sabato

'Het ontbrekende stuk van mijn oldtimer stond in de living van een Fransman'

©Thomas Vanhaute

Een verhaal over de onmogelijke zoektocht naar een compressor, waarvoor geen enkele horde te hoog is.

Alfons Vervloet heeft een adembenemende autocollectie. De hoofdrol in die verzameling speelt het illustere Franse merk Delage. Maar in 2015 kocht hij op een veiling van Artcurial in Parijs ook een Tracta Grégoire Sport (1958). 'Een echt kunstwerk', aldus Vervloet.

Wie? Alfons Vervloet (74).

Wat? Vond die ene, onvindbare compressor terug die vijftig jaar eerder van zijn Tracta Grégoire Sport (1958) werd gehaald.

Opmerkelijk? Een Tracta Grégoire Sport kostte indertijd 3,6 miljoen Franse franc, bijna het dubbele van een Mercedes-Benz 300 SL.

Van de Tracta Grégoire Sport werden in het befaamde atelier van Henri Chapron vijf 'décapotables' en één coupé gebouwd. 'Die laatste behoorde toe aan de Franse schrijfster en regisseuse Françoise Sagan', zegt Vervloet. 'In 1958 kostte de auto 3,6 miljoen Franse franc, bijna het dubbele van een Mercedes-Benz 300 SL. Jean Albert Grégoire is er ook mee naar Henry Ford in Detroit getrokken, met als doel een Ford-Grégoire in productie te brengen, maar dat liep met een sisser af.

Eén auto bleef daar wel achter. Er is ook nog een rood exemplaar in het museum Cité de l'Automobile in Mulhouse. En de mijne. Dat zijn de drie resterende die ik ken.'

Vervloet koestert een mateloze bewondering voor Grégoire. 'Hij was een eminente Franse ingenieur', vertelt hij. 'Samen met Pierre Fenaille had hij in 1927 de voorwielaandrijving ontwikkeld. Grégoire verkocht die uitvinding aan Citroën, dat er zijn revolutionaire Traction Avant mee bouwde. Met Pierre Quoirez ontwikkelde hij in de jaren 30 ook een elektrische auto. Maar nog het meest liep hij in de kijker met zijn totale, in één stuk gegoten aluminiumstructuur voor een auto: één frame van aan de voorruit tot de achterwielen, waardoor geen chassisbalken nodig waren.

De Tracta Grégoire Sport is volgens dat principe gebouwd. De auto kreeg bovendien een ingenieus motorcompartiment met een horizontale 2.2 liter-viercilindermotor in aluminium en horizontale veren, waardoor hij zeer laag gebouwd kon worden. En voor meer vermogen monteerde Grégoire een zogenaamde Constantin-compressor.'

Wanhoopsdaad

'Ik had er al zestig jaar over gelezen, maar er nooit een te koop gezien', aldus Vervloet. 'Mijn auto werd nieuw gekocht door ene meneer Lorton en kwam in 1964 terecht bij Jacques Legrand, waar hij ongeveer vijftig jaar in de familie bleef. Hij was in goede staat toen ik hem kocht. Máár: ontdaan van zijn compressor - 'dépourvu de son compresseur' in de woorden van de veilingmeester. Die was in 1968 verwijderd omdat de auto in Parijs moeilijk te beheersen was.

©Thomas Vanhaute

Zo'n 'blower' verschilt van een turbo doordat hij al in vrijloop draait en de motor van in de laagste toeren extra voedt. Het was een auto om mee op de grote banen te rijden, niet voor de stad. Door de compressor te verwijderen reed hij normaal.'

'Ik was blij met de auto, maar tegelijk ongelukkig. Die ontbrekende compressor: dat was erg. Het was net de eigenheid van die motor.' Vervloet zocht en vond wel enkele gelijkaardige compressoren, maar nooit dezelfde. Dat was ook onbegonnen werk, gezien de productie van slechts zes stuks in 1958.

Toch lanceerde hij online een oproep. 'Bijna een wanhoopsdaad', zegt hij. 'En één keer in je leven gebeurt er een wonder. Het is een beetje zoals bij de grootvader van mijn moeder: een boer die rond zijn dertigste zijn trouwring verloor terwijl hij op het land werkte, en hem na zijn tachtigste terugvond, nadat hij dat land ruim vijftig keer had omgeploegd.'

Buffetkast

Thuis kon ik het oude systeem zo weer op de choke en het gaspedaal van mijn auto aansluiten. Een sacraal moment.

Dit keer waren het de hedendaagse communicatiemiddelen die het wonder mogelijk maakten. 'Thijs Verhage, medeoprichter van de oldtimergarage Rock 'n Roll Classics in Brugge, reageerde op mijn oproep. Hij beweerde dat hij 'mijn' compressor wist staan: bij een zekere 'monsieur Morel' in Frankrijk, een ex-mecanicien die nog voor Grégoire had gewerkt.

We contacteerden de man. "Ah ja, die compressor staat in mijn living", liet hij doodleuk weten. Hij bleek degene die de motor van mijn auto exact vijftig jaar eerder had aangepast.'

'Op zijn buffetkast stond effectief die compressor, compleet opgeblonken. Hij vroeg er veel te veel geld voor, ja', zegt Vervloet. 'Maar wat is veel? Dat ene stuk móést ik hebben. Thuis kon ik het oude systeem zo weer op de choke en het gaspedaal van mijn auto aansluiten. Een sacraal moment.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie