sabato

Elisabeth van België: koningin van de muziek én de architectuur

Koningin Elisabeth leeft verder dankzij haar wereldberoemde muziekconcours en enkele architecturale parels zoals haar eigen Fondation Médicale in Laken, getekend door Henry Lacoste

Zonder koningin Elisabeth geen Elisabethwedstrijd, die gisteren zijn finaleweek ingezet zag in Bozar. Maar zonder haar eigenlijk ook geen Paleis voor Schone Kunsten.

In 1913 al lieten Albert I en Elisabeth aan burgemeester Adolphe Max weten dat ze ‘een tempel voor muziek en beeldende kunsten’ wilden. De Eerste Wereldoorlog en een moeizame financiering vertraagden Elisabeths droomproject. Maar in mei 1928 ging Victor Horta’s cultuurtempel uiteindelijk open. Mee dankzij Elisabeth én de portemonnee van een bevriende bankier-melomaan: Henry Le Bœuf, die zijn naam aan de grote concertzaal leende.

Architect Henry Lacoste (1885-1968) ontwierp in 1927 het markante art-decogebouw van de Fondation Médicale Reine Elisabeth. Het omvatte vijf laboratoria, kantoren, een directeurswoning en een bibliotheek-conferentiezaal. ©Philippe Garcia/AD France

‘In mijn herinnering zie ik in Laken een tafel waarop de plannen van het toekomstige Paleis voor Schone Kunsten uitgestald liggen. En waarin de bankier Henry Le Boeuf in discussie treedt met mijn moeder over het gebouw dat zo’n rol zou spelen in het artistieke leven van Brussel’, vertelt Marie José van België, de jongste dochter van koningin Elisabeth, in haar boek ‘Albert en Elisabeth, mijn ouders’.

Moderne Villa Medici

Marie José beschrijft ook hoe haar moeder in 1939 een Muziekkapel oprichtte in Waterloo, waar internationale muziektalenten mochten resideren, studeren en concerteren. Nog steeds verblijven de finalisten van de Koningin Elisabethwedstrijd er een week in afzondering om het opgelegde muziekwerk in te studeren. Niet Victor Horta, maar Yvan Renchon ontwierp het elegante gebouw in pakketbootstijl, aan de rand van het Zoniënwoud. Koningin Elisabeth werkte voor de realisatie samen met violist Eugène Ysaÿe en graaf Paul de Launoit. Een muziekcriticus noemde het indertijd ‘een moderne Villa Medici’.

De voorgevel van het markante art-decogebouw van de Fondation Médicale Reine Elisabeth door Architect Henry Lacoste. ©Philippe Garcia/AD France

Van de Medici naar de medische wereld: ook voor koningin Elisabeth was het maar een kleine stap. De vorstin had grote interesse in geneeskunde, zowel exacte als alternatieve. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bezocht ze zelfs als ‘reine-infirmière’ de veldhospitalen aan het front. In 1926 richtte ze de Geneeskundige Stichting Koningin Elisabeth op. Haar doel: artsen en onderzoekers beter laten samenwerken in het Brugmannziekenhuis in Laken. Een initiatief waarmee ze eigenlijk de basis legde voor de werking van de universitaire ziekenhuizen in ons land.

De Fondation Médicale Reine Elisabeth werd mee gefinancierd door de Rockefellers.

Victor Horta had het Brugmannziekenhuis ontworpen en gerealiseerd tussen 1909 en 1923, maar was verbitterd over dat project: niet alleen moest hij budgettair inbinden, ook sleepten de werken door WO I lang aan. Voor het medisch onderzoeksinstituut van haar stichting werkte de koningin liever samen met een andere beroemde Belgische architect uit die tijd: Henry Lacoste (1885-1968).

De Doorniknaar tekende in 1927 een markant art-decogebouw met vijf laboratoria, kantoren, een directeurswoning en een bibliotheek-conferentiezaal. In 1933 werd het complex in gebruik genomen. De financiering kwam van Elisabeth zelf, maar ook van privésponsors zoals de Rockefellers. De vorstin inspireerde haar Geneeskundige Stichting zelfs op het Rockefeller Institute for Medical Research, waar ze tijdens een staatsbezoek in Amerika in 1919 werd ontvangen.

Daniel Buren

Vandaag financiert haar stichting vooral onderzoeksprogramma’s op het vlak van neurowetenschappen. En ze benut nog steeds de directeurswoning. De rest van het complex is nu ingenomen door de diensten van het Brugmannziekenhuis. Dat verklaart ook waarom het gebouw een verborgen architectuurparel blijft in Brussel: je raakt er niet zomaar binnen. Slechts sporadisch organiseren verenigingen zoals Arkadia en Laeken Découverte rondleidingen in het beschermde pand.

De hall en de traphal zijn de absolute aandachtstrekkers. Wie niet goed oplet, denkt dat hij in een groen-wit gearceerd kunstwerk van Daniel Buren is terechtgekomen. Het geometrische strepenpatroon is uitgevoerd in marbriet: matte glastegels die in de massa zijn gekleurd. ©Philippe Garcia/AD France

Aan de buitenkant geeft het gebouw zijn unieke karakter nog niet prijs. In de sobere baksteengevel vallen wel al de kleurrijke mozaïekletters ‘Fondation Reine Elisabeth’ en de patronen in zwarte, groene en blauwe glastegels op. De decoratieve uppercut volgt in de hall en traphal. Wie niet goed oplet, denkt dat hij in een groen-wit gearceerd kunstwerk van Daniel Buren is terechtgekomen. Het geometrische strepenpatroon is uitgevoerd in marbriet: matte glastegels die in de massa zijn gekleurd.

Dit blijft een van die verborgen architectuurparels in Brussel: hier raak je niet zomaar binnen.

De Belgische innovatie van Arthur Brancart werd in Wallonië geproduceerd door de Verreries de Fauquez. In 1925 haalde marbriet op de Exposition des Arts Décoratifs in Parijs twee belangrijke prijzen binnen: het startschot om het product uit te voeren tot in het Midden-Oosten en Latijns-Amerika.

De marmerimitatie – beschikbaar in 36 kleuren – werd vooral populair in de art-deco-interieurs van het interbellum. Maar de jaren 1960 betekenden ook het einde van deze Waalse industrietak – wat het restaureren vandaag niet vergemakkelijkt. In de Fondation Médicale Reine Elisabeth was de materiaalkeuze niet alleen esthetisch, maar ook pragmatisch: glastegels kun je gemakkelijker ontsmetten dan bijvoorbeeld stucwerk.

Toetanchamon

Waarom koningin Elisabeth voor Henry Lacoste koos en niet voor bijvoorbeeld Victor Horta? Omdat beiden een passie voor archeologie en oude beschavingen deelden. De vorstin was een intellectuele veelvraat met veel interesses: egyptologie, maar ook vioolspelen, beeldhouwen, astrologie, vogelspotten en yoga. ‘Ik hou van kunstenaars en geleerden, omdat ik mij geestelijk met hen verbonden voel. Tussen hen en mij ontstaat onmiddellijk een sympathie die mij kostbaar is’, zei ze.

De naam Lacoste mag dan vandaag wat vergeten zijn, deze Belg snoepte bijna de Indiase stad Chandigarh af van Le Corbusier. ©Philippe Garcia/AD France

Henry Lacoste was zo iemand. Hoewel hij in Brussel en Parijs architectuur studeerde, ging hij vaak mee op archeologische missies in Syrië en Griekenland. Uit interesse én om de sites op te meten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hielp hij ook aan het IJzerfront mee gebouwen en kunstwerken te documenteren, zodat die nadien gemakkelijk konden worden heropgebouwd. En hij reconstrueerde ook het grensdorp Bléharies nabij Doornik. Allemaal atypische prestaties voor een architect, waardoor hij zich in de kijker werkte bij het vorstenpaar.

©Philippe Garcia/AD France

Lacoste kende wel Jean Capart, maar was er niet bij toen koningin Elisabeth in februari 1923 als een van de eersten het pas ontdekte graf van farao Toetanchamon bezocht, samen met professor Jean Capart. Dat maakte zo’n indruk dat zij kort daarna de Egyptologische Stichting Koningin Elisabeth zouden oprichten in Brussel. Geen wonder dus dat haar Fondation Médicale Reine Elisabeth flink wat knipogen naar het oude Egypte bevat. De kleuren van het marbriet alleen al, maar ook de glas-in-loodramen waarin piramides en scarabeeën opduiken.

Queen B(eeldhouwster)

Koningin Elisabeth was ook een amateur-violiste en -beeldhouwster. Vlak naast de koninklijke serres in Laken liet ze in 1938 in het koninklijk park een atelier bouwen door architect Fernand Petit. Ze maakte vooral bustes van familieleden, vrienden en haar entourage. Toen Anna Eleanor Roosevelt, de vrouw van de Amerikaanse president, haar atelier in 1948 bezocht, schreef ze: ‘De begaafdheid van de koningin moet een welkome afleiding zijn geweest in de eenzaamheid na de dood van koning Albert.’

Het atelier is te bezichtigen tijdens de rondleidingen in de serres van Laken (13/5-6/6). Reservatie is verplicht. https://www.koninklijke-serres-royales.be/nl

Chandigarh

Het is dát wat Henry Lacoste uniek maakt: aan de modernistische stijldogma’s voegde hij een dosis exotisme en fantasie toe. Zonder in neostijlen te vervallen, bracht hij het verleden tot leven in zijn hybride architectuur. Vergelijk hem met schrijver Ilja Leonard Pfeijffer, die als classicus zijn kennis over de Oudgriekse literatuur omzet in erudiete, maar hedendaagse boeken. Lacoste bouwde vooral moderne woningen, maar ook de kerken van Beringen en Zwartberg, het crematorium van Ukkel, het sanatorium van Buizingen en de begraafplaats van Lessen. Maar zijn liefde voor vreemde culturen leverde hem in de jaren 1930 ook enkele bijzondere opdrachten op.

Specialisten zijn er nog niet uit waarom Lacoste sint-jakobsschelpen gebruikte in de balustrade van de bibliotheek, waar wetenschapper Albert Einstein op bezoek kwam. ©Philippe Garcia/AD France

Voor de koloniale tentoonstelling van Parijs in 1931 ontwierp hij het Belgische paviljoen, geïnspireerd op maskers, textiel en vlechtwerk uit de collectie van het Afrikamuseum in Tervuren. Voor de wereldtentoonstelling van Brussel in 1935 realiseerde hij onder meer de paviljoenen van Griekenland, Letland én het Katholieke Leven. En voor de waterbouwexpo van Luik in 1939 mocht hij het paviljoen van Belgisch-Kongo opleveren: de tegelvloer had het motief van Congolees textiel.

Na de Tweede Wereldoorlog mocht hij ook de verwoeste universiteitsbibliotheek van Leuven reconstrueren. En als u vindt dat zijn cv al behoorlijk indrukwekkend oogt, weet dan dat hij naast nog veel belangrijkere opdrachten greep. Zo werd hij gevraagd om een ontwerp te maken voor de nieuwe Indiase stad Chandigarh. Maar uiteindelijk liep ene Le Corbusier met die monsteropdracht weg. Had Lacoste die binnengehaald, dan had de Belgische architectuurgeschiedenis er ongetwijfeld anders uitgezien.

André Jacqmain

Dat de naam Lacoste vandaag ietwat in de vergetelheid is geraakt, komt vooral doordat zijn fusionstijl niet gemakkelijk te classificeren valt: hij was geen radicale modernist zoals Le Corbusier. Toch drukte Lacoste ook op een andere manier zijn stempel op die architectuurgeschiedenis: als geliefd docent aan de academie van Brussel leidde hij tot aan zijn dood generaties studenten op. Hij wordt tot de belangrijkste architectuurdocenten van zijn tijd gerekend, samen met Henry Van de Velde en Victor Horta, die hij in 1928 verving als atelierhoofd.

De Fondation Médicale Reine Elisabeth bevat heel wat knipogen naar het oude Egypte. Geen wonder, de koningin en Lacoste waren zelf zeer geboeid door egyptologie. ©Philippe Garcia/AD France

‘Henry Lacoste, de meest boeiende verteller van duizend-en-een schooldagen, brengt architectuur op het niveau van de verbeelding’, schreef architect André Jacqmain na de dood van zijn mentor Lacoste. ‘Zijn bibliotheek onthulde voor ons nog onbekende werelden, van het Moorse Spanje tot het fonkelende Isfahan in Iran. Wie van ons is aan hem niet de essentie van zijn architectuurkennis verschuldigd?’

Op zondag 13 juni is er om 14 uur (Nederlands) en 14.30 uur (Frans) een rondleiding in het Brugmannziekenhuis en de Stichting Koningin Elisabeth. Info en reservatie via laeken.decouverte@gmail.com of laekendecouverte.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie