sabato

De architectenfamilie die Knokke volbouwde

Interview: Piet Bailyu, de kampioen van de Knokkestijl ©Alexander D'Hiet

Voor de ene is hij de beste architect in Knokke, voor de ander bouwden Piet Bailyu en zijn familie de badstad net vol lelijke gebouwen. Een gesprek met de koning van de Knokse cottagestijl.

Feit is: zonder de gebouwen van de familie Bailyu zou Knokke-Heist er compleet anders uitzien. Wellicht heeft niemand meer nieuwe Anglo-Normandische cottages, villa’s met strooien daken en kustflatgebouwen ontworpen na de Tweede Wereldoorlog dan de Bailyu’s. Grootvader Gustaaf (1898-1974) tekende al kustwoningen, al is hij vooral bekend als architect van het gemeentehuis van Heist. ‘Hij was een dominante levensgenieter, maar bouwde absoluut niet voor de geschiedenisboeken’, zegt kleinzoon Piet.

‘Zal de opvolger van burgemeester Lippens wél de deur openzetten voor nieuwbouw die hier niet past? Ik hou mijn hart vast.’
Piet Bailyu

Zijn vader Dany (°1936) profiteerde van de naoorlogse bouwkoorts aan de kust. Met zijn bureau Project Architects realiseerde hij tussen 1961 tot 2001 talloze residenties in Knokke en Duinbergen. ‘Hij was veel ambitieuzer, commerciëler en efficiënter dan mijn grootvader. In de jaren 60-70 boomden het kusttoerisme en de appartementenbouw. Maar supercreatief of avant-garde was ook hij niet. Mijn vader stond te weinig stil bij het feit dat zijn gebouwen gezichtsbepalend waren voor Knokke-Heist.’

Is zoon Piet (°1965) daar dan wél mee bezig? ‘Rond 2002, in de beginjaren van mijn kantoor, zegden de klanten vaak: ‘Piet, het is niet belangrijk hoe de façade er uitziet, we leven toch binnen.’ Mijn standaardantwoord: ‘De mensen die langs jullie gebouw lopen, mogen toch ook iets hebben om naar te kijken? De buitenkant van een woning is de binnenkant van de stad.’’

Residentie Obione op het Driehoeksplein.

Architectuur in Knokke

Het probleem met architectuur in Knokke: de ruimtelijke voorschriften mogen de jongste jaren dan al iets versoepeld zijn, er is nog altijd maar weinig ruimte voor creativiteit. Bovendien is de macht van de bouwpromotoren er groot: er valt veel geld te verdienen met middelmatige architectuur.

‘Zijn de cottages die ik heb gebouwd in Knokke de mooiste architectuur? Verkopen ze? Ja.’
Piet Bailyu

‘Veel architecten vinden die beperkingen niet goed, ik wel’, repliceert Bailyu. ‘Ik vind het prima dat je in Knokke niet gelijk wat kan neerpoten. Het geeft mensen die hier wonen de zekerheid dat hun buurman nooit iets knotsgeks zal bouwen dat totaal niet past. Kijk, veel architecten zijn egotrippers die met hun gebouw ‘het verschil willen maken’. Maar behalve de architect heeft niemand daar een boodschap aan’, vindt Bailyu.

‘Pas op, er zijn uitzonderingen. De interbellumwoningen van Henry van de Velde of Huib Hoste zijn gedurfde pareltjes waarvoor het gemeentebestuur terecht de toelating gaf. Het zijn moderne iconen van Knokke. Onze burgemeester, Leopold Lippens, is nogal terughoudend om gedurfde architectuur toe te laten. Zal zijn opvolger wel de deur openzetten voor nieuwbouw die hier niet past? Ik hou mijn hart vast.’

Architect Piet Bailyu

Bailyu haalt het voorbeeld aan van het voorstel van de Amerikaan Steven Holl voor het casino op de Zeedijk. ‘Een abstract zeilschip dat alleen maar mooi is als je het vanaf zee bekijkt? Dat is toch absurd? Puur machogedrag vind ik zo’n architectuur. Die architecten kunnen vast een poëtische uitleg geven aan hun megalomane sculptuur, maar ik ben er te down to earth voor.

'Mijn grootste kwaliteit is de middenweg vinden tussen esthetiek en commercie.’
Piet Bailyu

Wellicht daarom ben ik nooit een goede wedstrijdarchitect geworden. Ik zoek naar een consensus met de bouwheer, de promotor, het stadsbestuur en stedenbouw. Onze klanten willen geen kunstwerken bouwen, wel panden die vlot verkopen. Mijn grootste kwaliteit is de middenweg vinden tussen esthetiek en commercie.’ 

Art-decomonument

Al werkt Bailyu recht tegenover de RBSC-zeilclub in Duinbergen, waar hij leerde zeilen, discreet aan een bijzondere opdracht: de verbouwing van de Duin Résidence, een art-decomonument dat staat te verkrotten. ‘We zijn al 15 jaar bezig met dat dossier’, zegt de architect. ‘Het duurt zo lang, omdat de huidige bewoners na de renovatie de kans krijgen om hun oud appartement te ruilen voor een nieuw in het gebouw. En die onderhandelingen slepen aan.’

Duin Résidence in Duinbergen, nog te verbouwen. ©Alexander D'Hiet

Vroeger was de Duin Résidence een baken aan de kust, nu is het een miezerig torentje tussen al die grote jongens op de Zeedijk. ‘We zullen de toren behouden, maar die zal worden ingekapseld in een hoger, modern gebouw. Restaureren heeft geen zin, en iets ‘in de art-decostijl’ bijbouwen wou ik ook niet. Dat is me te veel Walt Disney.’

Hoezo? Bailyu bouwde toch al vaak pastichearchitectuur in Anglo-Normandische stijl? Dat is toch evengoed Walt Disney? ‘We hebben dat inderdaad veel gedaan. Is het de mooiste architectuur? Nee. Wordt het gevraagd? Ja. Past het in Knokke? Ja. Verkoopt het? Ja. Kijk, er komt op zo’n site toch sowieso een gebouw in cottagestijl. Dus als ik het niet bouw, dan doet een ander dat wel. En dan doe ik het liever zelf, op de best mogelijke manier.’

Duin Résidence in Duinbergen, nog te verbouwen.

Weg van het Zoute

Tijdens het interview lopen twee van Bailyu’s drie zonen rond in zijn huis. Ze zitten in de blokperiode, maar komen toch gedag zeggen. De een studeert architectuur aan de TU Delft, Nederland, de ander aan Sint-Lucas in Gent, de school waar Bailyu zelf afzwaaide in 1992. ‘Als ze daar hadden geweten dat ik eerst Vlaamse hoeves zou tekenen voor een sleutel-op-de-deur bouwfirma, hadden ze me er misschien nooit doorgelaten’, lacht Piet Bailyu.

‘Je huis ontwerpen voor als er eens een feestje met dertig man is, vind ik zinloos'
Piet Bailyu

Zo’n 25 jaar later woont Bailyu in een verbouwde schuur op een rustige plek in Knokke, ver van de mondaniteit van het Zoute. Vloeren van donkere kalkmortel, lederen zetels, ruw hout aan de wanden: het is zo’n relaxed huis waar je het liefst de hele dag door op blote voeten wil rondlopen.

©Alexander D'Hiet

‘Alle ideeën waar ik mijn klanten altijd van probeer te overtuigen, heb ik hier kunnen realiseren. Ik had geen zin in witgepleisterde muren die je dan achteraf vol kunst moet hangen, omdat je leefruimte anders te kaal is. We hebben bijvoorbeeld ook geen eetkamer, we ontvangen onze gasten gewoon in de keuken. Er zijn nauwelijks binnendeuren: alle ruimtes lopen in elkaar over, zelfs de slaapkamers.’

‘Waarom willen mensen hun huizen toch altijd in hokjes opdelen? We hebben ook geen oversized woonkamer, geen tafel voor 16 man en geen logeerkamer. Allemaal plaatsverspilling. Je huis ontwerpen voor als er eens een feestje met dertig man is, vind ik zinloos. Je moet je woning niet tekenen voor uitzonderlijke situaties.’

Commerciële architectuur

Bailyu’s carrière begon atypisch. Met een rugzak vol ambitie vertrok hij na zijn studies naar Noord-Italië om te solliciteren bij grote architecten als Mario Botta of Antonio Citterio. ‘Er was toen nog geen internet. Dus ging ik eerst naar een architectuurschool om de adressen van de stageplekken over te schrijven. En vervolgens probeerde ik binnen te raken in een groot bureau.’

Maar dat mislukte, waarna Bailyu terugkeerde naar België. En in plaats van bij een gerenommeerde Italiaanse toparchitect ging hij aan de slag bij een sleutel-op-de-deur firma, waar hij klassieke villa’s en hoeves begon te tekenen. ‘Ik kocht boekjes over oude Vlaamse boerderijen. En hun archetypische vormen en verhoudingen gebruikte ik in mijn ontwerpen. Bijna elke avond ging ik op pad met de verkopers van Belim Bouwteam (in 2007 overgenomen door Groep Huyzentruyt, nvdr.). Op de duur verkochten we twee op de drie projecten die we voorstelden.'

Piet Bailyu: 'Schetsen doe ik liever dan op de werf staan'

'Die periode was een immense leerschool. Ik leerde gebouwen in mensentaal uitleggen. En ik begreep hoe commerciële architectuur werkte. Mijn voordeel was: ik kon heel snel schetsen in 3D. Tijdens de bespreking met de klant had ik vaak al een voorontwerp klaar. Dat schetsen doe ik nog steeds veel liever dan op de werf staan. Ik kan het overal: op een oude enveloppe, op een vodje papier. Zelfs op een terrasje op reis, als een klant me belt met een dringende opdracht. Ik koop me dan een tekenblok, bestel me een glas wijn en schets het ontwerp. Nee, ik ben niet de man van de abstracte concepttekeningen of moodboards. Ik snap daar het nut niet van.’ 

Klassiek erfgoed

Vandaag levert Bailyu’s tienkoppig team elk jaar vier à vijf privéwoningen en 300 appartementen op, waarvan meer dan de helft in Knokke-Heist. Hij werkt ook aan de nieuwe hoofdzetel van RR Interieur op de Natiënlaan.

‘Toch wil ik op termijn weg van het soort commerciële opdrachten dat mijn vader ook al deed’, zegt hij. ‘Mijn droom is om met het kantoor verder te groeien, met complexere opdrachten waar architectuur en landschap samengaan. Ik wil gebouwen creëren die iets te betekenen hebben voor de omgeving. Als ik mezelf niet vernieuw, raak ik niet verder. Dat wordt de laatste fase van mijn carrière.’   

Architect Piet Bailyu: 'Veel architecten zijn egotrippers die met hun gebouw het verschil willen maken. Maar wie heeft daar een boodschap aan?'

Of het nooit een optie was om Knokke-Heist te verlaten, willen we nog weten? ‘Het scheelde niets of we hadden een extra kantoor in Gent geopend. We hebben nogal wat realisaties in die regio. Maar ik besef nu: ik ben niet de man om twee bureaus tegelijk te runnen.’

En wat met zijn zonen? Houdt hij voor hen een stoel warm? Moeten ze eerst in Zwitserland een stageplek zoeken? En zal hij hen wel kunnen overtuigen om in de Knokse stijl te blijven tekenen? ‘Dat klassieke erfgoed zal hier altijd zijn. Dus kan je het maar beter in de vingers hebben. Mijn vader heeft me nooit gedwongen om zijn bureau voort te zetten. Dus ga ik dat mijn zonen ook niet opleggen. Iedereen is vrij te doen wat hij wil. Het enige wat ik weet: vanavond gaan we kiten. Onze mooiste gezinsmomenten gebeuren op het water.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie