sabato

'Ik heb zopas voor de vierde keer deelgenomen aan de Mille Miglia'

Pure schoonheid: de Lancia Aurelia Spider America (1955). ©Thomas Vanhaute

Dit weekend nam Dorine Ghyselinck voor de vierde keer deel aan de Mille Miglia, de legendarische rally tussen Brescia en Rome. Haar wondermooie Fiat 1100 Zagato (1952) met Abarth-motor heeft ze er destijds speciaal voor gekocht.

Dit artikel verscheen afgelopen weekend in Sabato, het weekendmagazine van De Tijd.

De Aston Martin DB5 convertible (1965). ©Thomas Vanhaute

'Om zeker te zijn dat je wordt toegelaten, heb je een auto nodig die deelnam aan de oorspronkelijke Mille Miglia', vertelt ze. 'Dit exemplaar was erbij in 1954. Toen was het een zuivere snelheidswedstrijd. In 1957 hield die op te bestaan. Maar in 1982 werd hij nieuw leven ingeblazen, als regelmatigheidsrally.'

'Duizend mijl in drieënhalve dag is afzien voor mens en wagen. We vertrekken op woensdagnamiddag om 16 uur, en rijden tot 's avonds laat. Dan blijven we níét in de bar hangen, maar gaan we meteen slapen, want tussen 7 en 8 uur de volgende morgen vertrekken we alweer voor een rit van 15 uur. Ook tijd verliezen door uitgebreid te lunchen is er niet bij. Een snelle hap in de auto moet volstaan.'

'De Fiat heeft nul luxe. Het is werken aan het stuur. Zijn top bedraagt 115 km/h. Op lange rechte stukken kan ik de auto's met zware motoren dus niet volgen. Maar in de bergen wel. Net dat geeft de kick. De ervaring en sfeer zijn onovertroffen. De Mille Miglia is een rijdend automuseum. En de Italianen langs de weg zijn extreem enthousiast. Toen ik voor het eerst deelnam met een vriendin dacht ik dat ze voor ons applaudisseerden, maar het bleek voor de Zagato. Op 450 teams waren er toen 14 vrouwelijke. Nu rij ik voor de tweede keer met mijn zoon. Hij is 26 en heeft de microbe ook te pakken. Er is nog wat discussie, maar dit keer laat ik hem wellicht even het stuur overnemen.'

De Fiat 1100 Zagato (1952) voor de Mille Miglia. ©Thomas Vanhaute

Wanneer haar Aston Martin DB5 convertible (1965) na zeven maanden stilstand meteen start, is ze in de wolken. 'Mijn vader zou ook content zijn. Deze kocht hij zowat 25 jaar geleden. Het was de auto van ons tweetjes.'

'Ik ben echt opgegroeid tussen auto's. Vader had een dertigtal mooie klassiekers - Austin-Healey, MGA, MGB, Mercedes 230 SL Pagode... Hij leerde me rijden en nam me mee als copiloot naar rally's. Zo kreeg ik het virus te pakken. Toen hij dementeerde, draaiden de rollen om: ik werd de piloot, hij de copiloot. Na een tijdje mocht hij niet meer rijden. En de auto's alleen maar zien staan, dat was afzien voor hem. In een vlaag van zinsverbijstering heeft hij toen bijna alles verkocht. Maar de DB5 was voor mij. Achteraf was hij blij dat die auto was gebleven. Hij deed hem nog steeds glimlachen.'

Dorine Ghyselinck (55) 
Directeur West-Vlaanderen bij Merit Capital.
Eerste: Opel Kadett.
Favoriet: 'De Lancia Aurelia zie ik het liefst, maar met de Aston Martin DB5 ben ik compleet vergroeid.'
Met spijt verkocht: Mercedes 300 CE Cabriolet.
Droom: 'Een Fiat 8V is prachtig, maar ik ben content.'

'Ook de Bentley 3 1/2 Litre Drophead Coupé met een koetswerk van James Young (1935) kón hij niet verkopen. Die was voor mijn dochter. Toen ze amper kon lopen, maakten ze er al samen uitstapjes mee. Hij staat op de kaartjes van haar geboorte, eerste en plechtige communie. En ze wil er ook in trouwen. Nu rijdt mijn zoon er één keer per jaar mee. Mij lukt het niet. Je hebt veel power nodig en de versnellingen aan het stuur zijn vrij complex.'

'Een tiental jaar geleden herbegon ik met de opbouw van een collectie. De Lancia Aurelia Spider America (1955) was toen niet zo gewild als nu. Maar ik vond hem bloedmooi. Een coup de foudre. Die vorm is echt kunst, vind ik. Jaarlijks rij ik er één grote rally mee, plus een paar eendaagse events, zoals rondritten met serviceclubs.'

We dalen af naar een tweede, ondergrondse garage. 'Toen dit huis werd gebouwd, keek vader erop toe dat er genoeg plaats zou zijn voor auto's', lacht Ghyselinck. 'Met de Porsche 356 C (1964) rijdt mijn dochter graag - en erg goed. Samen gaan we soms op familieuitstap. Met de 911 (1965) reden mijn zoon en ik de ING Ardennes Roads. De 911 Speedster (1989) en de BMW Z8 (2001) waren liefde op het eerste gezicht. Dat moet zo. Met die laatste doe ik al eens boodschappen. Met de klassiekers gebeurt dat nooit.'

'Er komt geregeld een mechanicus, die ze onderhoudt. Ikzelf ken niks van mechaniek. En ik zie ze niet als investeringen, neen. Ik koop ze zuiver op gevoel. Maar ik wil ook niet bedrogen worden en schakel altijd specialisten in. Vaak loop ik er hier gewoon naar te kijken. Ik word daar gelukkig van. En als mijn vader ze hier nu zou zien staan, zou hij ook dolblij zijn.'

De Bentley 3 1/2 Litre Drophead Coupé (1935) van vader. ©Thomas Vanhaute

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content