Verdeelde Staten worstelen met vele trauma's tegelijk

Betogers in St. Louis in de staat Missouri tonen een foto van een slachtoffer van politiegeweld. ©Photo News

Gewelddadige rassenrellen, gewapend verzet tegen de lockdownmaatregelen, te midden van een historische gezondheids- en economische crisis. Uitgerekend in een verkiezingsjaar stijgt de Amerikaanse hyperpolarisatie naar het zenit.

 

Het centrum hield geen stand’, begon Joan Didion ruim een halve eeuw geleden haar beroemde essay ‘Slouching towards Bethlehem’. Het was een genadeloze demasqué van de hippietegencultuur, maar schetste tegelijk de dieperliggende maatschappelijke wanorde en onvrede die opborrelden. Door de Vietnamoorlog, de strijd om de burgerrechten, generatieconflicten, het verlies van traditionele Amerikaanse waarden ook.

‘Dit was niet een land in open revolutie. Dit was geen land onder vijandige belegering’, schreef Didion. ‘Dit waren de Verenigde Staten van Amerika in het jaar 1967, en de markten waren stabiel en het bbp hoog (...) en het kon een jaar van moedige hoop en nationale belofte zijn, maar dat was het niet, en meer en meer mensen hadden het ongemakkelijke besef dat het dat niet was.’

Trauma’s

Verander het jaartal in 2020, en Didions portret van een diepverdeeld land, waar een gemeenschappelijk centrum compleet weggeslagen lijkt, is actueler dan ooit. Uitgerekend in dit verkiezingsjaar, dat begon met een mislukte afzettingsprocedure tegen de Republikeinse president Donald Trump en de politieke hyperpolarisatie dreigt te doen escaleren, herbeleven de VS flink wat trauma’s van de voorbije eeuw op hetzelfde moment. De grootste gezondheidscrisis sinds 1918, die al 104.000 coronadoden eiste. De diepste economische crisis sinds de Grote Depressie van 1929, die in zowat een maand alle 22 miljoen jobs wegvaagde die het voorbije decennium, de langste periode van onafgebroken groei, gecreëerd werden. En nu ook de zwaarste rassenrellen sinds de moord op Martin Luther King in 1968.

23
staten
Al in 23 Amerikaanse staten en de hoofdstad Washington hebben gouverneurs de Nationale Garde ingeroepen om de orde te herstellen.

De dood van de Afro-Amerikaan George Floyd, vorige week in Minneapolis, door het excessieve geweld van de blanke agent Derek Chauvin doet de frustratie over aanhoudende raciale ongelijkheid compleet overkoken. Van New York tot Los Angeles ontaarden straatprotesten al dagen in brandstichting, plunderingen en zware rellen. Tientallen steden voerden al een avondklok in, 23 staten zetten de Nationale Garde in. Ook in Washington, waar het verzet tot op de oprit van Trump komt, en de president vrijdag zelfs even geëvacueerd werd naar een bunker in het Witte Huis.

Olie op het vuur

Trump veroordeelde de dood van Floyd, condoleerde ’s mans familieleden en zei ‘de pijn te begrijpen’ van misnoegde Afro-Amerikanen en ‘het recht op vreedzaam protest’ te steunen. Maar hij gooide ook flink wat olie op het vuur. Trumps eis ‘recht en orde’ te laten terugkeren in de brandende binnensteden is legitiem, zijn woordkeuze echter politiek zeer geladen.

Zijn waarschuwing dat ‘als het plunderen begint, het schieten begint’ ontleende hij aan een blanke politiechef die in de woelige jaren 60 burgerrechtenactivisten bedreigde. Het leverde Trump een reprimande van Twitter op dat hij geweld zou verheerlijken. Betogers bestempelde hij afwisselend als ‘tuig’, ‘anarchisten’ en ‘anitifa’, in rechtse kringen al langer de favoriete term voor de linkse kerk van de Democraten. ‘Trump zaait veel meer verdeeldheid dan vorige presidenten’, zei Dan Eberhart, nochtans een grote Republikeinse donor en Trump-fan. ‘Zijn sterkte is zijn basis opzwepen, niet het water kalmeren.’


Voor de rassenrellen begonnen, verhitte de coronacrisis al danig de gemoederen. In flink wat staten kwamen burgers op straat, sommigen bewapend en met Make America Great Again-petjes, om te betogen tegen de lockdownmaatregelen die veelal Democratische gouverneurs hadden ingevoerd. Toen leek Trump de burgerlijke ongehoorzaamheid van zijn achterban net aan te moedigen. ‘Bevrijd Minnesota’, de staat waarvan Minneapolis de grootste stad is, tweette hij.

Cultuuroorlog

Trump is allesbehalve de oorzaak van de cultuuroorlog in de Amerikaanse samenleving, eerder het gevolg van problemen die al decennia etteren. Onder Republikeinse én Democratische machthebbers. Hoewel veel problemen gedeeld worden, hebben beide kampen, in het parlement noch in de echokamers van sociale media, nog oor voor elkaars argumenten. Alles is politiek geworden, en tegelijk sijpelt het geloof in politieke oplossingen weg. Het gevoel dat ’s werelds grootste democratische, economische en militaire macht in verval is, lijkt in vele gedaanten tegelijk te ontsporen.

Zijn verkiezing dankte Trump in niet geringe mate aan de verpauperde blanke arbeidersklasse, traditioneel Democraten, die door de globalisering miljoenen jobs verloren zagen gaan. De trickledowneffecten waarmee de Republikein Ronald Reagan deregulering en vrijemarktwerking verkocht, werden ook door de Democraten Bill Clinton en Barack Obama gepromoot, maar leidden vooral tot stagnerende lonen en toenemende ongelijkheid.

Black Lives Matter begon onder een zwarte president, een zwarte minister van Justitie en een zwarte minister van Binnenlandse Veiligheid, en zij konden ook niet presteren.
Cornel West
Zwarte filosoof en activist

De Amerikaanse gezondheidszorg, die tijdens de coronacrisis grote gebreken vertoonde, is al decennia een zootje. Obamacare was een poging dat enigszins te corrigeren, maar mangelde ook al voor Trump de hervorming deels terugschroefde. Het onderwijssysteem, behalve aan de topuniversiteiten, faalt al langer als vehikel van sociale mobiliteit. En de rassenrellen werpen een bedenkelijk licht op wat Democraten realiseerden voor de Afro-Amerikanen die doorgaans massaal op hen stemmen. Zeker nadat de coronacrisis hen al medisch en economisch disproportioneel hard getroffen heeft.

‘Als je twijfelt of je voor mij bent of voor Trump, dan ben je niet zwart’, zei de Democratische presidentskandidaat Joe Biden onlangs. Veel neerbuigender kan je niet uitdrukken dat je het zwarte kiesvee als vanzelfsprekend beschouwt. ‘We zijn getuige van Amerika als een gefaald sociaal experiment’, zei de zwarte filosoof en activist Cornel West dit weekend. ‘De Black Lives Matter-beweging begon onder een zwarte president (Obama, red.), een zwarte minister van Justitie (Eric Holder) en een zwarte minister van Binnenlandse Veiligheid (Jeh Johnson), en zij konden ook niet presteren.’

Gefaald experiment

In het Minneapolis van Floyd komen verhalen boven van jarenlang racisme in het politiekorps, dat nochtans al sinds 1978 onder een Democratische burgemeester opereert. De staat Minnesota heeft al een decennium een gouverneur en twee senatoren van de Democratische Partij. Een van hen, Amy Klobuchar, staat pijnlijk in de spotlights. Klobuchar wordt getipt als runningmate van Biden - ze zou goed scoren bij vrouwen en de cruciale onafhankelijke kiezers in de betere buitenwijken. Maar Afro-Amerikanen spuwen haar uit, omdat ze als gewezen openbaar aanklager in Minneapolis tussen 1999 en 2007 te weinig deed tegen blank politiegeweld. Wat ze zelf erkent.

Zo ontlokt de zaak-Floyd enorme woede, maar legt ze ook toenemend fatalisme en hopeloosheid bloot in de zwarte gemeenschap. Het gevoel dat niks veranderd is, alle protest ten spijt. Het gevoel van politiek onbehagen doordesemt stilaan vele lagen van de Amerikaanse bevolking. De vrees leeft dat als Trump over vijf maanden niet herverkozen raakt, de machtsoverdracht allesbehalve vreedzaam verloopt. En dat bij ‘four more years’ de protesten evenmin verdwijnen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud