Vlaamse Syriëstrijder spreekt op Arabische zender

Het Syrische regeringsleger plant een offensief op het laatste rebellenbolwerk Idlib in het noordwesten van het land. ©AFP

Één Vlaamse en twee Nederlandse Syriëstrijders staan in het laatste grote rebellenbolwerk in Syrië paraat voor de nakende strijd met het regeringsleger.

'Wij zullen vechten tot de dood', klinkt het in een interview met de satellietzender Alaan uit golfstaat Dubai. De Libanese journaliste en Syrië-experte Jenan Moussa, vrouw van de Nederlandse De Tijd-correspondent Harald Doornbos, kon het gesprek regelen met het trio. Het interview gebeurde door een tussenpersoon, die de vragen van Moussa stelde, omdat de locatie in Syrië veel te gevaarlijk was om zelf naartoe te reizen.

De drie mannen verstoppen zich tijdens het interview - in het Nederlands - achter maskers en zonnebrillen. Dat doen ze naar eigen zeggen om hun families thuis te beschermen. Ze maken zich alleen bekend onder hun strijdersnamen.

De twee Nederlanders noemen zichzelf Abu Mohammed al-Hollandi, Abu Zubair al-Hollandi, terwijl de Vlaming zich verstopt achter de naam Abu Abdul Rahman al-Belgiki. Het is onduidelijk of de Vlaming op de radar staat als Syriëstrijder of tot nu onder de rader van politie- en veiligheidsdiensten opereerde.

Vijf jaar in Syrië

Alle drie zeggen ze al minstens vijf jaar in Syrië te zijn. Ze bevinden zich in Idlib in het noordwesten van Syrië. Dat is het laatste grote bolwerk van de rebellen dat nog niet heroverd is door het regime van president Bashar al-Assad.

Het regeringsleger - dat steun krijgt van Rusland, Iran en milities van de sjiitische Libanese Hezbollah - zou er een groot offensief aan het voorbereiden zijn. De drie strijders kondigen alvast aan hun huid duur te zullen verkopen en tot het einde door te vechten. 'De strijders zijn momenteel defensielijnen aan het opzetten', klinkt het bij de Vlaming.

10.000
Strijders
Volgens de Vlaamse Syriëstrijder Abu Abdul Rahman al-Belgiki zitten in Idlib 10.000 buitenlandse strijders verschanst.

De stad en gelijknamige provincie Idlib is uitgegroeid tot het laatste toevluchtsoord voor rebellen die op de loop moesten voor het oprukkende regeringsleger. Dat heroverde intussen het grootste deel van Syrië. 'Maar ik denk niet dat hetzelfde scenario zich zal voordoen als in Ghoutaa of Daraa, waar alles zomaar opgegeven werd', aldus nog Abu Abdul Rahman al-Belgiki. 'Er zijn zeker 10.000 Muhajreen (buitenlandse strijders) die tot het uiterste zullen vechten.'

Het gaat volgens journalist Harald Doornbos wellicht om een mix van strijders uit het westen, het Midden-Oosten, China en Centraal-Azië.

Geen lid van IS

De drie strijders stellen geen lid te zijn van Islamitische Staat of Jabhat al-Nusra. Dat is het filiaal van al-Qaeda in Syrië, dat in onmin leeft met al-Qaeda. Het trio zegt in het verleden gevochten te hebben voor Jabhat al-Nusra - de Vlaming zat naar eigen zeggen ook kort bij IS - maar nu als freelancers te opereren.

Ze zouden zich in groepen van 20 à 30 strijders aanbieden aan de verschillende grote facties in Idlib die strijden tegen het Syrische leger. De Vlaming zegt vooral te vechten voor Hay'at Tahrir al-Sham (HTS), de nieuwe naam van al-Nusra, maar ook klussen te doen voor een viertal andere grote jihadistische groepen. HTS zou als grootste groep de lakens uitdelen in Idlib en omstreken.

Pasmunt

De drie Syriëstrijders hebben niet alleen te vrezen van het Syrische leger en bondgenoten. Ook een aantal extremistische rebellengroepen zou de Europese strijders liever kwijt dan rijk zijn. Terreurbeweging IS, dat veel westerse strijders in zijn rangen telde, vocht de voorbije jaren een bloedige strijd uit met concurrerende groepen.

Die laatste zouden nu gewezen IS'ers garanties gegeven hebben op bescherming. 'Ze zullen ons niet verraden of als pasmunt doorverkopen', aldus Abu Abdul Rahman al-Belgiki.

Eén van de Nederlandse strijder houdt vol dat alle strijders Idlib tot de laatste man zullen verdedigen. Mocht het regeringsleger door de verdedigingswal rond Idlib breken, zullen strijders hun vrouwen en kinderen hooguit evacueren richting de Turkse grens.

De Europese strijders zouden via het Syrische regime deals zoeken met de regeringen in hun thuisland om terug te mogen keren.
Jenan Moussa
Journaliste

Volgens Jean Moussa is een grote groep strijders veel minder met de eindstrijd bezig dan met een terugkeer naar Europa via Turkije. Ze zouden via het Syrische regime deals zoeken met de regeringen in hun thuisland om terug te mogen keren.

Het officiële standpunt van de Belgische regering is dat een terugkeer van strijders uit ons land uitgesloten is.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content