Advertentie
sabato

Château de Mirwart: architect John Eyers in de voetsporen van Karel de Grote & co

Filips de Goede, Karel de Grote, de Guldensporenslag en koning Leopold I zijn allemaal gelinkt aan het tot luxehotel gerenoveerde Château de Mirwart. ©Loik Eyers

In 2015 kocht John Eyers, CEO van het architectenbureau Jaspers-Eyers, voor zijn gezin een kasteel nabij Saint-Hubert. Tot hij ontdekte dat koningen en keizers gelinkt waren aan zijn Château de Mirwart. Sabato ging de sfeer en geschiedenis opsnuiven.

Een luchtfoto van een Ardens kasteel, op een beboste heuvel boven een vallei. Meer had architect John Eyers niet nodig, al surfend die zondagnamiddag. ‘Die ligging vond ik magisch. En het gebouw had, op foto althans, een bepaalde uitstraling. Een zekere eenvoud zelfs. Het was geen complexe snoeptaart met honderd verschillende torentjes. Ik telde er vier, een voor elk van mijn kinderen. Dus vroeg ik een bezoek aan.’

Dat was in 2015. En het Château de Mirwart bleek toen al vijf jaar te koop te staan. De staat was niet bepaald flatteus: in de 20ste eeuw raakte het serieus vervallen en geplunderd. ‘Dat het onbewoond was sinds 1975 hielp natuurlijk niet. De laatste eigenaars hadden het helemaal niet in ere gehouden. Schandalig eigenlijk, voor een pand met zo’n historie.’

55 eigenaars opgespoord

Het was veel goedkoper geweest om Château de Mirwart met typische kasteelmeubels in te richten. Maar de familie Eyers koos voor een hedendaagse look. ©Nicolas Schimp

Als CEO van Jaspers-Eyers Architects is John Eyers megaprojecten gewoon. Zijn bureau met 140 medewerkers heeft kantoren in Brussel, Leuven en Hasselt. Het is over heel Europa actief. In België realiseerde het architectenbureau onder meer het hoofdkwartier van BNP Paribas Fortis in Brussel, het appartementencomplex One Carlton in Knokke, het Europees distributiecentrum van Nike in Laakdal, de KBC-toren in Gent en de Paradis-toren in Luik. Samen met het architectenbureau Office zal Jaspers-Eyers tegen 2025 ook het toekomstige VRT-gebouw realiseren.

‘Maar een kasteelrestauratie zat nog niet in ons portfolio’, lacht Eyers. ‘Ik beschouw een kasteel eigenlijk als een stapeling van stenen, waar veel geschiedenissen door elkaar lopen. Als architect was ik echt benieuwd naar wat daar allemaal achter zat. Eerlijk gezegd: ik had geen flauw idee.’

‘Ik heb dikwijls bij mezelf gedacht: wat heb ik in godsnaam gekocht?’
John Eyers
Architect

Toen hij historische research begon te doen, viel zijn mond open. Zeker toen bleek dat de Guldensporenslag, Karel de Stoute, Leopold I en de Red Star Line allemaal gelinkt zijn aan het kasteel. ‘Ik heb dikwijls bij mezelf gedacht: wat heb ik in godsnaam gekocht? Vele weekends offerde ik op om uit te zoeken hoe de geschiedenis van Château de Mirwart precies in elkaar zat. Samen met een historicus bij op ons kantoor hebben we een manuscript klaar over de 55 kasteeleigenaars of -bewoners die we konden traceren. Een enorm werk, waarvoor we in allerlei archieven en boeken zijn gedoken. We verzamelden ook heel wat objecten die aan Château de Mirwart gelinkt zijn, zoals glaswerk, oorkondes en archeologische vondsten. In speciale vitrines, zowel in de hall als in de bar, kunnen de hotelgasten die objecten bekijken.’ 

©Anthony Dehez

Middeleeuws wellnessen

‘Ik herinner me wel dat ik ooit als kind in Saint-Hubert de opening van het jachtseizoen meemaakte. Maar eigenlijk had ik niet veel met de Ardennen’, geeft Eyers toe als we hem in Mirwart ontmoeten. Hij kocht het kasteel eerst om er zelf in te wonen met zijn gezin. Maar toen de geschiedenis van zijn aankoop - letterlijk en figuurlijk - naar boven kwam, begon hij luidop na te denken over een hotelproject. ‘Ik voel me geen kasteelheer. Als ik hier wil verblijven met mijn familie, dan huren we gewoon een suite in het hotel’, zegt hij.

‘Eigenlijk vertelde de geschiedenis me wat ik met het kasteel moest doen. In de 16de eeuw maakte eigenares Margaretha van der Mark het kasteel tot een oase van rust en ontspanning. Ze vormde de verdedigingsburcht om tot een ‘château de plaisance’. Zij is de inspiratiebron voor dit project. We zijn gewoon een continuïteit van de geschiedenis.’

©Max Zambelli

Dat wordt het duidelijkst in de 13de-eeuwse waterciternes, waar de luxewellness komt. Die ondergrondse waterbassins dienden als watervoorraad tijdens de vele belegeringen. ‘Toen we die blootlegden, voelden we dat we er iets architecturaals mee moesten doen’, zegt zoon Loik Eyers, eveneens architect. ‘Ik dacht spontaan aan Peter Zumthors Thermen in het Zwitserse Vals. Maar dan met stenen muren van meer dan 900 jaar oud. Onze wellness, met sauna’s, hamams, een binnenbad en een buitenbad, zal openen in 2022.’

Het gastronomisch restaurant is wel al open. John Eyers nodigde eerst Peter Goossens, driesterrenchef bij restaurant Hof van Cleve, in Mirwart uit om zijn advies te vragen over het culinaire luik. Uiteindelijk staat niet Goossens, wel topchef Pajtim Bajrami aan het fornuis, omdat Eyers graag met een beloftevolle jonge kok wilde werken die nog veel te bewijzen heeft. De Kosovaarse chef, die naam maakte bij De Stadt van Luijck in Sint-Truiden, solliciteert met zijn ambitieuze avondmenu openlijk naar een Michelinster. En zelfs bij het ontbijt proef je zijn hand in het ‘Oeuf du Château’: een extra gerechtje met gepocheerd ei, hollandaisesaus, spinazie en kaviaar. 

©Loïk Eyers

Magnifieke natuur

Het Château de Mirwart omvat twaalf ruime suites. In het voormalige koetshuis zijn nog eens zeven cottages ondergebracht, elk met hun woonkamer, kitchenette en eigen terras. Slapen onder een origineel houten gewelf en opstaan met je neus tussen de boomkruinen: Ardenser wordt het niet. Heel apart is de Dinanttoren – een oude verdedigingstoren die gericht is op Dinant – die omgevormd is tot een residentie met twee slaapkamers. ‘Vanuit elke suite in het kasteel heb je connectie met de magnifieke natuur. Vandaar dat we alle kamers lichtjes anders inrichtten met verschillende soorten natuursteen en hout, verwijzend naar de omgeving en de kleuren van de seizoenen’, zegt Eyers.

Het Château de Mirwart omvat twaalf ruime suites. In het voormalige koetshuis zijn nog eens zeven cottages ondergebracht, elk met een woonkamer, kitchenette en eigen terras. ©Nicolas Schimp

‘De kamers zijn hier niet standaard 25m² zoals in de meeste hotels, wel suites van 85m². Ik had gemakkelijk dubbel zoveel kamers kunnen maken in het kasteel. Dan had mijn investering misschien dubbel zo snel gerendeerd. Een echte ontwikkelaar lacht me uit als hij dat businessmodel bekijkt. Maar ik ben geen investeerder, wel een architect. Ik wil gerust wat kortetermijnwinst opofferen voor architecturale beleving.’

Concreet veranderde Eyers aan de originele indeling van de kasteelruimtes bijna niets. Maar in elke suite is wel een ‘hedendaags volume’ ingebracht, waarin de badkamer, het toilet en de technieken verwerkt zitten. ‘We wilden er een kasteel van de 21ste eeuw van maken: met respect voor de geschiedenis, maar met hedendaags comfort en state-of-the-arttechnologie’, zegt Loik Eyers. ‘In het vroegere koetshuis integreerden we slanke stalen kaders in de gevels, een verwijzing naar de ijzerindustrie rond Mirwart in de 16de eeuw.’

Tomorrowland

Het was ongetwijfeld goedkoper geweest om het interieur van Château de Mirwart met typische kasteelmeubels in te richten. Maar Eyers koos voor een hedendaagse invulling met meubilair van Molteni&C, linnen van het Belgische Verilin en lampen van Flos. In de lounge staat een hedendaagse toog in gehamerd tin, waarvan de fronten zijn gemaakt door Heylen, de decorbouwers van Tomorrowland. In de hall vallen de moderne trap en balie op, geïnspireerd op drie reusachtige rivierkeien.

©Max Zambelli

Toch vloeken die hedendaagse accenten nergens met de klassieke basis van het kasteel: ze leveren net interessante contrasten op. ‘Waar we konden, hebben we de authentieke elementen zoveel mogelijk gerestaureerd of hersteld. Wat ontbrak, hebben we geïnterpreteerd in de geest van weleer. Soms op basis van een stukje lambrisering dat we bij een antiquair in de Blaesstraat in Brussel vonden. Soms op basis van een oude foto uit het archief van de Antwerpse redersfamilie Von der Becke, de laatste belangrijke eigenaars, bekend van de Red Star Line, de rederij die een geregelde dienst onderhield tussen Antwerpen, New York en Philadelphia’, zegt John Eyers. Hij wijst naar de 18de-eeuwse muurschilderingen in de bar, die bewust fragmentair bleven.

‘Restaureren naar de originele staat was niet mogelijk, want er lopen sporen van zoveel stijlen en zoveel eigenaars door elkaar. Elke bewoner heeft in de voorbije duizend jaar zijn stempel gedrukt op dit pand. Dus konden wij dat ook doen. Wij doen onze ingreep, die past bij vandaag, maar met respect voor de historiek. Is dat het juiste antwoord op de geschiedenis? De tijd en onze gasten zullen het uitmaken.’

Vanaf 230 euro voor een nacht in een Chambre Prestige, 350 euro voor een suite en 470 euro voor een cottage in het voormalige koetshuis. Het kasteel kan ook worden afgehuurd voor evenementen, trouwfeesten, seminaries, teambuildings, concerten en recepties. chateaudemirwart.com

De kasteelheren van Mirwart

7 legendarische passages in Château de Mirwart

Karel de Grote als procureur

Het kasteel zoals het er nu uitziet, dateert grotendeels van 1710. Maar de geschiedenis gaat terug tot de 7de eeuw, toen de Frankische hofmeier Pepijn van Herstal de abdij van Andage liet bouwen. ‘De abdij had toen een wereldlijke beschermer, een zogenaamde procureur. Een afgevaardigde daarvan kwam vlakbij op de heuvel van Mirwart wonen. De eerste procureurs van de abdij van Andage waren Pepijn de Korte, Karel de Grote en Karel Martel, toch geen onbekende namen’, zegt John Eyers. ‘Toen in de 9de eeuw de relikwieën van Sint-Hubertus werden overgebracht, veranderde de naam van de abdij van Andage in de abdij van Saint-Hubert. Van een kasteel of burcht was toen nog geen sprake. Pas in de 10de eeuw bouwde Etienne van Porcien op de site een eerste toren.’

Jan II van Avesnes en de Guldensporenslag

©DAMS Antwerpen

In 1097 bouwde bisschop Otbert van Luik de eerste donjon in steen. In de 12de en 13de eeuw werd de donjon uitgebreid met een toren voor handboogschutters. En nog later met een vestingmuur en een hoge ommuurde slotgracht. Die schutterstoren is nu het oudst bewaarde deel van het kasteel.

Eind 13de eeuw kocht Jan II van Avesnes het kasteel. Ten tijde van de Guldensporenslag in 1302 streed hij met de Luikse bisschoppen om Mirwart. Jan II van Avesnes moest op de Kortrijkse Groeningekouter zijn bondgenoot, de Franse koning Filips de Schone, bijstaan. Dus profiteerde de Luikse bisschop om Mirwart deels plat te branden met vuurballen en brandpijlen: zowat de enige manier om de oninneembare vesting te belegeren.

Van Filips de Goede tot Margaretha van Arenbergs plezierkasteel

In de 15de eeuw kregen de hertogen van Bourgondië het kasteeldomein van Mirwart in handen. Via Filips de Goede belandde het bij Karel de Stoute, die het in 1471 schonk aan de familie Van der Mark-Arenberg. Zij zouden meer dan twee eeuwen de eigenaars blijven van het domein van Mirwart. ‘Omdat Margaretha van Arenberg er in de 16de eeuw vaak verbleef, liet ze het kasteel gevoelig moderniseren. Van de verdedigingsburcht maakte ze een woonplek. Met stromend water, een koelkelder, een zitkamer met kachel en stallingen voor haar dieren’, zegt Eyers.

Godfried de Smackers en Cristallerie de Baccarat

Later komt het landgoed in handen van Godfried de Smackers, een edelman, die vanaf 1706 op de oude fundamenten een nieuw kasteel bouwt. Het U-vormige hoofdgebouw met grote paardenstallen, opgetrokken in classicistische Franse stijl, hebben we aan hem en zijn familie te danken. In de eetzaal is nog het blazoen van de De Smackers te zien, in de façade het gevelanker uit 1710.

In 1820 kocht Aimé-Gabriel d’Artigues het kasteeldomein. Hij was de stichter van Cristallerie de Vôneche en Baccarat, die voor het Franse hof exclusief kristalwerk vervaardigde. ‘We hebben daar nog een paar voorbeelden van in de vitrine’, zegt Eyers. ‘Bovendien maakte hij het kasteel een pak frivoler met allerlei smeedwerk en dakornamenten.’ 

Leopold I en Alphonse Balat

Eyers beweert zelfs dat het kasteel ooit eigendom was van koning Leopold I, via de Société Agricole et Forestière van Jacques Coghen: graaf, bankier, minister van Financiën en een van de founding fathers van België. Een groot portret van Leopold I hangt alleszins in de traphal.

In 1846 kwam het kasteel in handen van de familie Van der Linden-d’Hooghvorst. Zij schakelde Alphonse Balat in, de hofarchitect van Leopold II en de man die ook de Koninklijke Serres in Laken ontwierp. Hij verzachtte de strenge architectuur van het kasteel met frivole ingrepen, zoals de linkertoren, met een patroon van rood-witte bakstenen.

Red Star Line

De laatste bekende eigenaar was de familie Von der Becke. Als die naam je niks zegt: Jules von der Becke was voorzitter van de raad van bestuur van de Red Star Line, de Antwerpse rederij die voer tussen Antwerpen, New York en Philadelphia. ‘Hij maakte van de kapel in het kasteel een trofeeënkamer. Hun familieblazoen kun je nog zien op de schouw boven de open haard’, zegt Eyers.

De familie verkocht het kasteel in 1951 aan de provincie Luxemburg. Met lijfrente weliswaar, zodat de laatste Von der Becke er kon blijven wonen tot 1975.

Eyers

‘Na de Von der Beckes begon een trieste periode van verval, leegstand en plundering’, zegt Eyers. ‘Veel originele elementen, zoals deuren, vloeren en schouwen, zijn toen verdwenen. Het monument, waar zoveel geschiedenis aan kleeft, was maar een schim van zichzelf meer.’

‘Ikzelf kocht het kasteel in 2015 van de Nederlandse ondernemer Tijs Blom. De renovatie duurde vijf jaar. Maar nu is het aan de volgende generatie. Het dagelijks management hebben we uitbesteed. Ik ben geen investeerder die dit project meteen weer wil doorverkopen. Ik wil liever dat de familie dit verhaal voortzet.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie