interview

Sophie De Schaepdrijver: ‘De VS zijn een griezelig land aan het worden'

©Karoly Effenberger

Al jaren droomt ze ervan in Brussel te wonen. Nu komt het ervan, al is de aanleiding eerder een nachtmerrie. De historicus Sophie De Schaepdrijver keert terug uit de VS omdat het land onder Trump te veel is veranderd. ‘We zijn op de grenzen van de verdraagzaamheid gebotst.’

Het is een laatste en een eerste avond. Het is de laatste avond dat het broeierig heet is: voor morgen is eindelijk regen voorspeld. En het is de eerste avond in een huis dat voor Sophie De Schaepdrijver (56) een nieuw leven inluidt. Na 23 jaar in de Verenigde Staten slaapt de historicus vanavond voor het eerst in de bovenwoning van dit herenhuis in Anderlecht. ‘Ik heb altijd twee doelen gehad in mijn leven: de kost verdienen als historicus en in Brussel wonen. Nu zijn beide gelukt.’

Sophie De Schaepdrijver

Sophie De Schaepdrijver (56) is geboren in Aalst. Na haar studies geschiedenis aan de VUB in Brussel en het Europees Universitair Instituut in Firenze doceerde ze in Amsterdam, Groningen en Leiden. In 1995 vertrok ze naar de VS, waar ze verbonden was aan de universiteiten van New York en Princeton. Twee jaar later publiceerde ze ‘De Groote Oorlog’, een bestseller over de bezetting van België tijdens de Eerste Wereldoorlog. Sinds 2000 doceert ze moderne Europese geschiedenis aan de Pennsylvania State University. Ze is getrouwd met de Chinees-Amerikaanse professor geschiedenis Ronnie Hsia, met wie ze twee kinderen heeft.

Gedeeltelijk dan. De Schaepdrijver blijft hoogleraar moderne Europese geschiedenis aan de Pennsylvania State University, maar zal een tijdlang vooral in Brussel wonen, waar haar zoon zijn middelbare school afmaakt. Haar echtgenoot verdeelt zijn tijd tussen Brussel en de VS, waar hun dochter naar de universiteit gaat. ‘Een moeilijke beslissing die we als gezin hebben genomen omdat onze zoon hier meer kan zijn wie hij is: politiek bewust, soms op het drammerige af. In ons kleine stadje in de VS botste hij tegen een steeds verdiepend conformisme. Het is een griezelig land aan het worden.’

Tussen de verhuisdozen in de woonkamer vinden we twee stoelen. We installeren ons op het terras, waar de thermometer om 19 uur nog altijd 37 graden aangeeft. De vuurkorf blijft dus nog even aan de kant. We kijken uit op de binnentuintjes van mooie burgerwoningen en de bakstenen achtergevel van een school. Het is verbazend rustig. ‘Veel vrienden verklaarden me gek toen ik zei dat ik hier kwam wonen. Maar zeker deze wijk toont aan dat Anderlecht een van de aangenaamste gemeenten van Brussel is.’

In de interviews die de historicus na de publicatie van haar bestseller ‘De Groote Oorlog’ gaf, sijpelde haar liefde voor de hoofdstad al geregeld door. De droom werd concreter toen zij en haar man elf jaar geleden dit huis kochten. Om te verhuren, want job en gezin hielden haar in de VS. Ergens was het de bedoeling over enkele jaren terug te komen, als hun twee kinderen de middelbare school hadden afgemaakt. Maar de situatie in de VS besliste daar anders over.

De Schaepdrijver neemt af en toe een hapje van de kaas en de druiven die we hebben meegebracht, en gebruikt die pauzes om haar woorden grondig te wikken. ‘De verkiezing van Trump heeft veel veranderd. Het wantrouwen tegenover andersdenkenden is enorm toegenomen. Mijn universiteit is als een eiland in een voor Trump stemmende zee, ver weg van grote steden als Pittsburgh en Philadelphia. De campus is multicultureel en verdraagzaam, maar daarbuiten bots je al snel tegen de grenzen van wat wordt getolereerd. Voor tieners is het lastig om daarin hun weg te vinden.’

©Karoly Effenberger

Ze geeft enkele voorbeelden. ‘Bij aankomst in de luchthaven van Washington was er een probleempje met onze reispassen en werden we naar een apart zaaltje geleid. De sfeer die daar hing, was beangstigend. Je merkt dat de douane-agenten zich veel meer kunnen permitteren dan vroeger. Niemand geeft uitleg, je mist je volgende vlucht en als je uitleg vraagt, word je afgeblaft: ‘Zitten!’ Naast ons zat een Mexicaanse man die de pech had dat hij dezelfde naam had als een gezochte moordenaar. Toen na veel telefoontjes bleek dat hij onschuldig was, zei de beambte: ‘You can go, you’re one of the good ones.’ Een Oost-Europese man bleek niet goed Engels te spreken, waarop diezelfde agent zei: ‘You don’t speak English, you’re not good to me.’ De VS zijn meer dan ooit het land van the good and the bad geworden.’

‘Er zit veel conformisme in de Amerikaanse cultuur. Bij alle diversiteit zie je steeds dezelfde gebruiken. O wee als je niet meedoet aan Halloween of het niet even fijn vindt als iedereen.’ Ook de xenofobie neemt toe. ‘Die was er al, maar onder de oppervlakte. Nu voel je het sterker. En dan horen wij bij de geprivilegieerden. Wat migranten zonder middelen, zonder contacten, zonder goede werkgever moeten meemaken, lees je elke dag in de krant.’

Helpt het feit dat u historicus bent om dat opkomend populisme beter te begrijpen?

Sophie De Schaepdrijver: ‘Nee. Ik begrijp het steeds minder zelfs. Onze hele administratieve ploeg, die in tegenstelling tot de docenten niet in de stad maar op het vrij arme platteland errond woont, heeft zonder uitzondering voor Trump gestemd. Terwijl zijn belastingverlagingen helemaal niet voor hen bedoeld zijn en zijn handelsoorlog hén zal treffen.’

De vuurkorf

Gesprekken bij valavond die tot zonsopgang kunnen duren. Met historicus Sophie De Schaepdrijver steken we uiteindelijk dan toch het vuur aan op haar broeierig hete terras in Anderlecht.

Misschien stemmen ze niet uit economische motieven, maar wel uit schrik, of uit afkeer van het establishment?

De Schaepdrijver: ‘Het is toch niet omdat je je onbegrepen voelt dat je jezelf een klets in het gezicht moet verkopen? Misschien moeten de linkse partijen, zoals vroeger, wat didactischer worden en de kiezer beter uitleggen waarom ze worden bedrogen en tegen hun eigen belang stemmen. Tenzij je xenofobie beschouwt als het opkomen voor je eigen belang, natuurlijk. Maar ook daar moet je de vraag duidelijker stellen: word je daar beter van?’

In hoeverre kunnen academici in de VS nog vrijuit spreken?

De Schaepdrijver: ‘Ze blijven het in elk geval doen, en dat wordt ook van hen verwacht. Soms krijgen ze wel eigenaardige reacties van studenten. Mijn collega die moderne Amerikaanse geschiedenis doceert, begon in zijn college over de slavernij, wat nogal logisch is gezien het vak dat hij geeft. Een student maakte hem er meteen op attent dat de slavernij een erg controversieel onderwerp is in de VS. Natuurlijk heeft hij zich daar niets van aangetrokken, en die student is een uitzondering. Maar het zegt iets over de sfeer: alles moet lekker voortkabbelen en het mag niemand tegen de borst stoten. Republikeinse studenten hebben ook steeds openlijker kritiek op de vermeende democratische vooringenomenheid van de proffen.’

Omdat dit de eerste avond in haar nieuwe huis is, de eerste avond van een nieuw leven, komt de fles rosé die we mee hebben van pas. Een kurkentrekker zijn we vergeten maar die is snel gevonden tussen de verhuisdozen, en dus klinken we op Brussel. ‘Mijn liefde voor de stad is bijna iets fysieks’, zegt De Schaepdrijver. ‘Ik heb straten en pleinen rond mij nodig. Ik heb met een stad wat veel mensen met de natuur hebben: ik moet die kunnen voelen in mijn lichaam. Ik droom ook altijd van steden vol bakstenen en muren uit de 19de eeuw.’

U hebt ook een tijd in New York gewerkt, voor velen de ultieme stad.

De Schaepdrijver: ‘Dat viel zwaar tegen. New York is helemaal niet zo leuk als iedereen denkt. In series als ‘Sex and the City’ heeft iedereen alle tijd om rond te hangen en vrienden te maken. Maar in werkelijkheid werkt iedereen er zich te pletter. En als ze klaar zijn, doen de inwoners hetzelfde als wie in de voorstad woont: televisie kijken of op het internet hangen. En omdat iedereen in kleine appartementjes woont, nodigen mensen elkaar ook niet uit.’

Is Brussel een tegenpool van New York?

De Schaepdrijver: ‘Ja, het is een veel minder gehypete stad waar het verbazend goed leven kan zijn. Brussel is lang niet zo mooi als veel andere steden maar heeft wel iets geheimzinnigs: je gaat de hoek om en ontdekt plots iets charmants. Maar het is geen makkelijke stad.’

Het aantal Vlamingen in Brussel neemt jaar na jaar af. Veel Vlamingen zijn bang van de hoofdstad. Heeft die afkeer een historische oorzaak?

De Schaepdrijver: ‘In 1937 organiseerde de Vlaamse Beweging een grote betoging in Brussel om amnestie te eisen voor de collaborateurs van de Eerste Wereldoorlog, op het vlak van burgerrechten, jobs en pensioenen. De toenmalige burgemeester Adolphe Max heeft toen alle brede boulevards laten afzetten, zodat de Vlamingen wel konden betogen, maar in een soort niemandsland zonder toeschouwers. Dat was een vernedering voor de Vlamingen. Dat soort gratuite gestes heeft het gevoel verdiept van: ‘Deze stad moet ons niet.’’

Ik heb de indruk dat er iets ten goede verandert in Brussel, maar misschien ben ik naïef.
Sophie De Schaepdrijver
Historica

U kunt toch niet ontkennen dat Brussel de jongste jaren dramatisch bestuurd werd? Kijk naar het schandaal rond Samusocial.

De Schaepdrijver: ‘Het systeem van de baronieën is wraakroepend. In die zin kan ik me vinden in wat een criticus als Luckas Vandertaelen schrijft. De vraag is of die misbruiken structureel in het Brusselse systeem zitten ingebakken, of dat er stilaan verbetering zit aan te komen. Ik heb de indruk dat er iets ten goede verandert, maar misschien ben ik naïef en zullen mijn ogen openvallen nu ik hier permanent woon.’

Wilt u een rol spelen in dat Brusselse debat?

De Schaepdrijver: ‘Als ik me nuttig kan maken.’

Met een politiek mandaat?

De Schaepdrijver: ‘Ik heb geen plannen. Maar tot bijdragen ben ik wel bereid.’

Op dit moment legt De Schaepdrijver de laatste hand aan de Nederlandse vertaling van haar boek over Gabriëlle Petit, de nationale verzetsheldin die net als Edith Cavell door de Duitsers werd geëxecuteerd.

En voor de VUB gaat ze aan de slag als visiting professor rond publieksgeschiedenis. Een eerste project draait rond Molenbeek.

‘Bij de bevrijding van 1918 is koning Albert zijn blijde intrede door Brussel in Molenbeek begonnen. Hij reed te paard door de gemeente om dan via de Vlaamse Poort het centrum in te trekken. Doelbewust, omdat Molenbeek toen al een wat moeilijke gemeente was, die afstand nam van de piëteiten van het vaderlandse verhaal. Wij herdenken dat met een expo.’

Vanuit de VS is De Schaepdrijver actief bezig gebleven met de Belgische erfenis van de Eerste Wereldoorlog. Over de grootschalige herdenkingsevenementen van de Vlaamse overheid heeft ze haar bedenkingen. ‘Die waren wel erg op toerisme gericht. Het was ook een marketingoperatie, waarbij de klaprozen Vlaanderen in de verf moesten zetten. Dat was een gemiste kans om er wetenschappelijk onderzoek bij te betrekken, dat ook relevant was voor het grote publiek.’

Als historicus heb ik geleerd dat mensen veel begrip hebben voor antwoorden die niet makkelijk zijn.
Sophie De Schaepdrijver
Historica

Volgend weekend organiseert acteur Wim Opbrouck een grote vredemanifestatie als slotevenement van de herdenkingsplechtigheden. Het is net die boodschap van vrede en verzoening waarbij De Schaepdrijver vraagtekens zet. ‘We zijn allemaal voor vrede. Maar de vredesgedachte leefde ook in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. We hebben gezien hoe ver we daarmee zijn gekomen. Zo’n boodschap laat te veel vragen open.’

‘Ik had bij die herdenkingen veel liever een echt debat gezien over de almaar weer ingeroepen ‘zinloosheid’ van de Eerste Wereldoorlog. Zinloos, voor België? Wat had dit land dan moeten doen: zich niet verzetten tegen de legers van het Duitse keizerrijk, waarna de jonge burgers na een tijdje tóch zouden worden opgeroepen, maar dan in het leger van de bezetter om nog een ander land binnen te vallen? In die zin is de Eerste Wereldoorlog actueler dan ooit. Wat België in 1914 is overkomen, kan je vergelijken met wat onlangs in Oekraïne is gebeurd: een kleine natiestaat wordt binnengevallen door een grootmacht. Hoe ga je daarmee om? We hebben lang gedacht dat die vraag niet meer relevant was omdat we in de luwte van de Koude Oorlog zaten. Maar die tijd is voorbij.’

Maar in het geval van Oekraïne was het misschien wel verstandiger niet in te grijpen, omdat je anders een levensgevaarlijke escalatie kreeg?

De Schaepdrijver: ‘Ook dat is waar. Er is geen duidelijk antwoord op de vraag wanneer je moet reageren en wanneer niet. Maar dat maakt de vraag niet minder relevant. Als historicus heb ik trouwens geleerd dat mensen veel begrip hebben voor antwoorden die niet makkelijk zijn. Je kan voor een breed publiek veel verder gaan dan vaak wordt gedacht. Lezers hebben geen slogans nodig, ze begrijpen best wel dat sommige vragen niet eenvoudig te beantwoorden zijn.’

‘Er wórdt trouwens wel nieuw wetenschappelijk onderzoek verricht, alleen gebeurt dat buiten die grote evenementen om. Dat gaat over de vraag die alle historici van de Eerste Wereldoorlog blijft fascineren en die ook het grote publiek aanspreekt: hoe komt het dat die oorlog zo veel jaren heeft voortgewoed? Waarom zijn al die miljoenen soldaten blijven vechten? Natuurlijk zaten ze in het keurslijf van het leger, maar je kan zo’n grote groep niet blijven dwingen. Er waren massaal veel vrijwilligers en relatief weinig deserteurs. Waar kwam die motivatie vandaan? In welke cultuur was de sokkel van zekerheden geworteld die al die jonge mensen in de oorlog hield? En waarom is die sokkel nadien verdwenen? Want je mag er niet van uitgaan dat de mensen toen dommer en naïever waren.’

©Karoly Effenberger

U stelt de vragen. Hebt u ook een antwoord?

De Schaepdrijver: ‘Er heerste een cultuur van avontuur die deel uitmaakte van je mannelijkheid. Je deed wat je maten deden, je voegde jezelf aan iets groters toe. Ook leek de oorlog voor veel jonge mannen een uitweg uit hun slopende, saaie dagelijks bestaan.’

Waarom is die vraag dan nog relevant?

De Schaepdrijver: ‘Je zou de link kunnen leggen met de Syriëstrijders. Natuurlijk is dat een totaal ander fenomeen, moreel en op elk ander vlak. Zo namen de oorlogsvrijwilligers toen hun beslissing in een sfeer van algemene maatschappelijke goedkeuring. Maar je kan wel hetzelfde soort vragen over die strijders stellen. Hoe zien ze zichzelf? Hoe zien ze hun rol? Hoe willen ze zich waarmaken? Waarover gaat die oorlog volgens hen? Dit alles om te proberen te bevatten wat een jonge persoon vandaag bezielt om zich in de vuurlinie te werpen, waar de belofte leeft van glorie en opwinding en veel selfies, maar mét het risico van dood of verminking.’

De vuurkorf

Gesprekken bij valavond die tot zonsopgang kunnen duren. Met historicus Sophie De Schaepdrijver steken we uiteindelijk dan toch het vuur aan op haar broeierig hete terras in Anderlecht.

U bent nog altijd vooral bekend als schrijfster van ‘De Groote Oorlog’. De Vlaamse beweging was niet echt opgezet met de manier waarop u in dat boek haar rol tijdens de Eerste Wereldoorlog belichtte.

De Schaepdrijver: ‘Ik heb de Vlaamse beweging met respect behandeld en ik heb in de verf gezet dat veel Vlaamsgezinden níét met de bezetter meewerkten, hun keuze schitterend verwoordden, en er soms een zware prijs voor betaalden. Maar als historicus kwam ik nu eenmaal tot de conclusie dat een minderheid bereid was mee te werken met een regime dat ook Vlaanderen bezette en ook Vlaamse werkjongens als dwangarbeiders de beestenwagens injoeg.’

Uw oudoom Karel De Schaepdrijver kreeg enige bekendheid in de Vlaamse beweging, toen hij van het front naar het Duitse leger overliep. Heeft zijn figuur een rol gespeeld in de motivatie om dit boek te schrijven?

De Schaepdrijver: ‘Het was een hele verre oudoom en ik wist helemaal niet van zijn bestaan af toen ik eraan begon. Ik leerde hem pas kennen toen ik mijn proefschrift verdedigde aan de Universiteit aan Amsterdam en ontdekte dat hij er daar ook een had geschreven. Na de Eerste Wereldoorlog. Helemaal in het Frans, trouwens.’

Komen er nog boeken van u aan?

De Schaepdrijver: ‘Het Gabrielle-Petitboek komt in oktober uit. En daarna wil ik een boek schrijven over de bezettingen van de Eerste Wereldoorlog aan het westelijk en het oostelijk front. Ik heb ook een kleiner project: ik zou graag het dagboek uitgeven van een huismoeder uit Molenbeek met twee zonen aan het front. Ze krijgt lang geen nieuws, en hoort pas maanden later dat ze zijn gesneuveld. Het is een interessant document over hoe zo’n vrouw de oorlog beleefde, hoe ze haar rol zag en haar dagen vulde. Het dagboek is nog in privébezit. Ik zou de familie dankbaar zijn als ze toestemt in een uitgave.’

De avond valt. De temperatuur is enkele graden gezakt, net genoeg om de vuur-korf nu wel te kunnen aansteken. De stilte wordt enkel doorbroken door het gekrijs van overvliegende halsbandparkieten, ontsnapte exoten die in enkele jaren tijd heel Brussel hebben ingepalmd.

Ik ben een economische migrant, en voor velen is dat momenteel het ergste wat je kan zijn.
Sophie De Schaepdrijver
Historica

De pauzes waarin De Schaepdrijver haar woorden wikt, worden schaarser. Alsof ze zich op haar gemak begint te voelen in haar nieuwe huis. Of ze hier geen werk wil zoeken, vragen we. ‘Nee. Vroeger heb ik het weleens geprobeerd. Maar mijn cv was het niet waard om uit te printen. Zodra je hier vertrekt, zoals ik op mijn 21ste, kan je moeilijk terug. Ik vermoed dat 80 procent van de proffen aan de Belgische universiteiten er al zitten sinds ze 18 zijn. Ter vergelijking: van de 45 docenten in mijn vakgroep in Pennsylviana is er welgeteld één die aan diezelfde universiteit heeft gestudeerd.’

Vanuit Italië, waar ze aan het Europees Universitair Instituut studeerde, belandde De Schaepdrijver via Nederland, waar ze haar proefschrift verdedigde en jaren aan de universiteit van Leiden doceerde, in de Verenigde Staten. In die zin is ze ook een migrant. Net daarom kijkt ze bezorgd naar de groeiende onrust over migratie, in de VS en Europa. ‘Migratie ís. Je kan er niet voor of tegen zijn. Migratie is gewoon een deel van de geschiedenis en ligt aan de basis van elke samenleving. De relatief geringe mobiliteit in Vlaanderen, waar mensen niet verhuizen maar naar hun werk pendelen, is heel uitzonderlijk.’

Migratie is een historisch fenomeen. Maar het protest, zoals je nu ziet in de EU, toch ook?

De Schaepdrijver: ‘Klopt. Die afkeer speelt tegen alle vreemde culturen. Hendrik Conscience klaagde in zijn tijd ook al bij het Antwerpse gemeentebestuur dat er te veel vreemdelingen waren, en hij had het over Gentenaars. De vraag is in hoeverre je aan die afkeer moet toegeven. Ik ben zelf een economische migrant, en voor velen is dat momenteel het ergste wat je kan zijn.’

Maar de instroom is zo massaal dat we toch niet elke migrant of vluchteling kunnen opvangen?

De Schaepdrijver: ‘Misschien niet, maar wat betekent dat: niet kunnen opvangen? Kunnen we het niet betalen? Kunnen we die mensen niet huisvesten? Kan onze cultuur dat niet aan? Er wordt net gedaan alsof je dat fysiologisch kan vaststellen, net als je bij een spons kan berekenen hoeveel water die kan opnemen.’

©Karoly Effenberger

Er dreigt een tweespalt in de EU omdat veel partijen zich radicaal verzetten tegen het migratiebeleid. Vaak met succes, getuige de verkiezingen in Italië.

De Schaepdrijver: ‘Moet je daarom meehuilen met de populisten? En als Angela Merkel haar nek niet had uitgestoken, hadden de Italianen dan wel een verstandige leider gekozen? Dat weet ik niet: Italianen verkiezen wel vaker clowns.’

Het thema raakt u duidelijk. Wat kan u nog boos maken?

De Schaepdrijver: ‘Domheid. Zeker het soort agressieve domheid dat je nu ook in het Amerika onder Trump ziet opduiken. Het is net als in mijn schooltijd... Kinderen die samentroepen en je treiterend toeroepen (imiteert een kinderstem): ‘Gij praat wel veel, hè. Gij denkt zeker dat ge beter zijt dan wij.’

Hebt u dat meegemaakt?

De Schaepdrijver: ‘Ja, vaak. Jonge meisjes kunnen enorm hard zijn tegen elkaar. Daarom ben ik er pas op latere leeftijd in geslaagd hechte vriendschappen met vrouwen op te bouwen. Vrouwen zijn vaak heel competitief voor elkaar, maar verbergen dat goed. Tot het op een bepaald moment toch naar boven komt.’

Ooit zei u dat mensen in het duister blijven tasten, ook als ze ouder worden. Bent u door de jaren heen niet wijzer en rustiger geworden?

De Schaepdrijver: ‘Ik ben minder kritisch voor anderen. En dankbaarder voor wat mensen rond mij allemaal doen. Maar of ik verstandiger ben geworden? Eigenlijk zou ik nu wat meer tijd moeten maken voor de mensen rond mij. Het gaat me niet zozeer om de uren die ik aan het werk besteed, maar wel om de bandbreedte die ingenomen wordt in mijn hoofd. Academisch werk is net als gas: het vult alles op. Je kan nooit zeggen dat je klaar bent. Er is altijd wel iets dat je nog verder kan onderzoeken. Dat is slopend.’

Vindt u dat u de mensen in uw directe omgeving tekort hebt gedaan?

De Schaepdrijver: ‘Ja. Schrijven is voor mij een marteling die me totaal in beslag neemt. Dan ben ik er te weinig. Niet in tijd, maar in aanwezigheid. Ik was vaak thuis toen de kinderen van school kwamen of tijdens de vakanties, maar in mijn hoofd was ik vaak elders.’

In een van uw eerste interviews vertelde u dat u ooit onderzoek wilde doen naar de vraag wat mensen als een geslaagd leven beschouwen.

De Schaepdrijver: ‘Die vraag interesseert me nog altijd mateloos. Met de VUB organiseren we daar in november een evenement rond in Molenbeek. Met als kernvraag: hoe wordt succes gedefinieerd in een gemeente als deze? Wat is slagen en wat is mislukken? En hoe verwerf je de wijsheid om op een bepaald moment te aanvaarden dat je leven niet is gelopen zoals je wilde zonder dat je daarom ongelukkig hoeft te worden? Of nog: is connectie belangrijker dan succes?’

Zegt u het maar: is connectie belangrijker dan succes?

De Schaepdrijver: ‘Misschien hangen de twee wel samen. Sommigen kunnen pas goed connecteren met anderen als ze zich succesvol voelen. Anders zitten ze zo vol wrok tegenover zichzelf dat ze geen band met iemand anders kunnen aangaan.’

Als er iets goed gaat, dan slaag ik er misschien een halfuur lang in me niet mislukt te voelen.
Sophie De Schaepdrijver
Historica

Geldt dat ook voor u?

De Schaepdrijver: ‘Ergens wel. Ik moet tevreden zijn met mezelf om echt banden te smeden. En dat ben ik zelden. Als er iets goed gaat, dan slaag ik er misschien een halfuur lang in me niet mislukt te voelen. Ik ben hyperkritisch voor mezelf.’

Dat klinkt niet echt als een recept voor een gelukkig leven.

De Schaepdrijver: ‘Ik weet niet of dat geluk in de weg staat. Je hoeft helemaal niet altijd een goed gevoel te hebben om gelukkig te zijn. Je moet er misschien juist mee leren leven dat zo’n gevoel zeldzaam is.’

Is die aanvaarding de sleutel tot geluk?

De Schaepdrijver: ‘Voor mij is het een van de sleutels. Samen met schilderkunst en literatuur. De vrijheid en de onaantastbaarheid die je krijgt door te lezen, is van onschatbare waarde. Wat er ook gebeurt, je kan altijd ergens gaan zitten met een boek en niemand doet je wat. Ik had als kind altijd al de behoefte om me af te zonderen, en dat is niet veranderd.’

Definieert u uw leven als succesvol?

De Schaepdrijver: ‘Nu wel, ja. Wat ik schrijf, bereikt de mensen die ik wil bereiken, op de manier zoals ik het wil. Ondanks de moeilijkheden staan we er ook nog als gezin. En het feit dat we nu hier in Brussel zitten, is een groot geluk.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect