sabato

Eindelijk eerherstel voor Franse designer Charlotte Perriand

Interview met dochter Pernette over grootste Charlotte Perriand-expo ooit. ©F.L.C. / ADAGP, Paris 2019 © ADAGP, Paris 2019 © AChP

‘Charlotte is een enorme olifant, die nog altijd al mijn tijd en energie opslorpt’, zucht dochter Pernette Perriand. Maar nu in Parijs de grootste expo ooit over de Franse designer en architecte opent, is ze trots. Twintig jaar na haar dood haalt ze haar moeder Charlotte Perriand met historisch bewijsmateriaal definitief uit de schaduw van Le Corbusier en Jeanneret.

Je leven wijden aan je moeder: wat doet dat met een mens? Pernette Perriand (75) kan er een mondje over meepraten. We spreken haar in Parijs in de Fondation Louis Vuitton, waar ze meewerkte aan de grootste expo ooit over haar moeder Charlotte Perriand (1903-1999), een van de belangrijkste ontwerpers-architecten uit de 20ste eeuw. ‘Er zal nooit nog een grotere tentoonstelling volgen’, zegt ze.

‘Vier jaar hebben we eraan gewerkt. We tonen 200 meubels en 200 kunstwerken van artiesten met wie mijn moeder nauw samenwerkte, zoals Fernand Léger, Alexander Calder en Joan Miró. Het wordt een ongeziene hommage. Maar ook een reis doorheen de 20ste eeuw, met schilderkunst, sculptuur, fotografie, weefkunst én design, allemaal disciplines die ze evenwaardig vond.’

©Adagp, Paris, 2019 © AChP

 

Verloren gewaande Léger

Charlotte Perriands dochter en het curatorenteam slaagden erin exceptionele bruiklenen naar Parijs te halen. Onder meer Picasso’s portret van haar vriendin, kunstenares Dora Maar. Of recentelijk teruggevonden ontwerpen uit Japan. ‘Maar vooral: we konden in wereldprimeur zeven historische conceptwoningen reconstrueren waarmee mijn moeder design- en architectuurgeschiedenis schreef.’

In Parijs zullen dus zowel het ‘Salon d’Automne (een woninginterieur met meubelen uit 1929), de berghut Refuge Tonneau (1938) als de studentenkamers uit het Maison de la Tunésie (1952) en het Maison du Mexique (1952) in al hun glorie te zien zijn. Net zoals het Maison au Bord de l’Eau (een prefab vakantiewoning uit 1934) en het Maison de Thé (een theehuis dat ze maakte voor het Festival Culturel du Japan in 1993). Al deze conceptwoningen werden voor de expo helemaal opnieuw opgebouwd, op basis van Perriands originele plannen, én met de meubelen die de ontwerpster-architecte speciaal voor deze panden bedacht.

Het ‘Maison du Jeune Homme’, een conceptwoning voor een jonge, sportieve intellectueel die Perriand ontwierp voor de wereldtentoonstelling van 1935 in Brussel. Mét bijbehorend schilderij van Fernand Léger. ©Adagp, Paris 2019 © C. Vanderberghe/AChP presse Milan

Maar dé absolute stunt van de show proeft Belgisch. Of mogen we niet trots zijn dat in Parijs een stukje van de wereldtentoonstelling uit 1935 in Brussel wordt heropgebouwd? Perriand presenteerde toen in het kersverse ‘Palais des Expositions’ op de Heizel het ‘Maison du Jeune Homme’, een conceptwoning voor een jonge, sportieve intellectueel die ze ontwierp samen met Le Corbusier, Pierre Jeanneret en René Herbst. Tussen de studiezaal links en de gymnastiekzaal rechts was een groot net gespannen: radicaal voor die tijd.

‘Voor de sportzaal maakte Fernand Léger een schilderij van 2,4 bij 4 meter. Dat verloren gewaande werk hebben we, door een gelukkig toeval, voor de expo teruggevonden’, zegt Pernette. ‘Toen ik de historische foto’s van het Maison du Jeune Homme toonde aan Jean-Paul Claverie (adviseur van LVMH-voorzitter Bernard Arnault, nvdr.) herkende hij dat werk meteen. En hij wist het hangen in een Amerikaanse privécollectie. Het werk is sinds 1935 niet meer in het openbaar getoond.’

Meesterwerk

Met de seksistische oneliner ‘we borduren hier geen kussens’ scheepte architect Le Corbusier de jonge Charlotte Perriand af.

Wat niet gereconstrueerd wordt, is de ‘Bar sous le Toit’, die Charlotte Perriand ontwierp voor het Parijse ‘Salon d’Automne’ uit 1927. Dat was haar eerste expo na haar studies meubeldesign aan de École de l’Union Centrale des Arts Décoratifs. En het moment waarop de 23-jarige Charlotte besliste om onaangekondigd te solliciteren bij het kantoor van toparchitect Le Corbusier aan de rue de Sèvres in Parijs.

De jonge ontwerpster kreeg meteen de deur tegen haar neus. Met de seksistische oneliner ‘we borduren hier geen kussens’ snauwde Le Corbusier haar af. Terwijl ze naar buiten ging, gaf ze de bekende architect toch nog haar naamkaartje. En ze stelde hem voor om naar haar ‘Bar sous le Toit’ op het Salon d’Automne te gaan kijken.

©Adagp, Paris 2019 Courtesy Vitra Design Museum

‘Een avant-gardistisch meesterwerk’, noemde de pers haar zithoek met buismeubilair en aluminium tafel. Corbu bezocht de stand ’s anderendaags samen met zijn neef Pierre Jeanneret, die bij hem in de studio werkte. Ze wierven Perriand meteen aan.

 

Alleenrecht

De Italiaanse meubelproducent Cassina hielp de conceptwoningen - die Perriand na de expo’s altijd weer afbrak en die daarna nauwelijks in het echt werden gerealiseerd - opnieuw opbouwen. Cassina is sinds 1964 het enige meubelbedrijf dat het recht heeft om Perriand-meubels - in totaal zo’n dertig modellen - op de markt te brengen. ‘Ik heb mijn bestaan aan hen te danken’, zegt dochter Pernette. ‘Alles wat ik doe, wordt gefinancierd met de royalty’s die ik krijg uit de verkoop van mijn moeders meubelen.’

Gemakkelijk zat, zou je denken: geld verdienen zonder dat ze daar zelf iets voor moet doen. Al is dat wat kort door de bocht. Toen Charlotte Perriand in 1999 stervende was, smeekte ze haar enige dochter: ‘Pernette, kan je er alstublieft voor zorgen dat na mijn dood mijn archieven toegankelijk zijn voor studenten, onderzoekers en tentoonstellingsmakers?’ Die laatste wens typeert de ontwerpster: ze stond altijd open voor samenwerkingen en schermde haar kennis niet af.

Dat testament zadelde Pernette op met een postume missie waarvan zelfs de topontwerpster de impact niet kon inschatten. ‘Charlotte is een enorme olifant, die nog steeds al mijn tijd en energie opslorpt. Ik heb mijn leven aan haar gewijd, en ik weet niet of ik het nog lang kan voortzetten op die manier’, geeft ze toe. ‘Na mijn moeders dood kwam een vriend me zeggen: het duurt 15 à 20 jaar voor ze haar plaats in de geschiedenis heeft. Ik geloofde dat niet. Maar we zijn twee decennia verder. Hij kreeg gelijk.’

©ADAGP, Paris 2019 © AChP

Eerherstel

Pernette hield haar belofte: de archieven zijn inderdaad ontsloten. Pernettes partner, Jacques Barsac, publiceerde zopas een vierdelig overzicht van alles wat Charlotte Perriand ooit ontwierp: een monografie van 1400 bladzijden over haar leven en werk. ‘Alle informatie is gestaafd met originele documenten en archiefmateriaal.’

De Fauteuil Grand Comfort uit 1928 en de Fauteuil Pivotant uit 1927: klassiekers waarvoor, behalve Le Corbusier, ook Perriand credit verdient. ©F.L.C. / Adagp, Paris, 2019

In die zin is ook de expo in de Fondation Louis Vuitton een rechtzetting: ze geeft Charlotte Perriand de plaats in de geschiedenisboeken die ze verdient. Die is níét in de schaduw van Le Corbusier en Jeanneret, waar ze tien jaar mee aan interieurs en meubilair werkte. De beroemde Fauteuil à Dossier Basculant (1928), de twee versies van de Fauteuil Grand Comfort (1928), de Chaise Longue Basculante (1928) en de Fauteuil Pivotant (1927) mochten dan al onder de naam LC1, LC2, LC3, LC4 en LC7 op de markt komen - ‘LC’ verwijst naar Le Corbusier - het was wel degelijk Perriand die het meeste ontwerpwerk deed.

‘De designgeschiedenis is geschreven door mannen die haar bijdrage wilden minimaliseren. Dat moet gecorrigeerd worden’, zegt Pernette, die tegelijk ten strijde trekt tegen ‘valse’ Perriand-meubelen. ‘Drie keer per week krijgen we vragen over vervalsingen binnen. Vervalsers zijn bijna niet te traceren en worden ook almaar slimmer: sommigen kopen originele stukken om ze vervolgens nagenoeg perfect na te maken. Toch verraden kleine details de malafide praktijken van deze maffiosi.’

De plaats die Charlotte Perriand in de geschiedenisboeken verdient, is níét in de schaduw van Le Corbusier en Jeanneret.

Feministe

‘Ben je voor de vrouwen misschien?’ Die ochtend in 1934 was Le Corbusier weer eens zijn botte zelve toen hij Charlotte Perriand op de rooster legde. De reden: ze was intussen twee jaar gescheiden van haar eerste man, de Engelse stoffenverkoper Percy Kilner Scholefield.

Eigenlijk wou de architect weten waarom Charlotte Perriand geen avances maakte op zijn neef Pierre Jeanneret. De vraag schokte Perriand, en volgens Corbu-biograaf Nicholas Fox Weber knapte toen iets definitiefs tussen haar en de architect. ‘Ze bewonderde Le Corbusier diep’, knikt Pernette. ‘En zijn werk verdedigde ze altijd. Maar de mens zelf, dat was een ander paar mouwen. Ze vond hem een last om mee samen te werken.’

Maquette van de berghut Refuge Tonneau, 1938. ©Archives Charlotte Perriand, ADAGP 2019

Lesbisch was Perriand wellicht niet, maar een feministe wel. Heel haar carrière vocht ze voor haar plek in de mannenwereld van design en architectuur. ‘Perriand had een vrije geest. Ze was een geëngageerde vrouw die heel haar leven streefde naar vrijheid en emancipatie.

Wie bedacht de keuken die uitgeeft op de woonkamer? Wie bevrijdde de vrouw uit de afgesloten keuken, ver van de leefruimtes? Wie ontwierp een badkamer, aanpalend aan de slaapkamer? Allemaal Charlotte Perriand’, zegt Claverie. ‘Met haar moderne ideeën gooide ze de codes van de bourgeois woning omver. De vrouw werd niet langer achteraan in de woning verstopt om te koken of de was te doen. Ze nam actief deel aan het sociaal leven.’

Getatamiseerd

Politiek liepen de visies van Perriand en Le Corbusier uiteen, wat volgens Pernette de échte reden was van haar vertrek bij Le Corbusier in 1937. ‘Charlotte begon projecten te aanvaarden van opdrachtgevers met linkse signatuur. Op de expo is Perriands ‘boomerangbureau’ te zien dat ze ontwierp voor Jean-Richard Bloch (1938), de hoofdredacteur van de toenmalige communistische krant Ce Soir. Le Corbusier van zijn kant flirtte in de oorlogsjaren openlijk met Hitler, Mussolini en maarschalk Pétain en zijn Vichy-regering.

Perriand richtte tussen 1957 en 1963 Air France-kantoren en -lounges in in Rio, Tokio, Osaka, Brasilia en (foto) Londen. ©Adagp, Paris 2019 © Gaston Karquel/AChP. presse Milan

Terwijl Le Corbusier hengelde naar grote urbanistische opdrachten bij de dictators reisde Perriand in 1940, op uitnodiging van het Japanse ministerie van Handel, naar Japan. Als consultant adviseerde ze hoe de Japanse industrie haar productie richting design kon laten evolueren.

‘Ik heb mezelf getatamiseerd’, zei ze over haar ervaringen in Japan. Door de Tweede Wereldoorlog moest ze wel van Japan uitwijken naar Vietnam. Daar werd in 1944 - Charlotte Perriand was toen 41 - haar eerste en enige dochter Pernette geboren. ‘Mijn moeder hertrouwde met Jacques Martin.

In 1946 keerden we met ons drieën terug naar Frankrijk, waar mijn vader marketingdirecteur werd bij Air France.’ Voor datzelfde Air France richtte Perriand tussen 1957 en 1963 nieuwe kantoren en lounges in in Rio, Tokio, Osaka, Brasilia en Londen.

Prototype van de chaise longue Double, die Perriand in 1955 in Japan ontwierp. ©Stefano De Monte

Madame bamboo

‘Reizen was een essentieel deel van haar creatief proces’, zegt Pernette. ‘Ze nam me ook geregeld mee op haar trips. Ik heb zelfs de begrafenis van Le Corbusier gemist, want we zaten toen in Brazilië’, mijmert Pernette.

‘De designgeschiedenis is geschreven door mannen die mijn moeders bijdrage wilden minimaliseren. Dat moet gecorrigeerd worden.’

‘Mijn moeder zocht telkens naar het savoir-faire van een land en integreerde elementen uit die cultuur in haar werk, zonder gratuit te citeren of te plagiëren. Omdat ze in Japan van haar chaise longue een versie in bamboe realiseerde, kreeg ze de bijnaam ‘Madame Bamboo’. En omdat ze veel houten meubels ontwierp, noemden mensen haar plots ‘Madame Bois’.’

‘Allemaal onterecht. Zelf noemde ze zich ‘marginaal’, een vrij iemand, een vrouw die tot geen stroming of mode wou behoren. Aan het einde van haar leven wou ze bijvoorbeeld ook per se het superlichte carbon gebruiken’, vertelt Pernette. Zij kan het weten. Ze is zelf interieurarchitecte en werkte jarenlang op het kantoor van haar moeder, waar ze sommige werven opvolgde, zoals het skioord Les Arcs en de Parijse galerie Louis Leiris.

‘Veel volk werkte er niet op haar kantoor, hoor. Twee man maximaal. Ze wou toch alles zelf controleren’, zegt Pernette. ‘En soms heb ik het gevoel dat ze dat nog steeds doet.’ 

Le Monde Nouveau de Charlotte Perriand, van 2 oktober tot en met 24 februari 2020 in de Fondation Louis Vuitton, Parijs.             


Lees verder

Advertentie
Advertentie