sabato

Topjob ingeruild om boer te worden

’Als boer heb ik geleerd de dingen te accepteren’, zegt Roger Saul. ‘Maar dat verdomde onkruid probeer ik wel nog altijd te verslaan.’ ©Gaston Lafond

Topchef Kobe Desramaults wil met het festival Krachtboer de boerenstiel steunen. Deze drie hebben het event niet afgewacht en zetten hun leven en carrière op de schop om een eigen boerderij te beginnen.

1 - Geert De Haes (47) - Boer met bankiersbrein
HAD een job als commercieel directeur bij Argenta
RUNT NU een biologische zelfoogstboerderij van 8 hectare en een boomgaard in Wommelgem
MOTTO: 'Als er onheil op de financiële markten is, kunnen we op zijn minst verder blijven eten.'

 

 

Als we het erf van ex-bankier Geert De Haes oplopen, worden we niet alleen begroet door de boer (in jeans en bottines), maar ook luidkeels welkom gekakeld door een kalkoen en enkele kippen. In de verte dartelen enkele hertjes, zich niet van het naderende onweer bewust. Een groen Argenta-plooifietsje rust achteloos tegen de bakstenen muur, een aandenken aan de carrière die De Haes zeven maanden geleden inruilde voor de boerenstiel. Nochtans was de burgerlijk ingenieur de jongste jaren opgeklommen tot operationeel directeur van de bankpoot en werd hij begin vorig jaar aangesteld tot commercieel directeur (CCO). Maar het boterde niet met de raad van bestuur en De Haes vertrok in de herfst van vorig jaar in alle stilte. 'Diezelfde avond ging ik met mijn vrouw en kinderen uit eten', blikt hij terug. 'Toen heb ik meteen beslist: we beginnen een boerderij. Ik had nood aan iets tastbaars.'

Zeven maanden nadat hij de bankiersstiel vaarwel zei, toont Geert De Haes op zijn biologische zelfoogstboerderij Het Buitenhof in Wommelgem zijn eerste groenten: radijs, koolrabi, venkel, yacon, paksoi... ©Gaston Lafond

Dat idee kwam niet helemaal uit het niets. Toen hij als managementconsultant en later als auditeur bij Argenta aan de slag was, kon je hem al terugvinden in de moestuin. Enkele jaren geleden kocht hij schapen en herten om te kweken. 'Mijn vrouw en ik komen niet uit boerenfamilies', zegt hij. 'Maar we hebben altijd in de na-tuur gewoond. Het land hadden we al: hier beschikken we in totaal over 8 hectare, waarvan 1,2 hectare bestemd is voor de groenteteelt. Mijn echtgenote volgde toen ook een landbouwopleiding bij de vzw Landwijzer. De keuze voor een duurzame familieboerderij was snel gemaakt.' De Haes volgde ook zelf een specialisatiecursus biodynamische landbouw en schreef eveneens een imker- en fruitteeltcursus op zijn cv.

Het Buitenhof is geen doorsneeboerderij, maar een biologische zelfoogstboerderij. Dat nieuwe landbouwsysteem heet 'CSA', kort voor Community Supported Agriculture, ofwel landbouw gedragen door de gemeenschap. Er zijn twee abonnementsformules: mensen kunnen ofwel zelf komen oogsten (300 euro), maar wie daar geen tijd voor heeft, kan via een iets duurder abonnement (340 euro) ook een pakket groenten ophalen. 'Van de honderd inschrijvingen hebben we er maar zeven die pakketten willen. Mensen zijn vooral geïnteresseerd in de zelfoogst. Zelf iets doen, samen op het veld staan en elkaar leren kennen: die betrokkenheid is wat CSA zo speciaal maakt.'

Oosterse filosofie
We schrijven najaar 2015. Om in de zomer van 2016 te kunnen oogsten, moet de boer - nog groen achter de oren - snel aan de slag. Hoe begin je daar in godsnaam aan? 'Met vallen en opstaan. We moesten het warm water natuurlijk niet uitvinden', zegt hij. 'We pionieren wel in Wommelgem met een bio-CSA-boerderij, maar er bestaan al gelijkaardige bedrijven waarbij we konden langsgaan voor tips.'

Behalve groenteboer en imker is de voormalige bankier ook veehouder. ‘Ik denk nog altijd aan de return, maar dat wil niet zeggen dat die financieel hoeft te zijn: ook het gemeenschapsgevoel is een return.’ ©Gaston Lafond

De Haes bouwde in allerijl serres en ging aan het zaaien. Zeven maanden later kan de nieuwbakken boer met trots langs zijn groenten sjezen terwijl hij opsomt wat er nog onder de grond of onder een bladerdek ligt: 'Koolrabi. Venkel. Tomaten. Yacon, een aardknol uit Zuid-Amerika. Rode biet. Radijzen. Paksoi. Spinazie. Komkommer. Daar komen de bloemen en kruiden. Als we blijven groeien, plant ik op een tweede veld aardappelen. Aan de overkant hebben we ook appel- en perenbomen geplant, volgend jaar willen we fruit kunnen telen en er zijn plannen voor bijenkasten.'

Behalve groenteboer en imker is de voormalige bankier ook veehouder van herten en schapen, waarvan hij het vlees doorverkoopt aan het slachthuis. 'Maar die dieren zijn ook om een andere reden praktisch in een bioboerderij: ze bemesten het veld voor mij en grazen het ook af. Zo kan je aan veldrotatie doen. Het veld waar ze nu op lopen, wordt over enkele jaren opnieuw een groenteperceel.'

Dat ze aan biologische landbouw zouden doen, was evident. 'Alles is verbonden. We denken in het Westen veel te deductief: 'we doen a, dus komt er b uit.' Dat denkpatroon zie je ook terug in het financiële systeem, waar we gewoon lapmiddeltjes creëren zonder iets op te lossen. In het oosterse denken is alles veel meer van het systeem zelf afhankelijk. Alles is in evenwicht en evolueert met de seizoenen en getijden. Als je dus met chemische sproeimiddelen werkt, haal je een deel van je symbiose onderuit. Dat wil ik hier absoluut vermijden.'

Zelf voelt de ex-bankier zich helemaal in zijn element als hij op zijn veld staat. 'Zelfs in de winter, als het koud is', zegt hij. 'Nu de zon schijnt en je alles ziet groeien, is het nog beter. Nu zie ik het vooruitgaan.' Hij beseft hoe resultaatgericht hij klinkt. Als een boer met een bankiersbrein. 'Ik ben heel analytisch en pragmatisch', knikt De Haes. 'Ik denk altijd aan de return, maar dat wil niet zeggen dat die financieel hoeft te zijn: ook het gemeenschapsgevoel is een return. Flashbacks naar mijn Argenta-tijd heb ik steeds minder, maar ik merk wel dat ik graag de controle heb.'

©Gaston Lafond

Papierwerk
Toch zijn er dingen waar je géén controle over hebt als boer. Het weer, bijvoorbeeld. Het aantal klanten en wanneer ze intekenen, is nog zoiets. 'De voorbije weken explodeerde het aantal inschrijvingen. Nu zitten we even aan onze limiet en moeten we herberekenen hoeveel extra we nog gaan planten, zodat we in juli opnieuw kunnen oogsten. Allemaal dingen die ik gaandeweg heb moeten leren: welke groenten plant je eerst? Of nog: wat eten honderd mensen zoal? Moeilijk.'

'Wat mij het meest verrast heeft? Het papierwerk. Ik dacht dat de bankensector uitblonk in administratie, maar bij een landbouwbedrijf komt ook heel veel kijken.'

Meestal komt het er niet van na een lange werkdag op het veld. Soms staat hij wel 10 uur buiten. 'Daarna ben je moe, maar vooral voldaan: je wéét waarvan je moe bent.' Of die voldaanheid in de buurt komt van een goede prestatie in de bank, proberen we. 'Ik verkies de voldaanheid van het werk op het veld', antwoordt hij zonder aarzelen. 'Een hele week achter de computer zitten, dat wil ik niet meer. Maar ik wil ook niet de rest van mijn leven alleen maar bioboer zijn. Idealiter vervul ik nog enkele bestuursmandaten, of iets dat aansluit bij het project hier. Waarom? Je kunt veel ongeluk hebben in je leven, maar voor een stuk maak je je geluk zelf. Wed daarom niet op één paard. Verlies je je job of zet je partner je aan de deur, maak dan dat je ook iets anders hebt dat je gelukkig maakt.'
www.hetbuitenhof.be

2 - Elke Huysman (36) - Fulltime-escargotfluisteraar
HAD een goede job (verantwoordelijke voor de klantenwerving bij de Confederatie Bouw in Oost-Vlaanderen), een vriend, twee paarden waarmee ze aan dressuurwedstrijden deelnam én een bijbaan als dealer van het aanhangwagenmerk Böckmann.
IS NU aan haar vierde lente als escargot- en saffraankweekster toe
FRAPPANT: haar oogst past in één voorraadpot.

'Slakkenweer!' Het is een vreemde manier om mensen te begroeten, maar Elke Huysman wordt intens vrolijk van een regenachtig, zwoel klimaat. 'Mijn escargots zijn dan in hun sas', zegt de boerin terwijl ze een doos uit hun winterslaap ontwakende slakken op de grond zet. Huysman kweekt al drie jaar 'Gros Gris'-slakken op haar escargot- en saffraanboerderij Meetjeshoeve in Oost-Vlaanderen. Elk jaar brengt ze 70.000 baby-escargots groot. 'Die moeten eerst in een couveuse, om daarna elke dag gevoederd en wel vier maal met water besproeid te worden tot ze volgroeid zijn', legt Huysman uit. Daarna gaan ze onherroepelijk de pot in, om gekookt te worden (eerst in water, dan in lookboter) en later doorverkocht aan restaurants en particulieren. 'Dat gebeurt meestal na de zomermaanden. Sinds dit jaar koop ik geen babyslakken meer, maar laat ik de mijne paren aan het eind van de zomer.'

Om saffraan te telen, heb je geen grote oppervlaktes nodig. Huysman verbouwt haar saffraan op een veld van 2.000 vierkante meter. ©Gaston Lafond

De details van de daaropvolgende enthousiaste uiteenzetting over de paarrituelen van de hermafrodiete weekdiertjes en de exacte locatie van hun geslachtsorganen zullen we aan de verbeelding overlaten. Huysman kan niet over haar geliefde slakken zwijgen. Nochtans had de boerin vijf jaar geleden nooit gedacht dat dit haar leven zou worden. Huysman had immers alles: een goede job (verantwoordelijke voor de klantenwerving bij de Confederatie Bouw in Oost-Vlaanderen), een vriend (in Ant-werpen), twee paarden waarmee ze aan dressuurwedstrijden deelnam, ze gaf paardrijlessen en had een bijbaan als dealer van het aanhangwagenmerk Böckmann. Het koppel had ook net een huis gekocht. 'Eerder een ruïne', blikt Huysman terug. 'Ik wilde per se meehelpen met alle werken in het huis, ook nog eens paardrijlessen geven en had nog een job na mijn werk. Ik sliep amper.'

Dat het zou mislopen, lijkt achteraf gezien onvermijdelijk. Net op de dag dat het huis af was en ze de plinten schilderde, ging het licht uit. Plots zag ze alleen nog sterretjes. 'Van de ene dag op de andere kon ik niets meer. Een burn-out.' De rust - weken werden maanden en de maanden uiteindelijk een jaar - verplichtte Huysman na te denken over haar carrière. 'Wat maakt me nu echt gelukkig? Wat doe ik werkelijk graag? Iedereen zei me vroeger al dat ik met een boer moest trouwen. (lacht) Omdat ik altijd buiten was, bezig met paarden of andere dieren. In de paardenwereld wou ik wel verder, maar de competities zijn zeer hard', blikt ze terug. 'Dat wou ik niet. Ik dacht altijd dat het boerenleven voor mij te bekrompen was. Maar hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik besefte wat voor schone stiel het is.'

3.000 slakken
Met een boer trouwde ze niet. Wel met een man met een eigen bedrijf die mee naar oplossingen zocht voor de landbouwdromen van zijn vrouw. Niet evident. Koeien houden of intensieve landbouw was uit den boze, aangezien ze nauwelijks grond bezitten. Dus sleurde hij zijn vrouw mee naar een opendeurdag van een escargotkwekerij in Noord-Frankrijk.
Het was ook Huysmans echtgenoot die 3.000 jonge slakken bestelde bij dezelfde boer, bij wijze van duwtje in de rug. 'Dat was een goede test: wat eten ze, hoeveel onderhoud kruipt erin?', aldus Huysman. 'Het viel goed mee.' Uiteindelijk kocht ze wat later een tweede lading baby-escargots in Frankrijk. Een 'serieuze investering' die, nu pas - het is haar vierde lente als boerin - begint te renderen. 'Vorig jaar draaide ik break-even. Dit jaar zal ik dus winst kunnen maken.' Terwijl ze drie escargots die net te traag zijn voor een ontsnappingspoging liefdevol van het gras plukt, zegt ze: 'Intussen ben ik helemaal aan hen verknocht. Zie: ze zijn toch enorm schattig?'

Rood goud
Dat de boerin dit jaar winst kan maken, heeft ze mee te danken aan haar strategische keuze voor twee heel verschillende 'oogsten'. 'Als mijn slakken ziek worden, ben ik mijn inkomen kwijt', legt ze uit. Ik wist nog voor ik begon dat ik moest diversifiëren. Toen ik een artikel over saffraankwekerijen in België las, vielen de puzzelstukjes ineen.'

Elke Huysman kweekt al drie jaar ‘Gros-Gris’-slakken op haar escargot- en saffraanboerderij Meetjeshoeve in Oost-Vlaanderen. Elk jaar brengt ze 70.000 baby-escargots groot. ©Gaston Lafond

Na wat internetresearch plantte Huysman in de eerste lente een veld saffraankrokussen, die ze in oktober kon oogsten. Gelukkig heb je voor saffraan weinig plek nodig, en ook al geen grote sproeimachines of tractoren. Huysman kweekt haar saffraankrokussen - die trouwens tot hetzelfde geslacht behoren als onze tuinkrokussen - op een veld van 2.000 vierkante meter, een vijfde van een hectare. Het resultaat van haar oogst past in één voorraadpot. Maar omdat saffraan, die goed gedijt in België, heel duur is en mensen er weinig van kopen, werkt dat perfect. 'De gangbare prijs is 30.000 euro per kilo. Ze noemen het niet voor niets het rode goud. Vooral omdat alles manueel moet gebeuren.'

De boerin plukt al haar bloemen zelf, om er vervolgens de stampers uit te halen en die in een professionele oven te drogen. 'Dat plukken is enorm zwaar. Vorig jaar deed ik alles zelf met een mandje. Nu werken we met een soort rollende stelling waarop ik liggend kan plukken. Ik moet dus niet langer gebukt staan. Maar het plukken zelf is maar het halve werk: daarna moet elke stamper met de hand verwijderd worden.'

Ze houdt wel van dat fysieke werk. Haar collega's miste ze 'nog geen minuut' en terug naar de bedrijfswereld wil ze niet - hoewel ze haar ervaring onontbeerlijk noemt voor de administratieve kant van de stiel. 'Mijn werkdagen zijn lang. Meestal werk ik tien uur per dag. Ook omdat ik rondleidingen organiseer, zelf confituur en ijsjes met saffraan klaarmaak of escargots met look bereid.' Ze houdt op zaterdag ook het winkeltje open waar ze die voedingswaren verkoopt. Maar op de zevende dag rust ze. 'Ik werk misschien harder, maar voel me minder opgejaagd. Ik zit elke dag buiten, in de natuur. Ik zou nooit meer terug naar een kantoor willen.' www.meetjeshoeve.be

3 - Roger Saul (76) - Van it-bag tot speltmuesli
RICHTTE in 1971 het lederwarenmerk Mulberry op.
VERKOCHT zijn aandelen in 2002.
TEELT NU spelt, appels en walnoten in zijn Sharpham Park in Somerset, in het zuidwesten van Engeland.
HOEDT ook schapen en edelherten.
FRAPPANT: alpaca's heeft hij voor de fun, 'omdat mijn vrouw en ik elkaar graag belachelijke cadeaus geven. Onlangs gaf ik haar enkele roze flamingo's.'

Roger Saul moet zowat de chicste boer zijn die we ooit ontmoet hebben. De rode Mini Cooper waarmee hij komt aangereden, blinkt in het felle zonlicht. Zijn outfit - donkerblauwe blazer, jeans en beige oxfordschoenen - vloekt keihard met de omgeving: de meer dan 300 hectare groene akkergrond met grazende schapen en herten. Saul, in een vorig leven de oprichter en creatief directeur van het klassieke Britse lederwarenmerk Mulberry, kocht de gronden twaalf jaar geleden. 'Mijn vrouw Monty en ik woonden toen al in dit landhuis', wijst hij naar een bakstenen complex een paar honderd meter verderop. 'Het was altijd onze droom om ook het omringende land te kopen.'

Roger Saul moet zowat de chicste boer ooit zijn. De oprichter en voormalige creatief directeur van het Britse luxemerk Mulberry kocht twaalf jaar geleden meer dan 300 hectare groene akkergrond in het Engelse Somerset waarop hij vandaag spelt teelt. ©Gaston Lafond

Dat het domein vrijkwam nét op het moment dat hij zijn Mulberry-aandelen noodgedwongen moest verkopen, noemt hij 'serendipiteit'. 'Aan die periode terugdenken zal nooit níét pijnlijk zijn', aldus Saul. 'Een externe investeerder heeft mij toen weg gemanoeuvreerd. Zeer wrang als dat gebeurt met een merk dat je meer dan dertig jaar daarvoor zelf hebt opgericht. Maar mocht dat niet gebeurd zijn, zou ik hier nu niet staan en had ik dit niet mogen meemaken.'

Met de 'enkele miljoenen ponden' die hij verdiende aan de verkoop van zijn aandelen kon hij het domein van Sharpham Park kopen. 'Het was de eerste keer in honderd jaar dat het hele domein opnieuw één geheel vormde. Behalve akkergrond kochten we ook een melkveehouderij die verlies leed. We hebben alles buitengegooid, maar vroegen ons meteen ook af: wat zullen we hier doen?' Dus ging de voormalige modeondernemer te rade bij zijn 'boerenvrienden'. Heeft de oprichter van een mode-imperium dan 'farming friends'? 'Natuurlijk', antwoordt Saul. 'Ik ben hier 16 kilometer vandaan opgegroeid. Mijn grootouders hadden ook een boerderij. Als vijfjarige achter een varken aanlopen, hemels. Maar dus: de andere boeren vertelden me dat ik tarwe moest zaaien.'

Dat advies werd doorkruist door een bezoek van Sauls zus, die aan darmkanker leed. Zij was ervan overtuigd dat spelt een gezonder alternatief was voor tarwe. Spelt is een oude tarwesoort die geleidelijk weggedeemsterd was. De Romeinen waren al speltfans en tot in de 12de eeuw was het zelfs de populairste tarwesoort.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw maakte spelt - als gezondere variant en 'oergraan' - een comeback in de voedingswereld. 'Maar niet in het VK', aldus Saul. 'Ik had geen idee wat spelt was. Het was hier ook nergens te koop, en verbouwd werd het al zeker niet. In mijn research vond ik vooral terug dat het een oude graansoort was die hopeloos uit de mode was geraakt. Je vond ze toen vooral in Duitsland en Frankrijk.'

Daar kocht hij zijn eerste speltzaden, die hij met de hulp van enkele medewerkers amper een maand na de overdracht van het domein al begon te zaaien. Intussen deed hij marktonderzoek. 'Ik merkte dat spelt helemaal in de geitenwollensokkensfeer zat. Toch besloot ik een merk te creëren, in te zetten op de verpakking en in te spelen op het gezondheidsgevoel.' Hij zwijgt even, om zijn netjes voorbereide punch-line af te leveren: 'Ik zag toen al in dat voedsel de nieuwe fashion zou worden.'

©Gaston Lafond

Flamingo's
Dat niemand in Groot-Brittannië Roger Saul was voorgegaan in het telen van spelt, had vooral met economische redenen te maken. 'Spelt moet je in tegenstelling met gewoon graan pellen. Zo verlies je een groot deel van je oogst, liggen je verwerkingskosten hoger én moesten we investeren in een speciale machine.' Bovendien kweekt Saul zijn spelt op biologische wijze: hij doet aan rotatielandbouw, wat wil zeggen dat hij bepaalde akkers maar om de tweeënhalf jaar kan gebruiken. Daarna moet het veld 'rusten'. Gevolg is dat spelt veel duurder is dan gewone tarwe.

Niet alle spelt komt van Sharpham Park zelf: slechts een tiende van de spelt wordt hier geteeld, de rest komt van bij andere boerderijen - in Groot-Brittannië zijn er tien. 'We draaien toch een omzet van 1,27 miljoen euro', zegt Saul terwijl hij intussen zijn Mini Cooper heeft ingeruild voor een oude jeep waarmee hij over een grintpaadje hobbelt. 'Dat is heel goed.' Enkele jaren geleden plantte Saul ook appelbomen - voor cider - en 300 walnotenbomen, hoewel die laatste nog niet echt resultaat hebben opgeleverd. 'Vorig jaar hebben we een zielige 50 kilo noten geoogst', zegt hij vrolijk. 'Op de eerste echte walnotenoogst is het dus nog wachten.' Voorts kweekt de boer edelherten en schapen - voor het vlees. Van de alpaca's in de wei daarnaast zal hij géén biefstukken maken. 'Mijn vrouw en ik hebben de gewoonte elkaar extravagante cadeaus te geven, zoals deze lama's. De voorbije kerst kreeg ik van haar een schuur, zij kreeg onlangs enkele roze flamingo's.'

Outletdorp
Het is die milde extravagantie - denk aan de felroze boord aan de binnenkant van Sauls kraag - die zijn decennia in de modewereld verraadt. 'Bij Mulberry runde ik een groot imperium. Ik had 600 man onder mij, zat constant in het vliegtuig, ging naar de modeweken. De omschakeling naar het boerenleven was zowel voor mij als voor mijn vrouw Monty (een voormalig model, nvdr.) wel wennen.'

Tegelijk zijn er ook gelijkenissen, vervolgt hij. 'Je werkt in seizoenen. Daarbij duurt het van het zaaien tot oogsten - wanneer je collectie in de winkels ligt - vaak een jaar. In zowel de mode als de landbouw ben je afhankelijk van het weer: als het niet regent, verkoop je geen regenjassen. Tot slot: bij Mulberry én bij Sharpham Park doen we meer dan mode of spelt produceren: we creëren een merk.'

©Gaston Lafond

Roger Saul is een van de weinige boeren ter wereld met een eigen marketing- en pr-verantwoordelijke. Tuinieren doet hij wel op het domein, maar écht op het veld werken niet. 'Daar heb ik ook geen tijd voor', klinkt het. Saul richtte immers een paar kilometer verder ook een 'designer outlet village' - Kilver Court - op, waar designerkledij van de vorige seizoenen met korting wordt verkocht. 'Ik mis de modewereld niet', zegt hij. 'Omdat ik er opnieuw middenin zit. Niet dat ik weer naar de Mulberry-periode wil, maar die tijd heeft me wel veel geleerd. Ik besef intussen dat mode je leven niet mag overheersen. Het is leuk, maar je moet het niet te serieus nemen.'

Gelukkig heeft hij andere kopzorgen, zegt hij. Hij wijst naar een speltveld in de verte. 'In juli moeten we kunnen oogsten. Maar op dit ogenblik groeit het onkruid er heel snel. Spannend: als over twee weken blijkt dat het onkruid hoger groeit dan de spelt, is de oogst naar de knoppen.' Het is als het weer, zegt hij. 'Je hebt er geen controle over. Als boer heb ik geleerd de dingen te accepteren. Maar dat verdomde onkruid probeer ik wel nog altijd te verslaan.'
De Sharpham Park-lijn van speltproducten (van bloem over muesli tot risotto en zelfs een kookboek) is in België te koop in de Bio Planet-winkels.

Lees verder

Advertentie
Advertentie