Binnenkijken in een duplexpenthouse met daktuin in de Brusselse Rand

Lode Verdoodt verkocht zijn hoeve in de Brusselse Rand om in een duplexpenthouse mét weelderige daktuin in Ternat te gaan wonen. Wij mochten binnenkijken.

Van een vrijstaande woning op een groot perceel naar een luxueus villa-appartement met een daktuin: het is een stap die veel – excusez le mot – boomers ooit zetten. Ze willen compacter wonen, maar wel in een stad, én zonder iets aan hun vroegere comfort te moeten inboeten. Wie de vastgoedprijzen een beetje volgt, weet: zo’n full option villa-appartement kost gemakkelijk evenveel als een vrijstaande villa op het platteland. Maar is dat geen appelen met peren vergelijken?

Vastgoedontwikkelaar Lode Verdoodt zou alleszins ‘voor geen geld’ terug willen naar zijn afgelegen hoeve van zevenhonderd vierkante meter in de rand van Ternat. ‘Ik had een domein van vier hectare. Het gros was weide, maar de tuin vroeg toch enorm veel onderhoud. Het huis was ook te groot geworden voor ons. Dit penthouse past beter bij deze fase van ons leven.’

Advertentie
Advertentie
Vastgoedontwikkelaar Lode Verdoodt zou ‘voor geen geld’ terug willen naar zijn afgelegen hoeve op vier hectare. ‘Dit penthouse past beter bij deze fase van ons leven.’
©Alexander D'Hiet

Vogelhut

Hoe gelukkig hij ook is met zijn duplexdakappartement, eigenlijk was het optie B. ‘Ik ben een vogelspotter. Ik hou enorm van de natuur. Mijn eerste plan was om een cirkelvormig huis te bouwen, midden in het bos. We hadden het perfecte plekje gevonden, de plannen voor onze vogelhut lagen al klaar. Tot mijn vrouw zei: ‘De dag dat je sterft, blijf ik geen dag langer in dat bos wonen.’ Dus was het misschien toch niet zo’n goed idee.’

In het duplexpenthouse van Lode Verdoodt is textuur de bottomline bij de interieurkeuzes.
©Yann Deschepper
Advertentie
Advertentie

De avond waarop de boshuisoptie verticaal geklasseerd werd, gingen Verdoodt en zijn echtgenote naar een casco dakappartement kijken. In een van Verdoodts vastgoedprojecten in centrum Ternat was er nog een duplexpent­house vacant. Diezelfde avond beslisten ze om naar daar te verhuizen. ‘Er bestond al een plan voor dat appartement, maar we hebben het helemaal herontworpen. De raamindeling, de trap en de circulatie waren anders’, zegt Niels Van der Straeten van Objekt Architecten, het Aalsterse bureau dat ook al het boshuis had getekend. ‘Architectuur, interieur en tuin zijn hier perfect in symbiose. We zijn heel ver kunnen gaan in dit project, ook qua inrichting en detaillering. Al het maatwerk in notelaar en de ruwe vloeren zijn uitgezet in een strak grid. Alle respect voor de stielmannen die dat gerea­liseerd hebben.’

Het penthouse voelt aan als een luxejacht. Via een notelaren trap bereik je de ‘kajuiten’.
©Yann Deschepper

Luxejacht

Het villa-appartement ziet eruit als een open loft, maar voelt toch aan als een huis met knusse hoekjes en kantjes. ‘De keuken, tv-hoek en het bureau zijn plekken waar je je kunt terugtrekken. Maar als ik thuis ben, zit ik in de praktijk gewoon aan de keukentafel te werken’, geeft Verdoodt toe. Ruimtelijk klikt de duplex heel goed in elkaar. Het penthouse heeft iets van een luxejacht. Vanaf het ‘dek’ heb je zicht op het intensieve groendak. Via een notelaren trap bereik je de ‘kajuiten’: de luxueuze slaapvertrekken, die zich onder de leefruimte bevinden.

Van de ruwe vloer van Atelier Franssens tot het tapijt van Carine Boxy: textuur is de bottomline bij de interieurkeuzes. De hanglamp is van Gino Sarfatti, heruitgegeven door Astep, het merk van zijn kleinzoon.
©Yann Deschepper

Ook qua inrichting is niets over het hoofd gezien. Van de wanden in ruw gespatelde kalkverf, de lampen van Brokis, de ruwe vloer van Atelier Franssens tot het tapijt van Carine Boxy: textuur is de bottomline bij nagenoeg alle interieurkeuzes. Toch leiden die doorleefde materialen niet tot overkill. Ze worden mooi uitgebalanceerd met cleanere elementen. Zoals de USM-kasten, het CEA-kraanwerk, het Bauhaus-buismeubilair of de inox keuken, uitgerust voor de betere hobbykok. ‘En dan zitten nog veel luxe-elementen gewoon verborgen. Ik hou bijvoorbeeld niet van standaard stopcontacten of schakelaars. Dus zijn die onzichtbaar ingewerkt, net als de B&O-speakers.’

De doorleefde materialen worden mooi uitgebalanceerd met cleanere elementen. Zoals de USM-kasten, het CEA-kraanwerk, het Bauhaus-buismeubilair of de inox keuken, uitgerust voor de betere hobbykok.
©Yann Deschepper

Ontploft

Aan luxe hoefde Verdoodt niks in te boeten. Maar ook de natuurliefhebber in hem moest geen compromis sluiten. ‘Ik zie hier pimpelmezen, kuifmezen en zelfs torenvalken in mijn daktuin. We werkten samen met de Antwerpse daktuinspecialisten Bart & Pieter’, zegt hij. ‘Heb je gezien dat de planten tot tegen het raam groeien? Ik wilde dat de tuin letterlijk aan de achtergevel begon. Alles is vorig jaar in april geplant. Drie maanden later was het groen al helemaal ontploft. Op plekken waar niet genoeg substraat lag voor de wortelgroei, hebben Bart & Pieter gewoon een hogere hoop aarde voorzien. Mijn eerste idee was om één grote vijver te maken van mijn daktuin. Maar zo’n wilde tuin was een veel beter plan. De planten zijn niet alleen een vogelparadijs, ze geven ‘s zomers ook koelte en schaduw. En als het hier toch te warm wordt binnen, laat ik het dakappartement eens goed doorwaaien.’

Voor de daktuin klopte Lode Verdoodt aan bij de Antwerpse daktuinspecialisten Bart & Pieter. Opvallend is dat de daktuin geen terras of verharding heeft. ‘Het substraat waarin de planten, bomen en struiken groeien, is hard genoeg om op te stappen.’
©Yann Deschepper

Opvallend is dat de daktuin geen terras of verharding heeft. ‘En stapstenen waren uiteindelijk ook niet nodig. Het substraat waarin de planten, bomen en struiken groeien, is hard genoeg om op te stappen’, zegt Verdoodt. Een terras mist hij naar eigen zeggen niet. ‘Als ik de profielloze plafondhoge panoramaramen vijf meter openschuif, voelt mijn eethoek als een inpandig terras. Mijn keukentafel wordt dan mijn terrastafel. En als ik kook met de ramen open, lijkt het of ik in de tuin sta. In de zomer schuiven we de ramen permanent open. Het vakantiegevoel is hier zalig. Vroeger trokken we veel naar Oostduinkerke. Maar nu moeten we echt moeite doen om nog met vakantie te vertrekken.’

Advertentie