sabato

'Mijn vader had ooit meer dan zestig Porsches'

Pascal Pauwels bij een prachtige Porsche 356 Speedster (1954). ©Thomas Vanhaute

Een tocht langs garages in België. Deze week: de nalatenschap van Walter Pauwels, een van de grootste Porsche-verzamelaars van ons land.

Op 8 juni was het exact zeventig jaar geleden dat Porsche in het Oostenrijkse Gmünd zijn eerste serieauto bouwde. Het hele jaar wordt dat gevierd. En op die evenementen zullen ook auto's staan van Walter Pauwels, die in 2012 overleed. 'Mijn vader begon te verzamelen in 1971, toen een 356 vijftien jaar oud was en weinig waard', vertelt Pascal Pauwels. 'Hij hield ook van Jaguar, maar bleef toch bij Porsche. Op een bepaald moment had hij er meer dan zestig. Van die collectie blijft zowat de helft over. Deze 356 Split-Window Coupé (1950) kennen alle liefhebbers in ons land. We hebben hem al meer dan dertig jaar. En de 356 'Knickscheibe' Cabriolet (1954) ruim veertig. Ik weet van wie mijn vader hem kocht: dat is plezant. Pas daarna kwam de 356 A, met het gebogen venster.' 

De 356 'Knickscheibe' Cabriolet (1954), daarachter de originele 911 RS 2.7 (1973) ©Thomas Vanhaute

In de 356 Speedster (1954) nam Pauwels in 2011 deel aan de Mille Miglia, met Guy Verhofstadt als copiloot. 'De Speedster werd ontwikkeld voor de Amerikaanse markt, als een goedkopere variant van de cabriolet - zonder zijruiten en met amper verwarming. Ironisch genoeg is het nu een van de duurdere. Met deze auto bezoekt mijn moeder nog elk jaar 356-meetings, samen met een vriendin. Ook zij was altijd actief in de Porsche Classic Club, waarvan ik in 2005 het voorzitterschap overnam van mijn vader. In de grijze 356 Speedster (1956) wonnen mijn broer en ik de Copenhagen Historic Grand Prix, in de gietende regen - daar hou ik van. Dat is een stratenrace midden in de stad. Ook aan Le Mans Classic namen we deel in die auto. Om te koersen is het mijn favoriet: zeer spartaans, bakken fun. Maar de voorbije vijf jaar heb ik niet meer geracet.'

Pascal Pauwels (51)
Medezaakvoerder feestzalen
Hof Van Reyen in Boechout.
Eerste: Porsche 356 Cabriolet (1964).
Daily: Land Rover Discovery (2009) en Porsche Cayenne E-Hybrid (2018).
Met spijt verkocht: Porsche 550 Spyder. 'Voor dik 500.000 euro in 2004, nu het tienvoudige waard.'

Dat hij in diezelfde jaren financieel geen slechte zaak deed, is een understatement. 'Het is gezellig als de waarde van je auto's stijgt, maar het mocht ook minder zijn. Het heeft meer na- dan voordelen. Op den duur draait het alleen nog om geld. En kom er maar eens mee buiten. De donkerblauwe 356 C Cabriolet (1964) kreeg ik toen ik 18 werd, waarna ik hem zelf restaureerde. Als ik ermee uitging, liet ik hem gewoon open achter. Later gebruikten mijn vrouw en ik hem jarenlang als tweede auto. Op den duur was het de clubhoer: leden kwamen hem halen als de hunne kapot was. Of hun vrienden. Of vrienden van vrienden. Die auto heeft heel Europa gezien. Soms wisten we niet meer waar hij was. Maar dat was geen punt, toen. Nu moet je er bijna naast blijven staan.'

Een 'recreatie' van de 911 RSR (1973 ©Thomas Vanhaute

Pauwels heeft ook een echte Carrera RS 2.7 (1973). Dat is voor velen de ultieme 911, die gretig wordt gekopieerd. 'Het is een straatversie die dicht aanleunt bij de racerij en op 1.580 exemplaren werd gebouwd. Zijn rijgedrag is fenomenaal, ook op circuit. Maar om echt te koersen gebruikte ikzelf ook een kopie.' Verderop staat de jongere 964 RS (1992): nieuw gekocht en 6.513 kilometer mee gereden. 'Ik moet hem nog binnenbrengen voor het eerste onderhoud', aldus Pauwels.

We lopen nog langs de 935 van het Amerikaanse familiale raceteam Vasek Polak, waarmee Jacky Ickx en Skeeter McKitterick eind jaren zeventig in de States reden.

De oorverdovende 935 waarmee Jacky Ickx eind jaren zeventig in de VS racete ©Thomas Vanhaute

In de loods staat ook een Bentley 4 ¼ Litre Park Ward Drophead Coupé (1937). 'Een ander universum', zegt hij. En een fabuleuze Ferrari 250 GTE (1962). 'Als vierzitter was dat destijds niet zo'n populaire Ferrari. Velen gebruikten hem om de GTO na te bouwen, waardoor er nu bijna geen GTE's meer zijn. Ik kocht hem 15 jaar geleden van iemand die hem aan het restaureren was, maar geen onderdelen vond. Nu is hij bijna volledig in orde. Ik rij ermee, jawel. Maar dat is hier het grootste probleem. Eén keer per maand rijden voorkomt veel problemen. Maar dat ligt moeilijk. Vroeger reden mijn vader en broer ook vaak. Nu sta ik er grotendeels alleen voor.'

'Drie exemplaren zouden toch wat weinig zijn', lacht hij. 'Maar het mogen er wat minder zijn, ja. Ze zien stilstaan doet pijn. Met enkele auto's heb ik geen verhaal. Die mogen misschien weg. Ik wil auto's waarmee ik in de sneeuw heb gereden, waarmee ik gekoerst heb, gewonnen heb.' Allemaal verdwijnen zullen ze nooit. Hij heeft drie dochters. 'En twee hebben al hun rijbewijs. Op dit moment vinden ze studeren, uitgaan en hun liefje interessanter, maar ze weten ook al veel over de auto's, hoor. En nu willen ze deelnemen aan onze zomerrally. Ook zij zijn ertussen grootgebracht.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content