sabato

'Auto's als investering, dat vind ik zo'n onzin'

Een mancave om van te dromen. ©Thomas Vanhaute

Een tocht langs garages in België. Deze week: Italiaanse complexiteit en Amerikaanse eenvoud bij Jean de Barsy.

Als Jean de Barsy de V4-motor van zijn Lancia Appia (1963) laat zoemen, ontsteekt hij in lyriek. ‘Die werd echt ontworpen met esthetiek op het voorplan, net zoals de hele auto’, zegt hij.

De Lancia Appia van de derde serie (1963) ziet er eenvoudig uit, maar is dat allerminst. ©Thomas Vanhaute

‘Op het eerste gezicht lijkt het een autootje van niks, maar ik kan er uren naar staren. Vergelijk het met een handtas van Chinese makelij en een exemplaar van Hermès. Kijk eens van dichtbij. Hoe de merknaam in de collector staat gedrukt. Hoe fijn de uitsparingen in het koetswerk zijn. De sierlijsten, het radiatorrooster en de bumper zijn van gepolijst inox. Zelfs het asbakje is peperduur. Geen wonder dat Lancia bankroet ging.’

Een auto met een ziel, dus. En ook de ziel van zijn grootmoeder is present. De nummerplaat B. 3368 was de hare. ‘Op mijn dagelijkse BMW zit B. 9041, ook een familiale plaat. Maar toen ik mijn vorige auto verkocht, was ik verplicht om die oude plaat in te leveren. Om de combinatie te behouden, moest ik een gepersonaliseerde plaat kopen. Ook aan platen ben ik gehecht, ja. Ze plaatsen me in de tijd van mijn grootouders.’

De Lancia Fulvia Rallye 1.3S (1969): een auto die je moet aanvoelen. ©Thomas Vanhaute

‘De Fulvia Rallye 1.3S (1969) was de laatste uitvoering vóór Lancia overgenomen werd door Fiat en alles veranderde. Deze heeft nog aluminium deuren en een houten dashboard.’ Hij toont een foto van zichzelf als zevenjarige bij de auto.

De Fulvia werd vijftig jaar geleden nieuw aangekocht door vader De Barsy. ©Thomas Vanhaute

‘Exact vijftig jaar geleden kocht mijn vader hem nieuw. Na enkele jaren was hij roest, maar mijn vader was eraan gehecht geraakt en omstreeks 1975 werd hij al gerestaureerd. De motor werd onlangs gereviseerd. Voor mij is dat geen oude auto, wel een auto uit mijn jeugd. Ik rij er geregeld mee.

Toen was 100 pk heel wat, maar onder 4.500 toeren gebeurt er niks. Je moet de motor voorzichtig laten opwarmen en er aandachtig naar luisteren. Het is zo’n auto die je echt moet aanvoelen. Ook dat is die ziel. Deze auto kan ik blindelings uit elkaar halen en weer ineenzetten. Ik heb een vrouw, een dochter en een Fulvia.’

Jean de Barsy (53)
Manager bij Antverpia Packing. 

Daily: BMW 320d Touring (2011). 

Eerste: V Lancia Gamma Berlina. ‘Bij het parkeren moesten de wielen altijd recht staan, anders ontplofte de motor als je weer startte.’ 

Beste: BMW 520i (1996).

Droom: Lancia Aurelia B20 (zesde serie).

 

‘Lancia is al sinds mijn grootvader in de familie. We hebben zowat alle types gehad. Vroeger kwamen vrienden onderdelen gewoon halen. Nu lijkt alles wel goud. Ooit ruilden we een Aurelia B24 voor een Ferrari 328. Toen was dat een gouden zet. Zo’n Lancia was niets waard, die schroefden we uit elkaar. Nu betaal je er een miljoen euro voor. Ik zou het niet fijn vinden, in zo’n dure auto rijden.

Wij keken door het raampje tot waar de snelheidsmeter ging. Nu is de eerste vraag: hoe ligt dat in de markt? Auto’s als investering, dat vind ik zo’n onzin. Je moet er iets mee doen. Eraan werken. Het object vertegenwoordigt een hele wereld, waarvan het rijden maar een klein deeltje is. Een test, om te zien of alles gelukt is. Daarna zet ik ze opzij, om ernaar te kijken, erbij te zijn. Zoals een schilderij waar je in kan stappen.’

Met de REO Royale 8-35 Sedan (1932) rijdt hij niet. ‘Maar ik ga erin zitten, sluit mijn ogen en rij naar Frankrijk. Als je hem start, prikkelt zo’n auto al je zintuigen. Eind jaren 30 kocht mijn overgrootvader er zo een. Mijn grootouders gingen ermee op huwelijksreis - en hij ging mee. Tijdens de oorlog ging de motor op zolder, het koetswerk werd elders bewaard. Nadien hebben ze hem weer in elkaar gezet.

In 1955 werd hij naar het stort gebracht. Er waren geen onderdelen meer beschikbaar. Mijn vader vond later dit exemplaar als wrak in de VS, dat hij liet restaureren.’

REO Royale 8-35 Sedan (1932). ©Thomas Vanhaute

REO werd opgericht door Ransom Eli Olds nadat hij Oldsmobile had verlaten. De Barsy heeft ook een grasmaaier van het merk staan. ‘Italianen waren geniaal in simpele dingen moeilijk maken, Amerikanen waren briljant in simplificeren. Een Amerikaanse motor werd decennialang doorontwikkeld. Italiaanse ingenieurs zegden: deze week gaan we iets anders doen. Een remschijf van de Lancia vervangen neemt een weekend in beslag.’

Het interieur van de REO Royale 8-35 Sedan (1932): instappen, ogen toe en in gedachten lange reizen maken. ©Thomas Vanhaute

‘Ook mijn Willys CJ-2A (1947) is een geniaal toonbeeld van vereenvoudiging. Volgens het lastenboek moest de militaire versie drie maanden meegaan, maar ze bleken onverwoestbaar. Na de oorlog zat Europa er vol van. Boeren gebruikten ze op hun land.’

Zijn huis in Wallonië kocht hij speciaal voor het magazijn, dat hij schitterend inrichtte. Aan de muur hangt een ingekaderde cilinderkoppakking. Hij heeft ook honderden miniaturen.

‘Daaraan beleef ik bijna evenveel plezier. Deze Ford GT40 maakte mijn vader toen ik vijf was, voor sinterklaas. Daarmee begon het autovirus te woekeren. In die tijd kocht hij voor zichzelf een Lamborghini Miura. Ik herinner me als gisteren hoe we die auto ophaalden in Sant’Agata Bolognese, Italië. Toen we de fabriek verlieten, reden we in een put. Ophanging en voorruit kapot!’

Lees verder

Advertentie
Advertentie