sabato

Mee de cockpit in voor de Zoute Air Trophy

Luc Coesens zal in Knokke deelnemen aan de allereerste Stol-competitie: op een zo kort mogelijke afstand landen op het zand. 'Rem je te bruusk, dan gaat je vliegtuig gegarandeerd op zijn neus. Spektakel verzekerd.' ©Karel Duerinckx

Zo krap mogelijk landen op het strand van Knokke: dat is volgend weekend dé uitdaging tijdens de Zoute Air Trophy. Sabato ging proefvliegen met deelnemer Luc Coesens: de stuntpiloot met één arm én een eigen vliegveld in Geraardsbergen. 'Vliegen doe je met je hoofd, niet met je handen.'

Een one-armed bandit, dat kennen ze in Knokke. Het casino had ooit van die legendarische gokmachines. Maar een one-armed pilot, dat is nieuw. Luc Coesens verloor bij een vliegtuigongeval de helft van zijn rechteronderarm én bijna zijn leven. Maar het ongeval hield de professionele vastgoedverhuurder niet weg van het tarmac. Of van het zand, want volgend weekend komt de piloot twee keer in actie tijdens de allereerste Zoute Air Trophy: een nieuwe vliegtuighappening op het strand. Een unicum, want daar wordt voor het eerst een 'tijdelijke internationale luchthaven' aangelegd.

In zijn Pitts S2C-tweedekker, een toestel dat in de jaren veertig van de vorige eeuw speciaal werd ontwikkeld voor kunstvliegen, doet Coesens zaterdag een acrobatische stunt in het Knokse luchtruim. 'Ik zal een hartje in rook maken', verklapt hij. 'Maar ik kijk vooral uit naar de Stol-competitie, kort voor 'short take-off and landing'. Bedoeling is dat je op een zo klein mogelijke afstand op het zand landt. Daarvoor ben ik vandaag aan het trainen. Vlieg je niet even mee?'

©Karel Duerinckx

Uiteraard. En Coesens had niets anders verwacht. Zijn toestel, een kakikleurige Savage Cub, staat al vertrekkensklaar. Aan de buitenkant lijkt zijn toestel materieel uit de Tweede Wereldoorlog, maar in realiteit is het een bijna exacte replica van een Piper Cub, het lichtgewicht toestel dat Piper Aircraft tussen 1937 en 1947 produceerde. 'Hij is gecertificeerd en veel beter dan de oude', vindt Coesens. 'De machinerie is moderner, hij is wendbaarder en lichter dan de originele Piper Cub. Daarom mag je ermee op alle kleine vliegvelden.' En zeker ook op de landingsbaan van het vliegveldje van Geraardsbergen. Letterlijk in de achtertuin van Coesens. 'In de jaren zeventig is die baan aangelegd door mijn vader, ook een piloot. Ik woon nu vlak naast de landingsbaan. We zullen er straks eens overvliegen', zegt hij.

Risico op blikschade

Mijn vliegtuigje is ideaal om Stol-landingen mee te doen. Zie je die dwarse streep daar op de landingsbaan? Land je ervoor, dan krijg je strafpunten. Hoe korter je na de streep landt én stilstaat, hoe beter je score. De truc is dus om zo traag mogelijk aan te vliegen, de grond net na de streep te raken en meteen te remmen. Met zijwind, zoals te verwachten aan zee, is dat echt niet simpel. Een Stol-landing is landen zoals een helikopter. Beschouw het als een evenwichtsoefening, maar dan heel laag boven de grond. Het risico op blikschade is relatief groot. Rem je te bruusk, dan gaat je vliegtuig gegarandeerd op zijn neus. Spektakel verzekerd', zegt Coesens als hij in zijn cockpit klimt.

Voor mij is vliegen een kick, maar voltijds zou ik het nooit willen doen. Piloot van een lijnvliegtuig is wat mij betreft een saai beroep.

Met één arm is dat absoluut geen sinecure. Maar moeilijk gaat ook: het moet zowat Coesens' motto zijn. 'Ik raakte in 2004 zwaargewond tijdens een airshow. Een ander vliegtuig botste tegen me toen ik na het landen aan het taxiën was. De andere piloot reed met zijn linkervleugel tegen mijn staart, het toestel gierde en zijn schroef kwam mijn cockpit binnen. De propeller ging door mijn schedel, verbrijzelde mijn kin, sneed mijn been bijna integraal af en hakte mijn hand af. Een stuk van mijn broek hing nog aan de schroef, mijn hand lag tien meter verder op het tarmac. Ik bleef bij bewustzijn en hoorde dat de Sea King-helikopter in aantocht was om me te redden. Cool, dacht ik in een roes, ik mag eens in een Sea King meevliegen. Maar het werd uiteindelijk de ambulance. Omdat ik niet snel genoeg in het ziekenhuis geraakte voor de spoedoperatie, hebben ze alleen mijn been en gezicht kunnen reconstrueren. Nadien moest ik weer leren schrijven met links, leren eten en leren spreken, omdat ik mijn mond niet goed open kreeg. Nog steeds heb ik een klein spraakgebrek. En nog altijd bots ik weleens met mijn vork tegen mijn tanden. Het duurde vijf jaar voor ik het acrobatisch vliegen weer onder de knie had. Ik besefte toen: vliegen doe je niet met je handen, maar met je hoofd.'

Ontsnappen per parachute

Normaal oefent Coesens zoveel mogelijk gespreid over verschillende vliegveldjes. Om de overlast voor de buren te beperken. En om zichzelf uit te dagen. 'Het liefst ga ik naar Isières, in de provincie Henegouwen: het kleinste vliegveld van België, met een privélandingsstrip van nog geen 150 meter. Aan het einde van de baan staat maïs. Je moet zorgen dat je voldoende hoogte hebt, of de wielen van je toestel blijven in de planten steken.'

De propeller ging door mijn schedel, verbrijzelde mijn kin, sneed mijn been bijna integraal af en hakte mijn hand af.

Echt bang zijn we niet als we achteraan in de Savage Cub stappen. Coesens heeft namelijk ervaring zat: hij begon te vliegen in 1996 in navolging van zijn vader. Met zijn Piper-replica heeft hij sinds 2013 600 vlieguren verzameld, met zijn Pitts al 610 uur sinds 2009. Als hij na onze spoedcursus cockpitetiquette de motor aanzet, merken we het pas: zijn vliegtuig is lichtjes aangepast aan zijn handicap. De deur is van rechts naar links verplaatst. 'Sturen doe je normaal rechts en gas geven links, maar ik kan met mijn rechterarm alleen nog gas geven. Sturen lukt niet meer. Er is ook een ring voorzien op de besturing, waardoor ik met mijn arm het toestel stabiel kan houden. Zo kan ik met mijn linkerhand alle controls en radiosettings doen. Dat gaat perfect. Ik vlieg niet meer zo fijn als vroeger, maar ik ben allang blij dat ik überhaupt nog durf.'

©Karel Duerinckx

Illegaal tussen de zeehonden

Inmiddels cirkelen we boven het vliegveld wanneer de zijwind ons serieus doet schommelen. 'Stokken-en-doeken noemen ze zo'n type vliegtuig weleens', lacht hij. 'Het toestel is letterlijk gemaakt van polystyreen canvas, gespannen over stokken. Vroeger in hout, nu in aluminium. Technologie uit de Eerste Wereldoorlog die nog steeds gangbaar is. Opletten, want met een scherp voorwerp scheur je zo een gat in die vleugel.' De zijwind van vandaag is ideaal om te oefenen voor de Stol-landing. Want aan zee zal er wellicht ook zo'n crosswind zijn. 'Niet eenvoudig om in die condities kort te landen. En al zeker niet op zand. Ik ken mensen die bij wijze van Stol-training proberen te landen op een zandbank in de Oosterschelde. Illegaal natuurlijk, zo tussen de zeehonden. In Frankrijk gebeuren strandlandingen wel vaker, in België is het bij mijn weten de eerste keer.'

©Karel Duerinckx

Speciaal voor de Zoute Air Trophy zal het Albertstrand vier dagen lang fungeren als internationaal vliegveld, mét grenswachters. Behalve de Stol-competitie kan je in het casino ook terecht voor een 'Contemporary Aviation Art Show' en een droneschool. En op de zeedijk zullen vliegtuigen en helikopters worden geëxposeerd. Of de eerste Zoute Air Trophy het potentieel heeft van de Zoute Rally, het jaarlijkse feest voor oldtimers? 'Ik denk het niet', zegt Coesens. 'De wereld van de vliegerij is veel kleiner. Er zijn wel wat verzamelaars met toestellen van een paar miljoen euro, maar dat clubje is niet zo publiekelijk of mondain. Bovendien zien veel piloten het niet zitten om op het strand te landen, omdat de wind parten speelt en zout water hun toestel kan beschadigen. Zelf zie ik het probleem niet: zo'n landing is een unicum voor ons land. Daar wil je toch bij zijn?'

Kriebels in de buik

Veel piloten zien het niet zitten om op het strand te landen, wegens de wind en het zeewater. Ik zie het probleem niet.

En dan is het tijd voor de landing, in volleerde Stol-stijl. Zodra we de landingsbaan naderen, laat Coesens zich zo laag zakken dat we stomweg onze voeten intrekken om het asfalt niet te raken. Kriebels in de buik krijg je ervan, vergelijkbaar met die bij turbulentie in een passagiersvliegtuig. Als een vallend blad dwarrelt hij naar beneden, luttele decimeters boven de grond. Tot hij met een zachte plof en kort remspoor tot stilstand komt. 'Niet slecht', zegt Coesens, en hij zet met zijn linkerhand het toestel uit. 'Deze is veel makkelijker te besturen dan mijn Pitts, die ik gebruik voor stunts. Ik raakte geïnteresseerd in acrobatie toen ik in een Amerikaans museum de eerste Pitts Special van kort na de Tweede Wereldoorlog had gezien.

Nog steeds is het een van de lastigste toestellen die er zijn om mee te vliegen. Voor mij is vliegen een kick, maar ook pure ontspanning. Voltijds zou ik dat nooit willen doen. Piloot van een lijnvliegtuig is wat mij betreft een saai beroep: zoveel facetten van de vlucht zijn al geautomatiseerd. In zo'n klein vliegtuig voel je tenminste nog elke windstoot.'

Zoute Air Trophy, 14-17 juni, Knokke-Heist, www.zouteairtrophy.com

Lees het volledige artikel in het Sabato nummer van 9 juni 2018



Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content