Advertentie
sabato

Amaury de Troostembergh: ‘Een autoverzamelaar die over geld praat, is een belegger’

Amaury de Troostembergh voor zijn Aultman-Taylor (1908), een immense tractor om een dorser aan te drijven. ©Thomas Vanhaute

Wereldwijd zijn er zo’n tweehonderd tractorfabrikanten. En van elk probeert Amaury de Troostembergh een oldtimerexemplaar in handen te krijgen. Zijn favoriet? De Hanomag R19 uit 1958.

In ‘The Art Of Collecting’ vertelt journalist Bert Voet het verhaal achter de mooiste Belgische autocollecties.

Autobiografie

Amaury de Troostembergh (64)

Oprichter van LPW Pools en BuildUp

  • Daily | Land Rover Defender (2022).
  • Beste | Land Rover Defender (2012). ‘Ook die hou ik. Ooit had ik er een met 750.000 kilometer op de teller.’
  • Slechtste | Lada Niva (1985).
  • Met spijt verkocht | Triumph Spitfire. ‘Voor 20.000 frank, uit geldnood.’
  • Droomtractor | ‘De Amerikaanse Rumely. Die had in 1910 al een oliekoeling.’

Achter zijn geboortekasteel in Houwaart waarin de familie al vierhonderd jaar woont, herbergt Amaury de Troostembergh een ongeziene collectie van een vijftigtal tractoren en landbouwmachines, zoals dorsers. De meeste zijn mooi roest, zoals de immense Aultman-Taylor (1908) uit Mansfield, Ohio. De gerenoveerde tractor draait niet meer op stoom, zoals weleer. ‘Een temperatuur van 140 °C en twaalf bar druk: dat kan gevaarlijk zijn. Ik bouwde hem om op perslucht.’

De Troostembergh houdt zijn tractoren het liefst in de authentieke, verweerde staat. ©Thomas Vanhaute

‘Ik probeer ze altijd mechanisch in orde te zetten, maar hou ze graag in hun authentieke staat. ‘Dans leur jus.’ Je ziet dat ze gewerkt hebben in weer, wind en modder. Dan is de collectiewaarde ook altijd beter dan wanneer ze gerestaureerd zijn. Als ze zijn herspoten, wat meestal slecht is gebeurd, durf ik ze wel te restaureren. Zoals mijn allereerste: de Hanomag R19 uit mijn geboortejaar 1958. Ik kreeg hem van mijn vader toen ik twaalf was en leerde ermee rijden. Later werd ik ingenieur elektromechanica. Tractoren zijn altijd mijn hobby gebleven.’

Een rij kleine tractoren die dienst deden in Italiaanse wijngaarden. ©Thomas Vanhaute

Buiten heeft hij kleine, Italiaanse exemplaren op een rij gezet. ‘Die deden dienst in de wijngaarden. De enorme stoomtractor van daarnet levert vijftien pk. Deze kleine dingetjes zoals de Baraldi van rond 1948 zijn zowat twaalf pk sterk. Het toont de evolutie op veertig jaar.’ Een naamloos exemplaar heeft een Engelse Enfield-motor, bekend van de legendarische motorfietsen. ‘Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Enfield een kanonnenfabriek’, aldus De Troostembergh. ‘In het kenteken staat nog steeds een kanon. Van deze tractor werden er slechts zo’n vijftig gebouwd.’ Hij toont een Oostenrijkse Lindner van 1952. ‘Hermann Lindner was een belangrijke ingenieur bij de Luftwaffe. Na de oorlog ging hij onverwoestbare tractoren bouwen. Dit is een zeldzaam exemplaar met een eencilinder-dieselmotor en luchtcompressor.’

©Thomas Vanhaute

‘Ik heb zelf een olijfgaard in Toscane. Zo kom ik in contact met mensen en krijg ik weleens een whatsappje waarin iemand me er een aanbiedt. Vaak vind ik m’n tractoren bij oude boeren die stoppen. Ook jonge mensen verzamelen ze. Maar het blijft een kleine wereld, niet vergelijkbaar met auto’s. Ik ben altijd een autofanaat geweest, maar daar is veel speculatie en overwaardering. Dat bestaat niet in de tractorwereld. Er is minder pronkzucht en meer passie. Voor een paar honderd euro vind je er een waarvan je met vijftig tot honderd uur werk iets mooi maakt. Een auto vergt gauw vijfhonderd uur. Een mooie oude tractor vind je voor tweeduizend euro, een zeldzaam exemplaar is vijfduizend tot tienduizend euro waard, een stoomtractor soms veertigduizend euro. Maar ik spreek niet graag over geld. Een verzamelaar die over geld praat, is een belegger.’

©Thomas Vanhaute

Hijzelf verzamelt tot de jaren 60. ‘Nadien zijn veel kleine fabrikanten gefusioneerd, zoals Massey Ferguson, en werden de gebouwde series groter. Eerder leverde het Canadese Massey-Harris in het kader van het Marshallplan na de Tweede Wereldoorlog tractoren aan landbouwers, ter vervanging van hun paarden. Massey-Harris stuurde componenten, die op het continent werden geassembleerd. Deze monocilinder van rond 1950 maakt een fantastisch geluid. De motor draait zo traag dat je de toeren bijna kunt tellen. Boem, boem. Alsof de machine lééft.’

De Porsche A122 (1952) is een ‘speculatieve’ tractor. ©Thomas Vanhaute

In zijn gerestaureerde schuur is de Pampa (1952) een zeldzaamheid: een in licentie in Argentinië gebouwde kopie van de Lanz Bulldog. Voorts zien we tractoren van onder meer Renault, Guldner, Fiat en Steyr. ‘Die laatste waren te sterk, en dus ging het bedrijf failliet’, lacht hij. Er staat ook een rode Porsche. ‘Na het succes van de Volkswagen Kever gaf Hitler aan Ferdinand Porsche de opdracht dat te herhalen met een tractor. Hoewel hij niet zo vooruitstrevend was, is het een speculatieve tractor, die wél een fortuin waard is. Wie een Porsche heeft, wil ook zo’n tractor. Ik heb er ook een van Lamborghini.’

©Thomas Vanhaute

We lopen langs een Vierzon, SAME, Goldoni en MAN. ‘Ik streef ernaar om van elk merk één merkwaardig model te hebben. De breedst mogelijke waaier, dus. Wereldwijd zijn er zo’n tweehonderd fabrikanten, dus dat lijkt me haalbaar. En neen, dit is geen museum, en evenmin een handel. Ik heb nog nooit een tractor verkocht. Dit doe ik puur voor het plezier. Allemaal moeten ze jaarlijks draaien. Ik zet de kleinkinderen al eens in een aanhangwagen om door het bos te rijden.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie