sabato

Het duo dat Fortis ontmantelde

©Klaartje Lambrechts

Na tien jaar in de non-profitsector lanceren Maarten Gielen en Lionel Devlieger een webshop voor tweedehands bouwmaterieel. Ontmoet de heren die Fortis ontmantelden, België op de Biënnale van Venetië vertegenwoordigden en Miuccia Prada en Rem Koolhaas tot hun fans mogen rekenen.

‘In ons depot? Duizend vierkante meter valse plafonds uit de KPN-kantoren, kranen uit de chemielokalen van de Gentse Ledeganck of radiatorschermen uit het voormalige RJV-gebouw van Léon Stynen in Brussel. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.’ Nee, we hebben niet te maken met een stelletje pathologische hamsteraars, maar met Lionel Devlieger en Maarten Gielen van het ontwerpcollectief Rotor. In hun depot in het noorden van Brussel stapelen ze de materialen die ze recupereren van grote bouwprojecten, vaak net voor de sloop. ‘Meestal gaat het om kantoorgebouwen in het Brusselse. Er is altijd wel een werf. In de kantoormarkt wordt heel veel verbouwd, maar vaak is er nog een schat aan valse plafonds, vloeren, systeemwanden en zonweringen te vinden.’

Immobiliënkantoren en grote afbraak- en bouwbedrijven als De Meuter of Stallaert tippen hen over de werven, waar ze na een akkoord met het bouwbedrijf enkele dagen of weken de tijd krijgen om te ontmantelen wat de moeite lijkt, te betalen per ton of container.

Dissectietafel te koop

Devlieger houdt halt tussen enkele donkere houten klapstoelen. ‘Deze schoolbanken haalden we uit een interbellumschool in Luik, de kasten daar komen uit het oude universiteitscomplex van de Ledeganck in Gent, en de tegels krijgen een nieuwe plaats in de zero waste-shop Moor & Moor in Gent, ontworpen door Doorzon-architecten. In Gent vonden we ook deze zeven dissectietafels. Verchroomd staal en inox, zelfs met watertoevoer in de poten. Waanzinnig toch?’, grijnst Devlieger. ‘Waar die zullen terecht­komen is nog maar de vraag. In de medische sector, misschien? Of in een kinky bar?’

Rotor Deconstruction in actie ©rotor

De meeste meubels en bouwmaterialen zijn iets minder spectaculair en verkoopt Rotor aan bouwbedrijven en architecten. ‘Of we gebruiken ze om zelf projecten te ontwerpen, zoals cultuurcentra of tentoonstellingen’, zegt Gielen. ‘Het hergebruik van materialen is niet alleen visueel en technisch interessant als basis voor nieuwe projecten, het is ook duurzaam. Mensen maken hun huis dan wel energiebesparend, er wordt ook energie verbruikt om al die materialen te maken die later gewoon worden weggegooid. Het hergebruik van bouwmaterialen zou mainstream moeten zijn. Daarom moet het ook relatief makkelijk zijn: het is niet realistisch dat iemand die een nieuw gebouw plaatst zelf materialen moet recupereren.’

In Sabato's 'Zero Waste Special' vertelt bankiersergenaam en waste warrior David de Rothschild Jr. over zijn nieuwste projecten en zoomen we in op de pioniers die het afvalprobleem in de luxesector aan de kaak stellen.
Wat dacht u van ex-Céline-ontwerper Ronald Van der Kemp die de vlooienmarkt naar de Vogue brengt en de sterrenchefs die met restjes doen wat de meeste chefs met vers voedsel nog niet durven? Lees er alles over in de Sabato van dit weekend. 

Dat is, kort gezegd, wat Gielen en Devlieger met hun project Rotor Deconstruction doen. ‘Er zijn nog bedrijven die tweedehands bouwmateriaal ophalen en verkopen’, werpt Gielen op. ‘Maar vaak specialiseren die zich in één materiaalsoort, zoals kasseien of dakpannen. Wat wij doen, is van een grotere en omvattender schaal.’

Zo riep Fortis de hulp in van Rotor bij de ontmanteling van zijn hoofdkantoor in Brussel, de voormalige Generale Bank. Rotor adviseerde de bank over de werf en welke stukken het houden waard waren. In ruil kregen ze vrij spel om de rest te bewaren en in nieuwe projecten te gebruiken. ‘In acht maanden tijd hebben we uit de hal, de lokettenzaal en de directiekantoren de mooiste stukken gerecupereerd.’

Dat gaat van een gigantische luchter, deuren of bordjes voor het toilet ontworpen door Jules Wabbes, of meubilair uit het café ontworpen door Christophe Gevers. Een deel is te koop via de pas gelanceerde website van Rotor, een ander deel van het Gevers-meubilair gebruikte het collectief om het Cultureel Centrum van Bomel, in Namen, volledig in te richten met tweedehands meubelen.

Een vals plafond, ontmanteld door Rotor Deconstruction ©Rotor

Op containerjacht

Flashback naar tien jaar geleden. Toen was Rotor nog een zijproject. Devlieger gaf les aan de Universiteit Gent, waar hij eerder zijn doctoraat in de architectuurgeschiedenis behaalde. Gielen was in de cultuursector aan de slag. Maar het kriebelde. ‘Als we op straat een hoge container zagen, moesten we ons bedwingen. We wílden weten wat erin zat (lacht). Het idee dat die materialen niet optimaal benut werden, hield ons bezig.’

Dus richtten de twee jonge, idealistische wolven met architect Tristan Boniver de vzw Rotor op, die als consultancy- en onderzoeksbureau het hergebruik van indus­triële materialen promootte en onderzocht, onder meer voor het Brussels Gewest. Ze deden dat heel even vanuit hun tijdelijk kantoor, gemaakt van bouwafval uit de Brusselse binnenstad. ‘Dat was echt gek’, blikt Gielen terug. ‘We stonden er zelfs mee in een boek van de gereputeerde uitgeverij Taschen en er belden Australische journalisten.’

Rotors 'Usus/Usures' op de Architectuurbiënnale van Venetië ©rotor

Het kantelpunt kwam er in 2010, toen het collectief werd geselecteerd uit een open call voor het Belgische paviljoen op de Architectuurbiënnale van Venetië. In het Belgische paviljoen hingen ze gebruikte tapijten op als schilderijen en maakten ze sculpturen of installaties van zitjes van metrobanken. De beroemde architect Rem Koolhaas was zo onder de indruk dat hij de Prada-oprichters Miuccia Prada en Patrizio Bertelli aanmaande ook dringend het paviljoen te gaan bezoeken. In 2011 nodigden Prada en Bertelli Rotor uit om een tentoonstelling te maken in hun Fondazione Prada. ‘Elk jaar bouwt Prada twee tot vier nieuwe catwalks voor een modeshow, en die worden allemaal bewaard. In Toscane staan verscheidene depots tjokvol Prada-catwalks. Wij hebben die in één grote ruimte in de Fondazione gezet’, zegt Gielen. ‘Op dat ogenblik vond ook de Designweek van Milaan plaats’, voegt Devlieger eraan toe. ‘Alles draait dan om nieuwer en nieuwst. Dit was een artistiek statement. Om te zeggen: ook dit is wat waard.’

In datzelfde jaar was Rotor ook verantwoordelijk voor de scenografie en de opstelling van de grootse overzichts­expo over het architectenbureau van Rem Koolhaas, OMA, in het Barbican Centre in Londen. En op 1 oktober opent Rotor een nieuwe expo tijdens de triënnale in Luik, een poëtische installatie van bouwmaterialen.

©Klaartje Lambrechts

‘Eigenlijk kan je Rotor niet samenvatten. We zijn een soort consultancybureau dat ook onderzoek doet, artistieke projecten opzet en gebouwen ontmantelt.’ Maar het collectief, dat vandaag negen mensen omvat, ontwerpt bijvoorbeeld ook het interieur van het Brusselse mode- en designcentrum MAD. Het moet eind volgend jaar klaar zijn.

Om het nog ingewikkelder te maken: nu komen daar het bedrijfje Rotor Deconstruction, een coöperatie en de gelijknamige website bij. ‘Maar in de praktijk verandert dat weinig aan wat we doen. Of we nu ondernemers zijn? We zijn het altijd al geweest’, zegt Gielen. ‘Misschien nog één ding toevoegen. Wij halen intussen niets meer uit containers.’
www.rotordeconstruction.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie