Kijk binnen in de meest afgelegen berghut van de Italiaanse Alpen

De slogan van de Rifugio Val di Togno is duidelijk: ‘We offer you nothing, so you can get away from everything’. Welkom in de meest afgelegen refuge van de Italiaanse Alpen.

Toeristische bestemmingen dragen tegenwoordig al snel een etiket als ‘room with a view’ of ‘away from it all’, ook al liggen ze amper driehonderd meter van een autosnelweg. Wie het échte ver van alles wil opzoeken, stapt op een vlucht naar Milano Malpensa, neemt een shuttlebus richting Stazione di Milano Centrale, drinkt een espresso, zit twee uur in de trein met bestemming Sondrio en wordt daar opgepikt met een 4x4 om via een kronkelende rotsweg met schrikwekkende afgronden negen uur later eindelijk bij de Rifugio Val di Togno aan te komen. Rij je het hele stuk zelf met de wagen vanuit België, doe je er trouwens bijna exact even lang over.

Drie jaar geleden ging de Vlaamse journalist, auteur en olijfboer Thomas Siffer je voor. Hij was op zoek naar een afgelegen plek om te schrijven, het liefst een huisje in de bergen. Zodra hij met de verkoper deze berg kwam opgereden, was hij verliefd. Siffer en zijn vrouw Els Lybeer zagen meteen potentieel in de rifugio, die toen nog een verlaten, afgeleefde grenspost was, maar in hun ogen makkelijk verbouwd kon worden tot een luxueus vakantiehuis.

Advertentie
Advertentie
‘Vorig jaar zijn auteur Paolo Cognetti van ‘De Acht Bergen’ en Felix Van Groeningen en Charlotte Vandermeersch enkele dagen op bezoek geweest.’
©Marthe Hoet

Die wensdroom bleek een tikkeltje voorbarig. De ingrijpende verbouwing duurde drie jaar, inclusief honderden helikoptervluchten met bouwmateriaal: geen enkele vrachtwagen raakt de berg op. Daarbij moesten er nog ettelijke architecturale kunstgrepen worden uitgevoerd om de nieuwe houten draagstructuur in, en de nieuwe houten bekleding rond de stenen buitenmuren te doen passen. En er was ook nog een clash met de Italiaanse bureaucratie, die uitmondde in een door hen gewonnen rechtszaak.

Van Kirgizië tot Italië

Op 1 april opent de Rifugio Val di Togno eindelijk de deuren. Voor een avontuurlijk publiek, dat wel. Je arriveert bij voorkeur met stevige wandelschoenen in je koffer en een meer dan gemiddelde conditie, want zodra je een stap buiten de rifugio zet, sta je midden in een ruw en steil berg­landschap vol verraderlijke rotsblokken die er al miljoenen jaren lijken te liggen, maar af en toe behoorlijk instabiel zijn.

Advertentie
Advertentie
De refuge was vroeger een grenspost. Honderden helikoptervluchten met bouwmateriaal waren nodig: geen enkele vrachtwagen raakt de berg op.
©Marthe Hoet

Eerst ontmoet je de twee uitbaters: Luna Lybeer (28) – de dochter van Thomas Siffer en Els Lybeer – en haar vriend Wout Allegaert (33). Zij wonen inmiddels drie jaar naast de rifugio in een piepklein huisje en hielden al die tijd toezicht op de verbouwingswerken – in ruil voor kost en inwoning. Vandaag staan ze in voor het onderhoud van het gebouw, de ontvangst van de gasten, de bereiding van alle maaltijden en het gidsen van wandelingen.

MEER ADRESSEN EN INSIDERTIPS OP SABATO’S GIDSPAGINA.

Het koppel is geknipt voor deze taak, die toch wel enige zelfredzaamheid vergt. Luna Lybeer zeilde als kind met haar ouders de wereld rond en figureerde zo drie jaar lang in de columns van haar vader voor het magazine Flair. Haar wereld kent sindsdien weinig grenzen. Als zeventienjarige vertrok ze voor een halfjaar alleen naar Zuidoost-Azië, vervolgens woonde en werkte ze twee jaar in Australië. Terug in Gent werkte ze in de horeca en ontmoette ze de avontuurlijke Allegaert, die opvoeder was. In 2019 kochten ze een Volkswagen T3 Joker die ze Willy noemden. Ze vertrokken voor zes maanden op roadtrip, richting Kirgizië en reden helemaal tot aan de grens met China. Vlak voor hun thuiskomst – ze waren al in Bulgarije – belde Siffer met het voorstel om de rifugio uit te baten. De camper zette meteen koers richting de Italiaanse Alpen en sindsdien is Val di Togno hun thuis.

Terwijl de buitenkant op termijn moet vergrijzen en een worden met de omgeving, kreeg het blanke interieur hier en daar zwarte accenten.
©Marthe Hoet

De buitenkant van het indrukwekkende gebouw, zichtbaar tot ver in de vallei, is vandaag volledig bekleed met een kader van larikshout dat op termijn een natuurlijke, grijze patine krijgt. Wie de rifugio wil betreden, moet zijn schoenen achterlaten aan de voordeur. Op kousenvoeten stap je binnen in een centrale leefruimte die fel contrasteert met de ruwe omgeving. De ontvangst voelt als een warme omhelzing. Er staat een aperitiefplankje met lokale kazen en charcuterie klaar en het vuur knettert zacht in de houtkachel. Het interieur is, net zoals buiten, opgetrokken in hout en spaarzaam ingericht met persoonlijke objecten. Aan het kookeiland roerbakt Lybeer, die net zoals Allegaert een aardig potje kookt, alvast een paar teentjes knoflook in olijfolie. Als je negen uur onderweg bent geweest, lust je wel een bordje.

Wie incheckt bij de rifugio, krijgt een totaalpakket aangeboden. Ontbijt, lunch en avondeten zijn inbegrepen in de prijs, net zoals alle drank. Dat komt omdat je de berg niet zomaar kunt verlaten om even te gaan winkelen of op restaurant te gaan. Zodra je boven bent, blijf je boven tot Lybeer of Allegaert je weer naar beneden brengt met de robuuste 4x4.

De vermoeidheid is niet langer mentaal, maar fysiek. ‘s Avonds maken ze vaak een kampvuur en gaan pas slapen als hun voeten bevriezen.

Dat de keuken grotendeels vegetarisch is, voelt niet aan als een gemis. Ik onthoud vooral de lunch: een heerlijk frisse salade van fijngesneden, rauwe spruitjes met citroensap, geraspte parmezaan, olijfolie, chili, ansjovis en walnoten. Daarbij een paar sneetjes huisgemaakt zuurdesembrood van Allegaert en je bent klaar voor een fikse bergwandeling.

De Acht Bergen

Er valt in de refuge niet veel anders te doen dan rusten, lezen, praten, eten, rummikub spelen, door het raam naar het betoverende landschap staren, met de twee honden Boa en Bianca spelen en elke dag gaan wandelen. Dat hoef je niet alleen te doen, Allegaert en/of Lybeer begeleiden je als je dat wil. De rifugio ligt letterlijk op een kruispunt van wandelroutes: naast het huis staan meerdere wegwijzers in alle richtingen.

Advertentie
Zowel binnen als buiten overheerst hout als materiaal.

De setting doet me meteen denken aan ‘De Acht Bergen’, de bestseller van Paolo Cognetti die werd verfilmd door Felix Van Groeningen en Charlotte Vandermeersch. ‘Weet je dat Paolo, Felix en Charlotte hier vorig jaar enkele dagen in de rifugio op bezoek zijn geweest?’, vertellen Allegaert en Lybeer. ‘Hun filmlocaties bevonden zich op zo’n vier uur rijden, maar afstanden en tijd zijn hier relatief. Wij hebben alle boeken die we van Paolo bezitten toen laten signeren.’

De vallei waarin we ons bevinden, Val di Togno, was tot de jaren 70 een gebied waar bewoners uit het dal de zomers doorbrachten in hun berghuisjes. Geiten en koeien kwamen mee om er te grazen van het malse zomergras. Vandaag is de enorme vallei verlaten, op een handvol bejaarde boeren na die soms de nacht doorbrengen in de huisjes van hun voorouders. Het koppel heeft een nauwe band met boer Tito, die dikwijls polenta voor hen klaarmaakt, dé specialiteit hier. Voor hen voelt het als op restaurant gaan. Inmiddels staat Tito toe dat ze hem in de zomermaanden helpen om zijn kudde koeien naar de hoogste alpenweides te begeleiden en daar te laten grazen. Het duurt drie weken voor alle koeien boven zijn, waar ze dan een aantal maanden blijven. De ongepasteuriseerde kaas die je in de rifugio bij het aperitief en het ontbijt krijgt, komt recht van Tito’s boerderij.

Dennenlimonade met lijsterbes

Tijdens de eerste wandeling zien we al meteen sporen van herten, gemzen, vossen en everzwijnen. Voorts zijn er overal resten van stenen muurtjes die in de vorige eeuw zijn aangelegd. Die dienden om vallende rotsblokken tegen te houden, grensafscheidingen van percelen aan te duiden of ruimte te creëren voor weides. Af en toe passeren we ruïnes van huisjes die lang geleden werden achtergelaten. Het lijkt af en toe alsof we op de set van een middeleeuwse fantasyreeks wandelen.

Advertentie
De rifugio is een ideale plek voor wandelaars. Ze ligt letterlijk op een kruispunt van wandelroutes.
©Marthe Hoet

Allegaert en Lybeer, die na drie jaar op de berg in uitstekende conditie verkeren en met hun handen in de broekzakken naar boven huppelen, vertellen intussen over hun nieuwe leven. De enorme afstand naar de dichtstbij gelegen winkels maakt dat ze creatief moeten omspringen met ingrediënten. Ze maken zelf kimchi, bakken zuurdesembrood, bereiden limonade van dennentakken met lijsterbes en bottelen kombucha. Het zijn fermentatietechnieken die ze wel moesten aanleren om hun leven in de refuge op culinair vlak een stuk aangenamer te maken. Ter illustratie wijst Allegaert me nog op de wilde tijm die tussen de stenen opschiet en proeven we de naar peper smakende waterkers die naast een klein zijriviertje groeit. Heerlijk in pesto of soep.

Allegaert is verder hele dagen bezig met klusjes rond het huis: van hout hakken tot de generator aansturen die het gebouw van elektriciteit voorziet zolang het water voor de turbine bevroren is. Lybeer focust zich op het koken en het proper houden van de kamers. In de rifugio kunnen twaalf mensen verblijven. De vijf minimalistisch ingerichte kamers zijn allemaal uitgerust met comfortabele bedden en een eigen badkamer. De suite waarin ik verblijf, heeft twee balkons en een magistraal uitzicht op de besneeuwde bergtoppen in de verte.

Een gedroomd leven

We sluiten mijn verblijf af bij het haardvuur en drinken een lokale versie van negroni met grappa. Ik vraag me af of het leven op de berg echt zo idyllisch is als het lijkt. Allegaert hoeft niet lang na te denken. Hij mist niets aan zijn vorige leven als opvoeder, een mentaal veeleisende job waarbij hij vaak in een instelling moest overnachten. Hier in Italië staat hij elke ochtend met een fris gemoed op om aan zijn dagtaak te beginnen. De vermoeidheid op het einde van de dag is niet langer mentaal, maar fysiek. ‘s Avonds maken ze buiten vaak een kampvuur en gaan pas slapen als hun voeten bevriezen.

Je arriveert bij voorkeur met stevige wandelschoenen in je koffer en een meer dan gemiddelde conditie, want je bent hier in een ruw en steil berglandschap.
©Marthe Hoet

Hun eigen huisje is vrij spartaans in vergelijking met de rifugio, maar deze twee wereldreizigers hebben niet veel nodig om gelukkig te zijn. Lybeer denkt soms met weemoed terug aan Willy, de rode camper die ze na hun reis naar Kirgizië inruilden voor de 4x4 hier op de berg. Ze is gelukkig in Italië, maar af en toe mist ze haar leven in Gent: gewoon eens spontaan op restaurant of café gaan, niet zélf moeten koken en over iets anders praten dan de rifugio. Gelukkig is er wifi, ze heeft via WhatsApp dagelijks contact met haar familie en vrienden. Die komen trouwens maar al te graag op bezoek, dus ze hoeft hen nooit lang te missen. Ooit zal de wijde wereld wel opnieuw lonken, maar voorlopig is dit het gedroomde leven.

| Adres | Rifugio Val di Togno, 23020 Spriana, Italië
| Tel. | +39/334.25.73.422 (alleen via WhatsApp – er is wifi, maar geen gsm-signaal)
| Website | rifugiovalditogno.com
| Prijs | Vanaf 150 euro per persoon per dag, minimaal drie dagen. Vervoer van en naar Sondrio, logies en drie maaltijden per dag inbegrepen.
| Vervoer | De dichtstbijzijnde luchthaven is in Milaan.