sabato

Van huwelijkscadeau tot Gestapo-hoofdkwartier: binnenkijken in Bauhaus-icoon Villa Tugendhat

Villa Tugendhat: 100 jaar Bauhaus in één architectuur- en designparel. ©Mark Seelen

Exact een eeuw geleden werd het ‘Staatliches Bauhaus’ opgericht, de progressieve kunstschool in het Duitse Weimar die kunst, nijverheid en architectuur zou transformeren tot een artistiek laboratorium. Revisited: Villa Tugendhat, een van de Bauhaus-iconen van architect én Bauhaus-directeur Ludwig Mies van der Rohe in het Tsjechische Brno.

Het was een huwelijkscadeau. En het mocht wat kosten! Toen Grete Tugendhat, dochter van een Joodse industrieel die fortuin had gemaakt met textiel, trouwde met Fritz, de zoon van een al even rijke wolfabrikant, mocht ze van haar ouders een villa laten bouwen op een glooiend terrein in Brno, in het huidige Tsjechië.

Het koppel contacteerde Ludwig Mies van der Rohe, toen al een grote naam in de architectuur- en designwereld. Of die in de Cernopolnistraat geen optrekje voor hen wilde bouwen? Mies van der Rohe arriveerde in september 1928 in Brno en was meteen onder de indruk van het perceel dat een prachtig uitzicht bood op de historische stad. Hij besloot voor dit project samen te werken met zijn collega’s Lilly Reich en Sergius Ruegenberg.

Hét pièce de résistance in de woonkamer is de honingkleurige wand van onyx uit Marokko. De drie 'Barcelona'-fauteuils en bijbehorende voetbank zijn uitgevoerd in smaragdgroen leder. De salontafel is ontworpen door Ludwig Mies van der Rohe voor Knoll. ©Mark Seelen

Nauwelijks veertien maanden later was de villa klaar. En het moet gezegd, het resultaat was oogverblindend. Met een woonkamer van ruim 200 vierkante meter, een halfronde muur van kostbaar ebbenhout, een scheidingswand van onyx, bijzonder meubilair en een voor die tijd ingenieus verwarmings- en ventilatiesysteem kostte de woning toentertijd een fortuin. Maar het koppel was verrukt.

‘Dit is werkelijk ware kunst’, liet Fritz Tugendhat optekenen een jaar nadat hij en zijn vrouw er hun intrek in hadden genomen.

Toch was niet iedereen onder de indruk: begin jaren 30 schreef een architectuurcriticus van het bekende tijdschrift ‘Die Form’ dat ‘de villa gezien moest worden als een overstatement in een onmogelijke stijl waar de bewoners het moeilijk zouden krijgen om in te leven.’

©Mark Seelen

Op de vlucht

©Mark Seelen

Veel tijd om het tegendeel te bewijzen kregen de Tugendhats niet. In mei 1938 moesten ze de stad Brno in allerijl ontvluchten voor de nazi’s. Zelf vonden ze eerst een onderkomen in Zwitserland en later in Venezuela, terwijl de villa achtereenvolgens werd aangeslagen door de Duitse Gestapo (1939), als stalling en wapenarsenaal werd gebruikt door de geallieerden (1945), en vervolgens diende als sanatorium en gymnastiekzaal voor kinderen met rugproblemen.

Het interieur werd geplunderd, radiatoren werden uit de muur gerukt. De villa raakte haar grandeur helemaal kwijt. Even werd zelfs overwogen om het architecturale huwelijkscadeau met de grond gelijk te maken.

Van Gestapo-hoofdkwartier tot sanatorium voor kinderen: de villa raakte na WO II haar grandeur helemaal kwijt.

Gelukkig besloot de stad Brno om dat níét te doen en de villa te restaureren. Het zou ook hier zijn dat in 1992 letterlijk geschiedenis werd geschreven: in de villa werden immers de scheidingspapieren getekend tussen Tsjechië en Slowakije.

Sinds 2001 staat het gebouw op de werelderfgoedlijst van de Unesco en zeven jaar geleden onderging het icoon een complete restauratie. Sindsdien is het enige voorbeeld van modernisme in de Tsjechische republiek als museum opengesteld voor het publiek.

©Mark Seelen

Stalen skelet

©Mark Seelen

De dag van ons bezoek steekt het blauw van de hemel fel af tegen het smetteloze wit van het huis. We worden op sleeptouw genomen door Rastislav Bosko, een ingenieur die lesgeeft aan de universiteit van Brno, maar vooral een liefhebber is van moderne architectuur.

De vrijstaande moderne villa van drie verdiepingen ligt op een hellend terrein en kijkt uit op het zuidwesten, in de richting van Brno. In de jaren 30 was dit het eerste woonhuis dat werd gebouwd met een stalen skelet.

De 29 stalen pijlers zijn aan elkaar gelaste L-profielen, waardoor Mies van der Rohe - die in 1930 de derde en meteen ook laatste directeur zou worden van de Bauhaus-school - de vrije hand had om het interieur zonder dragende binnenwanden in te delen en de buitengevels volledig van glas te maken.

©Mark Seelen

Drie verdiepingen telt het huis. De onderste deed oorspronkelijk dienst als kelder en serviceruimte. Op de middelste etage - op de begane grond - bevonden zich de belangrijkste woonfuncties, een serre en terras, de keuken én de kamers van het huispersoneel. En de derde verdieping - op straatniveau - bevatte de hoofdingang, de slaapkamers en de badkamers van het gezin Tugendhat.

Barcelona Chair

Niet iedereen was destijds onder de indruk: critici vonden de woning ‘onmogelijk om in te leven’.

‘Wij wilden heel graag een modern en ruimtelijk huis, opgebouwd uit simpele lijnen en volumes’, zo verantwoordde Grete Tugendhat haar keuze voor Ludwig Mies van der Rohe als architect. ‘Mijn echtgenoot gruwt van de gedachte om een huis te hebben dat vol staat met objecten en meubels, zoals in zijn eigen kindertijd.’

Dus lieten de Tugendhats ook het interieur volledig over aan Mies van der Rohe en zijn collega’s Reich en Ruegenberg. Dus tref je in deze villa heel wat ‘Barcelona Chairs’ aan: die fauteuils hadden Ludwig Mies van der Rohe en ontwerpster Lilly Reich in 1929 speciaal bedacht voor het Barcelona-paviljoen, de ontvangstruimte van de wereldtentoonstelling van Barcelona. Op diezelfde wereldexpo hadden Mies van der Rohe en Reich ook al hun principe van de ‘vloeiende ruimte’ uitgeprobeerd, iets wat ze zouden herhalen in deze villa.

©Mark Seelen

Van Marokko tot Indonesië

Voor het interieur gebruikte Mies van der Rohe vooral buis- en stripstaal, én heel veel bijzondere houtsoorten: rozenhout, zebrano en ebbenhout. Heel opvallend ook is de bijzondere honingkleurige wand van onyx, een functioneel en tegelijk decoratief element dat werd gewonnen in het Atlasgebergte in Marokko. Mies van der Rohe begeleidde naar verluidt in hoogsteigen persoon de plaatsing van deze bijzondere wand.

Het bureau en de kasten in de studeerkamer zijn gemaakt van ebbenhout uit Makassar, het huidige Indonesië. ©Mark Seelen

De bekleding in de entreehal, de deuren en inbouwkasten in de kamers van de ouders is van gefineerd palissander. Voor de kinderkamers werd dan weer gebruikgemaakt van zebrano-fineer. Maar het meest opmerkelijk is het indrukwekkende ebbenhout uit Makassar op het eiland Celebes, het huidige Indonesië, wat de woonkamer siert. Dat donkerbruin geaderde hout gebruikte Mies van der Rohe zowel voor de halve cilindervorm in het eetgedeelte als voor de studeerkamer.

In 1938 zou Ludwig Mies van der Rohe naar Amerika emigreren en daar beroemd worden met woontorens van staal en glas. ‘Less is more’ werd zijn credo, een leidmotief dat vandaag, honderd jaar na de oprichting van Bauhaus, nog altijd geldt voor veel designers en architecten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content