sabato

Deze architectuurjager bundelde de mooiste gebouwen van de 20e eeuw

Niemand is zo’n gulzige architectuurtoerist als de Tsjech Adam Štech.

Al 15 jaar is fotograaf Adam Štech op doorreis langs onbekende architecturale pareltjes, van Buenos Aires tot Boekarest. Meer dan duizend adressen bundelde hij nu in het boek ‘Modern architecture and interiors’.

Wat deden de grote ontdekkingsreizigers op hun avonturentochten naar terra incognita? Juist, ze hielden een logboek bij. In het beste geval hadden ze een tekenaar mee aan boord, die onbekende gebieden of onontdekte diersoorten snel kon vastleggen.

En zodra ze weer thuis waren, lieten Christoffel Columbus, Marco Polo, Alexander von Humboldt en co. hun ontdekkingen (en tekeningen) bundelen in vuistdikke boeken. ‘Travelogues’, zoals dat in het Engels zo mooi heet.

‘Modern architecture and interiors’ gaat niet over de ‘greatest hits’ van de 20ste-eeuwse architectuur. Van Le Corbusier staat er zelfs niets in.

Een paar eeuwen later is de 36-jarige Adam Štech de Columbus van de moderne architectuur. De Tsjech ging de voorbije 15 jaar op ontdekkingsreis, op zoek naar onbekende architecturale pareltjes in dertig landen. Hij fotografeerde die gebouwen, postte ze op zijn Instagramaccount Okoloweb en maakte er zopas een boek van bijna duizend pagina’s van: ‘Modern architecture and interiors’.

Meer dan modernisme

Het concept van zijn ‘travelogue’ is simpel: op elke pagina staat één foto van één gebouw met vijf zinnen uitleg. Een soort ‘greatest hits’ van de 20ste-eeuwse architectuur dus? Nope. Van Le Corbusier staat er niets in, van zijn onbekende epigoon Pierre Debeaux vind je vijf realisaties.

‘De atlas van mijn avonturen’, zo noemt Adam Štech zijn boek ‘Modern architecture and interiors’.

Van Frank Lloyd Wright geen ‘Falling Waters’, wel drie obscure bouwsels. ‘In mijn boek staat werk van meer dan 800 architecten. Ik wilde aantonen dat er meer is dan de canon van het modernisme’, zegt hij.

Daarom trok hij ook naar minder evidente architectuurplekken als Argentinië, Uruguay of Australië. Of België. Al speurde Štech bij ons natuurlijk niet naar werk van Victor Horta of Henry Van de Velde. Wel naar Willy Van Der Meeren, Jacques Dupuis, Renaat Braem en – we hebben hem ook moeten opzoeken – Denis Van Impe.

Appartementsgebouw van Georges De Hens: een typisch voorbeeld van Brusselse Expo 58-stijl. 

Architectuurgeschiedenis

Als we Štech opbellen, is hij net van zijn jarendertigappartement in Praag naar de luchthaven aan het pendelen. ‘Het is mijn eerste studiereis sinds de uitbraak van corona. Ik heb die tripjes zo gemist’, zegt hij. ‘Nu ben ik op weg naar Boekarest. Nee, niet naar Ceausescu’s megalomane paleis. Ceausescu interesseert me niet. Die architectuur is al te veel getoond. Ik ga Roemeense art-nouveau- en art-decoparels zoeken. Van architecten die bijna niemand nog kent.’

‘Buitenstaanders denken dat ik een rijkeluiskind ben dat op kosten van zijn ouders rondreist. Niks van.’
Adam Štech

Het is niet dat Štech iets heeft tegen gebouwen gelinkt aan dictatoriale regimes. Er staat zowel communistische als fascistische architectuur in zijn boek. ‘Ik wil die periode niet onder de mat vegen, want ze maakt deel uit van de architectuurgeschiedenis’, zegt hij. ‘Hitler en vooral Mussolini gebruikten architectuur als propaganda. In de jaren 20 was Duitsland de pionier van het modernisme in Europa, maar in de jaren 30 leidde Italië de dans.’

Casa Broos (1971-1978) van de Duitse architect Hans Broos in São Paulo.

‘Mussolini’s fascistische gebouwen zijn moderner dan die van Hitler, die het modernisme afzwoer en het Bauhaus liet sluiten in 1933. Artistiek, conceptueel en esthetisch is het Italiaanse rationalisme, zoals die stroming heet, best interessant. Dat vertel ik ook altijd aan mijn studenten: probeer dat soort gebouwen los van hun ideologie te zien. Maar in Italië en Duitsland ligt dat nog steeds gevoelig.’

Okoloweb

In Boekarest is Štech uitgenodigd voor een lezing aan een architectuurinstituut. Zijn vliegticket is betaald, maar hij koppelt er zelf een korte architectuursafari aan. Dat is uitzonderlijk, want meestal financiert hij zijn trips helemaal zelf. ‘Ja, dat kost veel geld. Maar het is een kwestie van prioriteiten.'

' Ik heb nooit een eigen appartement gehad. Al de centen die ik verdien, investeer ik in mijn reizen. Eerst was het een hobby, nu een obsessie. Buitenstaanders denken dat ik zo’n rijkeluiskind ben dat op kosten van zijn ouders kan rondreizen en foto’s maken. Niks van. Mijn vader was fotograaf, maar mijn ouders reisden nooit. Ik heb alles zelf opgebouwd.’

Adam Štech kreeg op zijn 17de interesse in kunst en design. Maar aan de universiteit lag de opleiding kunstgeschiedenis hem niet. ‘Ik miste het avontuur’, zegt hij. Als fervente BMX’er was hij wel een potje avontuur gewoon. Zijn eerste boek- en expoprojecten lagen op de kruising tussen BMX en design. Zelfs de naam van het collectief dat hij oprichtte, ‘Okolo’, is erop gebaseerd: ‘kolo’ betekent ‘fiets’ in het Tsjechisch.

Wat Štech ontdekt en post, wordt gedeeld, bezocht en – in het beste geval – gered uit de vergeetput.

Onder die vlag maakt hij tentoonstellingen, boeken en reportages voor onder meer Wallpaper, Domus, TL Magazine en Damn° Magazine. Tegelijk is hij docent aan Scholastika, een hogeschool voor design in Praag en aan de UJEP-universiteit in Usti nad Labem. Al is zijn belangrijkste uithangbord zijn Instagrampagina, Okoloweb, waarvan gesmuld wordt door 53.000 curieuze architectuurliefhebbers. Wat Štech ontdekt en post, wordt gedeeld, bezocht en – in het beste geval – gered uit de vergeetput.

Het Teatro Regio (1967-1973) van Carlo Mollino in Turijn, wellicht het sensueelste theater ter wereld.

Architectuurdetective

In opdracht van magazines trok Štech naar het Salone del Mobile in Milaan en andere designbeurzen. ‘Maar het liefste wat ik op die trips deed, was zoeken naar vergeten 20ste-eeuwse pareltjes. Sinds zes jaar plan ik systematisch reizen in functie van die ontdekkingen.’

Die planning is redelijk indrukwekkend. Dat hebben we zelf gemerkt, toen we Štech in België hielpen op speurtocht. Hij leest geen reisgidsen, maar doorploegt oude architectuurpublicaties en spreekt vooraf af met lokale architectuurkenners. Zo verzamelt hij tips, adressen en telefoonnummers van eigenaars van boeiende huizen, appartementen of publieke gebouwen.

Yuri Platonov ontwierp in 1985-1988 dit hoofdkwartier van de Russische Academie voor Wetenschappen in Moskou.

‘Ik maak strakke dagschema’s, ja, maar ik laat ook ruimte voor spontane ontdekkingen. Soms ken ik wel het adres van een bijzonder huis, maar niet de bewoner. Dan bel ik gewoon aan. Vrienden vinden dat intrusief. Maar wat heb ik te verliezen? “Hallo, ik ben Adam, ik ben architectuuronderzoeker. Ik kom speciaal uit Praag, want ik heb interesse in uw huis. Mag ik even binnenkomen?”

' Soms bieden mensen me zelfs spontaan een nacht aan.'

Mensen voelen meteen mijn passie en laten me meestal gewoon binnen. Sommige bewoners zijn trots dat eindelijk iemand interesse heeft in hun huis. Ik blijf trouwens meestal maar een uurtje. Net genoeg tijd om wat foto’s te maken en informatie te sprokkelen. Op internet of in boeken is er soms zo weinig informatie te vinden over die huizen dat de enige manier om iets te weten te komen is: ze zelf bezoeken.

Soms bieden mensen me zelfs spontaan een nacht aan. Het is me overkomen in een vergeten brutalistisch huis van Pierre Debeaux in de buurt van Toulouse. Die bewoner was zo gepassioneerd dat hij zijn huis intussen heeft laten opnemen in de lijst met beschermde monumenten.’

Bucketlist

Of hij wel eens inbrak om een foto te maken? ‘Ik ben twee keer over een hek geklommen, ja. Maar foto’s maken zonder akkoord van de eigenaars is tricky. Ik ben geen urbexer: zo’n gast die inbreekt om leegstaande ruïnes te fotograferen. Maar wat ik wel doe, is gebouwen in hun actuele staat fotograferen. En soms is dat in vervallen staat.'

'De paar ruïnes die het boek haalden, staan erin omdat ze architecturaal zo belangrijk zijn. Ariston Club in het Argentijnse Mar del Plata bijvoorbeeld: een godvergeten ontwerp van Marcel Breuer uit 1948. Compleet vervallen, maar designjournalist Vanessa Bell is fondsen aan het verzamelen om het te redden.’

Wat er nog op Štechs bucketlist staat? ‘Architectuurtrips naar Noorwegen, Chili en de Caraïben, zodra corona het toelaat’, zegt hij. ‘Ik wil ook nog meer researchen naar transitiearchitectuur van de jaren 40. Wat me nog steeds niet boeit, is het postmodernisme van de jaren 80 en 90. Voorlopig toch.'

'Tot drie jaar geleden had ik ook niks met het Japanse modernisme. Maar toen ik daar was, raakte ik er helemaal door geobsedeerd.’ Als u dus in een postmodern huis woont, en er belt binnenkort een sympathieke Tsjech aan uw deur: binnenlaten, die jongen. U komt in zijn volgende bijbel.

Adam Štech, ‘Modern architecture and interiors’, is uit bij Prestel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie