5 iconische creaties van Portaluppi in Milaan

Zijn ‘Villa Necchi’ schitterde in films zoals ‘House of Gucci’ en ‘I am love’. Toch deemsterde de naam van Piero Portaluppi (1888-1967) de voorbije jaren wat weg. Kan een nieuw boek de Italiaanse architect eindelijk weer de renommee geven die hij verdient? Oordeel zelf. We stippelden een parcours uit langs zijn indrukwekkendste ontwerpen in Milaan die je kunt bezoeken. Om bij te houden voor een volgende citytrip.

Geen enkele architect had zo’n grote invloed op het Milanese straatbeeld als Piero Portaluppi (1888-1967), die er honderden huizen, kantoren en overheidsgebouwen bouwde, renoveerde en restaureerde. Toch verdween zijn naam tussen de plooien van de architectuurgeschiedenis. Nu wordt hij herontdekt, onder meer door invloedrijke architecten van nu, zoals Hannes Peer en Dimore Studio. En sinds vrijdag is er een nieuw boek over zijn werk met 150 speciaal gemaakte foto’s. Daarin schittert onder meer zijn fotogenieke Villa Necchi, het filmdecor voor ‘House of Gucci’ en ‘I am love’.

de Italiaanse architect Piero Portaluppi (1888-1967) past in geen enkel hokje. Qua stijl switcht hij tussen art deco, rationalisme, eclecticisme en zelfs neoclassicisme.
©Getty Images
Advertentie
Advertentie

Portaluppi was in zijn tijd een echte ‘starchitect’ die werkte voor de ‘who’s who’ van Milaan. Zijn vocabularium bestaat uit veel kleurrijk marmer, messing en grafische patronen. Hoewel hij oneindig vaak gekopieerd werd, groeide zijn naam – internationaal – niet uit tot een klok. Dat komt wellicht omdat hij in geen enkel hokje past. Hij bouwde bourgeois villa’s, maar ook elektriciteitscentrales en qua stijl switcht hij tussen art deco, rationalisme, eclecticisme en zelfs neoclassicisme. Dat hij onder Mussolini’s bewind jarenlang overheidsgebouwen tekende, hielp ook niet. Al kon hij die connotatie na WO II redelijk snel afschudden. Het hoogtepunt van zijn carrière lag toen al achter hem, namelijk de jaren 1920 en 1930, toen hij industriële pareltjes tekende. Vele zitten vandaag nog altijd verscholen achter indrukwekkende gevels, maar Sabato maakte een parcours langs de bezoekbare opties.

01. Villa Necchi Campiglio

De façade van ‘Villa Necchi Campiglio’ lijkt streng en sober. Maar bij een tweede blik zie je het verfijnde gebruik van luxematerialen en de elegante details.
©Lorenzo Pennati

Wie, wat en wanneer?

Advertentie
Advertentie

Tussen 1932 en 1935 verrees deze super-de-luxe villa op een enorm stuk grond op vraag van het welgestelde koppel Angelo Campiglio en Gigina Necchi en haar ongetrouwde zus Nedda. Zijn familie deed in staal, haar familie in naaimachines. In de linnenkamer staat nog een Necchi-toestel. Gigina en Nedda waren absolute societyfiguren, altijd gekleed volgens de nieuwste mode. De villa – dankzij de parktuin een soort landhuis in de stad – was de place to be voor de hipsters van toen. Kinderen waren er niet, wel talloze katten. De huiskok kookte zelfs voor de dieren. Toen Gigina in 2001 overleed, liet ze het huis na aan een erfgoedstichting.

Na een restauratie door Portaluppi’s neef, architect Piero Castellini Baldissera, opende de villa in 2008 de deuren voor het grote publiek.

©Lorenzo Pennati

Architectuur?

Toen Portaluppi dit bouwde, was hij een ster met een grote fanbase onder rijke industriëlen. Villa Necchi is bijzonder omdat hij hier de decoratieve smaak deels achter zich liet en evolueerde richting Italiaans rationalisme. De façade lijkt streng en sober. Maar bij een tweede blik zie je het verfijnde gebruik van luxematerialen en de elegante details. Budget was hier van geen tel en Portaluppi ging all the way qua wooncomfort, met een metalen veiligheidsdeur in de kelder, huistelefoons en een verwarmd buitenzwembad. Het linoleum in de dienstvertrekken liet hij overkomen uit Amerika. Hier bestond dat toen nog niet.

De spectaculairste ruimte is de wintertuin met gigantische ramen. Let op de marmeren vloer in hetzelfde vlechtmotief als de koperen cache-radiatoren. Overal duikt ook Portaluppi’s handelsmerk op: het ruitmotief. Van plafonds en tussendeuren tot de zonwering.

©Lorenzo Pennati

Bijzonder?

Als je bij het huis aankomt, lijkt het wel bewoond. Misschien door de moestuin die je passeert, de perfect onderhouden tuin, het gevulde zwembad of de conciërgerie die nog altijd in gebruik is. Binnen word je verwelkomd door ‘bewoners’, oftewel vrijwilligers. Knoop zeker een praatje met ze aan. Ze kennen talloze anekdotes en nemen je mee achter de schermen. Zo toonde een van hen ons de marmeren diensttrap (normaal achter gesloten deuren) met prachtige ‘faux marbre’-wandschilderingen. Ook de gepersonaliseerde Hermès-stofzakken voor de Necchi-zussen tonen ze met plezier. Ook opgevangen: alle metalen elementen in het huis werden tijdens WO II wit geschilderd, uit angst dat ze zouden worden omgesmolten tot wapens. Tijdens de oorlog ontvluchtten de bewoners namelijk het huis en werd hier het cultuurministerie van de nazi’s ondergebracht.

Geheimtip?

De deur recht tegenover de trap is dicht. Vraag aan een vrijwilliger of je een kijkje mag nemen. Want in deze gastenkamer hangen originele tekeningen van Modigliani, Picasso en Matisse. En het balkon heeft een prachtig uitzicht op het zwembad. Ga tijdens je bezoek zeker ook eens naar het toilet. Dat vind je in de kelder en is ondergebracht in de nog authentieke personeelsbadkamers. En reserveer wat tijd voor een wandeling door de prachtige tuin, een koffietje aan het zwembad of een lunch in de cafetaria.

02. Arengario

De ‘Arengario’-torens verrezen op het Duomo-plein in 1939 op vraag van de fascistische partij. Van hieruit wilde Benito Mussolini – Il Duce – het volk toespreken.
©Lorenzo Pennati

Wie, wat en wanneer?

Deze twee torens verrezen op het Duomo-plein in 1939 op vraag van de fascistische partij. Van hieruit wilde Il Duce het volk toespreken – of liever: ophitsen. Maar bommen ruïneerden het half afgewerkte gebouw en pas in 1956 werd het volledig afgewerkt. Daarna huisden hier overheidskantoren, de toeristische dienst en winkels. De tram passeerde er zelfs onderdoor. In 2010 opende in het linker gebouw het Museo del Novecento, met (vooral Italiaanse) 20ste-eeuwse kunst. Tegen 2026 breidt het museum uit naar de tweede toren met een passerelle.

Architectuur?

Portaluppi maakte het ontwerp samen met drie andere architecten: Enrico Agostino Griffini, Pier Giulio Magistretti (vader van Vico) en Giovanni Muzio. Wie wat ontwierp, is niet duidelijk. Sowieso was het in die periode vooral zaak je te schikken naar de wensen van de fascisten. En Benito Mussolini hield van orde, perfectie en ratio. Steden en architectuur, uitgetekend met een liniaal en een kompas. Het liefst met wat verwijzingen naar de Romeinse hoogdagen. De twee opengewerkte torens, gescheiden door een smalle straat, voldoen in monumentaliteit, met een minimum aan decoratie en harmonische symmetrie. Al is dat bedrog: het linker gebouw is groter, met een monumentale trap opzij voor speeches.

De buitenkant van de twee gebouwen – net als de Duomo volledig bekleed met candogliamarmer – bleef intact. Maar binnen is het zoeken naar originele elementen, onder meer de witte marmeren zuilen in de ‘Futuristenzaal’ en de groene in het ticketoffice.

Geheimtip?

Ga zeker naar de bovenste verdieping. Behalve twee imposante werken van Lucio Fontana – een neon en een plafondtableau – steelt het uitzicht op de Duomo, het plein en de Galleria Vittorio Emanuele II hier de show. Je moet wel een plekje zien te veroveren tussen de influencers. Want dit is een ronduit populaire Instagramhotspot.

03. Civico Planetario Ulrico Hoepli

Het Civico Planetario Ulrico Hoepli is geen traditioneel sterrenobservatorium, maar een gesloten koepel waarop de bewegingen van de hemellichamen worden geprojecteerd. Je kunt er dus op gelijk welk moment van de dag de hemellichamen zien.
©Lorenzo Pennati

Wie, wat en wanneer?

De Zwitsers-Italiaanse uitgever en filantroop Ulrico Hoepli had een enorme passie voor astronomie en wilde die delen met zijn stadsgenoten. Dus bestelde hij in 1929 – hij was toen al 83 – een groot planetarium bij Portaluppi, zelf ook een sterrenzot. In Villa Necchi maakte hij in de eetkamer en living plafonds met hemellichamen.

©Lorenzo Pennati

Let wel: dit is geen observatorium met een gat en telescopen. Maar een gesloten koepel waarop de bewegingen van de hemellichamen worden geprojecteerd. ‘In een stad met zoveel lichtvervuiling, bewolking en mist zie je hier de hemel in de best mogelijke condities, op elk moment van de dag’, vertelt de astronoom die ons rondleidt. ‘Het kan vreemd klinken, maar zo’n voorstelling is een emotionele ervaring. Je komt hier helemaal tot rust en staat in contact met het oneindige. Met het verleden, het heden en de toekomst. Niet gek dat veel bezoekers geregeld terugkomen.’

Architectuur?

Het planetarium ligt in een park en Portaluppi koos voor een neoklassieke façade met de look van een Griekse tempel, gewijd aan de sterren. Al maakte hij er wel zijn eigen eclectische mix van, met Dorische en Ionische elementen. In de raamopeningen valt het grafische art-decosmeedwerk op. Op de eerder strenge gevel spotten we zowel ceppo-steen als ‘crevola d’ossola’-marmer, maar ook frivole sterren. De koperen koepel heeft een doorsnede van 20 meter.

Bijzonder?

Alle driehonderd Thonet-draaistoelen (vastgemaakt op de authentieke mozaïekvloer) zijn origineel, net als de banken rondom waarop nog eens 75 man kan zitten. Als je goed kijkt, zie je de skyline van Milaan zoals die er in 1930 uitzag. Voor ons bijna onherkenbaar – want onder meer de Pirelli-wolkenkrabber moest toen nog gebouwd worden.

Het planetarium is alleen open tijdens voorstellingen. Het programma en de tickets vind je online, Corso Venezia 57 in Milaan, lofficina.eu

04. Casa Corbellini-Wassermann

Portaluppi bouwde ‘Casa Corbellini-Wassermann’ tussen 1934 en 1936. Hij speelde hier vooral met contrasten: ruwe ceppo voor de gevel, gepolijst marmer in de entree.
©Lorenzo Pennati

Wie, wat en wanneer?

Portaluppi bouwde dit wooncomplex in de Milanese studentenwijk tussen 1934 en 1936, ongeveer tegelijk met Villa Necchi. Maar met een bescheidener insteek: bacterioloog August von Wassermann – een man uit de middenklasse – wilde een woning met daarboven huurappartementen. In 2019 opende hier de toonaangevende kunstgalerie van Massimo De Carlo. Toen die het pand kocht, stond het appartement al 15 jaar leeg, nadat de vorige eigenaars failliet waren gegaan. De minutieuze restauratie duurde zo’n drie jaar, met de bekende designer Antonio Citterio als consultant. De galerie palmt twee verdiepingen in: onderaan de kantoren en bibliotheek, boven de tentoonstellingszalen.

©Lorenzo Pennati

Architectuur?

Samen met Villa Necchi leidde dit huis tot een stijlwissel in Portaluppi’s architectuur. Hij speelt hier enorm met contrasten: ruwe ceppo voor de gevel, gepolijst marmer in de entree. De verdiepingen van de twee luxewoningen in het complex zijn bekleed met grijs en roze ornavasso-marmer, de gevel van de appartementen met grijs pleisterwerk. Die kregen ook minder en kleinere ramen. In het gelijkvloerse appartement – waar nu de galerie is – valt meteen de grafische marmeren vloer op die je van de ene naar de andere ruimte leidt en die ongewone kleuren combineert. Alsof Portaluppi als couturier het gebouw een streepjesjurk aantrok. In het plafond herhaalt hij die strepen. De marmersoorten komen dan weer in het hele huis terug: in de schouwen, deurkaders en lambriseringen. Bij de renovatie tot galerie kregen de muren een lik ivoorwitte verf, al bleek uit onderzoek dat elke kamer oorspronkelijk een andere kleur had, zoals oker en matgroen.

©Lorenzo Pennati

Geheimtip?

Als bezoeker van de galerie kun je helaas niet in de aanpalende tuin. Maar bekijk vanuit de grote zaal – of vanaf de straat – zeker de imposante wenteltrap buiten op de binnenplaats. Die ontwierp Portaluppi eigenlijk voor de ‘Triennale di Milano’ in 1933. Na afloop van die triënnale werd de trap afgebroken en geïntegreerd in dit huis. Tussen haakjes: vandaag fungeert het triënnalegebouw ook als museum. Let bij het binnenkomen – dus vóór je de galerie binnengaat – ook op de mooie details in de hal, zoals de brievenbussen, de deurbellen en de lift.

Viale Lombardia 17 in Milaan, alleen open tijdens tentoonstellingen, reserveren niet nodig, massimodecarlo.com

05. Casa Radici-Di Stefano

De trappenhal van ‘Casa Radici-Di Stefano’ – een appartementsgebouw – diende voor veel bewoners als ‘gemeenschappelijke living’.
©Lorenzo Pennati

Wie, wat en wanneer?

Een appartementsgebouw, opgetrokken tussen 1929 en 1931 voor en door een succesvol bouwbedrijf uit die tijd, gerund door Luigi Radici en Francesco Di Stefano. Die laatste woonde hier zelf, samen met zijn vijf kinderen, elk in een eigen appartement. ‘De deuren stonden altijd open. Het trappenhuis was een gemeenschappelijke living’, herinnert de bekende architect Alessandro Mendini zich. Hij was de kleinzoon van Di Stefano en groeide hier op. Zijn ‘Proust’-stoel in de entree herinnert daar nog aan. Een andere bekende bewoonster was Di Stefano’s dochter Marieda, die samen met haar man Antonio Boschi bijna obsessief 20ste-eeuwse Italiaanse kunst verzamelde. Ze kochten meer dan 2000 werken van onder meer Fontana, De Chirico en Manzoni. Hun appartement is sinds 2003 open als Casa Museo Boschi Di Stefano, met zo’n 300 kunstwerken. De muren hangen propvol, net zoals toen het koppel er woonde. Al roteerden ze toen elke zaterdag de werken. Het koppel schonk alles aan de stad Milaan. De belangrijkste werken hangen in het Museo del Novecento.

©Lorenzo Pennati

Architectuur?

Portaluppi besteedde steevast veel aandacht aan zijn façades. Hier zie je dat aan de unieke uitbouw op de hoek. Door de ramen 45 graden te draaien ten opzichte van de zijmuren ontstaat een uitstekende gevel die binnen veel licht en ruimtelijkheid creëert. Dit pand heeft niet de indrukwekkende marmers van Necchi of Corbellini. De decoratie is eenvoudiger en huiselijker, maar nog altijd elegant. Zoals de mozaïekvloer in driehoeksdessin en de tussendeuren en vensters in vlechtpatroon.

Bijzonder?

Behalve kunsthistorische informatie krijg je tijdens het bezoek geregeld anekdotes te horen. Zo vernamen we dat het koppel geen kinderen had, maar wel talloze katten. Die hadden de sofa’s met de Portaluppi-stoffen zo mismeesterd dat ze niet meer te redden vielen en de stof opnieuw geweven werd naar origineel ontwerp. De andere meubels die hier staan, zijn niet origineel. Het koppel had het niet zo voor tafels en stoelen. Ze staken hun geld liever in kunst. Let aan de uitgang nog op de vitrine met keramiek van Marieda, die tijdens haar leven best wat succes kende.

‘Piero Portaluppi. Between tradition and the avant-garde’, uit bij Rizzoli, beschikbaar in Engels en Italiaans, 70 euro, rizzoliusa.com, portaluppi.org
Advertentie