interview

‘Zo'n politieke blitzcarrière kan alleen in Australië'

©Robert Frith/Acorn Photo/HH

In 1996 emigreerde de Belg Mathias Cormann naar Australië. Vandaag is hij er minister van Financiën. ‘Dit land is opgebouwd door migranten. Door gewoon hard te werken kan je hier veel bereiken. De Australiërs gaan ervan uit dat je je best doet.’

Hij draagt al eens op en top Australische manchetknopen, met een kangoeroe en een emoe uit het nationale wapenschild. Hij is verzot op Australian rules football, de spectaculaire sport die meer weg heeft van rugby dan van het Europese voetbal. En als hij het Australische motto ‘no worries’ uit zijn mond laat rollen, klinkt Mathias Cormann (43) als een echte Aussie. Slechts af en toe verraadt een licht accent de Belgische roots van de Australische minister van Financiën.

Mathias Hubert Paul Cormann werd geboren in Eupen. Opgroeien deed hij in Raeren, een dorp aan de Duitse grens. Hij was al heel jong politiek actief. Na zijn rechtenstudies in Namen en Leuven was hij een tijd medewerker van Europees Parlementslid Mathieu Grosch (CSP, de Duitstalige christendemocraten) en voerde hij campagne voor Joëlle Milquet (cdH). In 1996 emigreerde hij naar Australië.

Cormann vertelt over zijn eerste kennismaking met booming Perth, en zijn eerste baan als tuinman. ‘Ik voelde al snel dat je in Australië veel kansen krijgt om iets te betekenen, een bijdrage te leveren aan de maatschappij.’ Wat volgde, was een blitzcarrière. Na een opmars door de centrumrechtse Liberal Party werd hij in 2007, elf jaar na zijn emigratie, verkozen tot senator. Tijdens zijn eerste toespraak in de Australische senaat zwaaide Cormann even naar de Hoge Venen. ‘Hallo, mama, papa, Anita, Christel en Veronika!’ Zijn ouders en zussen zaten in Raeren en volgden zijn speech via het internet. Nog eens zes jaar later werd Cormann benoemd tot minister van Financiën.

Bezuinigen

Cormann heeft veel aan zijn hoofd, deze vrijdagochtend in de Australische hoofdstad Canberra. Voor Australië zijn moeilijke tijden aangebroken. The lucky country kende de voorbije twintig jaar een constante economische groei. Dankzij de Chinese honger naar Australische kolen en ijzererts ging zelfs de wereldwijde financiële crisis aan het land voorbij. Maar de afgelopen maanden stagneerde de groei van de Chinese industrie. Daardoor worden ook minder grondstoffen uit Australië geïmporteerd.

En er zijn meer problemen. Door de tegenvallende groei van de economie loopt het Australische begrotingstekort op. De verwachting is dat het tekort volgend jaar 2,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bedraagt, ongeveer het Belgische niveau. En dan werd vorige week ook nog eens bekend dat de autofabrieken van Holden sluiten. Het nieuws veroorzaakte een schok in het land. Holden - Australia’s own car - is een nationaal icoon.

Cormann moet als nieuwe minister van Financiën voluit aan de bak. Zijn ambtenaren leggen de laatste hand aan de bezuinigingsplannen van de nieuwe regering. ‘We hebben het druk, ja’, zegt Cormann lachend in zijn kantoor in het Australische parlementsgebouw. Het gebouw staat op een heuvel midden in de stad, en heeft de vorm van twee naar elkaar gekeerde boemerangs. De minister vliegt bijna wekelijks vanuit Perth - zijn woonplaats - naar de Australische hoofdstad - een vlucht van vierenhalf uur.

Er lag een veelbelovende carrière in België in het verschiet. Toch hebt u besloten te emigreren naar Australië. Waarom?
Cormann: ‘Nadat ik in Leuven mijn rechtenstudie had afgerond, heb ik met een Europese Erasmus-beurs een jaar in het Verenigd Koninkrijk gestudeerd. Ik sprak Duits, Nederlands en Frans, maar het leek me een goed idee ook Engels te leren. In Norwich ontmoette ik een meisje uit Perth. Ik werd verliefd. In 1994 zijn we samen op vakantie gegaan naar Perth. En daar... wow.’

Wow?
Cormann: ‘Het was echt geweldig, man. Australië zinderde. En West-Australië al helemaal. De economie groeide hard, overal waren mensen nodig. Er waren zoveel kansen. En dan waren er ook nog eens prachtige stranden. Het is hier helemaal zo gek nog niet, bedacht ik toen. In 1996 ben ik geëmigreerd.’

Het was dus de liefde die u hier bracht.
Cormann: ‘Oorspronkelijk wel, ja. De relatie hield geen stand. (lacht) Maar ik had me intussen al gesetteld.’

U hebt zich meteen gemeld bij de liberale partij. Doelbewust? Want niet veel migranten worden snel politiek actief.
Cormann: ‘Toen ik in Australië aankwam, moest ik op zoek naar een baan. Omdat mijn Belgische diploma niet direct werd erkend, heb ik toen gekeken wat ik met mijn vaardigheden kon. Ik had voor politici in België gewerkt. Misschien zou hier ook wel een politicus iets in mij zien, dacht ik. Ik ben toen lid geworden van de Liberal Party. De ideeën van de Australische liberalen pasten het beste bij mijn centrumrechtse overtuiging.’

‘Bij de partij maakte ik snel kennis met Chris Ellison, een man die heel belangrijk voor mij is geweest. Ellison was net verkozen tot senator. Hij was ook voorzitter van de senaatscommissie voor internationale verdragen. Ik had internationaal recht gevolgd, en ben op hem afgestapt: ‘Dit ben ik, dit kan ik, en ik ben op zoek naar werk.’ Na twee weken kreeg ik een baan als adviseur aangeboden.’

‘Vervolgens raakte ik betrokken bij de campagne voor de deelstaatverkiezingen voor Rhonda Parker. Ze werd minister in de West-Australische regering, en vroeg of ik met haar mee wilde. Dat was in december 1996. Met Pasen was ik haar kabinetschef. Ik was 27 en woonde nog geen jaar in Australië. Er is geen andere plek op aarde waar zoiets had gekund.’

Daarna ging het erg snel.
Cormann: ‘Drie jaar later werkte ik voor de premier van West-Australië. In 2001 werd ik adviseur van Chris Ellison, toen die federaal minister van Justitie werd. In 2007 kwam ik in de senaat. In 2010 ben ik herkozen. En nu zitten we hier.’

Hebt u nooit te horen gekregen: ‘Waar bemoeit die buitenlander zich mee?’
Cormann: ‘Australiërs zijn in het algemeen erg open tegenover migranten. De meerderheid van de inwoners is migrant, of heeft ouders, grootouders of overgrootouders die niet in Australië geboren zijn. Dit land is opgebouwd door migranten uit alle hoeken van de wereld. Daardoor is de Australische maatschappij een samenleving waarin je veel kan bereiken door gewoon hard te werken. Australiërs gaan ervan uit dat je je best doet. Dat je alles geeft wat je kan om een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Je hoort er hier snel bij.’

Toen u in 2007 campagne voerde voor een zetel in de senaat, zei een van uw tegenstanders dat de zetel naar iemand moest gaan die langer in het land was dan u.
Cormann: ‘Ach, dat zei hij omdat ik zijn concurrent was. Ik had niet verwacht dat hij wat aardigs over mij zou zeggen. In de politiek zijn er altijd mensen die je zullen bekritiseren, om welke reden dan ook.’

U bent drie maanden minister van Financiën. Uw voorgangers hadden het makkelijker. Zij konden achterover leunen en de mijnbouwopbrengsten verdelen, maar u moet bezuinigen.
Cormann: ‘De economische groei stagneert in Australië. Dat komt deels door de teruglopende handel. De wereldeconomie is nog altijd fragiel. En de hoge koers van de Australische dollar heeft een significant effect op ons concurrentievermogen: Australische producten zijn in het buitenland duurder.’

‘Maar het komt ook doordat de vorige (sociaaldemocratische, red.) regering ons met veel ballast heeft opgezadeld. Er is te veel geld uitgegeven, waardoor Australië een staatsschuld heeft opgebouwd. Die was er vroeger niet. Het begrotingstekort is ook een erfenis van de vorige regering. We moeten nu af van maatregelen en belastingen die Australië minder competitief hebben gemaakt. Ik denk eraan de belasting op de uitstoot van CO2 en de belasting op de hoge opbrengsten van mijnbouwbedrijven te schrappen. We moeten ook actie ondernemen tegen activistische vakbonden in de bouwsector.’

Australië werd opgeschrikt door de sluiting van de Holden-fabrieken. In België is ook veel auto-industrie verdwenen. Is er in de westerse wereld nog wel een toekomst voor een maakindustrie?
Cormann: ‘Ja, daar ben ik van overtuigd. Het is duidelijk dat de Australische auto-industrie het erg moeilijk vond internationaal competitief te zijn, ondanks jarenlange en hoge subsidies. Kijk, tijdens een transitieperiode vind ik het steunen van een industrie met geld van belastingbetalers te verdedigen. Maar je kan niet voor eeuwig een bedrijf met subsidie overeind te houden. We moeten ons richten op sectoren waarin we wel concurrerend zijn.’

Wat voor sectoren zijn dat dan?
Cormann: ‘In Australië zijn er veel toeleveranciers die voor de mijnbouw hoogstaande producten maken. En bedrijven die geavanceerde producten maken voor de medische sector. Er liggen veel kansen voor innovatieve ondernemingen. Wist u trouwens dat Australië in de jaren tachtig een textielindustrie had? We maakten hier vroeger kleding. Tot de importtarieven werden verlaagd. Dat was gunstig voor consumenten: kleding uit Indonesië en China werd veel goedkoper. Tegelijk verloren veel Australische werknemers hun baan. Maar die mensen hebben daarna een betere baan gevonden. Er werden nieuwe bedrijven opgericht, die mensen nodig hadden.’

Maar een 55 jaar oude fabrieksarbeider bij Holden zal wellicht geen ander werk vinden?
Cormann: ‘In zo’n situatie moet de overheid helpen. Daar denken we nu over na. Je moet steun geven aan mensen die dat het hardst nodig hebben, en op hetzelfde moment de economie de gelegenheid geven te veranderen.’

U maakt deel uit van een liberale regering. Onlangs verbood de regering de geplande overname van de graanexporteur GrainCorp door het Amerikaanse bedrijf ADM. Dat lijkt een protectionistische maatregel.
Cormann: ‘Daar ben ik het niet mee eens. Wij zijn niet protectionistisch. Sinds september heeft de regering 132 voorstellen van buitenlandse investeerders goedgekeurd, en één afgekeurd. Buitenlandse investeringen zijn bijzonder belangrijk voor Australië. Maar soms speelt het nationale belang. Ook het publieke draagvlak is belangrijk. Nu was er geen publieke steun, en veel direct betrokkenen waren ook tegen de overname. Daardoor zouden ook toekomstige buitenlandse overnames moeilijker kunnen worden. Dat kan je niet negeren.’

Australië is niet protectionistisch, zegt u. Toch moeten alle buitenlandse investeringen in Australië worden goedgekeurd door de overheid. In West-Europa is dat niet zo.
Cormann: ‘De situatie in West-Europa is anders. De Europese Unie is een markt van 400 miljoen mensen, met een volwassen economie. Wij tellen maar 23 miljoen mensen op een heel groot continent. We zijn de afgelopen jaren hard gegroeid, mede dankzij buitenlands kapitaal. Maar het moet altijd mogelijk zijn om te beoordelen of de acties en plannen van een buitenlandse investeerder tegen het nationaal belang ingaan.’

U kent de Australische en de Belgische politiek van binnenuit. Wat is volgens u het grootste verschil?
Cormann: ‘Dat is moeilijk. Of nee, toch niet. In België was ik eraan gewend dat we na elke verkiezing lang moesten wachten voordat duidelijk werd hoe de regering eruit zou zien. In Australië is het altijd direct duidelijk wie de verkiezingen heeft gewonnen, en wie de premier wordt. 2010 was een uitzondering. Toen duurde de formatie 17 dagen.’

De Australische regering zegt de handelsbanden nauwer te willen aanhalen. Hebt u nog een tip voor Belgische bedrijven en investeerders?
Cormann: ‘Goh, Belgische bedrijven doen het vrij goed in Australië. Belgische baggeraars werken aan de oost- en de westkust. Er zijn bedrijven actief in de mijnbouw. Vorig jaar hadden we de Belgische koning op bezoek tijdens een handelsmissie. Toen was hij nog kroonprins. Tijdens dat bezoek heb ik veel geleerd over de vele Belgische investeringen en bedrijfsactiviteiten in Australië. Ik denk niet dat Belgische bedrijven advies van mij nodig hebben.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud