Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘Hoog tijd om duidelijke keuzes te maken'

©Marco Mertens

Wat hebben Jos Delbeke (voormalige directeur-generaal voor het klimaat bij de Europese Commissie), Jan Goossens (CEO Aquafin), Rudy Van Beurden (voorzitter Gas.be) en Olivier Van der Maren (bevoegd voor duurzame ontwikkeling en mobiliteit bij het VBO) met elkaar gemeen? Een boodschap voor politici die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. ‘Dit land heeft nood aan een toekomstvisie om het klimaatbeleid vorm te geven.’

Liggen er vandaag voldoende harde cijfers op tafel om ook het bedrijfsleven te overtuigen van de economische impact van de klimaatverandering?

Jan Goossens: ‘Ik denk dat bedrijven almaar meer de impact van de klimaatverandering beginnen te voelen. Voor Aquafin, heb ik jarenlang voor chemiereus BASF gewerkt. Dat bedrijf kampte de voorbije jaren meermaals met stevige productieproblemen: door de lage waterstand in de Rijn was het simpelweg onmogelijk om voldoende grondstoffen aan te voeren. Daarnaast kunnen we ook niet langer om de financiële impact heen van de klimaatverandering. Steeds vaker zien bedrijven zich verplicht om milieumaatregelen te nemen als ze bij banken aankloppen voor leningen. Dat geldt ook voor Aquafin, dat in belangrijke mate gefinancierd wordt door de Europese Investeringsbank.’

Jos Delbeke: ‘Laten we het ook van de positieve kant bekijken: de klimaatverandering schept flink wat kansen voor het bedrijfsleven. Door de wetenschappelijke consensus rond de urgentie van een aantal klimaatmaatregelen staan de neuzen steeds meer in dezelfde richting. En bedrijven zien stilaan ook het economisch potentieel daarvan in.’

‘Binnenkort leven we op deze planeet met 10 miljard mensen. Dat lukt alleen als in de meest uiteenlopende domeinen nieuwe technologie met een lage uitstoot wordt ontwikkeld. Kijk bijvoorbeeld naar de sector van de hernieuwbare energie. De technologische vooruitgang die daar de voorbije twee decennia werd geboekt, is indrukwekkend.’

©Marco Mertens

Overheden in ons land blazen warm en koud. We kunnen alleen maar hopen dat er na de verkiezingen wél snel duidelijke keuzes worden gemaakt.
Jos Delbeke
voormalige directeur-generaal voor het klimaat bij de Europese Commissie

Het bedrijfsleven uitte de voorbije jaren regelmatig kritiek op de overheid. Die zou te vaak nalaten om een duidelijk kader te scheppen.

Olivier Van der Maren: ‘Het Europese Emissions Trading System (ETS) heeft een cruciale rol gespeeld in de bewustmaking van de bedrijfswereld rond de klimaatproblematiek. Dankzij het ETS is in de echt grote bedrijven op topniveau een debat ontstaan over de beperking van de CO2-uitstoot. En daardoor is ook de nood aan fundamentele technologische innovaties prominenter op de agenda beland.’

‘In het verleden dacht het bedrijfsleven tien tot hooguit vijftien jaar vooruit. Vandaag zijn we verplicht om al tot 2050 vooruit te blikken en langetermijnstrategieën uit te werken. Het VBO vindt dat er op Belgisch niveau een duidelijke visie ontbreekt over de grote strategische keuzes voor de toekomst. Wat wordt de energiedrager van morgen? Zetten we voluit in op waterstof?  Hoe kijken we aan tegen het potentieel van biomassa? Wat wordt de rol van aardgas? Als je bedrijf vandaag belangrijke strategische keuzes moet maken met een impact van twintig of dertig jaar, dan kan je maar beter meteen ook de goede keuze maken.’

Jos Delbeke: ‘Volledig mee eens, de verschillende overheden in ons land blijven stevig in gebreke, ze blazen warm en koud. We kunnen alleen maar hopen dat er na de verkiezingen wél snel duidelijke keuzes worden gemaakt.’

Komt die onbeslistheid het bedrijfsleven niet goed uit? Zolang de overheid geen knopen doorhakt, kunnen bedrijven ingrijpende en dure beslissingen op de lange baan schuiven.

Olivier Van der Maren: ‘Dat slaat nergens op, geloof me. We sleutelen al ruim tien jaar aan een betere energie-efficiëntie, maar op een gegeven moment bots je wel tegen de grenzen aan. Dan rijst de vraag: wat kunnen we nog meer doen, en welke fundamentele nieuwe keuzes moeten we daarvoor maken?’

Rudy Van Beurden: ‘In onze sector hebben we ons geëngageerd - niet alleen in eigen land, maar ook internationaal - om tegen 2050 naar een koolstofneutrale samenleving te evolueren. Wij zijn zelf geen producenten van aardgas, we zijn infrastructuuroperatoren en transporteren dus gas. Vandaag is dat aardgas, morgen kan dat net zo goed een ander soort gas zijn.’

‘Maar wat mij stoort in het hele debat? De overheid focust zich al te snel haast exclusief op één welbepaalde technologie en op één energiedrager. Waarna we die dan ook massaal ondersteunen via subsidies of fiscale voordelen. Daarbij kijken we dan ook altijd meteen richting bedrijfsleven. Terwijl precies de bedrijven de voorbije jaren toch al heel belangrijkste stappen gezet hebben.’

©Marco Mertens

Je zal in de industrie niemand vinden die tegen een vergroening van de stroomproductie gekant is. Op voorwaarde dat de concurrentiepositie daardoor niet verslechtert en uiteraard de stroombevoorrading zelf niet in het gedrang komt.
Jan Goossens
CEO Aquafin

Maakt u dat eens iets concreter?

Rudy Van Beurden: ‘Vandaag lijkt elektrificatie het nieuwe toverwoord. In de toekomst moet alles elektrisch, en dan wordt die toekomst vanzelf groen. Waarbij niemand de vraag lijkt te stellen hoe groen die elektriciteit is of kan worden. En waarbij we ons haast uitsluitend baseren op theoretische modellen op jaarbasis. Die houden geen rekening met de realiteit op het terrein en met seizoenschommelingen. Want zulke schommelingen hebben een grote impact op de productie van groene stroom, denk maar aan meer zonne-energie in de zomer. Bovendien is de vraag naar piekcapaciteit net het grootst in de winter, en dan vooral ’s ochtends en ’s avonds, wanneer het donker is.’

‘De grote uitdaging is een continue energievoorziening, op elk ogenblik van de dag, zomer en winter. In een land als België wordt daar al te snel aan voorbijgegaan. Zeker als je weet dat de residentiële gebruikers en de kmo’s vandaag goed zijn voor de helft van het gasverbruik in ons land. Die residentiële gebruikers worden nu aangemoedigd om voor de verwarming van hun woningen massaal over te schakelen op elektrische warmtepompen.’

‘Daar heb ik toch vragen bij. Zo’n elektrische warmtepomp blijft voor heel veel particulieren financieel een onhaalbare kaart. In bestaande woningen is ze meestal economisch en technisch weinig realistisch. Bovendien hebben we in onze steden honderdduizenden oude, slecht geïsoleerde woningen met een verouderde verwarmingsinstallatie. Boeken we dan niet sneller vooruitgang in de strijd tegen de klimaatopwarming door in te zetten op een betere isolatie, gekoppeld aan een nieuwere, maar wel efficiëntere en betaalbare verwarmingsinstallatie, die op termijn ook kan werken op groen gas, zoals biomethaan, synthetisch gas…?’

Jos Delbeke: ‘Grote bedrijven hebben de voorbije jaren al een aanzienlijke prestatie gerealiseerd, dat klopt. Om maar twee cijfers  te geven: tussen 2005 en 2018 is de CO2-uitstoot door de grote ETS bedrijven in de energie en industrie in Europa met 29 procent verminderd. Dat is beduidend meer dan de 22 procent voor de hele economie sinds 1990. De residentiële sector deed het een stuk minder goed, en dan komen we inderdaad uit bij de verwarming van onze woningen en ons autogebruik.’

Welke stimuli moeten er op tafel komen voor het bedrijfsleven, als we weten dat fundamentele keuzes zich opdringen?

Olivier Van der Maren: ‘Bij het VBO geloven we nogal sterk in wat we omschrijven als technologieneutraliteit. Daarmee bedoel ik: de overheid moet in eerste instantie de normen en doelstellingen bepalen, maar moet zich niet bemoeien met de technologie die bedrijven gebruiken om die doelstellingen te bereiken. Je kan vastleggen dat voor de verwarming van een gebouw maximaal zoveel energie per vierkante meter mag worden verbruikt. Maar de overheid mag niet bepalen dat die doelstelling met een warmtepomp moet worden gehaald. Net zoals een nieuwe auto in 2030 aan bepaalde uitstootnormen moet voldoen, maar het voor ons nog lang geen uitgemaakte zaak is dat alle auto’s elektrisch moeten zijn.’

©Marco Mertens

Vandaag lijkt elektrificatie het nieuwe toverwoord. In de toekomst moet alles elektrisch, en dan wordt die toekomst vanzelf groen.
Rudy Van Beurden
voorzitter Gas.be

Is iedereen het daarmee eens?

Jos Delbeke: ‘In principe wel, maar we mogen de zaken ook niet op zijn kop zetten. Vandaag heeft de productie van elektriciteit in ons land een lage CO2-uitstoot, onder meer dankzij onze kerncentrales. Kernenergie roept uiteraard wel andere vragen op en heeft een verborgen factuur, zodra die centrales ontmanteld moeten worden, maar dat is een ander debat. Technologieneutraliteit is hier vandaag al grotendeels bereikt, vind ik. Tegelijk is dankzij het sterk gestuurde innovatiebeleid de meerprijs van hernieuwbare energie in Europa in acht jaar tijd met zowat 80 procent gedaald. Daardoor zijn windmolens aan land vandaag zelfs al de goedkoopste technologie geworden om elektriciteit te produceren. Binnenkort zitten zonnepanelen op eenzelfde kostenniveau.’

Jan Goossens: ‘Ik denk dat je in de industrie niemand zal vinden die tegen een vergroening van de stroomproductie gekant is. Op voorwaarde dat de internationale concurrentiepositie daardoor niet verslechtert en uiteraard de stroombevoorrading zelf niet in het gedrang komt. Grote stroomverbruikers zetten overigens al jarenlang zwaar in op een lager stroomverbruik, niet alleen om ecologische maar ook om economische redenen.’

Jos Delbeke: ‘Ik denk ook dat we onze aanpak van de stroomproductie moeten differentiëren. Voor particulieren komt de focus steeds meer op kleinschalige, vaak lokale productie liggen. Voor de zware industrie, zoals de bedrijven in de Antwerpse haven, is dat veel minder een optie. En dat vraagt een tweeledig beleid. Ik heb alle begrip voor de nervositeit van bedrijven die vooral zekerheid willen over de onafgebroken beschikbaarheid van elektriciteit. Dat debat moet dringend worden gevoerd.’

We hebben het al vooral over de uitdagingen voor het bedrijfsleven gehad. Maar hoe zit het met de kansen die de klimaatverandering biedt?

Olivier Van der Maren: ‘Een mooi voorbeeld is de carbon capture and storage, het opvangen en opslaan van CO2. Alleen: wil de Belgische regering meegaan in de ontwikkeling van die technologie, en die eventueel zelfs steunen? En gaan we dan ook investeren in pijpleidingen voor dat transport? Dat kan bijvoorbeeld een belangrijke pijler zijn in een nieuw en goed uitgebouwd industrieel beleid. Los daarvan zie je ook hoe onze bedrijven meer inzetten op vernieuwende diensten die gelinkt zijn aan de strijd tegen de klimaatopwarming. Nieuwe circulaire modellen, waarbij een bedrijf bijvoorbeeld niet langer lampen maar wel licht verkoopt, zijn een goede illustratie.’

Jos Delbeke: ‘We moeten beseffen dat we ook de volgende jaren nog heel veel CO2-intensieve basisproducten nodig hebben. Staal, cement, chemische stoffen, noem maar op. Al is het maar om duurzame steden of transportinfrastructuur uit te bouwen. Vanuit ecologisch standpunt schieten we er niets mee op om die te importeren uit China, om hier CO2 te besparen.’

‘Ik zie een groot potentieel in de heruitvinding van onze belangrijke industriële processen. Veel grote Vlaamse bedrijven zijn daarmee bezig. Die inspanningen moeten we stevig aanmoedigen. Laat ons alsjeblieft niet wachten op de nieuwe industrielanden om de technologie van morgen te ontwikkelen. De klimaatopwarming kan ons zelfs helpen om marktaandeel terug te winnen. Een verregaande focus op innovatie is onze beste garantie om mee te blijven tellen. Europa staat vandaag nog voor 7 procent van de wereldbevolking. Binnen afzienbare tijd is dat nog amper 5 procent. Als we ons niet ontpoppen tot een koploper in industriële innovatie, zetten we onszelf steeds verder buitenspel.’

Rudy Van Beurden: ‘We moeten vooral alle opties open houden. In heel wat domeinen - niet het minst de hernieuwbare energie – zullen de volgende jaren nieuwe oplossingen komen, die veel meer potentieel hebben dan de technologie die we vandaag inzetten. Ik denk aan groen gas en aan het omzetten van hernieuwbare stroom naar een andere energiedrager zoals gas, via de ‘power-to-gas’ technologie. Dat gas kan vervolgens goedkoop getransporteerd en opgeslagen worden via bestaande infrastructuur. Zo bieden we een antwoord op de vraag om vraag en aanbod van hernieuwbare energie over de seizoenen heen op elkaar af te stemmen.’

©Marco Mertens

De overheid moet normen en doelstellingen bepalen, maar moet zich niet bemoeien met de technologie die bedrijven gebruiken om die doelstellingen te bereiken.
Olivier Van der Maren
executive manager competentiecentrum duurzame ontwikkeling & mobiliteit VBO

Slotvraag: wat moet voor jullie de absolute prioriteit worden bij de regeringsonderhandelingen die er over enkele maanden aankomen?

Jos Delbeke: ‘Een stabiel energiebeleid met visie. De politiek faalt daar al meer dan tien jaar. En dat maakt het bedrijfsleven terecht nerveus.’

Olivier Van der Maren: ‘Europa verwacht van ons land een nationaal klimaatplan voor 2030. Wat vandaag op tafel ligt, stelt amper iets voor. Het plan puilt uit van de goede intenties, maar bevat amper concrete maatregelen. Daar ligt dus een enorme uitdaging.’

Rudy Van Beurden: ‘Een visie voor 2050 naar voren schuiven, is relatief gemakkelijk. Die plannen zullen de facto door anderen moeten worden gerealiseerd. Daarom pleit ik voor concrete kortetermijndoelstellingen. Veel kleine stapjes maken ook een verschil. Ze zijn cumulatief in de tijd wat betreft de reductie van CO2 en voorkomen dat we op langere termijn veel drastischere maatregelen moeten nemen.’

Jan Goossens: ‘In mijn sector staat de droogteproblematiek prominent op de agenda, en ook ik pleit voor meer visie én voor schaalvergroting. In de sector zijn heel veel spelers actief en is er dus ook flink wat versnippering. Ik hoop op meer politieke moed om een efficiënter beleid te kunnen voeren.’

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.