‘Zocht een sportwagen, maar viel voor zeldzame Saab Sonett’

Ze heeft een unieke Saab Sonett, maar voor Hermine Van Bylen gaat er niets boven offroad gaan met een Land Rover.

Het is een zeldzaamheid, de Saab Sonett van Hermine Van Bylen: tussen 1966 en 1974 werden er maar iets meer dan tienduizend van gebouwd. De Sonett III (1972) is al 27 jaar in de familie. ‘De wagen is tijdelijk uitgeschreven, maar nog voor de zomer moet hij weer de baan op’, vertelt ze. ‘Vorig jaar lieten we de motor aanpassen, zodat hij op loodvrije benzine kan rijden. Dat is niet alleen beter voor het milieu, maar ook praktischer: vroeger moesten we telkens lood toevoegen.’

De auto baadt in de emoties. Zes jaar geleden kreeg Hermine de oldtimer van haar vader Marcel, die ook op de afspraak is. ‘Ik kocht de Saab in 1997 bij een specialist die hem had ingevoerd uit de VS’, vertelt hij. ‘Ik zocht eigenlijk een oldtimer-sportwagen, maar viel voor de Saab Sonett. Er waren toen in de Benelux slechts veertig exemplaren ingeschreven. Als lasser vernieuwde ik zelf heel wat plaatwerk. Bij de aankoop was hij rood gespikkeld, intussen heb ik hem in ‘burnt orange’ gelakt, een originele Saab-kleur.’

Advertentie
Advertentie
De Saab Sonett III (1972) is een zeldzaamheid: tussen 1966 en 1974 werden er maar iets meer dan tienduizend van gebouwd.
©Thomas Vanhaute

‘Toen papa niet vaak meer met de Saab reed, deed het idee om hem te verkopen ons te veel hartzeer. Intussen zijn ook onze drie zonen grote fan’, zegt Hermine. ‘Deze auto zal altijd in de familie blijven, jawel, ondanks alle pech. Mijn man Jim belde me vaak toen hij weer eens langs de kant van de weg stond met de Saab. Maar dat is deel van het avontuur. Ermee reizen hebben we nooit gedaan, neen. Misschien moeten we er eens mee naar Zweden. Of naar Ikea.’ (lacht)

Hét collectiestuk van een ‘Porschist’? Een Jaguar XK150 Roadster
Advertentie
Advertentie

Vader Van Bylen is intussen aan zijn 27ste auto toe: een Mercedes-Benz GLA 200 D (2014). ‘Mijn zevende Mercedes, al rijdt vooral mijn vrouw ermee. Mijn daily is de Mini Cooper Cabrio (2006).’ Zijn autoliefde zit er naar eigen zeggen van jongs af in. ‘Toen we kind waren, vlijden mijn broer en ik ons neer langs de kant van de weg. Soms moesten we twee uur wachten tot er een auto passeerde. In Dessel waren er hooguit zes – van de dokter, de melkboer enzovoort.’

Autobiografie

Hermine Van Bylen (51) | Gezondheidsbegeleider

| Daily | Land Rover Defender 110 (2011) en Mercedes-Benz CLA 180 Shooting Brake (2021).
| Eerste | Suzuki LJ 80 (1979).
| Beste | Land Rover Defender 110 (2011).
| Slechtste | Suzuki LJ 80 (1979).
| Met spijt verkocht | Suzuki LJ 80 (1979).
| Droom | ‘Dat was de Defender (2011).’

In Hermines tuin staat nóg een bijzondere oldtimer, weliswaar vol mos. ‘Je zou het niet zeggen, maar aan de Land Rover Series II (1968) is al veel gewerkt’, lacht ze. ‘Aan auto’s sleutelen en progressie maken is het grote plezier, waarna ze weer stil komen te staan. Deze Series II kochten we in 2015 als wrak voor 2.500 euro. Jim heeft hem compleet gestript en het chassis gezandstraald en gecoat. Koppeling, remleidingen, veringen, schokdempers, zetels en dekzeil werden vernieuwd. Nu moet de dieselmotor nog worden afgesteld: als we hem starten, verschijnt er een pikzwarte wolk.’ (lacht)

‘Mijn LR539 Supertraction Décapotable was van Johnny Hallyday’

Nóg in Hermines garage: een Land Rover Defender 110 (2011), ‘de nieuwe’ genoemd. ‘Ook dit is grote liefde. Hij was een jaar jong toen we hem kochten. Dertien jaar later is hij meer waard. Intussen zijn we er talloze zomers mee op avontuur getrokken, met de tent. En elk jaar gaan we ermee op skivakantie. Ook deze gaat nooit meer weg. Hij belichaamt de essentie van mijn liefde voor auto’s: vrijheid. Als ik ermee onderweg ben, kan ik impulsief een bosweg inslaan. ‘Waar heb je nu weer gezeten’, zegt vader dan als ik met de auto onder het slijk bij hem arriveer.’

De Land Rover Series II (1968) kochten Hermine Van Bylen en haar man als wrak.
©Thomas Vanhaute

Als tiener was Hermine al een gepassioneerd offroader. ‘Mijn eerste auto had ik op m’n zeventiende. Nadat ik vakantiewerk had gedaan, kocht ik voor een zacht prijsje de Suzuki LJ 80 (1979) van mijn oom. We zochten twee extra exemplaren voor onderdelen. Die auto was de opperste vrijheid: geen deuren, een rolbeugel en je haar in de wind. Ik heb veel spijt dat die auto weg is. Ik ving op dat hij intussen is opgemaakt en in Nederland rondrijdt. Als ik hem vind, koop ik hem terug.’

Vader Van Bylen is géén fan van terreinwerk. Noem hem eerder een fanatiek poetser die voortdurend met klassiekers bezig is. Vroeger via steekkaarten, magazines en boeken, nu op zijn iPad. ‘Ze zijn veel te duur geworden’, vindt hij. ‘Iedereen denkt dat hij goud in handen heeft. Overigens: wat je aan werkuren in een auto stopt, haal je er zelden uit.’

‘De Series II zou daarop weleens een uitzondering kunnen zijn’, vindt zijn dochter. ‘Maar we houden niet bij hoeveel centen naar de auto’s gaan. Ze maken deel uit van de familieband.’

Advertentie