Toplonen GM, AIG en Ally opnieuw bevroren

Daniel Akerson, de gedelegeerd bestuurder van GM. (foto: Bloomberg)

Voor het tweede jaar op rij bevriest de Amerikaanse overheid de toplonen van de bedrijven die ze tijdens de financiële crisis van de ondergang redde. Het gaat om autofabrikant General Motors, verzekeraar AIG en bank Ally Financial.

De drie bedrijven werden in de periode 2007-2009 overeind gehouden met belastingeld. Noodhulp die GM, AIG en Ally Financial nog niet helemaal hebben terugbetaald. AIG kreeg 68 miljard dollar toegestopt, GM 50 miljard en Ally 17 miljard.

De CEO's van de drie genationaliseerde bedrijven zien voor het tweede jaar op rij hun loon bevroren. De regering Obama snoeit daarnaast dit jaar 10 procent in de lonen van 69 andere toplui van GM, AIG en Ally.

Die loonpolitiek is het gevolg van de publieke woede die volgde op de hoge lonen en bonussen bij de genationaliseerde bedrijven. De Obama-administratie zette zelfs een speciaal team op poten om de lonen te monitoren.

Bevriezing of niet, de drie CEO's maken nog altijd deel uit van het clubje grootverdieners. De topman van AIG, Robert Benmosche, steekt 10,5 miljoen dollar op zak (cash, aandelen en opties). Zijn collega bij Ally, Michael Carpenter, verdient 9,5 miljoen dollar en GM's CEO Daniel Akerson mag op 9 miljoen dollar rekenen.

AIG betaalde al meer dan 75 procent van zijn verplichtingen terug, GM bijna de helft en Ally zowat een derde. De Amerikaanse overheid participeert nog voor bijna 30 procent in GM, 77 procent in AIG en 74 procent in Ally (de voormalige financiële poot van GM).

Ally faalde vorige maand overigens nog op de stresstest van de Amerikaanse centrale bank (Fed). De kapitaalratio bedroeg amper 2,5 procent, of slechts de helft van de vereiste 5 procent.

Ook Bank of America, Citigroup, Chrysler Financial en Chrysler werden door de overheid van het bankroet gered, maar zij hebben ondertussen de noodhulp volledig afgelost.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud