‘Meeste Syriëstrijders vertrekken om nooit terug te keren'

‘Het is opmerkelijk hoe jongeren uit een beschermde omgeving in geen tijd ontmenselijken en als strijders in Syrië gruweldaden plegen.’ Pieter Van Ostaeyen werkt als IT’er, maar ontpopt zich ’s avonds tot internationale jihadiwatcher. Zelfs buitenlandse inlichtingendiensten lezen zijn blog.

Het lijkt bizar. Dat een historicus en arabist uit Mechelen in zijn vrije tijd kan uitgroeien tot een van de grootste kenners van de strijd in Syrië. Pieter Van Ostaeyen (37), in het dagelijks leven actief als IT’er, verzamelt op zijn blog informatie over de westerse jihadi’s op het slagveld in Syrië. Updates krijgt hij uit eerste hand, van de strijders zelf, met wie hij dagelijks in contact staat via sociale media. ‘Ik ben er gemiddeld zo’n vijf à zes uur per dag mee bezig, vaak tot een gat in de nacht’, zegt hij.

‘Afgezien van Pieter houdt nergens ter wereld een privépersoon zich vrijwillig en zo goed als non-stop bezig met dit onderwerp’, zegt onze Syriëcorrespondent Harald Doornbos. ‘Bovendien heb ik kunnen vaststellen dat zijn informatie erg betrouwbaar is.’ Doornbos raakte via Van Ostaeyen aan de eerste bewijzen voor de aanwezigheid van Vlaamse en Nederlandse extremisten op het slagveld in Syrië. Ruim een jaar geleden postte Van Ostaeyen een intussen berucht filmpje waarin een strijder met zwaar Antwerpse tongval collega ‘Abu Dinges’ het advies gaf ‘enkel te schieten als je iets ziet’.

Zijn blog geniet groeiende autoriteit in binnen- en buitenland. Van Ostaeyen haalt steeds vaker buitenlandse media, vorige week nog The New York Times. Hij wordt ook druk gesolliciteerd door academici en analisten van buitenlandse denktanks. Naar eigen zeggen is hij nog nooit gecontacteerd door veiligheids- en inlichtingendiensten, maar zeker is dat ze zijn blog en Twitter-account in de gaten houden. ‘Minstens vier accounts die verbonden zijn met het departement Buitenlandse Zaken in de VS, volgen mij, evenals een pak volk in het Midden-Oosten. Ik heb ook één volger in Oman, zeker iemand van de lokale inlichtingendienst.’

Osama bin Laden

Belgische strijders

Brian De Mulder en Jejoen Bontinck zijn door de grote aandacht in de media de bekendste twee Belgische Syriëstrijders. Bontinck is intussen terug in België, maar De Mulder vecht nog altijd in Syrië. Onder zijn alias Ibrahim Abu Abderrahmaan is hij zoals de meeste jihadi’s gewoon op Facebook te vinden, waar hij regelmatig filmpjes, boodschappen en foto’s post over zijn leven als strijder in Syrië.

 

Waarom stort een hobbyist uit het Vlaamse Mechelen zich op de jihad in Syrië? ‘Ik heb als student twee thesissen geschreven over Saladin, de krijgsheer die in de 12de eeuw Jeruzalem heroverde op de christelijke kruisvaarders. In 1998 stuitte ik in Leuven per toeval op een Egyptische krant met een intrigerende coverfoto van de toen nog onbekende Osama bin Laden. Met de grootste moeite - ik sprak toen nog geen Arabisch - heb ik het artikel over zijn radicale boodschap zelf vertaald. Daarna ben ik me verder gaan verdiepen in het onderwerp. Steeds meer raakte ik ervan overtuigd dat een grote terroristische aanslag een kwestie van tijd was. Voor mij kwam het niet echt als een verrassing dat Al Qaeda verantwoordelijk bleek voor 9/11.’

Van Ostaeyen deed in 2003 examen bij de Staatsveiligheid. ‘Ik was geslaagd, maar er was op dat moment geen budget om mensen aan te nemen. Ik ben dan maar les gaan geven in de gevangenissen van Mechelen en Leuven-Centraal. Ik heb er in de praktijk gezien hoe jonge gedetineerden onder de invloed kwamen van extremisten en als radicale moslims de gevangenis weer verlieten.’

‘De Staatsveiligheid heeft me later nog een job aangeboden, maar ik heb gepast. Ik had intussen een vaste job en was ook mijn interesse in het onderwerp wat kwijt. Ze is pas teruggekeerd in 2008, na een reis van zes weken door Syrië. De moord op de Amerikaanse ambassadeur in de Libische stad Benghazi was in 2012 de aanleiding om met mijn blog te beginnen.’

Verslag in real time

De basis van zijn netwerk bouwde Van Ostaeyen op via sociale media. ‘Twitter, Facebook en YouTube zijn goudmijnen van informatie. Zowel de strijders als hun sympathisanten in het Westen zijn er gewoon openbaar te vinden. De oorlog in Syrië is de meest gemediatiseerde ooit, waarbij de strijders zelf in real time verslag doen over de aanvallen die ze uitvoeren. Er bestaan bijvoorbeeld twee Facebook-groepen die dagelijks nieuws over de Vlamingen en Nederlanders in Syrië posten. Daarnaast hebben de radicale verzetsbewegingen in Syrië verschillende accounts op Twitter en Facebook. Die worden ingezet als propaganda om jongeren over te halen voor de strijd in Syrië.

‘Mijn zoektocht op de sociale media verliep in het begin erg traag. Maar zodra ik de meest radicale accounts kende, ging het snel. Via analisten en officiële accounts van radicale groepen ben ik strijders en hun sympathisanten in het Westen beginnen te volgen. Intussen word ik zelf door tientallen van hen gevolgd. Met sommigen is er ook interactie. Zo is er een belangrijke jihadist met 9.000 volgers die zelf maar 83 accounts volgt. Ik ben een van hen, al snap ik niet goed waarom. Tegelijk bestaan er handige tools om doorgedreven analyses te doen. Dat maakt het mogelijk om via sociale media netwerken van extremisten in kaart te brengen.’

Van Ostaeyen heeft weet van ongeveer 400 Belgen in Syrië. ‘Zo’n 30 van hen zijn gesneuveld en in mijn database zitten er ongeveer 25 die teruggekeerd zijn naar België. Ik lees dat het Belgische overkoepelende antiterreurorgaan OCAD deze week melding maakte van 70 teruggekeerde strijders. Dat zou zeer goed kunnen.’

‘Het is niet evident om namen op de Belgische strijders te plakken, omdat ze zoals alle jihadi’s onder een ‘kunya’ of strijdnaam opereren. Toch zijn er ruim 130 met zekerheid geïdentificeerd. Het blijkt om de meest uiteenlopende profielen te gaan. Meestal gaat het om mannelijke twintigers, al zijn er ook een twintigtal vrouwen. Het zijn hoogopgeleiden maar ook werkloze schoolverlaters. Ze voelen zich stuk voor stuk bedrogen door onze maatschappij, zoals blijkt uit hun vele haatberichten aan Belgische politici.’

‘De jongste Belgische strijder is 13, een jongen die zijn broers achterna is gereisd. Hoe hij dat heeft klaargespeeld, is mij een raadsel. Maar het wijst toch op het bestaan van netwerken die strijders tot in Syrië brengen.’

Sharia4Belgium

Volgens Van Ostaeyen is er één rode draad die de Belgische strijders bindt. ‘Ze hebben zo goed als allemaal banden met de intussen opgedoekte extremistische beweging Sharia4Belgium. Leider Fouad Belkacem wacht in een Belgische cel op zijn proces, maar de meesten van zijn volgelingen zijn actief in Syrië.’

Het bewijs daarvan werd deze week geleverd door Azeddine Kbir Bounekoub, alias Abu Gastbijshaam. Die postte enkele dagen geleden een bericht op Facebook waarin hij opriep het voorbeeld te volgen van Mehdi Nemmouche, de Syriëstrijder achter de terreuraanslag op het Joods Museum in Brussel. Bounekoub was een van de meest notoire leden van Sharia4Belgium en wordt ook vervolgd in een groot terrorismedossier rond de beweging.

‘Sharia4Belgium is volgens mij ook de verklaring waarom de Belgen relatief gezien het grootste contingent buitenlandse strijders in Syrië vormen. Volgens het jongste rapport van het Internationale Centrum voor Radicalisering (ICSR) zitten in Syrië zo’n 11.000 buitenlandse strijders uit bijna 80 landen. Plaats de 400 Belgen tegenover de 700 à 800 Fransen, 500 Britten en 100 à 150 Nederlanders, en dan staat ons land per hoofd van de bevolking met voorsprong op de eerste plaats.’

Van Ostaeyen noemt ideologie de belangrijkste beweegreden voor vertrek. Centraal in de islam staat de umma, de gemeenschap van gelovigen. ‘If you hurt one member of the umma, you hurt the whole umma.’ De meesten vertrekken aanvankelijk met de oprechte bedoeling hun geloofsgenoten te helpen en te bevrijden van het juk van dictator Bashar al-Assad.’

‘De meesten - en zeker de Belgen - komen terecht bij de Islamitische Staat van Irak en de Levant (ISIL). Die militie is vele malen extremistischer en gewelddadiger dan rivaliserende rebellengroepen, waarvan Jabhat al-Nusra (de Syrische tak van Al Qaeda) de bekendste is. ISIL is zo extreem dat zelfs de leiding van Al Qaeda het nodig vond zich openlijk te distantiëren van de beweging.’

‘Het is opmerkelijk hoe jongeren die in een grotendeels geweldloze omgeving zijn opgegroeid, in een mum van tijd ontmenselijken en zich te buiten gaan aan de ergste gruweldaden. Zo werd een intussen gesneuvelde Belg drie weken na zijn aankomst in Syrië al gefilmd achter het stuur van een truck waarmee hij vijf lijken voortsleepte. Al zijn die jongeren zeker niet allemaal medeplichtig aan de onthoofdingen, ontvoeringen en kruisigingen waaraan ISIL zich bezondigt. Er zijn er echt wel die hun cool bewaren en gewone burgers met rust laten.’

Joods Museum

Het drama in het Joods Museum, waarvan gisteren het vierde slachtoffers overleden is, onderstreept het gevaar van getrainde strijders die vanuit Syrië terugkeren naar Europa. Is het risico op een golf van aanslagen bij ons reëel?

‘Die kans is er altijd’ zegt Van Ostaeyen. ‘Het Internationaal Centrum voor Radicalisering (ICSR) schat dat een op de negen teruggekeerde strijders potentieel gevaarlijk is. Dat is de hoogste ratio, want volgens dezelfde studie is het in sommige landen maar één op 100. Persoonlijk denk ik dat het risico overdreven wordt. De meeste jongeren uit het Westen vertrekken in de vaste overtuiging nooit meer terug te keren. Er circuleren online massa’s filmpjes waarin strijders trouw zweren aan ISIL door hun paspoorten te verbranden. Ze willen in de eerste plaats strijden voor de realisatie van één groot islamitisch kalifaat in het Midden-Oosten, met de verovering van Jeruzalem als ultieme einddoel. De grote meerderheid van die jongeren is al lang niet meer geïnteresseerd in hun thuisland.’

 

Hoewel de meeste jihadi’s onder een schuilnaam opereren, kon Pieter Van Ostaeyen er tientallen identificeren. ‘Met handige tools zijn hun netwerken in kaart te brengen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud