sabato

'Deze jeep bracht ik mee uit de brousse van Benin'

Yves Haenen bij zijn Jeeps: 'Aan andere auto's kan ik geen geld uitgeven, maar dit is zoals postzegels verzamelen.' ©ID / Karel Hemerijckx

Het is bar koud als we Yves Haenen bezoeken. En hier staat de verzameling niet in de garage, maar onder een enorme carport. 'Ze hebben wind nodig, dan roesten ze niet', zegt hij als hij zijn acht werkpaarden toont.

'De Amerikanen waren niet voorzien op de Tweede Wereldoorlog en schreven drie bedrijven aan voor een wedstrijd om een lichte terreinwagen te ontwerpen', vertelt hij. 'Alleen American Bantam voldeed aan het lastenboek voor de 'jeep' - nog zonder die naam, waarvan niet goed geweten is waar hij eigenlijk vandaan komt. Ze ontwikkelden hem in een week, met afbraakmateriaal van andere auto's. Maar door een politiek spel kreeg Willys-Overland het contract. Doordat hun fabriek te klein was, mocht ook Ford ze bouwen. Het waren eigenlijk wegwerpauto's, klaar om te ontploffen. Na de oorlog ontstond de burgerversie, de Civilian Jeep, die paarden verving op het land. Nu is het merk Jeep van Fiat Chrysler Automobiles.'

Voertuigen die een oorlog hebben meegemaakt, mogen littekens hebben. Het zijn geen Ferrari's.

'Als kind was de jeep mijn favoriete speelgoedautootje. Mijn vader heeft de oorlog meegemaakt. De groene CJ-5 uit de jaren zeventig komt van hem. Ik heb hem ruim 25 jaar. Mijn vader is nu 85 en op de sukkel. Hij heeft ook een Fordson Dexta, een tractor uit de jaren vijftig. Ook die gaat nooit weg.'

'Rond mijn vijftiende had ik een kameraad wiens vader met een Willys vlees leverde op het internaat waar we zaten. Nadat ik eens mee mocht naar een treffen was ik compleet gebeten. Op mijn achttiende ging ik met mijn eerste Willys naar school. Een CJ-3 met een koetswerk uit de oorlogsjaren. Heerlijk om meisjes mee op te pikken. Sindsdien heb ik altijd jeeps gehad. Die eerste werd later afgebroken en is verkommerd. Spijtig.'

©ID / Karel Hemerijckx

'De Jeepster Commando uit de jaren zeventig zag ik ruim twintig jaar geleden plots rijden in Peñíscola, Spanje. Ik had er nog nooit een in het echt gezien. De eigenaar vroeg of ik geïnteresseerd was en liet me eens rijden. Ik ben naar huis gegaan en leende een oude Chevrolet pick-up van een vriend, om hem te gaan halen. 'Het is toch niet in de Ardennen?', vroeg die. 'Iets verder', zei ik. Het werd een heel avontuur, want die Chevrolet kreeg motorpech.'

'Ik ben hem aan het ombouwen om ermee op vakantie te gaan. Er komt een 2.8-motor van Daihatsu in. Ik heb ook een motorhome. Daarmee heb je altijd alles bij, en dat is een voor- en een nadeel. Met de jeep koppel je de caravan af, waarna je vrij en open rondrijdt. Zo ging ik met de Jeep Pick-Up (1948) naar Luxemburg. Alleen, met mijn tent, mijn gitaar en mijn hond. Die auto is veel zeldzamer dan de meest gezochte jeep, de Willys MB van de Amerikaanse strijdkrachten. Als je geld hebt, heb je zo een binnen het uur.'

'Ook met de Jeep Station Wagon (1964) ligt dat even anders. Ik kocht hem vorig jaar. Hij was van de Zwitserse post. Ik betaalde er 13.000 euro voor. Aan andere auto's geef ik geen geld uit, maar jeeps, dat is als postzegels verzamelen. Tegenwoordig is dit exemplaar 20.000 tot 25.000 euro waard. Dat snap ik toch niet goed. Het zijn werkvoertuigen. Mijn eerste exemplaar kostte 2.000 euro.'

Yves Haenen (51)
Paracommando.
Daily: Jeep Wrangler 4.2 V8 (1988).
Eerste: Willys CJ-3.
Met spijt verkocht: Willys CJ-3.
Droom: Jeepster Commando uit de jaren vijftig.

'Ooit bracht ik er een mee uit de brousse van Benin, waar ik was voor een voedseldropping. Iemand die ik niet kende, haalde in een stad verderop 1.000 euro af met mijn kredietkaart. Het aanvankelijke plan om dat geld te droppen met een C130 is niet doorgegaan. We hebben de auto op een Unimog-vrachtwagen gezet, tussen de enorme parachutes waarmee jeeps worden gedropt. Ooit was hij van de lokale gendarmerie. Hij was rot, maar na een beetje werk draaide de motor perfect. Hier betaal je voor een wrak makkelijk 8.000 euro.'

'Ik heb alles om te restaureren. Grote zaken doe ik zelf. Met een 9/16-sleutel haal je een hele motor uit elkaar. En ik heb veel vrienden die veel kunnen. Er worden er ook tot nieuwstaat gerestaureerd, en in Thailand kan je nog altijd nieuwe kassen laten maken. Maar ik herstel liever zelf de oude. Iets wat een oorlog heeft meegemaakt, mag littekens hebben. Het zijn geen Ferrari's.'

'Met re-enactments ben ik gestopt. Vroeger draaide het om de voertuigen, nu steeds meer om de wapens. Dat stoort me. Een jeep is een symbool van de bevrijding. Maar je bent zelf geen bevrijder. De wapens mogen thuisblijven.'

Een trofee uit de brousse van Benin. ©ID / Karel Hemerijckx

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie