sabato

Op architecturale zeiltocht met toparchitect Renzo Piano

De Kirribilli is Renzo Piano’s zesde zeiljacht. Elke zomer vaart de toparchitect de hele Middellandse Zee rond. ©Stefano Goldberg

Met zijn Centre Pompidou in Parijs of The Shard in Londen behoort Renzo Piano tot de meest geprezen architecten ter wereld. Maar voor zijn nieuwste project ruilde hij het land in voor de zee. 

Met zijn Centre Pompidou in Parijs, The Shard in Londen, het Whitney Museum of American Art in New York en zijn Academy Museum of Motion Pictures in Los Angeles behoort Piano tot de meest geprezen architecten van de afgelopen vijftig jaar. Toen hij in 1998 de Pritzker Prize kreeg – zeg maar de Nobelprijs voor Architectuur – vergeleek de jury hem met Michelangelo en Da Vinci. En zei dat hij ‘moderne en postmoderne architectuur een nieuwe invulling gaf’.

Maar voor zijn nieuwste project ruilde Piano het land in voor de zee. Voor ‘Atlantis: A Journey in Search of Beauty’ zeilde hij samen met zijn zoon Carlo, journalist en schrijver, naar de plekken waar de meest gevierde gebouwen van Piano staan.

Het Centre Pompidou in Parijs omschrijft Renzo Piano zelf als een brok heiligschennis in het midden van de stad. ©Getty Images

Dobberend van Italië naar Japan, naar de eilanden van Nieuw-Caledonië, naar New York, Londen en Rome hadden vader en zoon tijd zat voor reflectie en introspectie. Over architectuur. Over kunst en filosofie, en nog veel meer. Een ontroerend mooie odyssee, maar tegelijk ook een… leugen.

Renzo Piano lacht heel even als hij het toegeeft. Hij heeft geen voet op het dek van de Admiraal Magnaghi gezet. ‘Een volledig jaar in mijn agenda vrijmaken om rond de wereld te gaan varen, het was bijzonder moeilijk geweest. Maar de eindeloze uren en dagen die ik en mijn zoon Carlo al samen hebben gezeild, komen best wel overeen met de tijd die in het boek wordt beschreven. En Carlo heeft alle plaatsen en gebouwen in het boek wel degelijk bezocht.

Vader en zoon

‘Als je met je zoon vaart, en na een strakke grappa, dan begin je met elkaar te praten. En als je zo oud bent als ik, dan is dat zinvol. Ik ben nu 83, Carlo is 55. Hij begrijpt het perfect. Je gaat dan dingen opbiechten die je anders nooit zou vertellen, zaken waarvan je nooit verwachtte dat je ze van jezelf zou horen. Zelfs niet op de martelbank. Maar mijn zoon kon me aan het praten krijgen zonder dat hij me daarvoor hoefde te martelen.’

De Renzo Piano die uit de gesprekken met zijn zoon naar voor komt, is een geestige, erudiete man die graag auteur Jorge Luis Borges en jazzmuzikant Charlie Parker citeert: ‘Beheers de muziek, beheers je instrument, vergeet het dan allemaal en begin gewoon te spelen.’ De keuze van het citaat spreekt voor zich. Zelfs aan de telefoon zie je zijn gebaren, hoe hij zijn schouders opgooit, of hoe hij die snelle glimlach heel even op zijn gezicht zet.

Het cultureel centrum Tjibaou in Nieuw-Caledonië gaat volledig op in de tropische natuur: een mooi voorbeeld van eco-architectuur. ©Shutterstock

Centre Pompidou

Zijn grootvader en vader zaten ‘in de bouw’. Vier van zijn ooms ook. In hun voetsporen treden, zegt hij, was heel ‘natuurlijk. Ik was als iemand die in een circus opgroeit en weet dat hij later acrobaat wordt.’

Al werd hij op school bij de dommeriken gerekend. Piano herinnert zich dat hij negen was toen een priester hem een verloren zaak noemde, waarop zijn grootmoeder met hem naar een psycholoog trok. De man concludeerde dat Piano een kind met ‘normale intelligentie’ was, maar gewoonweg niet in staat zich te concentreren.

Telkens als ik langs het Centre Pompidou loop, sta ik versteld. Ik begrijp nog altijd niet dat ze het hebben toegelaten.
Renzo Piano

Piano studeerde architectuur in Firenze, maar hield het daar al snel voor bekeken. ‘Het was allemaal te mooi, de perfectie van die stad had een verlammend effect op mij.’ Hij verkaste naar het vuile Milaan en naar de Politecnico: Italiës grootste architectuur- en ingenieursschool.

Terwijl zijn vader altijd met beton had gewerkt, koos Renzo een andere richting: hij experimenteerde met lichte constructies, materialen en technologieën. ‘Het teveel aan architectuur strippen, het verfijnen tot de essentiële elementen: voor mij was dat een kunstvorm.’

Renzo Piano is een van de meest geprezen architecten van de afgelopen vijftig jaar. Toen hij in 1998 de Pritzker Prize kreeg, vergeleek de jury hem met Michelangelo en Da Vinci. ©Courtesy RPBW / Renzo Piano

In Londen begon Piano met Richard Rogers te werken. In 1971 won het duo de ontwerpwedstrijd voor het Centre Pompidou in Parijs, misschien wel het meest revolutionaire openbare gebouw van de 20ste eeuw.

Sindsdien tekende hij luchthavens, stads- en winkelcentra, kantoorgebouwen, culturele centra, ziekenhuizen en meer dan dertig musea. Zelf heeft Piano het over ‘licht opbouwen’. ‘Muren optrekken en mensen in bunkers verstoppen is compleet zinloos. Wat we nodig hebben, is ‘uno spazio per la gente’. Ruimte voor mensen.

Architectuur en schoonheid

De titel van zijn boek is met zorg gekozen. Atlantis is een plaats die niet bestaat, en de zoektocht ernaar is een queeste naar de perfectie die nooit kan worden bereikt. ‘Zo bekeken is perfectie synoniem met schoonheid’, zegt hij. ‘De goeroes van de reclamewereld hebben het woord ‘schoonheid’ van ons gestolen. Ze hebben het synoniem gemaakt met iets cosmetisch, iets oppervlakkigs.'

Als een film slecht is, loop je gewoon naar buiten. Maar als ik een verkeerd gebouw maak, dan zijn de mensen verplicht om ermee te leven.
Renzo Piano

'Terwijl het Italiaanse woord ‘bello’ veel meer betekent dan ‘mooi’: het staat voor ‘mooi én goed’. Atlantis is het verlangen om dat te bereiken, wetende dat schoonheid niet alleen de schoonheid van de zichtbare wereld is. Het is de schoonheid van de zintuigen, van de menselijke nieuwsgierigheid, van wat we als mens presteren. Maar ook liefde en solidariteit.’

Maar wat betekent schoonheid dan in de architectuur? ‘Dat gaat vooral over de manier waarop je een gebouw gebruikt’, zegt Piano. ‘Als je een gebouw ontwerpt, creëer je een plek waar mensen elkaar ontmoeten en bij elkaar blijven. Dat is schoonheid. Je ontwerpt gebouwen die functioneren, die werken, maar tegelijkertijd maak je van de stad een betere plek. Het is dus van groot belang dat je je niet vergist.’

Als een schrijver een slecht boek schrijft, dan hoeft niemand het te lezen, zegt Piano. ‘En als de film slecht is, dan loop je gewoon naar buiten. Maar als ik een verkeerd gebouw maak, dan zijn de mensen verplicht om ermee te leven. En tegen de tijd dat je je fouten inziet, is het te laat. In architectuur kun je niet meer terug als je een stap hebt gezet.’

Potsdamer Platz

In een van de interessantste en grappigste passages in het boek peilt Carlo bij zijn vader naar fouten die hij in zijn leven en in zijn architectuur heeft gemaakt. ‘Denk niet dat ik je zal vertellen over de fouten die ik in mijn leven gemaakt heb’, zegt Renzo Piano. ‘En wat mijn architectuur betreft, is er niet meteen iets waar ik aan denk.’

Het Potsdamer Platz-project in het centrum van Berlijn noemt Piano vandaag te eentonig: ‘het kan je niet verrassen’. ©Getty Images

Al komt hij op die laatste uitspraak wel terug. Na wat nadenken noemt hij het design van het Potsdamer Platz-project in het centrum van Berlijn – dat hij bouwde tussen 1992 en 2000 – ‘te eentonig en te weinig verrassend’. Het entreepaviljoen van het Los Angeles County Museum of Art zet hij weg als ‘zo saai als een benzinestation’. En de St.-Giles-site in de buurt van Tottenham Court Road noemt hij best wel kleurrijk, ‘maar ze slaagt er niet in om het plein tot leven te brengen’.

Ik heb godzijdank nog nooit iets gebouwd dat ik gruwelijk fout vind.
Renzo Piano

We vragen ons even af hoe Piano’s klanten zullen reageren op deze waslijst toegegeven mislukkingen. De Italiaanse architect lacht. ‘Ik weet het niet, maar ik heb tenminste de waarheid gezegd. Kijk, ik ben een zeer gelukkig man. Ik heb veel gebouwen getekend, heel veel. Over sommige ben ik tevreden, over andere veel minder. Maar ik heb godzijdank nog nooit iets gebouwd dat ik gruwelijk fout vind. Tenzij je oliedom bent, snap je als architect heel snel dat je er beter niet aan begint als iets echt verkeerd is.’

En op welk gebouw is hij het trotst? Piano lacht weer. ‘Zeer moeilijke vraag’, zegt hij. ‘Het is als vragen welk kind je het liefst hebt.’ Renzo Piano heeft vier kinderen, van wie drie met zijn eerste vrouw, Magda Arduino, met wie hij in 1962 trouwde en van wie hij in 1989 scheidde: Carlo, Matteo, die 52 jaar is en industrieel ontwerper, en Lia, 47 jaar en directeur van de Renzo Piano Foundation. Zijn vierde telg is de 21-jarige Giorgio, die hij kreeg met zijn tweede vrouw, Milly Rossato, met wie hij in 1992 trouwde.

Het Whitney Museum of American Art in New York. ©Ed Lederman

Maar we wilden weten welke realisaties hij verkoos. Piano, fijntjes: ‘De gebouwen die in het boek worden bezocht, zouden wel eens een aanwijzing kunnen zijn. Je bezoekt geen dingen die je niet in je hart koestert.’

Er is dus, uiteraard, het Centre Pompidou. Hij ontwierp het samen met Richard Rogers, drie jaar na de revolutionaire wind die door Parijs waaide, toen studenten en arbeiders op straat kwamen en ermee dreigden de regering te zullen omvergooien. ‘We hadden het gevoel dat het onze plicht was om het museum open te breken. Duidelijk maken dat cultuur open en toegankelijk moet zijn, in plaats van gesloten en intimiderend.’

Vandaag ziet hij het gebouw iedere ochtend, op weg naar kantoor. Piano woonde de voorbije 40 jaar in Parijs, maar brengt een week per maand door in Genua. ‘Telkens als ik er langskom, sta ik versteld. Ik begrijp waarom we het zo hebben gedaan, maar ik begrijp nog altijd niet dat ze het hebben toegelaten. Eigenlijk is het compleet krankzinnig. Dat gebouw is een brok heiligschennis in het midden van de stad.’

The Shard

Dan is er natuurlijk ook The Shard in Londen, een toren van 310 meter, het hoogste gebouw in het Verenigd Koninkrijk, het zesde hoogste in Europa. En eigenlijk was het de bedoeling dat het tot 400 meter boven de begane grond zou uitsteken. Net als het Centre Pompidou was The Shard van bij de eerste schetsen een fel besproken onderwerp.

The Shard in Londen is met zijn 310 meter het hoogste gebouw in het Verenigd Koninkrijk. Het heeft iets van een glasscherf, vandaar ook de naam. ©Shutterstock

Toen Piano voor een parlementaire commissie verscheen om zijn ontwerp te laten zien, droeg hij een T-shirt met ‘Trust me, I’m an Architect’. Het gebouw beroert tot op vandaag. Sommigen vinden The Shard een smet op de Londense skyline. Anderen een voorbeeld van modernisme op zijn best, een krachttoer.

‘Architectuur is een raar beroep’, filosofeert Piano. ‘Je moet praktisch denken, je moet een goede bouwer zijn en tegelijk een dromer als je iets wilt neerzetten dat ver- en bewondering uitlokt.’

‘Ik vind het absoluut geen eer om een ‘starchitect’ te worden genoemd. Integendeel. Het dompelt je onder in oppervlakkigheid'
Renzo Piano

De Shard was zijn poging om een gebouw te creëren dat ‘nooit slaapt’. De 95 verdiepingen omvatten kantoorruimte, restaurants, een vijfsterrenhotel en appartementen. En heeft de hoogste openbare kijkgalerij van Londen. Piano herinnert zich nog goed de dag waarop de naam van de toren werd verzonnen. ‘We zaten rond een tafel en spraken over het gebouw, hoe dat almaar slanker werd naarmate je hoger kwam. En toen zei iemand, ja, het is als een grote glasscherf.’

Maar er is meer. ‘Als je een stuk glas neemt en verticaal houdt, dan lijkt het wel een spiegel’, zegt Piano. ‘Maar als je het glas een paar graden kantelt, zie je hoe het de lucht reflecteert. En die lucht, die verandert in Londen bijna om de seconde. Op die manier bepaalt het gebouw bijna het humeur van de stad. Dat maakt architectuur zo bijzonder.’

De San Giorgiobrug in Genua werd afgelopen zomer geopend. ©Shutterstock

Brug in Genua

Als gebouwen als kinderen zijn, dan heb je altijd toch wel wat meer aandacht voor de jongste, legt Renzo Piano uit. Piano’s meest recentste is de San Giorgiobrug in Genua, die in augustus opende. De brug, eigenlijk een stuk autoweg van 1,1 kilometer, kwam in de plaats van de Morandibrug die twee jaar geleden instortte en aan 43 mensen het leven kostte.

‘Een brug maken is prachtig’, zegt Piano. ‘Helemaal anders dan muren optrekken. In dit geval nog gecompliceerder, omdat die brug het product was van een vreselijke tragedie. Werken aan grote projecten is altijd een beetje werken met mensen die trots zijn op wat ze doen. '

'Na de val van de Berlijnse Muur, toen ik aan de Potsdamer Platz werkte, stond ik daar op een bouwwerf met 5000 mensen die het beste in zichzelf bovenhaalden om Oost- en West-Berlijn opnieuw met elkaar te verbinden. Geloof me, als je dat ziet, dan ben je trots.’

Geen ‘starchitect’

In zijn nieuwe boek citeert Piano de Egyptische dichter Kaváfis: ‘Behoed mijn ziel voor pracht en praal. En als je je ambitie niet kunt beteugelen, probeer er dan tenminste voorzichtig en argwanend mee om te gaan.’ ‘Ik vind het absoluut geen eer om een ‘starchitect’ te worden genoemd. Integendeel. Het dompelt je onder in oppervlakkigheid. Als je succes oogst, dan val je ten prooi aan navelstaarderij, narcisme. Niemand vertelt je nog de waarheid en zelfs je eerste, snelle schetsen worden vereerd als kunstwerken.’

Weet je, wat een mens in leven houdt, is niet wat je hebt gedaan. Wel wat je nog moet doen.
Renzo Piano

Al heeft Renzo Piano daar een afdoend middel voor gevonden. ‘Ik heb de goede gewoonte gekweekt om schreeuwlelijke schetsen te maken, zodat niemand er meteen verliefd op wordt.’

Heeft hij dan weerstand kunnen bieden aan het narcisme? Hij lacht. ‘Ik ben niet zeker of ik er helemaal aan heb kunnen weerstaan. We zijn allemaal wel een beetje narcist. Maar ik denk wel dat ik erin geslaagd ben om me niet langer te laten meeslepen. Ik vul mijn dagen nog altijd met mijn potlood en een stuk papier. Dat is mijn leven.’

‘Weet je, wat een mens in leven houdt, is niet wat je hebt gedaan. Wel wat je nog moet doen. Vooral nu is het belangrijk om na te denken over openbare plaatsen. Tragisch, wat we nu beleven. We maken gebouwen waar mensen elkaar ontmoeten. En dan is er plots dat verschrikkelijke virus dat de mensen belet om samen te zijn. Als je het over schoonheid hebt, welnu, dat is de meest essentiële schoonheid in het leven: mensen die samen zijn.’

‘Atlantis: A Journey in Search of Beauty’, €20, Europa Compass

Lees verder

Advertentie
Advertentie