Choreograaf Jan Martens | ‘Af en toe de remmen dichtgooien kan geen kwaad’

Choreograaf Jan Martens over het leven op het puntje van zijn kattenvoederbankje: David Goffin, koken voor geisha’s en avant-gardistische klavecimbelmuziek.

Jan Martens

  • Choreograaf.
  • Oprichter dansgezelschap Grip House.
  • Schitterde al meermaals op het Festival d’Avignon.

Wat is de stoel van je leven?

Advertentie

‘Dit voederbankje voor mijn kat Lucie. Een dier met een handleiding: ze wil graag geaaid worden als ze eet. Dan zit ik op dat lage houten bankje achter haar, terwijl zij boven haar voederbakje hangt. Mijn kat heeft veel aandacht nodig en die krijgt ze niet vaak, omdat ik weinig thuis ben. Dus als ik er ben, profiteert ze er optimaal van. Dat meubel is een thuiskom-plek, zowel voor haar als voor mij. Als ik hier ben, vind ik het zalig om de dag met haar te beginnen. Het bankje komt van mijn vader, die vaak de nonnen in het klooster van Beveren ging helpen. Omdat die met steeds minder waren, werden sommige kamers opgeruimd. En dit meubel – ik denk dat het diende om schoenen aan te trekken – bracht hij van daar mee. Hier kreeg het een nieuwe invulling.’

Advertentie

Kun je goed stilzitten?

‘Als choreograaf en danser is bewegen natuurlijk mijn beroep. Maar ik vind het belangrijk om te kunnen stilzitten en stilstaan. We leven in een tijd waarin we continu voortgejakkerd worden. Af en toe de remmen dichtgooien kan geen kwaad. Mezelf dwingen om mijn computer af te zetten, helpt al een pak. Ik vind meer rust, nu ik na vijftien jaar Antwerpen in Melsele ben gaan wonen. Ik ken hier alle buren, maar niemand is echt met kunst of dans bezig. Dat doet deugd.’

Het meubel, dat in het nonnenklooster wellicht diende als hulpje om schoenen aan te trekken, kreeg bij Martens een nieuwe invulling.
©Alexander D'Hiet

Wat houdt je op het puntje van je stoel?

‘‘The Makanai’, een Japanse Netflix-reeks over twee tienermeisjes die in een huis in Kyoto terechtkomen, waar ze een opleiding tot geisha moeten volgen. Een van hen slaagt niet en wordt de kokkin van het huis. Het is een prachtige serie, gebaseerd op een manga, over de schoonheid van de dans en het koken. Een verhaallijn is er nauwelijks, alles is heel verstild en traag in beeld gebracht. Een verademing om eens een serie te bekijken waarvan je niet opgejaagd wordt.’

Advertentie
Advertentie

Waarvan viel je recent van je stoel?

‘Van de Oscarnominatie van Lukas Dhont voor ‘Close’. Hij verdient het, maar de concurrentie is zwaar, vrees ik. In 2016 maakte ik samen met hem de dansvoorstelling ‘The Common People’. Toen voelde ik al aan dat hij zeer getalenteerd en gedreven was. Onze voorstelling ‘The Dog Days are Over’, een productie met acht dansers die springen, kwam hij filmen, omdat hij wilde leren hoe je dansende mensen in beeld bracht. Hij had toen al het idee voor zijn debuut, de dansfilm ‘Girl’. Regisseurs zijn een soort choreografen met een camera. Het grote verschil met dans: in een film wordt mijn blik geregisseerd, bij dans beslis ik zelf waar ik naar kijk op scène. Dat vind ik aangenamer.’

‘We leven in een tijd waar we continu voortgejakkerd worden. Af en toe de remmen dichtgooien kan geen kwaad. Mezelf dwingen om mijn computer af te zetten helpt. Net zoals verhuizen naar een plek waar niemand met kunst of dans bezig is.’
Jan Martens
Choreograaf

Voor wie hou je een stoel vrij tijdens je droomdiner?

‘Ik heb een grote boon voor de Belgische tennisser David Goffin. Ook al heb ik het nooit gespeeld, toch hou ik enorm van tennis: een sport die mentaal en fysiek extreem zwaar moet zijn. David komt mij altijd heel authentiek over, ook al wordt vaak beweerd dat hij over zijn hoogtepunt heen is.

Ik nodig ook graag de Britse schrijfster Lucy Ellmann uit, die met ‘Ducks, Newburyport’ een monologue intérieur van duizend pagina’s schreef. Ook in haar essayboek ‘Things Are Against Us’ is ze grappig en hardcore. Ik zet ze graag samen met Elisabeth Chojnacka (1939-2017), een Poolse klavecimbelspeelster die bewees dat je op het barokinstrument evengoed minimal music, tango, ragtime of hedendaagse klassieke muziek van Ligeti of Xenakis kan spelen. De eerste keer dat ik haar Górecki’s ‘Concerto voor klavecimbel en strijkers’ hoorde vertolken, was ik verbluft.

Ze speelde ooit in primetime op vrijdagavond in een variétéshow op de Franse televisie een heel avant-gardistisch muziekstuk van Xenakis. Nu zou dat ondenkbaar zijn, maar zij wist zulke complexe muziek te verkopen aan een groot publiek. Ze is de inspiratie voor mijn solo ‘Elisabeth Gets Her Way’, een gedanste documentaire waarmee ik toer. Had ik haar werk vijf jaar eerder leren kennen, had ik ze misschien nog levend kunnen ontmoeten.

Nu weet ik via haar geluidstechnicus dat ze intelligent, grappig, radicaal en temperamentvol was. En ze hield graag dinertjes. Ze is grotendeels vergeten. Maar ze hoort evengoed tot de canon van de muziek als pianist Glenn Gould. Moeten we die dan niet eens herbekijken?’

Advertentie