Advertentie
sabato

Franky Buysse: ‘Ik rij altijd zeer rustig – op z’n Opies, zeggen mijn vrienden’

©Marius Christensen | Unsplash

Ze hebben allemaal een naam: Little Woodpecker, Bang Bang, New Yorker… Maar dé favoriet van Franky Buysse is Cupido, een Chevrolet Suburban met een ‘big block’ van 6.2 liter.

In ‘The Art Of Collecting’ vertelt journalist Bert Voet het verhaal achter de mooiste Belgische autocollecties.

‘Een van mijn auto’s gaf ik ooit een vrouwennaam: dat eindigde met gekneusde ribben... De herstelling van Bianca verliep niet van een leien dakje.’ Ze laat een lege plek na in de garage van Franky Buysse. ‘Bianca was een Chrysler New Yorker Hardtop (1962). Zeer mooi. Ik had veel bekijks. Maar ze is verkocht aan een vriend – zijn vrouw heet Bianca.’

‘Mijn liefde voor klassiekers begon 36 jaar geleden, met een Kever die ik kocht van een boer’, vertelt hij. ‘Iedereen lachte – in het dagelijkse leven reed ik met knappere auto’s rond. Later had ik drie exemplaren van de Opel Manta A en een Opel Commodore Coupé: auto’s van GM, waardoor ik ook naar Amerikaanse auto’s begon te kijken.’

Autobiografie

Franky Buysse (55)

Voormalig schilder

  • Eerste | Renault R5 TL (1978). ‘Die paste ik op m’n achttiende al aan. Tijdens het uitgaan reed een vriend er met zijn VW Golf tegen.’
  • Beste | ‘Ik kan niet kiezen.’
  • Slechtste | Alfa Romeo Alfasud (1980). ‘Ooit pech gehad in de Kennedytunnel en in eerste versnelling langs de binnenwegen naar huis gereden.’
  • Met spijt verkocht | ‘Veel. Van de New Yorker zal ik wellicht ook spijt hebben.’
  • Droom | ‘Chrysler C-300 van het introductiejaar 1955.’

‘Dit is Little Woodpecker’, lacht hij, en wijst naar de GMC Pickup Sierra Classic (1984), de topversie, met lange laadbak bovendien. ‘De GMC was identiek aan een Chevrolet, maar luxueuzer. Met airco, elektrisch bedienbare ramen, zelfs cruisecontrol. Ik heb hem sinds vier jaar. Vanuit de VS was hij in Nederland geïmporteerd.’

Mechanisch liet Buysse alles vernieuwen. ‘De GMC heeft verschillende tinten rood en wat krassen. Dat is dan het patina. Ikzelf ben een perfectionist, maar iedereen zegt dat ik de look moet laten. Het weinige roest heb ik wel weggewerkt. Ook de zetel heb ik vernieuwd. De twintigduimswielen liet ik speciaal maken. Wielen zijn altijd een aandachtspunt geweest. Mijn veranda stond er vroeger vol van. Mijn vader zei vaak: het lijkt hier wel een winkel die uitverkoop houdt.’

‘Belgian Brothers’, lezen we op de deur. ‘Destijds ben ik zelf whitewallbanden beginnen te maken, met gepersonaliseerde opschriften’, vertelt Buysse. ‘Dat was ook niet perfect. Ik vond een gespecialiseerd bedrijf in de VS, met Belgian Brothers als Belgisch filiaal. Wist je trouwens dat de eerste autobanden werden gemaakt van natuurlijk, wit rubber? Voor een betere grip werd daar later roet aan toegevoegd – eerst alleen op het oppervlak, later op de hele band.’

Het is tijdelijk zijn dagelijkse wagen. ‘Hij verbruikt achttien liter gas: qua kostprijs komt dat overeen met dik zes liter benzine. Mijn dagelijkse Chevrolet Suburban (2010), Cupido, zette ik recent als test eens online te koop. Hij was meteen weg. De tweedehandsprijzen swingen echt de pan uit. Nu zoek ik een andere auto, maar ik wil altijd iets speciaals.’

‘Opie Moparian’, staat er op de band. ‘Op Facebook heet ik zo’, lacht Buysse. ‘Mopar verwijst naar de groep voor onderdelen van onder meer Chrysler en Dodge.’

©Dorien Monnens | Unsplash

Bang Bang is een wondermooie Chrysler Newport Custom Coupé in de luxe-uitvoering. ‘Uit mijn geboortejaar 1967. Om de een of andere gekke reden is dat een speciaal jaar. De auto’s zijn ook duurder. Ook pakweg een Kever. Toevallig is er dat jaar van alles gebeurd: er kwamen speciale edities, nieuwe vooruitstrevende modellen enzovoort.’

Het is een stelling die nader onderzoek vereist. En vanzelfsprekend heeft ook Bang Bang gepersonaliseerde banden. ‘Toen ik hem negen jaar geleden voor het eerst zag, voelde ik meteen: dit is het. Er zaten blaasjes in het koetswerk en het motorgeluid klopte niet, maar ik wilde hem per se. Achteraf heb ik er dus nog tienduizenden euro’s aan besteed. Hij was oranje en had een vinyl dak. Ik heb de koetswerkplaten door een plaatwerker opnieuw laten maken, met de hand. De grondverf die hij erop heeft gezet, was grijs. Ik heb de wagen zelf gedemonteerd met de hulp van een carrossier. En daarna heb ik hem zijn originele grijze kleur teruggegeven, vermengd weliswaar met tinten ‘gun metal’, waardoor hij een paarse schijn heeft.’

Op treffens won Buysse al een pak prijzen met deze auto, die ook een schrikwekkende brul tentoonspreidt. ‘Een ‘big block’ van 6.2 liter, opgefokt bovendien’, lacht hij. ‘Deze verbruikt gemakkelijk 35 liter. Maar ik rij altijd zeer rustig – op z’n Opies, zeggen mijn vrienden.’

De groene Chrysler New Yorker (1973) in Brougham-uitvoering was het toppunt van luxe in het Chrysler-gamma. ‘Ik kocht hem zeven jaar geleden van iemand die ze uit de VS invoert. Hij zou van de eerste eigenares zijn. Dat er amper 36.000 mijlen op de teller stonden, is aantoonbaar. Hij is volledig origineel, vanbinnen en vanbuiten – ook de mooie, fijne ‘pinstriping’. Ik liet alleen een lpg-installatie monteren, en een andere carburator – in 1973 werden ze al wat dichtgeknepen wegens de milieunormen. Ik liet ook andere wielen en een dubbele uitlaat in roestvast staal maken. Maar alle originele onderdelen heb ik nog. Nu staan er 42.000 mijlen op de teller. Dus ik doe er zowat 1.500 kilometers per jaar mee – maar tot voor kort had ik nog zes auto’s, nu nog drie.’

‘Als ik goed geteld heb, heb ik er in totaal 36 gehad. Het jongste jaar bouw ik af, met pijn in het hart. Ik heb een rugletsel: eraan werken gaat moeilijk. Bovendien ben ik een perfectionist, terwijl perfectie niet bestaat. Dat kan frustrerend zijn. Voor de New Yorker is er een kandidaat-koper. Ik heb zelfs al een voorschot gekregen. Maar ik aarzel.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud