na de klap belde ze hem zwaargewond om hulp, maar het verkeer zat vast en de ziekenhuizen waren verwoest. Uiteindelijk zou ze in zijn armen sterven. Ter ere van haar legde El-Adm woensdag samen met minister van Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir (Vooruit) een krans aan het monument voor de slachtoffers.

Gerechtigheid

Een jaar na de feiten is de plek nog altijd een puinhoop van verbogen staal, vuilnis en autowrakken. Op ground zero, waar havenloods 12 stond, creëerde de explosie een extra stuk zee. Er liggen nog altijd omgeslagen en gehalveerde schepen. Daarachter torenen de graansilo’s die door hun robuustheid een deel van Beiroet voor erger hebben behoed. Duiven voeden zich van de bergen graan. De lading van de verwrongen scheepscontainers is onaangeroerd.

Libanese politici toonden de voorbije 30 jaar één rode draad: de neiging tot zelfverrijking, wanbeleid en passiviteit.

Ook het onderzoek naar de feiten staat nog nergens. De ngo Human Rights Watch concludeerde in augustus dat iedereen die ertoe doet op de hoogte was van de gevaarlijke lading in de haven, maar in Libanon is nog niemand veroordeeld omdat politici zich achter hun immuniteit verschuilen. Voor El-Adm is het duidelijk: ‘Die mensen zeggen dat ze in naam van de gerechtigheid spreken, maar ze willen de gerechtigheid begraven. Hoelang kan dit nog doorgaan?’

De explosie in de haven staat symbool voor de manier waarop Libanon langzaam evolueert van het Parijs van het Midden-Oosten tot een failed state. De peetvader van dat verval is de politieke elite, die voor een groot deel bestaat uit oude militieleiders uit de burgeroorlog, inclusief mensen van Hezbollah, de sjiitische militie en partij die het land de facto controleert. De voorbije 30 jaar regeerden ze in wisselende constellaties over het land, met één rode draad: de neiging tot zelfverrijking, wanbeleid en passiviteit.

Dafalgan

Daarmee haalden ze ook de ooit bloeiende Libanese economie onderuit, nog voor de coronapandemie en de explosie die verder de dieperik induwden. De oorlog in Syrië deed de broodnodige dollarstromen vanuit het buitenland opdrogen, terwijl de elite de banken bleef leegroven. Toen duidelijk werd dat er geen geld meer op de bankrekeningen stond, moest de koppeling tussen de dollar en de Libanese pond worden losgelaten en kelderde de nationale munt.

Meer dan de helft van de Libanezen leeft onder de armoedegrens.
Abdallah Alwardat
Topman Wereldvoedselprogramma in Libanon

Omdat het land bijna alles importeert - vooral voedsel - had dat catastrofale gevolgen voor de koopkracht van de Libanezen. Voor velen zijn basisvoorzieningen als eten en medicijnen onbetaalbaar geworden. Buitenlanders wordt gesmeekt maandverband en Dafalgan mee te brengen.

Ook het Wereldvoedselprogramma, dat aanvankelijk in Libanon neerstreek om de Syrische vluchtelingen bij te staan, moet almaar meer Libanezen helpen. Dicht bij de haven, in een loods die ooit een sporthal was tot de explosie het dak wegvaagde, deelt de VN-organisatie dagelijks voedselpakketten uit aan zo’n 900 mensen. In het hele land helpt het 70.000 van de meest kwetsbare Libanezen.

‘Het plan is om dat dit jaar op te trekken tot 100.000', zegt Abdallah Alwardat, de topman voor Libanon. ‘De noden liggen nog een pak hoger, want meer dan de helft van de 4 miljoen Libanezen leeft onder de armoedegrens.’

Olietanker

Net als voedsel is ook olie een schaars goed geworden. Niet omdat er geen aanbod is, vanuit het vliegtuig zie je de olietankers voor de haven voor anker liggen. Maar de overheid kan de olieprijzen niet meer betalen. Daardoor staan in Beiroet files voor de tankstations. Omdat generatoren het kaduke elektriciteitsnetwerk vervangen, kampt het met massale elektriciteitstekorten. Veel gezinnen hebben maar vier uur stroom per dag.

De Libanezen hopen dat de nieuwe regering van de steenrijke zakenman Najib Mikati de vrije val van het land kan keren en gerechtigheid kan brengen. Ze doen dat tegen beter weten in, want de nieuwe ploeg is stevig gelinkt aan de oude. Mikati beloofde maandag in het parlement, die vertraging opliep omdat de elektriciteit uitviel, 'licht te brengen in de diepe duisternis'. Maar El-Adm is sceptisch. ‘Un blanc bonnet est un bonnet blanc. Er is niets veranderd. Absoluut niet.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud