sabato

'Die twee kevers zijn best wat waard, maar de emotionele waarde overstijgt dat'

Geert en Rik Dejonghe tussen de Ford Model A (1929) en de Dodge Kingsway Cabriolet (1951). ©Thomas Vanhaute

Een tocht langs garages in België. Deze week: hoe Rik en Geert Dejonghe de tijd vasthouden.

Dit jaar overleed Raf Dejonghe op 90-jarige leeftijd. Van 1950 tot 1985 runde hij in het West-Vlaamse Ardooie een garage. Decennialang hield hij ook auto’s aan de kant. Die persoonlijke collectie blijft verweesd achter, onder dekens, gestald in een voormalige familiale hoefsmederij.

Rafs zoon Geert (57), die de garage voortzet, knipt alle afleveringen van ‘Achter de poort’ uit en bewaart ze in een map. ‘De Renault Monaquatre (1931) was 40 jaar geleden de eerste auto die vader opzijhield en samen met zijn medewerkers Daniël en Winston restaureerde’, vertelt hij.

Ook na dertig jaar stilstand ziet de Volkswagen Karmann Ghia (1973) er nog potent uit. ©Thomas Vanhaute


‘De Ford Model A Cabriolet (1929) kocht hij in gerestaureerde staat, toen de oldtimerrally’s werden gelanceerd. De auto werd onder meer gebruikt voor de West-Vlaamse Kastelentocht op 15 augustus. Als jonge gasten gingen we dan mee, achteraan op het openklappende zitbankje.

Rik Dejonghe  (60)
Tandarts.
Daily:
BMW 420d Cabriolet (2017) en Range Rover Evoque (2015).
Eerste:
Volkswagen Kever Cabriolet (1973).
Beste:
‘Zwarte Mercedes Diesels. Zo hadden we er thuis meerdere.’
Droom:
‘Een elektrische auto, al weet ik nog niet welke.’

Samen met de Dodge Kingsway Cabriolet (1951) is het de enige auto van vader die nog buitenkomt. Die verkocht hij ooit aan de lokale bloemenhandelaar. Daar stond hij vooral in de garage, maar op het Sint-Elooifeest - het patroonsfeest van smeden en boeren - werd de plaatselijke deken er elk jaar mee naar de mis gebracht. Ook nadat vader de auto terugkocht, bleef hij dat doen. En wij doen dat nog steeds. We hebben die auto ons hele leven gekend.’

‘De Citroën Traction Avant 11 Légère (1950) verkocht hij nieuw aan een gepensioneerde boer en zijn vrouw’, vertelt Rik, de tweede zoon. ‘Zoals toen gebruikelijk was, leerde hij zijn klanten op zondag ook rijden. Maar Alberic en Germaine durfden zelf geen verre ritten maken.

Bij de verkoop was de voorwaarde dat hij hen elk jaar naar de bedevaart in Oostakker bracht. Dat deed hij tot ze overleden. Zijzelf gingen ermee naar de mis en gebruikten hem voor boodschappen. Als hij nat werd van de regen, werd het zeemvel bovengehaald. Op de teller staat amper 30.000 kilometer.’

‘Binnenin ruikt hij nog altijd zoals toen we ermee naar Oostakker gingen’, lacht Rik. ‘De Renault Caravelle (1962) doet me denken aan mijn rood trapautootje.’ We stappen verder naar een mooie brilkever (1950) en een ovaalkever (1952) met het typerende schuifdak in vinyl. Beide zijn in goede staat.

‘Hij hield van de eenvoud ervan. Het rode biesje op die eerste was standaard, de sierlijsten op het ovaaltje golden als luxe. De brilkever werd ooit in de originele melkgrijze kleur herspoten, maar heeft nog het originele interieur. Die twee zijn best wat waard, maar de emotionele waarde overstijgt dat.’

De eerste auto van Rik: Volkswagen Kever Cabriolet (1973). ©Thomas Vanhaute


Er staan ook twee Kever-cabrio’s. Die kregen de broers voor een verjaardag. Rik lootte de groene (1973), Geert de zwarte (1976). ‘De Volkswagen Karmann Ghia (1973) is van mij persoonlijk’, zegt Rik. ‘Maar ik denk niet dat ik er na mijn huwelijk nog mee heb gereden, en dat is ruim dertig jaar geleden. Met de Lancia Bèta Coupé (1980) rijd ik soms wel nog. De Mini 1000 (1982) is niet meer in rijdende staat. Die zal ik in tweeën zagen en er een bar van maken. Al zeg ik dat al twintig jaar.’

Aan de muur hangen oude nummerplaten. We zien ‘15004’ in witte letters op een zwarte achtergrond, wellicht een plaat uit WO I, en een latere, ‘4773’, met rode letters op een witte achtergrond. ‘Met rally’s is vader een vijftal jaar geleden gestopt’, vertelt Rik.

‘Tot vorig jaar reed hij wel nog met de Jaguar X-Type (2002) die hij en moeder kochten toen ze 45 jaar getrouwd waren. Met die auto rijdt zij op haar 87ste nog steeds. Hij heeft nummerplaat 31.T.82. Dat is vaders allereerste plaat, van toen hij achttien of twintig was, en die hij hield toen hij de bvba oprichtte. Om die combinatie ook na zijn dood te behouden moest moeder ze als gepersonaliseerde plaat kopen. Het is een beetje de tijd vasthouden, hé.’

‘Sinds zijn pensioen kon hij zich hier hele dagen bezighouden. Toen hij anderhalf jaar geleden niet meer naar hier kwam, wisten we dat het bergaf ging. Ik heb twee dochters van rond de dertig. Zij zijn matig geïnteresseerd, maar soms rijden ze met de Kever. En ze willen alle auto’s houden. Niets wordt verkocht.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie