sabato

Binnenkijken in het glazen huis van Lina Bo Bardi

'Casa de Vidro', de privéwoning van de Spaans-Italiaanse architecte. ©lina bo bardi1951

In het Design Museum Gent gaat eind oktober een expo over het meubilair van Lina Bo Bardi van start. De jongste jaren wordt het Italiaans-Braziliaanse multitalent herontdekt. Maar waarom komt haar eigen ‘Casa de Vidro’ bijna nooit in boeken over iconische woningen voor? Tijd voor een huisbezoek.

‘Ik ben architect, ik sloop muren’, was het devies van de Italiaans-Braziliaanse Lina Bo Bardi (1914-1992). Veel muren staan er inderdaad niet in ‘Casa de Vidro’, haar privéwoning in São Paulo. Op het eerste gezicht lijkt dat ‘Glass House’ uit 1951 een Villa Savoye-kloon: een vederlichte paalwoning op ranke zuilen, met een vrijstaande gevel en een open grondplan. Volledig conform Le Corbusiers principes uit 1927, dus?

Lina Bo Bardi mag je gerust de Latijns-Amerikaanse Charlotte Perriand noemen. ©rv

Zo flagrant is het niet. Bo Bardi wilde een ‘huis als een boomhut’ bouwen. Missie geslaagd, want de zuilen lijken wel stammen en je zit er tegenwoordig met je neus tussen het gebladerte. Door de vele ramen zie je alleen tropische planten. En de living en het salon kijken uit op een binnentuin met een kanjer van een boom. Corbusiaans dus, maar met een exotische schwung.

Lina Bo - naast architect ook ontwerper, curator, scenograaf, illustrator, journalist én museumdirecteur - en haar man Pietro Maria Bardi woonden tot hun dood in hun ‘Casa de Vidro’. Nog tijdens hun leven - het echtpaar bleef kinderloos - brachten ze het huis onder in een stichting. Het ‘Instituto Lina Bo e P.M. Bardi’ beheert sindsdien hun nalatenschap, doet onderzoek en stelt het huis open voor culturele doeleinden, expo’s van hedendaags talent - tot eind september was er een hangende-tuininstallatie van de Campana Brothers - en voor bezoeken.

©arquitectodata

‘Ik ben er al vaak geweest: het blijft een onvergetelijke ervaring, alsof je in de jungle woont’, zegt de Brusselse designhandelaar Stanislas Gokelaere, specialist in Braziliaans design. ‘Vergeet zeker ook de tuin niet te bezoeken. Daar kun je haar atelier nog zien.’ Pas aan het einde van haar leven, in 1986, bouwde Bo Bardi inderdaad haar ‘Cabanon’, om in Le Corbusier-termen te blijven. De bescheiden studio was een barak in hout: een sober tuinhuis waar ze in alle rust kon ontwerpen.

Lina Bo Bardi provoceerde graag. In de openingsspeech bij haar eerste solo-expo noemde ze zichzelf 'een stalinist en een antifeminist'.

Binnenstebuiten

Haar bekendste meubelstuk, dat ze speciaal voor haar glazen huis tekende, is ongetwijfeld de 'Bowl'-chair (1951). ©rv

Het interieur van ‘Casa de Vidro’ is nog zo goed als intact. Zo merk je hoe Bo Bardi geen detail ongemoeid liet. Ze ontwierp werkelijk álles, tot en met de state-of-the-artkeuken, de deurknoppen, de fauteuils en het bed. Haar bekendste meubelstuk, dat ze speciaal voor het huis tekende, is ongetwijfeld de ‘Bowl’-chair (1951). Het Italiaanse label Arper geeft de klassieker sinds 2013 opnieuw uit in een gelimiteerde oplage.

Het Braziliaanse Etel Design kreeg de licentie voor acht andere ontwerpen, waaronder een bar-trolley, plooistoelen, een schommelstoel en een salontafel. Lumini geeft een luchter opnieuw uit. Voor de rest zijn verzamelaars op de vintagemarkt aangewezen. Of op het Design Museum Gent, waar op 25 oktober een expo van start gaat over Bo Bardi’s zeldzame meubilair in samenwerking met de Milanese galerie Nilufar.

Perceptie

Lina Bo Bardi’s ‘Casa de Vidro’, waar ze tot haar dood woonde, is te bezoeken. ©lina bo bardi1951

In oudere architectuurboeken over de meest iconische woningen van de 20ste eeuw staat ‘Casa de Vidro’ zelden vermeld. Vreemd, want het is Bo Bardi’s belangrijkste privéwoning. Ze is nog volledig intact en moet niet onderdoen voor bijvoorbeeld Walter Gropius’ huis in Lincoln, Massachusetts. Dat is wél opgenomen in de canon en werd evenzeer gebouwd door een Europese architect die op de vlucht voor de nazi’s naar Amerika was getrokken.

Gelukkig is de perceptie rond Bo Bardi aan het veranderen. De jongste vijf jaar is er veel meer aandacht voor haar werk en voor Braziliaans modernisme tout court. Topcurator Hans Ulrich Obrist maakte in 2012 met ‘The Insides Are on the Outside’ een expo in ‘Casa de Vidro’ die het huis weer op de internationale kunstkaart zette. Gilbert & George spendeerden er toen een dag als levende standbeelden. Naar aanleiding van Bo Bardi’s 100ste verjaardag verschenen er in 2014 belangrijke monografieën (onder meer bij Hatje Cantz, naar aanleiding van Bo Bardi’s solotentoonstelling in München).

Tussen 2012 en 2016 schudde ook de rondreizende expo ‘Lina Bo Bardi: Together’ designfans wakker in Parijs, Londen, Wenen, Stockholm en Milaan. Zopas gaf Princeton University Press nog een boek uit met tekeningen en illustraties, en ook op veilingen zie je wel eens Braziliaans design van Bo Bardi en haar collega’s passeren. ‘Al is die herontdekking van haar werk toch voornamelijk een Europees fenomeen’, schrijft Guilherme Wisnik in het boek ‘Lina Bo Bardi 100’. Lees: Latijns-Amerika is haar nooit vergeten.

Antifeminist

Lina Bo Bardi mag je gerust de Latijns-Amerikaanse Charlotte Perriand noemen: een architecte slash meubelontwerpster die mee door het glazen plafond brak in de 20ste-eeuwse architectuurwereld. Net als Perriand verruilde ze het kille modernisme voor een organische, warme vormentaal. En, net als Perriand, kreeg ze pas erkenning toen ze al (bijna) dood was.

Zeldzaam bureau van Lina Bo Bardi en Giancarlo Palanti voor Estúdio d’Arte Palma, 1949-1950. ©rv

Bo Bardi’s eerste monografie verscheen in 1993, een jaar na haar overlijden. En pas in 1989, op haar 74ste, kreeg ze haar eerste solotentoonstelling in de universiteit van São Paulo. Pijnlijk, want drie decennia eerder had diezelfde school haar een vaste job als docent geweigerd. Bo Bardi’s provocerende openingsspeech schreef geschiedenis, niet het minst omdat ze zichzelf ‘een stalinist en een antifeminist’ noemde. ‘Ze loofde Stalin omdat hij Italië van het fascisme had verlost. En ze toonde meer bewondering voor vrouwen uit vroegere generaties, die vochten voor gelijke kansen en gelijke rechten, dan voor de toenmalige feministen’, schrijft professor en Bo Bardi-expert Zeuler R. Lima.

Vele petjes

Lina Bo was een van de weinige vrouwen aan de Facoltà di Architettura in Rome, waar ze in 1939 afstudeerde. Het jaar daarna verhuisde ze naar het veel modernere Milaan, waar ze een kantoor oprichtte met architect Carlo Pagani. Van 1940 tot 1943 schreef en illustreerde ze ook voor Lo Stile en Domus, de invloedrijke tijdschriften van architect-designer Giò Ponti. In 1943 werd het architectenkantoor ‘Studio Bo e Pagani’ verwoest in een bombardement op Milaan, waarop Bo in het verzet ging. Na de Tweede Wereldoorlog maakte ze deel uit van een groep architecten en urbanisten die nadachten over de wederopbouw van Italië.

Zigzag Chair van Estúdio d’Arte Palma, 1949-1950. ©rv

In 1946 leerde ze Pietro Maria Bardi (1900-1999) kennen, een controversiële man die minstens evenveel petjes kon opzetten als Lina Bo zelf: journalist, kunsthistoricus, galeriehouder, curator, verzamelaar en lid van de fascistische partij vanaf 1926. In 1931 had hij zelfs een beroemd manifest geschreven waarin hij de idealen van de fascistische architectuur schetste: ‘Militair, monter, robuust, sober, geordend, zoals Mussolini zijn Italianen graag heeft.’ Pietro Maria Bardi organiseerde een tentoonstelling over rationalistische architectuur en werkte in 1938 mee aan het ‘Paviljoen voor de Italiaanse Beschaving’, bedoeld voor de wereldtentoonstelling van 1942 in Rome, die door de oorlog nooit plaatsvond. Nadien brak Bardi met de fascisten.

Zwevende kunst

In 1946, na de Tweede Wereldoorlog, verhuisden Pietro Maria Bardi en zijn kersverse vrouw naar Latijns-Amerika. Tijdens het interbellum was hij er al geweest om contacten te leggen. Oorspronkelijk zou het koppel maar twee jaar in Brazilië blijven, maar de creatieve cultuur boeide hen zo dat ze uiteindelijk de Braziliaanse nationaliteit aanvroegen en nooit meer terugkwamen.

Museo de Arte de São Paulo (MASP), het bekendste gebouw van Bo Bardi. ©The LIFE Images Collection via G

Omdat Pietro al sinds de jaren 20 kunsthandelaar was in Rome en Milaan, nam hij heel wat Italiaanse kunstwerken en antiquiteiten mee naar Rio de Janeiro. Hij opende er een galerie, waar de Bo Bardi’s kooptentoonstellingen organiseerden. Op een vernissage ontmoetten ze Oscar Niemeyer en de machtige politicus, diplomaat en mediabaas Assis Chateaubriand. Die vroeg hun in 1947 om zijn droomproject mee op te richten: het Museo de Arte de São Paulo (MASP), waarvan Pietro directeur werd en Lina het spectaculaire gebouw en interieur mocht ontwerpen. Twaalf jaar deed ze erover, maar het resultaat was het wachten waard. Het museum ‘hangt’ 10 meter boven de grond aan twee betonnen balken van maar liefst 74 meter lang. En binnenin werden de kunstwerken aan glaswanden bevestigd, in compleet opengewerkte ruimtes. ‘Architecture of freedom’: zo noemde John Cage, componist en vriend aan huis, het gebouw.

Fake

De brutalistische buitentrappen van Bo Bardi's SESC Pompéia (1982). ©Universal Images Group via Getty

Om het meubilair voor het Museo de Arte de São Paulo te tekenen, richtte Lina Bo Bardi een apart bedrijf op binnen de kunstgalerie: Estúdio d’Arte Palma (1948-1951). Met Giancarlo Palanti, ook een geëmigreerde Italiaanse architect, runde ze het ontwerpatelier dat ook de lokale productie coördineerde. Palanti’s rationalisme en haar sensuele ‘tropische modernisme’ leidden tot een beperkte, maar interessante output, zo bewijst de expo in het Design Museum Gent. Onze favoriet? De ‘Tripé’-armstoel, een lederen zitmeubel dat geïnspireerd is op de hangmatten op Braziliaanse rivierboten. Bo Bardi werkte even graag met traditionele ambachtslui en natuurlijke materialen als leder, touw en jacarandahout.

Jammer genoeg heeft het atelier niet lang bestaan: de meubelproductie bleek moeilijker dan gedacht en al snel doken er vervalsingen op. ‘Ik heb nog nooit origineel Lina Bo Bardi-meubilair verkocht’, zegt designhandelaar Stanislas Gokelaere. ‘Het is extreem zeldzaam en je moet opletten voor namaak of vage toeschrijvingen. Ik vergelijk Bo Bardi graag met Oscar Niemeyer: ze zal niet zozeer herinnerd worden om haar meubels, dan wel om haar architectuur.’

Lina Bo Bardi ©rv

Museum maakt school

De immense opdracht voor het Museo de Arte de São Paulo betekende de kickstart van Bo Bardi’s carrière in Brazilië. Ze verwierf niet alleen bekendheid met haar privéwoningen, maar vooral met haar publieke gebouwen, zoals het Teatro Oficina (1984) en SESC Pompéia (1982). Ze ontwierp juwelen en mode, en verzorgde scenografieën voor tentoonstellingen.

Mijn devies is: ik ben architect, dus ik sloop muren

Net als haar man kreeg ze de vraag om museumdirecteur te worden. Tussen 1959 en 1963 leidde ze het museum voor moderne kunst in Salvador de Bahia, zo’n 2000 kilometer van São Paulo. Ook daar was haar aanpak onconventioneel. ‘Ik zie het museum als een school. Niet als een plaats waar je kunstwerken of objecten exposeert’, zei ze op de opening. En ze hield woord: het ‘museum’ volgde de timing van het academiejaar en het gebouw had behalve expozalen ook ruimtes voor opleidingen in design, kunst en ambacht.

Net door die out of the box visie blijft Bo Bardi een invloedrijke figuur. ‘Lina Bo Bardi inspireert me enorm, omdat ze behalve architect ook museumdirecteur en een revolutionaire tentoonstellingsmaker was’, zegt kunstadviseur Diana Campbell Betancourt, curator van Frieze Projects en Bo Bardi-fan. ‘Ze is een voorbeeld in alles wat ik doe: ze bouwde nieuwe werelden met lokale kennis én met internationale visie. Dankzij haar werk werd haar adoptieland haar echte thuis.’

‘Lina Bo Bardi & Giancarlo Palanti, Estúdio d’Arte Palma 1948-1951’, van 25 oktober tot 16 februari in het Design Museum Gent. www.designmuseumgent.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie