sabato

100 oldtimers verzameld in een halve eeuw

Vader Geert Bossaert en zoon Michael bij de Rally NCP (1931), een van hun lievelingen. ‘Hij heeft een prachtige mechaniek en rijdt vlot mee in het dagelijks verkeer.’ ©Thomas Vanhaute

Een tocht langs garages in België. Deze week: de imposante nalatenschap van Raoul Bossaert.

Afgelopen weekend organiseerden Michael Bossaert (21) en Bas Meulemeester (21) in Waregem de Prewar Days, een beurs gewijd aan vooroorlogse auto’s. Het is hun afstudeerproject in de richting ‘event & project management’ aan de Arteveldehogeschool. ‘Welja’, klonk het toen we aan Bossaert vroegen of er ook in zijn ouderlijke garage enkele klassiekers staan. ‘Mijn opa heeft er sinds de jaren zestig een honderdtal verzameld.’

In de garage staan de Minerva-terreinwagen (1951) van wijlen prins Karel en de Mercedes 450 SEL (1973) van wijlen minister van staat Frank Van Acker, mét nummerplaat A44.

Het familiale automuseum in Lo-Reninge, dat toegankelijk is voor het grote publiek, was de speeltuin waarin hijzelf, zijn broer Lawrence en hun vriendjes als kind verstoppertje speelden tussen en in de auto’s. ‘Het is een groot geluk dat we er ook naar hartenlust mee mogen rijden, zo krijgen we de microbe mee. Het is belangrijk dat de scene rond prewars levendig blijft. We zijn lid van Beforty, een internationale club van mensen onder de veertig met auto’s van vóór 1940. Er zijn zowat honderd leden - ook achttienjarigen.’

Een Franse Alcyon (1908). ©Thomas Vanhaute

Raoul Bossaert overleed vorig jaar. Hij werd 86. ‘Oorspronkelijk was mijn vader landbouwer, maar op een bepaald moment kon hij tweedehands legermaterieel en tweedehandse interieurs van scheepsafbraken op de kop tikken’, vertelt Geert Bossaert. ‘Daaruit ontstond ons shoppingcenter. Intussen verloor hij zijn hart ook aan auto’s. Dat begon met de Citroën C4 (1930). Er volgde een tweede, een derde, en vervolgens liep het uit de hand. Hij kocht alles wat mooi en niet te duur was. Ook op reis. In ruim een halve eeuw hebben we drie of vier auto’s verkocht. Hoeveel er nu precies zijn? Ik heb ze nooit echt geteld.’

De oudste is een Decauville Voiturelle met een Vis-à-Vis-body (1899), de jongste een Maserati 430 (1993). ‘Dat was zes jaar lang mijn persoonlijke auto. Ik reed er dolgraag mee, en hij viel niet op. Hier in het dorp ging het rond dat ik een speciale auto zou kopen. Op een dag vroeg de pompbediende wanneer hij geleverd zou worden. Ze had hem zeker al tien keer volgetankt.’

De originele en ongerestaureerde BMW 327 (1939) is al decennialang in bezit. ©Thomas Vanhaute

Ook Raouls Toyota Crown (1987) is present. ‘Zo kocht hij tweejaarlijks een nieuwe, waardoor hij telkens de verbeteringen zag’, aldus Geert. ‘Dit was de voorganger van de Lexus, het luxemerk van Toyota - de opdracht was: bouw de beste auto ter wereld. Ook die LS 400 (1989) hebben we nog.’

Als er zich opportuniteiten voordoen, kopen ze nog wel iets. De Belgische Pipe (1912) kwam er drie jaar geleden bij. Ander vaderlands erfgoed is de Imperia TA-9 (1937), de Minerva Type F (1930) en een Minerva-terreinwagen (1951) van wijlen prins Karel. Of een nagenoeg volledig gedocumenteerde Excelsior D4 die in 1911 op de Motor Show in Londen stond, in de jaren 50 in Australië werd teruggevonden met een boom erdoorheen gegroeid en weer in België verzeilde.

En een Saroléa (1929), naast een twintigtal andere motorfietsen. Van een Werner (1906) tot een Rokon (1960) met voor- en achterwielaandrijving, een zeldzame Suzuki RE5 (1974) met wankelmotor en een Moto Guzzi Mulo Meccanico (1960). ‘De mechanische muilezel die voor het Italiaanse leger in de bergen de echte muilezel moest vervangen’, lacht Geert.

Er is een Mercedes 260 Stuttgart (1931), een Austin Seven Sport (1932), een Rolls-Royce Sports Saloon (1934) met een carrosserie van Rippon Bros - een Engelse koetsenbouwer die teruggaat tot de 16de eeuw - en een originele, ongerestaureerde BMW 327 (1939).

Een Chevrolet Corvette (1963). ©Thomas Vanhaute

Voorts unieke stukken, zoals de Hotchkiss Type 2050 (1953), door koetswerkbouwer Letourneur & Marchand ontworpen als eerste omroepwagen voor de Tour de France. Een Porsche 356 1600 Super (1956), Triumph Roadster 1800 (1948), Mercedes 600 Pullman (1965), Alpine A110 (1974) en Lancia Beta Monte Carlo (1978). En de Mercedes 450 SEL (1973) van voormalig burgemeester van Brugge en minister van staat Frank Van Acker, mét nummerplaat A44. Of de Range Rover waarmee Guy Moerenhout en François Bertin in 1987 deelnamen aan Parijs-Dakar.

‘De tractor van Massey Ferguson kocht mijn grootvader begin jaren 50’, vertelt Geert. ‘Toen hij er voor het eerst mee ploegde, werd hij gek verklaard: de mensen dachten dat de tarwe niet meer zou groeien.’

Het gros van de auto’s is in rijdende staat. Vijftien wagens staan op nummerplaat. ‘Al op mijn twaalfde driftte ik hier op de parking met de Toyota Corolla van mijn grootmoeder’, lacht Michael. ‘Op de weg leerden mijn broer en ik rijden in de Triumph TR6 (1975). Maar dat is een moderne auto. In een echte prewar voel je elk putje en bultje. Je moet de ontsteking regelen en de hele tijd naar de auto luisteren en problemen oplossen. Dat is het echte rijden.’

Geert Bossaert (56)
Zaakvoerder van Shoppingcenter Bossaert.
Daily:
Volvo V90 (2018).
Eerste:
Toyota Celica (1982). ‘Twaalf jaar mee gereden, en ik heb hem nog steeds.’
Beste:
Rally NCP (1931) en de Delage DI (1927).
Droom:
‘Een stoomwagen of elektrische auto van een eeuw oud. Maar als je ze zoekt, kan je je verbranden. Ze toevallig tegenkomen: dat is de kunst.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie