sabato

'Ik wil surfen tot ik niet meer kan': Belgisch surfpionier Frank Vanleenhove

©Karel Duerinckx

In de oosthoek van Knokke-Heist, in het Zoute, richtte Frank Vanleenhove dertig jaar geleden Surfers Paradise op, de eerste surfclub aan de Belgische kust. 'Laat Frank maar wat spelen', dachten veel Knokkenaars in die tijd. Drie decennia later trokken we met hem naar de waterlijn.

Sinds hij op zijn dertiende voor het eerst op een plank stond, beheerst de surfsport het leven van Frank Vanleenhove (56). Begin dit jaar trok hij met zijn petekind naar Hawaï: de 16-jarige Dean Vandewalle wordt misschien de eerste Belgische prof. Voor Vanleenhove zelf was het verblijf op de Amerikaanse eilandenstaat zowel de bekroning van zijn carrière als een openbaring. 'Dean en ik waren op de legendarische North Shore van het eiland Oahu: een strook van twintig kilometer met de ene surfspot na de andere', vertelt hij. 'Aan de mythische Waimea Bay had ik het geluk de grootste 'swell' van de hele winter mee te maken, met golven tot tien meter. Op zo'n moment stopt het publieke leven daar en gaan alle locals en toeristen naar de surfers kijken. De hele wereldtop vliegt dan in, ook vanuit Florida, Californië en Australië.'

'Daar en dan mógen surfen was een openbaring. Met zulke golven wordt het een andere sport. Ik besefte hoe nietig ik was. De hele week hoorden we ambulances af en aan rijden. Er viel een dode. Een andere surfer werd afgevoerd met een schedel- en kaakbreuk. Dat waren profs, inderdaad.'
'Ja, ik ken angst. Maar nooit verlamt hij me. Angst maakt me alerter. Na elke golf dacht ik: nu stop ik, want ik leef nog. Maar de voldoening en de kick overheersen: je wil er nóg een. Al moet je een uur wachten. En nog een. Tot je kapotgepeddeld bent.'

©Karel Duerinckx

Te goed

'Op de meest afgelegen plaatsen in Australië werden dorpen en steden gebouwd, alleen omdat er vlakbij een surfbare golf is', vertelt Vanleenhove. 'Sommige mensen gaan voor de rest van hun leven op zo'n plek wonen, voor één golf, die ze dan perfect leren kennen. Aan mij is dat niet besteed. Ik ben geen boom die je zomaar verplant. Ik heb nog geen enkele andere plaats gevonden waar de levenskwaliteit doorheen het jaar zo groot is als in Knokke-Heist. Elders een huis kopen zou ik nooit doen. Zodra ik alles ontdekt heb, slaat de verveling toe en wil ik iets anders.'

Zijn petekind, die leerde surfen in Surfers Paradise, verkaste wel. 'Deans vader Toni is een van mijn beste vrienden, en ook een fervent surfer. Tien jaar geleden verhuisden ze naar Costa Rica, waar Dean wordt opgeleid. Ook op Hawaï kochten ze een huis, voor wanneer er op Costa Rica geen golven zijn. Het doel is de eerste Belgische prof worden. Hij heeft een surf-, een physical en een mental coach en volgt thuisonderwijs. Hij deelt zijn dagen in volgens de golven - die volgen de schooluren niet.'

De Olympische Spelen in Tokio van 2020 zijn z'n grote droom. Daar staat surfen voor het eerst op het programma. Realistisch? 'Eind 2016 werd Dean derde op de European Junior Championships in Marokko', vertelt Vanleenhove. Met hoog mikken is niets mis, vind ik. Het is wel on-Belgisch. Je merkt het nu op het WK voetbal: we zijn al zeer tevreden met een halve finale. Terwijl we voor niemand hoeven onder te doen. Voor Dean is de top bereiken ook belangrijk omdat een heleboel jonge Belgische surfers hem volgen. Hij is een voorbeeld.'

Knokkestempel

Frank Vanleenhove ©Karel Duerinckx

Voor hem begon het aan de ouderlijke villa in hartje Knokke. 'Het Zegemeer was mijn tuin. Ik leerde er zwemmen en speelde er met mijn rubberbootje. En tegenover ons huis lag het vijfsterrenhotel La Réserve, dat zijn klanten primeurs aanbood zoals de eerste aardbeien en komkommers die per helikopter werden aangevoerd. Op een dag hadden ze er ook de eerste windsurfplanken in België. De Nederlandse lesgever had aanvankelijk geen werk: niemand kende dat. Ik vroeg hem of ik eens op zo'n plank mocht staan. 'En nu met een zeil', zei hij algauw - dat was beter zichtbaar voor de klanten die op het terras cocktails dronken. Ik was dertien en vertrokken. '

Tussen 1980 en 1982 werd Vanleenhove tweede op het EK windsurfen, en vierde en vijfde op het WK. 'Tegen profs uit Hawaï en zo.' Los daarvan heeft hij een indrukwekkend sport-cv, in een illustere lijst van disciplines: skaten, golfsurfen, windsurfen, squash, racquetball, speedsailing, snowboarding, rafting, kiteboarding, rescue life saving games, marathon, triatlon, ironman. 'Ik doe dat om gezond te blijven, niet zozeer voor de medailles', zegt hij. 'Al kan ik slecht tegen mijn verlies. Zet mij op een paard of aan een pingpongtafel, doe mij bokshandschoenen of schaatsen aan, drop me in een tienkamp: ik ga tot het uiterste.'

Mijn vader had een vast maandloon en wist precies hoeveel pensioen hij later zou krijgen. Ik wilde me in het avontuur storten. Maar ook alles doen om te slagen.

Om te winnen, dus. Zijn oorspronkelijke ambitie heeft hij ruimschoots overtroffen. 'In lijn met mijn diploma droomde ik ervan leraar lichamelijke opvoeding te worden. Dan had ik veel vrije tijd, om te surfen. 'Zelfs met mijn invloed raak je de eerste tien jaar nooit aan vast werk', zei mijn vader, die eerst wiskunde gaf en later directeur werd in het atheneum van Knokke-Heist. Mijn zus had tien jaar eerder hetzelfde gestudeerd en zat in die situatie. Mijn vader was een socialist. We voerden eindeloze discussies over het wel en wee van het socialisme, dat in de basis goed is maar in mijn ogen is ontspoord. Geregeld stonden we lijnrecht tegenover elkaar. Toen ik zei dat ik als zelfstandige een surfclub wilde oprichten, vroeg hij hoeveel ik zou verdienen. 'Dat zal afhangen van het weer', zei ik. Ik mocht hem bijna oprapen. Hij had een vast maandloon en wist precies hoeveel pensioen hij later zou krijgen. Ik wilde me in het avontuur storten. Maar ook alles doen om te slagen.'

Hij vroeg en kreeg een stuk strand van burgemeester Lippens. 'Ik begon met één cabine. Een jaar later had ik er al drie. Maar ervan leven was onmogelijk. Gedurende twintig jaar werkte ik als marketingmanager voor O'Neill en Quiksilver. Toen ik in 2002 het strand zag boomen, kon ik me wel volledig concentreren op Surfers Paradise. Inmiddels telt de club 1.300 leden. Ik veranderde het geweer wel van schouder. Vroeger zaten we te wachten tot er mensen kwamen. Nu organiseer ik ook surfkampen, schoolsportdagen, events voor bedrijven... Zo rek ik het seizoen. We zijn het hele jaar open. Ik heb elf mensen vast in dienst, plus een 25-tal jobstudenten in het seizoen. Dan draait het hier twaalf uur per dag, zeven op zeven, zeven maanden lang.'

'Als student in Brussel kreeg ik al het Knokkestempel', vertelt hij. 'Alsof iedereen hier rijk is. Ik kan mijn familie onderhouden, een nieuwe surfplank kopen als ik dat wil en in de winter op reis gaan. Dat zijn de belangrijke dingen in mijn leven. Niet een aanzwellende bankrekening. Maar boekhouders verklaren me gek. Hier op het strand, dat niet van mij is, bouwde ik voor een miljoen euro aan accommodatie. De concessie kan ik niet verkopen of overlaten. Het doel is wel dat mijn dochter ze voortzet. Mijn pensioen ziet er niet goed uit. Maar ik heb een goed leven.'

Zeepbel

Er ligt zand op zijn bureautafel. 'Net als in mijn auto en in mijn bed', lacht hij. 'Ik woon aan het water en ik werk aan het water. Bij het water ben ik gelukkig. Zelfs op reis ga ik zelden verder dan het strand.' Reizen doet hij altijd in november en december. Aan de muur van zijn piepkleine kantoortje: een wereldkaart vol spelden. 'Nieuwe surfspots vinden wordt steeds moeilijker. Staan nog op mijn lijstje: het zuiden van Nieuw-Zeeland, Tasmanië, Japan, Zuid-Afrika, Argentinië en Chili. Soms ga ik ergens met het vage idee er te gaan wonen. Maar ik keer altijd met evenveel goesting terug naar Knokke.'
'Hier wonen is een droom. De zee, de horizon, het lekkere eten, de winkels, de sportclubs: Knokke heeft alles van een grootstad. Ik ben een 'saisonnier'. Ik kick erop wanneer het seizoen begint en alles tot leven komt. Maar op het eind verlang ik naar een leeg strand. Ik geniet evenveel van de winter. Dan wordt het hier een dorp, waar iedereen elkaar kent. Dan kan je hier alleen in de cinema zitten. En de film spéélt. Op een dinsdagmorgen vind ik gemakkelijk twintig fietsmakkers. Ondernemers en horecamensen krijgen dat georganiseerd. Voor dat vakantiegevoel en die heerlijke variatie komen sommigen hier wonen.'

'Knokke is ook een cocon. Een zeepbel. De crisis heeft hier nooit bestaan. Ik ben daar dankbaar voor. Mijn oudste dochter is 31. Mijn vrouw heeft een zoon van 18. Samen hebben we een zoon van negen en een dochter van tien. Het moeilijkste hier is: hun voetjes op de grond houden. Twee jaar geleden vroeg Ike waarom hij niet in een Porsche naar school werd gebracht. Hij was zeven. Voor hen is dat gewoon. Ik wil hen bijbrengen dat het uitzonderlijk is. Vorig jaar woonden we twee weken in een strandhutje in Papoea-Nieuw-Guinea, zonder stromend water en elektriciteit. In het dorp liepen de mensen in hun blootje.'

'Dat is de keerzijde van Knokke', zegt hij. 'Van mijn schoolmakkers slaagden er drie of vier in om hier te blijven. Jonge mensen krijgen de kans niet meer om hier te wonen. De vergrijzing is een pijnpunt. Ikzelf kan teren op de briljante zet van mijn ouders. Zij kochten in 1950 de lap grond aan het Zegemeer. Daar woon ik nu, op een van de mooiste plaatsen. Zonder hen had dat nooit gekund.'
'En er is veel verdwenen. Het olympisch zwembad, de karting, de bowling, place m'as-tu vu met de horecazaken waarlangs mensen en auto's flaneerden. Het viel allemaal ten prooi aan de bouwpromotoren. De gemeente zag te laat in dat alles om geld begon te draaien. Na dertig jaar kwam er wel weer een prachtig binnenzwembad. Op het Albertplein is er nu een nieuwe horecazaak en op het evenementenstrand worden feesten georganiseerd waar jongeren terecht kunnen. Maar er is nog veel werk. Er is amper een uitgaansleven. Hier komen jongeren tot ze 14, 15 zijn. Neem de voormalige Optima Open in het Zoute: een tennistoernooi met oude spelers voor oude mensen. De jeugd kent John McEnroe en Jimmy Connors niet, laat staan dat ze naar hen komen kijken. De Zoute Grand Prix is zeer mooi en succesvol, maar typisch Knokke. We moeten ook nieuwe dingen doen. We mogen niet vastroesten.'

Lege doos

In 2012 richtte hij Lakeside Paradise op, een tweede watersportclub op het 11 hectare grote, ongebruikte Duinenwatermeer. De club wordt gerund door zijn vrouw Natalie en schoonzoon Quincy. 'We organiseren er waterski en hebben de eerste wakeboardingkabelbaan van Vlaanderen. Eens iets nieuws. En goed voor 10.000 bezoekers per jaar, ook uit Frankrijk en Nederland. Trendy watersporten zitten in de lift. Daarmee kan je de jeugd terughalen. In 2004 hadden we de eerste stand up paddle boards uit Hawaï, nu ook de eerste foils, de nieuwe hype. Dankzij een vin of foil die onder een surfplank uitsteekt, zweef je bij het foilen zo'n 70 centimeter boven het water. De vin tilt je op als je snelheid maakt, waardoor je sneller vooruitgaat dan bij klassiek surfen.'

'Ik wil heel oud worden en surfen tot ik niet meer kan. In Hawaï zie ik gasten van tachtig surfen. Hun lange blonde haren zijn grijs geworden.' ©Karel Duerinckx

Bij Lakeside Paradise begon hij ook de eerste jeugdherberg en organiseert hij budgetvriendelijke zeeklassen. 'Iedereen moet zich hier thuis kunnen voelen, van welke rang of stand ook. De gemeente vindt dat goed, ja. Laat Frank maar spelen, dachten ze vroeger. Nu dringt het door dat de vijf Knokse watersportclubs deel uitmaken van de mix die een dynamische gemeente nodig heeft. We moeten niet alleen mensen naar hier halen met musea, restaurants en kunstgaleries. We hebben ook een festival nodig. Pole Pole ontving 10.000 man, maar dat vond men te druk. Het Beach Festival trok naar Oostende en Zeebrugge. Er zijn ook onverdraagzame mensen in Knokke. Toen we een fietswedstrijd organiseerden, maakte er iemand van zijn oren bij het schepencollege omdat hij even niet bij zijn garage kon. De wedstrijd verdween. Ik hoor van de politie dat sommigen klagen omdat er in de wei een koe loeit. Met zo'n mensen is het moeilijk om een bruisende badstad te bouwen. Vooral 's winters is Knokke te veel een lege doos.'

Tabula rasa

Hoog mikken is on-Belgisch. Je merkt het nu op het WK voetbal. We zijn al tevreden met een halve finale.

Nadat de buurt eind jaren tachtig werd hertekend en Surfers Paradise in natuurgebied kwam te liggen, vocht Vanleenhove een lange juridische strijd uit voor het behoud van zijn club, tot in cassatie. Dankzij het nieuw ruimtelijk uitvoeringsplan van minister Philippe Muyters (N-VA) en steun van de gemeente kwam er in 2014 een regularisatie. 'Pas vorige maand heb ik met mijn advocaten alles afgesloten', vertelt hij. 'Al die jaren woog de onzekerheid wel op mij, maar in de bulldozer heb ik nooit echt geloofd. Ik ben altijd blijven investeren, zodat de zaak goed draaide en ze me niet meer konden wegdenken. Ik heb hier ook nooit depressief rondgelopen: dan komen de mensen niet meer. Positieve mensen rond mij, dat is het eerste wat ik nodig heb in het leven. Ik heb een hekel aan negativisme en pessimisme.'

Een andere strijd is die tegen plastic. 'Toen ik de millenniumwende in Australië vierde, raakte ik onder de indruk van de wekelijkse 'beach clean up' in elke kuststad. Sindsdien doe ik hier jaarlijks hetzelfde met alle leden. Deze zomer vraag ik elke bezoeker ook om drie stukken plastic op te rapen en in een vuilnisbak te gooien.'

'Jaarlijks trek ik met tien surfers naar de Mentawai-eilanden ten zuiden van Sumatra, een zeer afgelegen surfwalhalla - je moet twaalf uur varen, nadat je 25 uur hebt gevlogen. Toen ik er twintig jaar geleden voor het eerst kwam, bestond daar zelfs geen geld. We ruilden T-shirts voor kreeften. Daar ís geen plastic, maar het spoelt wel continu aan. Op Bali surfte ik tussen het afval. Dat eiland is naar de vaantjes. Wat nu op Boracay op de Filipijnen gebeurt, is wel fantastisch: dat eiland is zes maanden lang gesloten: toeristen buiten, schoonmaken en een complete tabula rasa! Maar Boracay is een voorschoot groot. De wereld wordt niet opgekuist. Alle initiatieven helpen, maar we zijn met veel te veel. In Papoea-Nieuw-Guinea zagen we hoe locals alles gewoon weggooien. Dat is daar normaal. Ik bezocht er een school en legde het uit: je woont in het paradijs maar maakt het kapot. 'Wat zegt die nu?', las ik in de blik van die kinderen. In de beschaafde wereld mogen we doen wat we willen, als men elders niet wordt opgevoed, zal het afval hier blijven toekomen. Het is dweilen met de kraan open, vrees ik.'

Hartkloppingen

Straks gaat hij twee uur surfen. 'Datgene waarvoor ik sta, wil ik ook uitstralen. Ik kan niet verloochenen dat ik veel bezig ben met mijn lichaam. Na een dag zonder sport voel ik me schuldig en lig ik wakker. Dat is dan twee tot drie uur fietsen, anderhalf uur lopen of 45 minuten zwemmen. En wekelijks speel ik voetbal of volley. Dat is allemaal naast de watersport, welteverstaan. Zodra er golven zijn, ga ik surfen. Als er wind is, ga ik wind- of kitesurfen.'

'Ik doe alles om mijn lichaam en geest fit te houden. Ook voldoende slapen, zelden alcohol drinken, en jaarlijks naar de dokter gaan voor een check-up. Maar ik begin de beperkingen van mijn lichaam te voelen, ja. En ik vecht daartegen. Het geheim is: niet stoppen met sporten, zodat je eraan gewend blijft. Ik vind ook niet dat ik slechter surf dan vroeger. Wel slimmer. Dat sterkt me. Ik klamp me eraan vast. Niettemin: het is een pijnlijk onderwerp, ouder worden. Ik behoor tot de generatie die zijn ouders volop verliest. Ook de mijne zijn al overleden. En deze zomer gaan voor het eerst vrienden met pensioen. Dat is schrikken: ze zijn oud geworden. Nu, je bent maar zo oud als je je voelt. Of niet?'

'Ik voel me helemaal niet oud. Ik speel voetbal met gasten van dertig. Maar voor de aftakeling en de dood ben ik bang. Ik lééf zo graag. Ik wil heel oud worden en surfen tot ik niet meer kan. In Hawaï zie ik gasten van tachtig surfen. Hun lange blonde haren zijn grijs geworden. Maar alleen al van de gedachte dat het einde almaar dichterbij komt, krijg ik soms hartkloppingen. Echt waar... Alsof mijn lijf zegt: het is nog niet zover.' (lacht)



Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content