Advertentie
analyse

Libanezen vinden amper eten, brandstof en cash

©Marwan Naamani/dpa

Libanon, de ‘parel van het Midden-Oosten’, is in vrije val. Het land zakt razendsnel weg in een economisch en sociaal moeras. ‘We beleven een collectieve depressie. We worden elke dag boos wakker.’

Beiroet, de hoofdstad van Libanon, had het allemaal. Cultuur, chique restaurants, tal van kunstgalerijen en gezellige koffiebars. Het ‘Parijs van het Midden-Oosten’ barstte van de culturele en historische aantrekkingskracht. De inwoners, vaak polyglotte en ongedwongen bon vivants, lieten het zich welgevallen en feestten tot in de vroege uurtjes in een van de vele clubs die het nachtleven rijk was.

Dat plaatje lijkt opnieuw voltooid verleden tijd. Het land dat begin jaren 90 herrees uit anderhalf decennium burgeroorlog, kent anno 2021 een snelle vrije val. De Wereldbank ziet het afstevenen op een van de ergste financiële crises ter wereld sinds het midden van de 19de eeuw.

Het leven is er onbetaalbaar geworden. Met een inflatie van 100 procent verdubbelden de prijzen in een jaar tijd. Vooral levensmiddelen en brandstof werden zo goed als onbetaalbaar. Voor basisproducten als brood en melk moet je maar liefst drie keer zoveel neertellen.

De essentie

  • De Libanese economie stort in. Basisproducten zijn onbetaalbaar geworden en ook de middenklasse wordt meegesleurd in de val.
  • De premier waarschuwt voor een ‘sociale explosie’ en smeekt om hulp. Maar internationaal is het geduld met de zoveelste corrupte en incompetente Libanese regering op.
  • Frankrijk probeert sancties tegen het land te forceren, maar stoot op gemor in Europa. ‘Het is een gevaarlijk precedent’, klinkt het.

Elke buffer of voorraad raakt stilaan op. De import is te duur geworden. Er is een tekort aan basisproducten: voedsel, ben- zine en elektriciteit. Melkpoeder voor baby’s is onbetaalbaar. ‘Dagelijks valt de stroom zo’n acht tot twaalf uur uit’, zegt Serge Dagher, een 40-jarige ondernemer uit Beiroet. ‘Alleen een generator houdt het licht aan.’ Via WhatsApp vertelt Serge hoe hij uren in de rij aanschuift bij een tank- station. ‘Als we geluk hebben, kunnen we onze tank een beetje vullen.’

Ook aan medicijnen is een tekort. Op de sociale media ging het verhaal van de tien maanden oude Jouri viraal. Na drie dagen hoge koorts stierf het meisje in een dorpje ten zuidoosten van Beiroet. Volgens haar familie door het gebrek aan medicijnen. ‘We leven in een land waar de ziekenhuizen geen medicijnen hebben en de apotheken gesloten zijn’, zei haar oom aan het persagentschap AFP. Het Libanese ministerie van Volksgezondheid beloofde een onderzoek.

Genadeslag

De neergang van Libanon is al even aan de gang. Achter de toeristisch gehypete ‘parel van het Midden-Oosten’ schuilen eroderende staatsstructuren die kreunen onder corruptie en wanbeleid. Het multiconfessioneel land van 18 religies is het slachtoffer van een politieke elite die sectaire belangen en zelfverrijking boven het nationaal belang plaatst.

In 2019 trok het volk de straat op. Wat potentieel een groots volksprotest - een Libanese Lente - kon worden, werd in de kiem gesmoord door het coronavirus. Ook de al erg wankele economie kreeg een onverwachte uppercut. In maart 2020 al verzuimde de regering een schuld van 1,2 miljard dollar terug te betalen.

En dan moest de genadeslag nog komen. Op 4 augustus ontplofte een opslagplaats voor ammoniumnitraat in de haven van Beiroet. De explosie legde een deel van de hoofdstad plat. Bijna 200 mensen stierven, 6.000 raakten gewond en 300.000 van de 2,2 miljoen inwoners werden dakloos. Het was de dramatische tol van jaren incompetentie en nalatigheid.

Ons gezin kwam niets tekort. Dat is nu voorbij. We halen het einde van de maand niet meer.
Serge Dagher
Ondernemer in Beiroet

De economie stort verder in. De Liba- nezen verarmen zienderogen en ook de middenklasse wordt meegesleurd. ‘Ik heb het financieel altijd goed gehad’, zegt Serge. ‘Een goede baan, een goed inkomen en een mooi huis. Ons gezin kwam niets tekort. Dat is nu voorbij. We halen het einde van de maand niet meer.’

Serge heeft voldoende geld op de bank staan, maar daar kan hij amper aan. ‘De banken blokkeren ons spaargeld. Het luttele deel dat we elke week mogen afhalen is door de devaluatie van de munt niets meer waard.’ De Libanese pond is in theorie aan de Amerikaanse dollar gekoppeld, maar dat werd in de praktijk losgelaten.

Armoede en honger pieken. Volgens de Verenigde Naties heeft 77 procent van de huishoudens niet genoeg geld om eten te kopen. Om toch wat extra inkomen te vergaren, houden almaar meer ouders hun kinderen van school om ze aan het werk te zetten. Volgens nieuwe cijfers van Unicef werkt ongeveer een op de tien kinderen.

Hulpkreet

Hassan Diab, de Libanese eerste minister, trok op 6 juli aan de alarmbel. ‘Het land staat op het punt om sociaal te exploderen’, klonk de noodkreet. ‘Ik doe een beroep op koningen, prinsen, presidenten en leiders van bevriende landen, en op de Verenigde Naties en alle internationale organisaties om Libanon te redden van de ondergang.’

Maar de vraag lijkt op een koude steen te vallen. Het geduld met de zoveelste Libanese regering is op. Sinds de ramp in de haven is het politieke instabiliteit troef. Eerste ministers volgen elkaar in sneltempo op. Het is een stoelendans die voor de buitenwereld moeilijk te volgen is. Maar wat hen bindt, zijn intenties zonder daden, corruptie, nepotisme en vaak ook incompetentie. Ook de groeiende invloed van de pro-Iraanse Libanese Hezbollah, die de belangen van het sjiitische deel van de bevolking behartigt maar ook in woord en daad pro-Iraans is, doet er geen goed aan.

Overheidssubsidies en -contracten worden uitgedeeld aan kennissen en de top maakt zich schuldig aan economische roofpartijen.

Het uitgewerkte patronagesysteem is het enige wat naar behoren lijkt te werken. De overheidssubsidies en -contracten worden uitgedeeld aan kennissen en de top maakt zich schuldig aan kleine en grote economische roofpartijen.

Als laatste reddingsboei zijn er de internationale financiële hulpinstellingen zoals de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). ‘Natuurlijk willen wij dat het IMF ons te hulp schiet’, zegt Serge. ‘Maar de regering wil niet op de vingers gekeken worden.’ De komende weken moet Libanon een plan indienen voor een nieuw hulpprogramma, maar Serge heeft er geen goed oog in. ‘We verwachten helemaal niets meer. Iedereen wordt boos wakker. We zitten in een collectieve depressie.’

Sancties?

Wie er wel in blijft geloven is de Franse president Emmanuel Macron. Hij wierp zich meermaals op als ‘de redder van Libanon’. Na de verwoestende explosie beloofde hij noodhulp, als er politieke hervormingen kwamen. Van dat laatste kwam weinig in huis. En de 300 miljoen dollar die werd opgehaald, was een druppel op een hete plaat voor een land met een staatsschuld van bijna 100 miljard dollar, zo’n 171 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Begin augustus plant Frankrijk een nieuwe hulpconferentie. Maar in een blanco cheque zonder garanties heeft geen enkele leider zin.

171
procent
Libanon torst een staatsschuld van bijna 100 miljard dollar, zo'n 171 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Macron zoekt een stok achter de deur om Libanon toch op het rechte pad te krijgen. Frankrijk voert de forcing in de Europese instellingen om het land sancties op te leggen. Maar achter de schermen klinkt gemor. ‘Sancties tegen Libanon omdat het er niet in slaagt een regering te vormen en omdat de politieke elite erop los klungelt, zijn een gevaarlijk precedent’, zeggen diplomaten van verschillende lidstaten - op voorwaarde dat ze anoniem blijven - aan De Tijd.

Verschillende van hen vinden het ook bijzonder inconsequent. ‘Wat met het buurland (Israël, red.) dat systematisch het internationaal recht en de mensenrechten schendt?’, klinkt het bij een Oostenrijkse diplomaat. ‘Dat krijg je niet uitgelegd in de Arabische wereld en bij delen van de eigen bevolking.’

Migratie

Door de vrije val verliezen velen de moed. Wat is de kans dat Libanezen de koffers pakken en vertrekken? Een vluchtelingenstroom uit Libanon is het laatste waar de Europese Unie op gerekend had. Integendeel, Libanon is zelf een van de belangrijkste opvanglanden van Syrische vluchtelingen, maar liefst een op de vier is er vluchteling. Toch is het een realistisch doembeeld als de crisis aanhoudt.

‘Ongetwijfeld zullen mensen vertrekken, zeker jonge mensen met een diploma die weinig te verliezen hebben’, zegt Serge. Maar lang niet iedereen kan of wil. De allerarmsten hebben geen geld om eten te kopen, laat staan om een ticket naar Europa te betalen.

Ook de rijkeren twijfelen. ‘Kijk naar mij en mijn gezin’, zegt Serge. ‘Mijn geld staat vast op de bank. Wat moet ik doen? Een zwervend vluchtelingenbestaan leiden en met mijn gezin in een tent gaan wonen? Daar pas ik voor.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud