sabato

Een ode aan de natuur in 30 toptuinen van landschapsarchitect Erik Dhont

Landschapsarchitect Erik Dhont over 30 jaar tuinen aanleggen en de klimaatverandering. ©Jean-Pierre Gabriel

Dertig toptuinen van de Azoren tot de Côte d’Azur, van Oostduinkerke tot Malibu. In zijn nieuwste monografie brengt de Brusselse landschapsarchitect Erik Dhont een ode aan de natuur en aan de verwondering.

Op onze boekenplank staat Erik Dhonts gloednieuwe monografie ‘Works 1999-2020’: een zorgvuldige klepper van 250 pagina’s. Maar bij de Brusselse landschapsarchitect liggen alweer nieuwe projecten of wedstrijden in België, Duitsland, Italië en Frankrijk op de tekenplank. ‘Ik ben in Frankrijk om een rots op te meten voor een privéproject. Tachtig procent van ons werk zijn particuliere opdrachten, 20 procent zijn publieke’, zegt hij aan de telefoon.

‘Sommige projecten zijn snelstromende rivieren die op twee of drie jaar zijn afgerond. Andere zijn kalme beekjes, die al meer dan tien jaar kabbelen.’ Zoals het landschap rond het UZ Gasthuisberg in Leuven. Of de privétuin van baron en barones Guy en Myriam Ullens de Schooten in het Waals-Brabantse Ohain.

Erik Dhont is inmiddels al dertig jaar een veelgevraagd landschapsarchitect. ©Jean-Pierre Gabriel

Natuurlijke tuinen

Aan zijn allereerste topproject ontwierp Dhont in 1990 een volledig jaar. De landschapstuin met abstract labyrint voor baron Piet Van Waeyenberge leverde hem meteen veel binnen- en buitenlandse waardering op. Invloedrijke smaakmakers als modeontwerper Dries Van Noten, interieurarchitect Axel Vervoordt en de Franse entrepreneur Aude de Thuin pikten hem op, net als de Financial Times.

‘Gelukkig kan ik intussen sneller nadenken dan in 1990’, lacht Dhont. Hij staat er ook niet meer alleen voor: zijn kantoor telt vandaag acht medewerkers. ‘Door mijn ervaring begrijp ik de context vlugger. Maar onze principes zijn wel nog steeds dezelfde: de tuin als botanische wandeling, die verwondert, emotioneert, verrast en goed veroudert.'

Bijzonder aan Erik Dhonts nieuwe monografie is dat er heel wat dronebeelden in staan. Dat levert ongewone aanblikken op. ©Jean-Pierre Gabriel

'De accenten liggen wel elders. Twintig jaar geleden waren aangeplante bosjes heel uitzonderlijk, nu is natuurbouw veel meer ingeburgerd in privétuinen. Vroeger behoorde mijn bureau tot de alternatievelingen die voor de natuur op de barricaden stonden. Nu hebben mensen weer meer respect voor de natuur. Het is gemeengoed geworden. Ik zie dat mensen er weer meer connectie mee zoeken.’

Dat merk je ook aan de romantische idee van pluktuinen en voedselbossen. ‘Al van bij de start van het kantoor, meer dan dertig jaar geleden, zet ik in op moestuinen, boomgaarden en pluktuinen. Onlangs nog leverden we in Brussel een gemeenschapstuin op waar we experimenteren met nieuwe gewassen en combinaties tussen verschillende teelten. En in Haren ontwikkelen we momenteel een park met twee moestuinen en een hoogstamboomgaard.’

Aan een schuurwoning in Roeselare voegde Erik Dhont een natuurlijke landschapstuin toe met boterbloemenweides, poelen en loopbruggetjes. ©Jean-Pierre Gabriel

‘Het voordeel aan mijn job is: de natuur of het landschap demodeert nooit. Design heeft een bepaalde vormentaal, materialiteit en lijnvoering die tijdsgebonden zijn. In mijn tuinen zoek ik altijd naar een natuurlijke eenvoud. En die weerstaat de tijd blijkbaar goed. Een tuinontwerp mag niet geforceerd overkomen. Het mooiste compliment is als mensen niet meer zien wat de tuinarchitect of de natuur heeft gedaan.’

Klimaatverandering

Twintig jaar na zijn vorige monografie koos Dhont (59) niet voor een opsomming van topprojecten, wel voor thematische cross-overs tussen zo’n dertig realisaties, waartussen soms een decennium ligt. En die bundelde hij in verschillende hoofdstukken, zoals ‘Texture & Structure’, ‘Elegance & Wilderness’ of ‘Time & Identity’. ‘Ik wilde de lezer verschillende brillen tonen waardoor je naar het landschap kunt kijken. Kleur, ritme, rust, verwildering, reliëf: in een tuinontwerp zitten zoveel meer lagen dan de planten alleen.’ 

'De natuur demodeert niet', stelt landschapsarchitect Erik Dhont. ©Georg Aerni

In één hoofdstuk, ‘Climates & Seasons’, gaat Dhont de stilste evolutie in zijn werk niet uit de weg: de klimaatverandering. ‘De jongste jaren zien we dat bodems sneller uitdrogen en dat bomen stressgevoeliger worden. Het wordt warmer en warmer en dat vergt een serieuze aanpassing in ons vocabularium. Nu planten we in België soorten die je normaal in het Zuiden zou verwachten. Zoals de Magnolia grandiflora of Quercus ilex (steeneik). Vroeger was het risico groot dat zulke soorten bij ons doodvroren, nu nauwelijks nog.’

‘Erik Dhont Landscape Architects. Works 1999-2020’, Hatje Cantz, 44 euro.

Waren Dhonts oudere tuinen wel voorzien op die klimaatschok? Vielen er al botanische lijken uit de kast? ‘Planten verdedigen zich gelukkig ook. We zijn nooit extreem gegaan qua exotische soorten. Tegelijk heb ik er altijd voor gekozen om de natuur te eerbiedigen en geen tuinen aan te leggen met irrigatie. Want dat is pure geld- en waterverspilling. Zeker nu.'

'Mijn ontwerpen hielden ook in het verleden al rekening met droogteperiodes. Ik maak bijvoorbeeld gebruik van microreliëfs, kleine hoogteveranderingen. Op die manier krijg je een betere waterhuishouding en kun je anticiperen op de klimaatverandering. Iedereen moet zijn steentje bijdragen.’

Vier topprojecten uit het nieuwe boek van Erik Dhont

1. Omgeleide beek in Coburg

Dit project in het Duitse Beieren is een Belgisch onderonsje. Het kasteel in Coburg nam de Antwerpse interieurarchitect Gert Voorjans enkele jaren geleden op spectaculaire wijze onder handen. En op de parktuin drukte Erik Dhont recent zijn stempel.

Het stromende beekje dat rond het kasteeldomein lag, hebben we omgeleid doorheen het park.
Erik Dhont
Landschapsarchitect

‘Het kasteel zelf is nogal robuust. Dat karakter vertaalden we naar een ruw tuinpad van handgekapte stenen in muschelkalk, waartussen planten groeien. Het park rond het kasteel was veertig jaar lang niet meer deftig beheerd. De natuur had er vrij spel gekregen.'

'Ik eerbiedigde die natuurlijke evolutie, maar ik wilde het mooi verouderde park ook iets botanisch bijbrengen. We hebben vrijwel alle bomen laten staan. Maar het stromende beekje dat rond het kasteeldomein lag, hebben we omgeleid doorheen het park. Zo creëerden we een nieuwe verhaallijn.’

Dit project in het Duitse Coburg is een Belgisch onderonsje. Het kasteel nam interieurarchitect Gert Voorjans onder handen, op de parktuin drukte Erik Dhont zijn stempel. ©Jean-Pierre Gabriel

‘Vroeger was de tuin één groot grasvlak met bomengroepen rondom, door die beek komen er ook vlinders en vogels naar het centrum van dat grasland. Kinderen kunnen nu op blote voeten doorheen het water lopen. Ze kunnen er op zoek gaan naar vlinders of libellen. Hen op die manier met de natuur in aanraking laten komen, is toch fantastisch?’

2. Plantenvuurwerk in Deauville

Nabij de Normandische badplaats Deauville kreeg Erik Dhont een bijzondere tuinopdracht aan een gerenoveerd landhuis met bijgebouwen. ‘De vraag was om een terras te maken dat de twee woningen verbindt’, zegt de landschapsarchitect.

Minimaal onderhoud, maximaal effect was hier de regel.
Erik Dhont
Landschapsarchitect

‘De (groot)ouders verblijven in het hoofdgebouw, de (klein)kinderen in de bijgebouwen. Het idee was om een uitnodigende tuin te ontwerpen waar iedereen elkaar kon ontmoeten om samen te eten of thee te drinken. Toch wilden de gezinnen ook de nodige afstand en privacy behouden’, zegt Dhont.

Tussen de twee gebouwen creëerde hij een wonderlijke wereld met een pad in eenvormige tegels, geometrische snoeivormen in taxus en plantenvuurwerk. Geen complexe Engelse borders, wel een beperkt aantal soorten: vooral zilverkaars en margriet.

Deze tuin in de Franse badplaats Deauville moest er vooral ‘easy going’ en speels uitzien. ©Jean-Pierre Gabriel

‘Minimaal onderhoud, maximaal effect was hier de regel’, zegt Dhont. ‘De tuin moest er vooral ‘easy going’ en speels uitzien. Die gehoekte grasheuvel vormt een visuele grens tussen de huizen enerzijds, en tussen het gazon en de terrastuin anderzijds. Maar het is vooral een speelelement voor de kleinkinderen: ze kunnen hun fantasie gebruiken om de berg te beklimmen of ervan te glijden.’

3. Geurwandeling in Ohain

‘De meeste van onze projecten vergen drie tot vijf jaar werk. Maar we hebben ook opdrachtgevers met wie het traject al 15 jaar aan de gang is. Dan word je deel van de familie en groei je mee met die plek’, zegt Erik Dhont. Hij doelt op de tuin van baron en barones Guy en Myriam Ullens de Schooten in het Waals-Brabantse Ohain, waar Dhont nog geregeld ingrepen doet.

Baron Guy Ullens de Schooten kent alle Latijnse plantennamen.
Erik Dhont
Landschapsarchitect

‘Het is niet dat er elk jaar iets nieuws wordt toegevoegd. Soms zijn er ook tussenpauzes van drie jaar’, zegt hij. De tuin bestaat uit verschillende wandelgangen, elk met hun eigen thema. Zo is er een herinterpretatie van een Engelse border, een palissade van ginkgo’s, een rozenparcours, een houten pergola en een geurwandeling met 500 camelia’s, rododendrons, magnolia’s, kerselaars en andere geurende planten. Opnieuw creëerden we een microkosmos die de opdrachtgevers begeleidt in hun ‘zijn’.’

©Jean-Pierre Gabriel

Als je 15 jaar toevoegingen blijft doen aan een tuin: hoe vermijd je dan dat het geheel een soort botanische koterij wordt, met te veel ideeën op te weinig oppervlak? ‘Je moet je sowieso beperken, anders wordt het een kakofonie’, zegt Dhont.

‘Onze taak is het om de groene draad van het project consequent te houden. Guy en Myriam Ullens de Schooten zijn uitzonderlijke opdrachtgevers, die precies weten wat ze willen. Vooral hij is een enorm gepassioneerde botanicus, die continu in verwondering is voor het mooie van de natuur. Hij kent alle Latijnse namen, net zoals Dries Van Noten. Ik kan je verzekeren: dat zijn werfvergaderingen op het hoogste botanische niveau. Met zo’n opdrachtgever kun je ver gaan.’

Aan de tuin van baron en barones Guy en Myriam Ullens de Schooten in het Waals-Brabantse Ohain werkt Erik Dhont al 15 jaar. ©Jean-Pierre Gabriel

4. Paradijs op de Azoren

Op de cover van Erik Dhonts monografie staat een fabelachtige privétuin op de Azoren. ‘Die eilandengroep spreekt tot de verbeelding, omdat we die alleen van het weerbericht kennen’, zegt Erik Dhont.

‘Het is Portugees grondgebied, dus een stukje Europa. Maar tegelijk is het een onbekende exotische locatie, die zowat overal tussenin ligt. Het klimaat is er bijzonder. De Atlantische Oceaan is alomtegenwoordig: het is als een natuurkracht die van overal op je afkomt. En het eiland is vulkanisch, waardoor er heel bijzondere planten groeien. Dat vergde intensief studiewerk.’

Vlak aan de oceaan maakte Dhont een patchwork van lokale planten, als een vast tapijt met uitsluitend laaggroeiende soorten. ©Jean-Pierre Gabriel

Aan een villa op een klif met oceaanzicht ontwierp Dhont een tuin die aan de natuurelementen kan weerstaan. ‘Vlak aan de oceaan maakte ik een patchwork van lokale planten, als een vast tapijt met uitsluitend laaggroeiende soorten. Dieper landinwaarts restaureerden we de typische muren, die op de voormalige wijngaard voor beschutting tegen weer en wind zorgden.’

©Jean-Pierre Gabriel

De lokale lavasteen werd gebruikt rond het zoutwaterzwembad, maar ook voor de nieuwe paadjes en de speelse tuinmuren. Ze compartimenteren het landschap in verschillende thematuinen: een Atlantische tuin, een pluktuin en een beschutte jungletuin met bananenbomen, boomvarens en bromelia’s. Samen vormen die tuinen een universum dat eigen is aan die plek.

‘Kunnen werken op zo’n uitzonderlijke plek was een enorme uitdaging. De Europese botanische context kennen we goed, door de projecten die we al deden in België, Italië, Frankrijk, Nederland, Engeland of Duitsland. Maar als landschapsarchitect moet je ook openstaan voor andere botanische culturen. Ook in Sint-Petersburg hebben we al in zo’n specifieke context gewerkt. Hier was iets boeiends creëren met lokale plantensoorten enorm prikkelend.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie