sabato

'Deze dieselmotor gaat gegarandeerd 1 miljoen kilometer mee'

Riet Van Deun en Theo Huet bij de Mercedes 220 S Ponton Cabriolet (1959). ©Thomas Vanhaute

Een tocht langs garages in België. Deze week: Theo Huet en Riet Van Deun, de oldtimercoryfeeën van de Noorderkempen.

‘Toen ik tien jaar was, kreeg ik van mijn vader geld om met de trein naar het autosalon in Brussel te gaan - dan moest ik daar maar mijn weg zien te vinden’, vertelt Theo Huet als hij de wortels van zijn autoliefde bovenspit. ‘Dit was een boerengat, een auto was essentieel om weg te kunnen. Die gedachte leeft hier nog altijd.’

Een logo zegt meer dan duizend woorden. ©Thomas Vanhaute

Op het domein Diepte in Merksplas leidt een ellenlange oprit naar zijn garage. ‘Nadat we dit pand in 1974 hadden gekocht, was het geld op’, lacht Huet. ‘Maar in maart 1975 klopte hier een Nederlander aan met een Mercedes-Benz 200 Lang (1935). Hij vroeg 4000 euro, maar die had ik niet. Toch kochten we hem.

Riet, een vriendin van mijn zus, voorzag in de fondsen. We zijn liefhebbers en verzamelen samen, als vrienden. Vierenveertig jaar intussen, zonder ruzie en zonder gefoefel. Mijn broer en zus waren ook betrokken. Ik was ambtenaar en had hier een weekendcafé. Tegelijk handelden we wat in auto’s. En we richtten de eerste oldtimerbeurzen op.’

Hij toont een foto uit 1981: de eerste samenkomst van Oldtimerclub De Diepte, in zijn tuin. ‘Op het hoogtepunt hadden we er meer dan tien - de garage stond vol. Mijn eerste klassieker was een Oldsmobile uit 1949, gekocht voor duizend euro. Voorts Buicks, Pontiacs, Chevrolets en een Mercury als een schip: wanneer ik mijn dochter ermee naar Leuven bracht, kon ik niet in het straatje waar ze woonde.’

De dieselmotor is gegarandeerd goed voor een miljoen kilometer, volgens Huet. ©Thomas Vanhaute

Toch werd Mercedes-Benz het belangrijkste merk. ‘Dat waren de beste, en de duurste. Riet is al veertig jaar lid van de Nederlandse Mercedes-club, ik 39 jaar van de Belgische. Ik heb een brede smaak, maar van Engelse en Italiaanse auto’s moet ik niets weten. Een Jaguar ziet er magnifiek uit, maar een auto kan je dat niet noemen, hé.’

Het interieur van de Mercedes 170 Da OTP (1951). ©Thomas Vanhaute

‘Auto’s van net voor de oorlog zijn zeldzaam. Zo kwamen ook filmmakers bij ons terecht. Toen men aan grootverzamelaar Ghislain Mahy een 200 Lang Limousine vroeg, moest hij naar ons doorverwijzen.’ Hij toont een aflevering van het Canvas-programma ‘Histories’ uit 2000 over Hitlers passage in België, waarin hij Michiel Hendryckx rondrijdt in Brussel.

‘De eerste opdracht was voor de film ‘Ciske de Rat’ uit 1984. Willem Nijholt speelde de chauffeur van Willeke van Ammelrooy, maar had nog nooit met een auto gereden. Ik heb hem dat toen geleerd. Ook in ‘Zwartboek’ van Paul Verhoeven rijdt een auto van ons. Net zoals in de videoclip van ‘This is the new shit’ van Marilyn Manson. Ook de nazi-beauty die daarin voorkomt, mocht ik leren rijden.

De Mercedes 170 Da OTP (1951) waarmee de Duitse politie en douane na WO II reden. ©Thomas Vanhaute

In ‘L’Orchestre rouge’ van Jacques Rouffio figureerde ik zelf - ik was er dan toch. Ook voor Barbra Streisand heb ik gewerkt, voor haar televisieserie ‘Rescuers II’. Ik werd uitgenodigd om gedurende twee maanden naar Canada te gaan. Ik kreeg er een villa met alles erop en eraan ter beschikking. Maar ik kon thuis niet weg. Filmopdrachten brachten gemakkelijk 2500 euro per dag op. Ook Streisand betaalde goed, maar haar heb ik nooit gezien.’

Theo Huet (84)
Ambtenaar op rust.
Riet Van Deun (73)
Lerares op rust.

Daily: Mercedes-Benz 200D (1987).

Eerste: Volkswagen ‘Brilkever’ (1952).

Mooiste: Buick Super (1947).

Slechtste: Mercedes-Benz 170 Heck (1938). ‘Wel zeer zeldzaam. Hij staat nu in een museum nabij Wenen.’

Met spijt verkocht: ‘Geen. Ik hang niet vast aan auto’s, wil altijd veranderen. Riet is honkvaster.’

 

Wegens zijn leeftijd werd de collectie de voorbije jaren afgebouwd. Maar in de garage staan behalve een E220 CDI Avantgarde (2004) en 200D (1987) nog twee zeldzame klassieke Mercedessen. ‘De 220 S Ponton Cabriolet (1959) kocht ik in 2011 van een Nederlander die tachtig werd en naar een flatje verhuisde. Die auto heeft een wondermooie lijn. Er werden 2811 exemplaren van gebouwd. Van de 170 Da OTP (1951) zijn dat er slechts 530, voor de Duitse douane en politie. Na de Tweede Wereldoorlog reden zij met vooroorlogse modellen, omdat ze tien jaar lang geen nieuwe mochten ontwikkelen.’

‘Zijn dieselmotor gaat gegarandeerd 1 miljoen kilometer mee en verbruikt minder dan vijf liter. Tijdens een rondrit in de Ardennen reed Riet met deze auto. Toen de tank leeg was, had ik met mijn Plymouth al zes keer getankt.’

‘We kochten de auto van een rijkaard die na een sterfgeval in New York een complete collectie had opgekocht, maar alleen interesse had in Gullwings en zo. Die ‘dieseltjes’ hoefde hij niet. Onze familiale liefde voor dit model stamt al van het begin van de jaren 60, toen mijn broer er een kocht om op kot te gaan.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie