sabato

'Alfa Romeo is geen microbe, maar een gevaarlijk virus'

Koen Elsen en zijn ex-garagist Willy Frederickx met hun gedeelde passie: Alfa Romeo.

Zelfverklaard 'Alfist' Koen Elsen keert terug naar de plaats waar hij door het autovirus besmet werd: een Alfa Romeo-agent in Scherpenheuvel, het archetype van de garage uit vervlogen tijden.

Koen Elsen (54) Zaakvoerder van Achilles Design. 

Eerste: Alfa Romeo Spider (1990). 
Daily: Audi Q7 e-tron (2018). 
Minst betrouwbare: Alfa Romeo 33 Sportwagon (1994). 
Met spijt verkocht: Alfa Romeo Brera 2.4 JTDM (2010). 
Droom: Alfa Romeo Giulia Sprint Speciale. ‘Nog niet gekocht, omdat ik niet kan beslissen welke kleur.’

Liever dan af te spreken in zijn eigen garage neemt Koen Elsen ons mee naar de plek waar hij het Alfavirus te pakken kreeg. ‘Ik ben op een paar honderd meter hiervandaan geboren en woon hier nog altijd’, vertelt hij. ‘Op deze plek kwamen mijn ouders tanken. En het stond hier altijd vol Alfa Romeo’s, ook racewagens. Later kwam ik zelf. Je werd toen nog bediend. En ik deed een babbeltje met Simone.’

‘Velen konden zelfs hun tankdop niet losdraaien’, lacht Willy Frederickx (76), voormalig Alfa Romeo-agent in Scherpenheuvel-Zichem. Zijn zoon Gerry (47) en kleindochter Giulia (14) zijn ook van de partij. Hij woont hier nog, maar is sinds 2002 niet meer commercieel actief. ‘In maart 1967 nam ik het tankstation over. Het gebouw was begin jaren 60 gebouwd in opdracht van Gulf. De toren diende alleen voor de verlichting, opdat het station van in de verte zichtbaar zou zijn.’

‘De Giulia Super, van mijn geboortejaar 1965, kwam er recent bij. Mijn dochter spreekt van een midlifecrisis.’
Koen Elsen
Autoverzamelaar

Hij toont foto’s uit de vroege jaren 70, met Gerry op de motorkap van een Alfa Romeo. ‘Omdat ik mijn kost moest verdienen, werkte ik ook wat aan Mercedessen’, lacht hij. ‘Mensen met een Mercedes waren klanten, Alfisten waren vrienden. Maar ik heb ook de Mercedes-rijders niet bedrogen, hoor.’

‘Mensen met een Mercedes waren klanten, Alfisten waren vrienden.'

‘Alfa Romeo is geen microbe, maar een virus - en een gevaarlijk’, zegt hij. ‘Ikzelf was besmet geraakt op Francorchamps, waar ik wat hielp tijdens de races. Zo werd ik agent. Mijn eerste was een 1750 Berlina. Die kostte in 1970 185.000 frank.’

Hij toont een foto. ‘Rosso Amaranto en zwart skai. Een lederen interieur werd gekoppeld aan metaalglanslak. Die optie kostte 85.000 frank, of dik 2000 euro. Een kever kostte 63.000 frank. Een slager uit de buurt kocht in die dagen een Porsche voor 200.000 frank, reed er 15 jaar mee en kreeg zijn geld terug. Mijn Alfa was klaar voor het stort.’ (lacht)

De Alfa Romeo Giulia Super (1965) in de kleur Acqua di Fonte.

Alfa Romeo Spider

Hier kocht Koen Elsen in 1990 een gloednieuwe Alfa Romeo Spider. En hij heeft hem nog steeds. ‘Het was mijn eerste auto. Gepassioneerd als ik was door Italië ging ik na mijn studies meteen in Milaan werken. Toen ik terugkeerde en hier als freelanceontwerper aan de slag ging, kocht ik hem. Later ben ik erin getrouwd. En ik reed er ook mee naar het huwelijk van een vriend in Verona - door de sneeuw. Er staat 129.000 kilometer op de teller. Hij is origineel, behalve het Momo-stuurtje. Dat zit er vanaf dag één op: het originele stuur was te groot voor mijn lengte.’

De Giulia Sprint GT (1964) in Azzurro Spazio.

‘Binnenkort gaan we Columbusgewijs op reis’, lacht hij. ‘In twee dagen van Scherpenheuvel-Zichem naar Oostende, zonder snelweg en met de kaart.’ Hij wijst naar zijn twee snoepjes. ‘De Giulia Sprint GT (1964) in de kleur Azzurro Spazio kocht ik vorig jaar. Hij is van het geboortejaar van mijn vrouw. De auto werd ontworpen door Giorgetto Giugiaro, die al op zijn 17de voor het Fiat Special Vehicles Styling Center werkte.'

Giulia Super

Rijplezier verzekerd aan het stuur van de Giulia Super (1965).

'De Giulia Super in Acqua di Fonte - fonteinwater - is van mijn geboortejaar 1965 en kwam er recent bij. Mijn dochter spreekt van een midlifecrisis. Ze compenseren de Alfa Brera wat. Die auto mis ik enorm. Erna is de echte Alfa-spirit verdwenen en schakelde ik voor mijn dagelijkse auto’s over op Volvo en Audi. Maar de roep is gebleven. De twee oudjes zijn wat men in Italië ‘lucidata’ noemt. Opgefleurd. Dat is iets anders dan ‘restaurata’. Goed onder handen genomen, maar met maximaal behoud van de originaliteit. De lak werd zowat tien jaar geleden vernieuwd.’

De Alfa Romeo Giulia Super (1965) in de kleur Acqua di Fonte.

‘Op beurzen zie je vaak geschminkte lijken: auto’s waarvan de slechte staat gecamoufleerd is’, zegt Willy. Vader en zoon Frederickx bewaarden een reeks Alfa’s die ze nieuw kochten en waarvan ze geen afscheid konden nemen. En ook zij hebben een Giulia Super (1965).

De Giulia Super (1965)

‘Correctie’, zegt Gerry. ‘Die is van Giulia. Een jaar na haar geboorte in 2006 kochten we hem in Napels, waarna we er in twee dagen mee naar huis kwamen. Deze auto is bijna letterlijk onaangeroerd. Aan de binnenzijde van de deuren zit nog de beschermfolie van toen de auto nieuw werd geleverd. De zetelfolie zat vol gaten: die hebben we verwijderd.’

Deze Giulia Super (1965) is van Giulia Frederickx (14).

Het meisje kijkt haar auto liefdevol aan. Neen, ermee gereden heeft ze vooralsnog niet. ‘Gerry en ik deden dat op die leeftijd wel al’, lacht Koen. ‘Mensen noemen de Giulia Super een sinaasappelkist, maar doordat Alfa Romeo pionierde met de windtunnel, zitten in de koetswerkvormen veel aerodynamische elementen verwerkt’, zegt Gerry nog. ‘In werkelijkheid is hij gestroomlijnder dan een Porsche.’

De recente evolutie van het merk doet hun zeer. ‘In de luxeklasse met hybride aandrijving kan je er niet meer terecht. Met de elektrische auto staan ze nergens. Je bent dus bijna verplicht om een lelijke auto te kopen.’ (lacht)

Lees verder

Advertentie
Advertentie