Turkije opent front tegen IS én Koerden

©EPA

Turkse gevechtsvliegtuigen hebben vrijdag rebellen van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) bestookt in het noorden Irak. Ook de luchtoperaties tegen de jihadisten van Islamitische Staat (IS) in Syrië gaan ondertussen verder. 'De wapenstilstand met Turkije betekent niets meer', klinkt het bij de PKK.

‘Dit was geen eenmalige operatie’, zei de Turkse president Recep Tayyip Erdogan gisteren. ‘We zetten deze operatie vastberaden voort.’ Erdogan reageerde op de luchtaanvallen tegen Islamitische Staat (IS) in het noorden van Syrië. Drie gevechtsvliegtuigen van het Turkse leger bombardeerden gisterochtend in alle vroegte enkele stellingen van de jihadistische organisatie nabij de grens met Turkije.

De bombardementen waren een primeur voor Turkije. Het regime in Ankara stond altijd al weigerachtig tegenover militaire acties tegen IS in Syrië. Het benadrukte dat de omverwerping van het Syrische regime van president Bashar al-Assad een pak belangrijker was. Daarmee nam het afstand van de Verenigde Staten, die na het offensief van IS vorig jaar de terreurbeweging hadden uitgeroepen tot prioriteit.

De Turkse regering veranderde deze week het geweer van schouder. Dat gebeurde na een telefoontje woensdag van de Amerikaanse president Barack Obama naar zijn Turkse collega Erdogan. Het gesprek kwam twee dagen nadat een vermoedelijke militant van IS 32 Turkse Koerden had vermoord bij een zelfmoordaanslag in de Turkse stad Suruç, vlakbij de grens met Syrië. De aanslag toonde aan dat Turkije niet immuun is voor de IS-terreur.

Erdogan ging na Suruç overstag, zeker nadat donderdag aan de grens met Syrië een Turkse soldaat omkwam bij een beschieting door IS. Dat lokte toen al een rist vergeldingsaanvallen uit. Maar Ankara ging nog verder en gaf de Amerikanen de toestemming om de militaire luchthaven van Inçirlik te gebruiken als basis voor luchtaanvallen op IS in Syrië. De VS waren daar al langer vragende partij voor, maar Turkije weigerde tot nog toe.

Maar Turkije viseert nu dus niet alleen IS, maar ook de Koerdische rebellen. De verboden Koerdische Arbeiderspartij (PKK) zat vermoedelijk achter vergeldingsaanvallen tegen de Turkse politie. Veel Koerden hielden de regering verantwoordelijk voor de aanslag in Suruç, omdat die IS te lang zou hebben genegeerd.

De opkomst van IS heeft de relaties tussen Ankara en de Koerden onder hoogspanning gezet. Koerdische militanten namen vorig jaar de wapens op tegen de jihadi’s, onder andere in de Syrische stad Kobani. De Turken vreesden echter dat de Koerdische acties in Syrië ook zouden overslaan naar Turkije, waar de PKK jarenlang een gewapende strijd voerde voor autonomie. Door de Koerden nu opnieuw te viseren, en hen zelfs op één lijn te stellen met IS, riskeert Erdogan een nieuwe opflakkering van de Koerdische strijd. 'De wapenstilstand met Turkije betekent niets meer', meldt de PKK op haar website.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud