4 tuinarchitecten over tuinen wapenen tegen droogte

Welke plantensoorten zijn beter bestand tegen het veranderende klimaat? En wat plant je beter niet meer? Wij gingen te rade bij vier ervaringsdeskundigen.

1 | ‘Steeneik is een interessante nieuwkomer’

De tips van tuinarchitecten Bart Haverkamp en Pieter Croes (Bart & Pieter)

Advertentie

Wat zijn jullie ‘klimaatbomen’? ‘Japanse mispel (Eriobotrya japonica), steeneik (Quercus ilex), Albizia julibrissin (Perzische slaapboom), Magnolia grandiflora, hibiscus en eucalyptus zitten vandaag in ons tuinvocabularium voor projecten in België. Vijftien jaar geleden was dat ondenkbaar.’

Hoe beïnvloedt het klimaat onze tuinen? ‘Twintig jaar geleden waren een vijgenboom en een druivelaar in een Belgische tuin iets heel exotisch. Nu zijn ze bijna banaal. Zelfs de stadsdiensten van Vlaamse dorpen beginnen al steeneik aan te planten. Om maar te zeggen: zulke mediterrane soorten zijn hier zeer snel mainstream geworden. Ik vind dat positief, want er zijn maar weinig wintergroene soorten in ons land. Als je het alleen met inheemse moet doen, ben je uitgepraat na hulst en conifeer. Steeneik is een interessante nieuwkomer.’

Advertentie

Ontwerpen jullie anders door de klimaatcrisis? ‘We proberen zoveel mogelijk droogteresistente planten te integreren in onze tuinen, die niet afhankelijk zijn van continue bewatering.’

| Website | bart-pieter.be

Advertentie
Advertentie
De Albizia julibrissin, uit de vlinderbloemenfamilie, is een van de favoriete klimaatbestendige planten van Bart & Pieter in België.
©Belga Image

2 | ‘Beuk en berk krijgen het moeilijk’

De tips van landschaps- en tuinarchitect Gilles Pieters

Wat zijn jouw ‘klimaatbomen’? ‘In een bos of op het platteland probeer ik nog altijd te werken met de bestaande inheemse soorten, omdat die het daar nog steeds goed doen. In stadstuinen of op openbare plekken in de stad is het al snel drie graden warmer. Daar ga ik zoveel mogelijk voor klimaatrobuuste beplanting. Op een open stadsplein met verharding gebruikte ik recent een Gleditsia triacanthos (valse christusdoorn) of een Sophora japonica (honingboom): respectievelijk Amerikaanse en Aziatische soorten die resistent zijn tegen hitte en droogte. In een omsloten patiotuin bij een project van de architecten Delmulle + Delmulle kon ik zelfs boomvarens planten. Die zouden nooit overleven in weer en wind. Maar daar zijn ze perfect beschermd én hebben ze toegang tot water van een natuurlijke bron.’

Op een open stadsplein met verharding gebruikte Gilles Pieters recent een Sophora japonica (honingboom).
©Shutterstock

Zie je evolutie bij de kwekers? ‘Ik merk dat ze nu al Quercus suber (kurkeik) aanbieden, een soort die je vooral in Spanje, Portugal en Noord-Afrika vindt. Mediterrane soorten worden veel gekweekt en verkocht, omdat ze het goed doen in onze droge, warme zomers. Maar ik vraag me af hoe ze op termijn zullen gedijen in onze natte winters. Ik weet niet of het mediterrane assortiment zo ideaal is voor ons klimaat.’

Op een open stadsplein met verharding gebruikte Gilles Pieters recent een Sophora japonica (honingboom).
©Shutterstock

Zijn er inheemse soorten die het moeilijk hebben? ‘Beuken en berken. In een stedelijke context zou ik die niet snel meer integreren. Omdat we op den duur soorten zullen verliezen die cultuur- of herinneringswaarde hebben, pleit professor James Hitchmough (University of Sheffield) om te zoeken naar resistentere soorten die er erg goed op lijken. Onze Acer pseudoplatanus (esdoorn) kun je perfect vervangen door de Acer opalus, een zeer gelijkaardige soort uit Centraal-Europa. De tweelingbroer van de gewone esdoorn is beter aangepast aan de nieuwe klimaatrealiteit. Weinig mensen zullen het verschil zien. Het is niet omdat het warmer en droger wordt dat we plots palmbomen in het straatbeeld moeten hebben.’

| Website | gillespieters.be

3 | ‘Een groen gazon in de zomer is fake’

De tips van landschaps- en tuinarchitect Damien Derouaux

Wat zijn jouw ‘klimaatbomen’? ‘Ik vertrek graag vanuit endogene planten, maar wel de soorten die beter bestand zijn tegen de huidige klimaatcondities. Bijvoorbeeld de meidoorn (Crataegus monogyna), een refuge voor vogels. Maar ik hou ook van ‘botanische accidenten’ met exotische soorten. Bijvoorbeeld met de Magnolia laevifolia, Chinees van oorsprong. Een tuin met alleen maar endogene soorten kan er wat ‘plat’ uitzien. Ik ben zeker niet tegen exoten, zolang ze maar niet invasief zijn.’

Choqueert de klimaatimpact je? ‘Nee, onze omgeving was altijd al in verandering. Maar de snelheid is wel indrukwekkend, ja. Laat de natuur maar evolueren. Misschien groeiden magnoliasoorten die je nu in Korea ziet, eeuwen geleden wel in Europa? De klimaatcrisis biedt ons de kans om soorten te redden die aan de andere kant van de wereld bedreigd zijn, zoals de Magnolia dawsoniana.’

Ontwerp je nu anders? ‘Volgens wetenschappers zal de beuk (Fagus sylvatica) het de komende vijftig jaar zeer moeilijk krijgen. Ik denk goed na voor ik die nog inteken. Ik verkies een klimaatrobuuste aanplanting die weinig irrigatie vraagt, al hebben daktuinen natuurlijk wél water nodig. In de zomer is water schaars, je moet het niet aan je tuin verspillen. En zeker niet aan een gazon. Mensen moeten aanvaarden dat een gazon in de zomer bruin wordt. Dood is het niet, het evolueert met de seizoenen, net zoals alles in de natuur. Een groen gazon in de zomer, dat is fake. We aanvaarden toch ook dat bomen hun bruine bladeren verliezen in de herfst?’

| Website | damienderouaux.com

De inheemse meidoorn (Crataegus monogyna) is een refuge voor vogels.
©Belga Image

4 | ‘Afblijven en de natuur zoveel mogelijk haar werk laten doen’

De tips van landschapsarchitect Aldrik Heirman

Wat zijn jouw ‘klimaatbomen’? ‘Landschapsarchitectuur gaat over meer dan planten- of bomensoorten kiezen. De mens wil altijd de natuur regisseren, maar de natuur heeft ons niet nodig om evenwicht te bereiken. Tijd is relatief: wij denken niet verder dan een mensenleven, de natuur denkt in termen van duizenden jaren. In de middeleeuwen hadden we in onze contreien prachtige wijngaarden en die komen nu terug. Daarom is mijn specifieke landschapsvisie: afblijven en de natuur zoveel mogelijk laten doen. Zo ontstaat vanzelf weer evenwicht. Kijk maar naar de natuur rond Tsjernobyl: de veerkracht van plant en dier is enorm.’

Welke exotische planten maken nu meer kans dan vroeger? ‘In het Indiase-olifantenverblijf in de Zoo van Planckendael plantten we indertijd exoten zoals bananenplanten, palmbomen en de Fatsia japonica (vingerplant). Die groeien goed in ons huidige klimaat. Palmen zijn niet synoniem met tropische eilanden, in de Himalaya staan ook vorstbestendige soorten. Fatsia’s gebruik ik nu graag in ommuurde stadstuinen. Twintig à dertig jaar geleden zouden die de vorst niet overleven, nu kan ik ze met een gerust hart planten. Maar in een polderlandschap zou ik ze niet integreren. Net zoals een olijfboomgaard aan de Leie in Sint-Martens-Latem niet past.’

Hoe maken we onze tuinen klimaatproof? ‘Er zijn momenteel inheemse boomsoorten aan het wegkwijnen, maar ook dat is relatief. Misschien komt er na de droogte weer een natte periode, waardoor die zich weer herpakken? We hoeven echt niet massaal mediterrane soorten aan te planten om onze tuinen ‘klimaatklaar’ te maken. Dat is pure decoratie en ik ben geen decorateur. Ik ontwerp landschappen die in het beste geval een stukje aardbol teruggeven aan de natuur.’

Aldrik Heirman plantte exoten als fatsia’s (foto), bananenplanten en palmen in dierenpark Planckendael.
©Shutterstock
Advertentie