Advertentie
sabato

Autodealer Filip Salens: 'Soms is de nummerplaat belangrijker dan de auto'

Maxim en Filip Salens bij de Jaguar XK140 OTS uit 1956, die zopas deelnam aan de Zoute Rally.

De oldtimercollectie van Filip en Maxim Salens kleeft aan elkaar van familiehistoriek. Hun meest gekoesterde? De ‘koninklijke’ Daimler DS420.

In 'The Art Of Collecting' vertelt journalist Bert Voet het verhaal achter de mooiste Belgische autocollecties.

Vorig weekend was Maxim Salens (33) tijdens de Zoute Rally samen met een vriend te spotten in een Jaguar XK140 OTS (1956). ‘Mijn vader liet het aan mij over’, zegt hij. ‘Al dat navigeren kan tot spanningen leiden met mijn vrouw’, lacht vader Filip. ‘Zelfs als we gewoon de ballade doen, loopt het al dikwijls mis. De nummerplaat 058CM verwijst trouwens naar haar geboortejaar – ik verpakte de auto als cadeau, daardoor mocht ik hem kopen.’

Autobiografie | Filip Salens, autodealer op rust

  • Daily: Range Rover V8 4.4 D en BMW K 1600 Grand America (2020)
  • Favoriete speeltje: Triumph Rocket 3R 2500 cc (2020)
  • Eerste: Citroën 2pk (1970). ‘Ik had er Jaguar-zetels in gemonteerd.’
  • Beste: Jaguar XKR-S (2011).
  • Slechtste: Rover SD2.
  • Met spijt verkocht: ‘Jaguar E-Type 2+2 V12 (1973), en twee kleine uitvoeringen met een motortje, die bij de Congolese president Mobutu terechtkwamen.’
  • Droom: Rolls-Royce Dawn.

Veertig jaar geleden begon vader Salens als Jaguar-dealer. ‘Op 15 december 1979 was ik aan de slag gegaan bij de importeur – mijn eerste baas was Paul Buysse. Eind 1982 kwam er in Brugge een concessie vrij van Austin, Triumph, Rover, British Leyland en Jaguar. We hadden een kleine garage buiten de stad en een showroom er middenin.’ Na 35 jaar in de Brugse contreien verhuisde het dealerschap naar Hooglede. In de oude garage kwam de privécollectie die Salens doorheen de decennia uitbouwde: ruim twintig auto’s en nog meer motorfietsen. Van zijn allereerste Yamaha 350 R5 (1972) over een Ducati Desmosedici (2008) tot twee Nortons 850 uit 1978 die zich nog steeds in houten kisten bevinden. ‘Het zijn oldskool caféracers die bij importeur Podevijn in Aalst waren blijven staan en zo’n tien jaar geleden werden geveild.’

De Jaguar F-Type Project 7 (2016) verwijst naar het aantal overwinningen op Le Mans.

We staan bij een zeldzame en bloedmooie, maar betaalbare Daimler XJC (1978). ‘Een originele, Belgische auto, van een dokter in Antwerpen. Delicate techniek? Als je hem kent niet. Zeker deze zescilinder niet. De twaalfcilinder afstellen was wel gecompliceerd.’ De Jaguar XJS 4.0 Celebration Convertible (1996) is een van de laatste en meest complete exemplaren. ‘Een mooie wandelaar’, noemt vader Salens hem.

Veel auto’s in de collectie hebben emotionele waarde, zoals zijn eerste 2pk. ‘Een gelijkaardige’, corrigeert hij. ‘Dit is er een van de allerlaatste productiedag in Portugal: 27 juli 1990. Zeven jaar geleden zijn we er in vier dagen mee naar hier gereden – mijn vrouw wist niet welke auto het zou zijn.’  We lopen langs een Mini Riley (1969): een Cooper met een koffertje, zeg maar, in de meest luxueuze uitvoering. ‘Zeker met viertrapsautomaat is hij zeldzaam. De Mini Moke (1989) is een terreinwagentje, initieel bedoeld om te droppen in oorlogsgebied – wat nooit is gebeurd.’

De Mini Riley (1969) is eigenlijk een Cooper met een koffertje, hier in de meest luxueuze uitvoering. ©Thomas Vanhaute

Van het uitlaatspuitstuk van een V12-motor liet hij een luchter maken. Een krukas werd de poot voor een gekortwiekte tafel van Bulo. In de ingerichte salon vlijen we ons neer in auto­zetels en doorbladeren boeken over Jaguar-stichter Sir William Lyons. De collectie kleeft aan elkaar van familiehistoriek. ‘De Daimler 4.2 Sovereign (1982) was onze eerste demowagen’, vertelt Filip. ‘Later werd het de auto van mijn vader zaliger. En de Daimler Six 4.0 V8 (1998) van mijn broer draagt nog zijn nummerplaat.’ Soms blijkt een plaat belangrijker dan de auto. ‘De MK II (1967) kan ik onmogelijk verkopen: dan moet ik de originele plaat FS 001 inleveren waarmee ik hem zelf heb ingeschreven – toen kreeg je dat nog gefikst als je iemand kende bij de DIV.’

‘Ik ben opgegroeid met die platen’, zegt Maxim. Hij opent het portier van de Daimler DS420 Limousine (1993), een model dat het Britse koningshuis nog steeds inzet voor staatsiebezoeken. ‘Dit is een van de laatste linksgestuurde exemplaren, met slechts 5000 kilometer op de teller en in prachtstaat. We rijden er alleen mee op huwelijken van vrienden.’ Hij toont het wollen tapijt. ‘Hij werd nog gebouwd in de oude Jaguar-fabriek in Coventry.’

De Daimler DS420 Limousine (1993) heeft slechts 5000 kilometer op de teller en is in prachtstaat. ©Thomas Vanhaute

‘De SP 250 ‘Dart’ (1963) was de laatste Daimler voor Jaguar het merk in 1960 overnam. In 1959 werd hij tot de ‘lelijkste auto van de New York Motor Show’ verkozen. Ook z’n hoge ontwikkelingskost deed het merk de das om. Maar de London Metropolitan Police gebruikte de auto wel om op snelheidsduivels te jagen.’

De Daimler SP 250 ‘Dart’ (1963) werd in 1959 tot ‘lelijkste auto van de New York Motor Show’ verkozen.

Daimler moest destijds de modelnaam aanpassen om heibel met het Chrysler-conglomeraat te vermijden. Ook de Dodge Dart (1963) is aanwezig. ‘Een geweldig cadeau van vader toen ik in Florida studeerde’, vertelt Maxim. ‘Hij had de auto van hieruit online gevonden in Maine en liet hem op een trailer afleveren aan mijn ‘dorm’. Je kunt er met zes in, plus vier lijken in de koffer.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie