De nieuwe BMW Art Car van ’s werelds duurste nog levende kunstenaar Jeff Koons

200 uur handschilderwerk met een vergrootglas, gehandtekend en met een knipoog naar Wonder Woman. De 20ste ‘Art Car’-verjaardagseditie is van de hand van niemand minder dan Jeff Koons, de duurste nog levende kunstenaar ter wereld. En voor het eerst zijn er maar liefst 99 exemplaren te koop.

‘Of ik zelf ook een autocollectie heb? Neen, ik gebruik mijn wagens alleen maar voor mijn grote gezin met acht kinderen’, zegt Jeff Koons. ‘Die vinden dat het tijd wordt dat ik een sportwagen aanschaf. Maar zelf weet ik het niet: het is wat... showy.’  We lopen met de Amerikaanse kunstenaar rond op het Concorso d’Eleganza Villa d’Este aan het Comomeer in Italië, waar naar jaarlijkse gewoonte vijftig van de mooiste auto’s ter wereld staan. Terwijl hun eigenaars in de tuinen van de villa bij de jury en het publiek naar awards hengelen, is Jeff Koons zopas toegekomen per helikopter vanuit Firenze. Daar opende hij in het Palazzo Strozzi zijn tentoonstelling ‘Shine’, en nam terloops de award ‘Renaissance Man of the Year’ in ontvangst.

©Enes Kucevic
Advertentie
Advertentie

Koons (67) werd bekend met sculpturen van ‘opblaasbare’ konijnen en bloemen en bespeelt graag de grens tussen kunst en kitsch. In mei 2019 werd zijn sculptuur ‘Rabbit’ in New York voor 91 miljoen dollar geveild (zo’n 80 miljoen euro), het duurste werk van een nog levende kunstenaar.

Primeur voor Calder

De kunstenaar ontwikkelde zopas zijn tweede ‘Art Car’ voor BMW, de M850i xDrive Gran Coupé. Het is de twintigste Art Car sinds de eerste in 1975 op de wereld werd losgelaten. Anders dan je zou denken, kwam het idee destijds niet van marketinglui. De Franse racer en kunstminnaar Hervé Poulain bedacht het plan en benaderde Jochen Neerpasch, ook autocoureur en toen directeur van BMW Motorsport. Samen zetten ze de invloedrijke Amerikaanse beeldhouwer Alexander Calder aan het werk.

Advertentie
Advertentie

De tot kunstwerk verheven BMW 3.0 CSL trad – bij wijze van gimmick – aan op de 24 uur van Le Mans. Behalve Hervé Poulain zaten ook Jean Guichet en Sam Posey aan het stuur van de bolide, waarvan de neus, de vleugels en het dak dynamisch gevormde kleurvlakken hadden in helder rood, wit, geel en blauw. De auto viel na zeven uur uit met mechanische problemen. Daarna werd de Art Car wereldwijd tentoongesteld, onder meer op de grote retrospectieve expo van Calder in het Whitney Museum of American Art.

Koons koos de Gran Coupé voor de kracht en de sensatie van die bmw. ‘Maar ik wilde dat de persoon achter het stuur de kracht deelt met degenen ernaast en op de achterbank.’
©Enes Kucevic

‘Alexander Calder was net als ik van Pennsylvania’, vertelt Koons. ‘Zijn grootvader maakte een meer dan tien meter hoge bronzen sculptuur van William Penn, de stichter van de staat. Mijn tante Irma nam me als kind mee naar het stadhuis, waar dat beeld op het dak staat. Daarboven, bij de over de stad uitkijkende Penn, voel je connectie met de geschiedenis: de Liberty Bell hangt er, een van de bekendste symbolen van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en van vrijheid tout court, en ook de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring werd er ondertekend. De naam van de stad Philadelphia komt trouwens van het woord filantropie. Voor mij is die ervaring de kern van hoe ik betekenis vind in deze wereld. Als kunstenaar ben ik niet geïsoleerd, sta ik niet alleen, loop ik niet verloren in een fetisjisme in mezelf.’

©Enes Kucevic

Uitdagen

In de jaren na 1975 kwamen er Art Cars van Frank Stella (ook een 3.0 CSL), Roy Lichtenstein (een 320i Turbo Group 5) en Andy Warhol (een M1 Group 4). Anders dan zijn collega’s beschilderde die laatste het koetswerk eigenhandig met zes kilogram verf. Het duurde 28 minuten. Die  ‘ingreep’ maakt het vehikel wellicht een van de waardevolste auto’s ter wereld.

BMW M1 Art Car von Andy Warhol, 1979

Later kwamen onder meer David Hockney (een 850 CSi, in 1995) en John Baldessari (een M6 GTLM, in 2016) aan de beurt.

Veel van de Art Cars waren bedoeld om mee te racen, bijvoorbeeld tijdens de 24 uur van Le Mans. Maar niet allemaal: ook productiewagens zoals de BMW 535i, 730i en Z1 werden door kunstenaars onder handen genomen. ‘Mensen denken dat een kunstenaar die samenwerkt met de industrie eindeloos compromissen moet sluiten’, zegt Koons. ‘Ik heb het tegendeel ervaren. We dagen elkaar uit. Zo is BMW geïnteresseerd in bijvoorbeeld de technieken voor polychromie die ik gebruik bij mijn sculpturen in roestvrij staal.’

‘Door het dolle heen’

De Art Cars worden samen erkend als een echte kunstcollectie. Hun thuis is het BMW Museum in het hoofdkwartier in München, maar ze stonden ook al in het Louvre, de musea voor moderne kunst van Shanghai en Los Angeles, of het Guggenheim in Bilbao. De M3 GT2 Art Car van Koons uit 2010 ging net als Lichtensteins exemplaar uit 1977 in première in het Centre Pompidou.

Dat Koons vragende partij was om er een te maken zegt veel over het prestige van het project. ‘Toen ik in 2008 een tentoonstelling opende in de Neue Nationalgalerie in Berlijn, sprak ik met Thomas Girst, die bij BMW het ‘Cultural Engagement’-programma leidt en dus ook het project rond de Art Cars’, vertelt hij. ‘Ik zei hem dat ik altijd al een Art Car had willen maken. Ik hou van alle Art Cars en was ook getroffen door hoe BMW met artiesten werkt. Ik wilde deel zijn van die groep. Toen later de vraag kwam om er effectief een te ontwerpen, was ik door het dolle heen.’

In zijn eerste Art Car stelde Koons energie centraal. ‘Ik keek naar allerlei energievormen: nucleaire energie, kosmische energie, explosies... Op den duur werkte ik met bewogen en geblurde beelden van kerstlichtjes. Die bevatten precies het soort energie dat ik in de auto wilde leggen.’ Het was de terugkeer van de popart in de collectie. En het werd een wagen die uitschreeuwt dat hij snel is. Ook als hij stilstaat. De strepen in heldere kleuren lijken wel over de bolide te vliegen. Op Le Mans was hij een crowdpleaser.

Met handtekening

Nu mocht Koons zich dus een tweede keer uitleven op een BMW. De M850i xDrive Gran Coupé kreeg elf kleuren, van blauw over zilver en geel tot zwart. De exploderende kleurlijnen refereren aan zijn auto uit 2010. In het design vinden we popartelementen en geometrische patronen terug. De auto suggereert beweging, kracht, explosiviteit. Energie, dus. ‘Mijn plezier is: samen met anderen in de auto zitten – met mijn vrouw Justine en de kinderen, of met vrienden’, zegt Koons. ‘Daar dient zo’n Gran Coupé voor. Tegelijk is er de kracht en de sensatie van die machine. Maar ik wilde het democratisch. Ik wilde dat de persoon achter het stuur de kracht deelt met degenen ernaast en op de achterbank. Dat deed ik met de grote ‘power swoosh’ op de zijkant.’

©Enes Kucevic

Opvallend voor een Art Car is dat Koons ook het interieur mocht aanpakken. Behalve de gegraveerde handtekening van de meester vallen vooral de lederen zetels in dieprood met blauwe schaduwen op. Ze verwijzen naar striphelden zoals Wonder Woman, Superman en Spider-Man, maar natuurlijk ook naar BMW Motorsport, de performanceafdeling van het merk. ‘Ik wilde ook dat er iets speciaals door je aderen vloeit als je in de auto zit’, lacht Koons. ‘Geen normaal bloed, maar supercharged bloed.’

99 exemplaren

Het grote verschil met de vorige – unieke – Art Cars is dat er nu 99 exemplaren worden gebouwd. Wekelijks worden er twee met de hand geschilderd. Dat duurt meer dan 200 uur en wordt met een vergrootglas uitgevoerd door gespecialiseerde vaklui in de BMW-fabrieken van Dingolfing en Landshut. Tijdens de pandemie vloog Koons meermaals van New York naar Duitsland om er dagenlang te werken met de designers en ingenieurs. ‘Als hij naar de fabriek komt en met die mensen praat, slaagt Jeff erin om hen echt in het project te trekken’, zegt Van Hooydonk. ‘Ze zijn allemaal supertrots op de auto.’

©Enes Kucevic

Vorige week beleefde de wagen zijn wereldpremière,  gisteren volgde de Europese lancering. De komende weken is hij te zien op Rockefeller Plaza in New York. Op 4 april wordt er een geveild bij Christie’s in New York. De opbrengst gaat naar het International Centre for Missing and Exploited Children, waarmee Koons al twintig jaar samenwerkt. Vervolgens is de auto te zien op verschillende kunstbeurzen in Europa, het Midden-Oosten en Azië, onder meer Contemporary Istanbul, Art Dubai en Art Basel in Hongkong. Maar ook op The Goodwood Festival of Speed in Engeland. Voor België en Luxemburg zijn er twee exemplaren gereserveerd.

Dolfijnen

Koons’ vroegste herinneringen aan auto’s voeren hem terug naar gezinsuitstapjes aan de Oostkust van de VS. ‘Ik groeide op in een middenklassegezin in York, Pennsylvania, en herinner me spannende trips met mijn ouders naar New Jersey of Maryland’, vertelt hij. ‘Onze vakanties speelden zich vaak af in Florida. Onze gezinswagens associeer ik met nieuwe ervaringen, zoals dolfijnen zien springen. Mijn vader had stationwagons en een ‘panel truck’ voor zijn activiteit als interieurinrichter. ‘Henry J. Koons’, stond er op de zijkant. Toen we meer middelen hadden, reed mijn moeder met plezier in een Cadillac Convertible.’

Dat Koons zelf een grote kunstverzameling heeft, is bekend. Of hij ook een autocollectie bezit? ‘Neen, al hou ik wel van de futuristen en hun ‘beauty of speed’, waarmee auto’s vanaf 1909 in de beeldende kunsten verzeilden.’ Hijzelf neemt dus niet deel aan concours d’élégances. ‘Hopelijk over vijftig jaar, als een zeer oude man’, lacht hij. ‘Ik kan niet trotser zijn dan wanneer ik gezien word in de auto die ik zelf heb gecreëerd.’

De auto’s die hij ziet op Villa d’Este beschouwt hij ook als kunstwerken. ‘Het zijn ongelooflijke objecten. Ze zijn sculpturaal in hun vormen. En er is hun design, mechaniek, performantie. Ze beantwoorden bovendien aan de noden van mensen.’

Wow-effect

In zijn eigen Art Car ziet hij een diepere betekenis van vitaliteit. ‘Een soort connectie met de wereld’, klinkt het. ‘Is hij showy? Absoluut! Er is een wow-effect. Daar is een reden voor: hij toont zijn uitgestrekte pauwenveren. Maar het is niet alleen: kijk naar mij. Als je ernaar kijkt, zie je iets van de diepe geschiedenis die we delen, én van onze toekomst.’

De lederen zetels in dieprood met blauwe schaduwen verwijzen naar striphelden zoals Spider-Man.
©Enes Kucevic

Koons vindt dat zijn auto is ingebed in het humanisme. ‘Kunst zoekt altijd naar manieren om iets te zeggen over wat het is een mens te zijn. De bijdrage van Picasso daarin is ongelooflijk. En dan heb ik het niet over zijn blauwe, kubistische of klassieke periode. Wel over hoe Picasso zichzelf bleef heruitvinden, ook toen hij al een eind in de tachtig was. Kijk naar zijn laatste zelfportret, ‘Self Portrait facing Death’, waarin hij kleurrijker en expressiever ging werken en afstapte van het abstract expressionisme. Alsof hij wilde uitdrukken dat je kunt blíjven veranderen. En dat er geen reden is om angst te hebben.’

Bono voorspelt

Bij de presentatie van Koons’ M3 GT2 in 2010 schreef U2-zanger en filantroop Bono in The New York Times: ‘Als iemand moet meewerken aan de auto van de toekomst, is het Koons’. Welnu, op Villa d’Este stond ook de BMW i Vision Circular uitgestald, een conceptauto vol ideeën over hoe het Duitse merk in de toekomst auto’s duurzamer en finaal circulair wil maken.

‘Auto’s hebben onze levens op een ongelooflijke manier veranderd. Dat ze in de maatschappij – ook bij kunstenaars – zoveel emoties losmaken, komt omdat ze mensen in beweging brengen: ze genereren interactie, uitwisseling van ideeën en handel, zelfs op globale schaal. Mobiliteit gaat in essentie over mensen samenbrengen. Over meer conversatie, meer intimiteit. Om dat blijvend mogelijk te maken is het essentieel dat de actuele problemen opgelost worden. Ik heb niet meegewerkt aan de i Vision Circular, maar ik heb er wel ingezeten en voelde me zo veilig als in een baarmoeder. Als dat de toekomst is, ben ik helemaal mee.’

Twee van de 99 exemplaren van Koons’ Art Car zijn bestemd voor de Belgische en Luxemburgse markt. 360.000 euro.

Advertentie