Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De Partner zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

Sparen zonder het te voelen

©Shutterstock

Sparen voor later is ‘rationeel moeilijk’, stelt de gerenommeerde gedragseconoom Richard Thaler. We hebben de neiging ons vermogen op te delen in categorieën: leefgeld, vaste uitgaven, geld voor ontspanning, budget om op reis te gaan … Met de categorie ‘geld voor later’ hebben we het lastig. De hindernissen die sparen in de weg staan, kunnen we psychologisch omzeilen.

Mensen hebben een beperkte wilskracht om verleidingen en beloningen op korte termijn te weerstaan. Daardoor hebben we het moeilijk te blijven werken aan doelen en wensen op de lange termijn. Uit onderzoek in de sociale psychologie blijkt dat we het heden sterker waarderen dan de toekomst. We zijn overoptimistisch en verlies-avers. Dat wil zeggen dat we kiezen voor de zekerheid van het nu in plaats van het risico van later. Het belemmert onze motivatie om aan de slag te gaan met doelen op de langere termijn.

Het is makkelijker om elke dag 5 euro te sparen dan 150 euro per maand.

De haalbaarheid en de slaagkans om voor iets te sparen zijn afhankelijk van de mentale inspanning. Vaak zien mensen op tegen te grote spaardoelen. Op geregelde tijdstippen (automatisch) een klein bedrag langs de kant zetten werkt daarentegen wel.

Liever in één keer dan in schijven

Gedragseconoom Shlomo Benartzi van de UCLA voerde hierover een boeiend experiment. Hij deelde zijn vrijwilligers op in drie groepen. De eerste groep vroeg hij of ze 5 dollar per dag konden sparen. De tweede of ze 35 euro per week konden sparen. En de derde of ze 150 dollar per maand langs de kant konden zetten. Een op drie deelnemers beweerde 5 dollar per dag te kunnen sparen, maar slechts 7 procent dacht 150 per maand te kunnen sparen. Terwijl het eindbedrag precies hetzelfde is.

Als mensen een grote som ontvangen, voelen ze dat niet aan als een deel van hun gewone inkomen.

Een andere manier om te sparen is eenmalige extra inkomsten opzij te zetten. Daarmee gaan we in tegen onze gerichtheid op de korte termijn. Een voorbeeld is het vakantiegeld dat de meeste mensen in één keer krijgen uitbetaald. Volgens onderzoek van het Nederlands Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) wil 90 procent dat zo houden. Slecht 13 procent zou zijn vakantiegeld liever in maandelijkse schijven uitbetaald krijgen. Als deel van ons maandelijks inkomen zou het gewoon meegaan in het geheel van alle uitgaven. Eén groot bedrag zetten we sneller opzij.

Erfenis aan de kant

Onderzoekers van Harvard Business School en Princeton deden tien jaar geleden onderzoek naar financiële methodes om gezinnen te helpen sparen. Als mensen een grote som ontvangen, voelen ze dat niet aan als een deel van hun gewone inkomen. Ze gaan niet opeens meer uitgeven aan dagelijkse boodschappen. Ze zien een dertiende maand, vakantiegeld of een bonus niet als een vast deel van hun loon, maar als een onverwachte extra. Ook erfenissen, teruggave van de belastingen of schenkingen zetten ze sneller en gemakkelijker opzij, in zijn geheel of gedeeltelijk. Dat komt omdat ze in hun dagelijks leven geen ‘nadeel’ aan dit sparen ondervinden.

Mensen die sparen, kunnen dat geld best op een aparte spaarrekening bij een andere bank zetten, niet verbonden aan hun dagelijkse zichtrekening. Daarmee moeten ze een extra drempel over om dit geld uit te geven. Uit het Nibud-onderzoek blijkt immers dat vier op de tien mensen zich schuldig voelen als ze geld van hun spaarrekening halen. Zeven op de tien vinden het zonde geld van hun spaarrekening te halen.

Ook u kan nog beter sparen. Doe de Spaarkrachttest!

Lees verder

Logo
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De Partner zijn verantwoordelijk voor de inhoud.